Bananenmonarchie Nederland

Decennialang waren de politieke verhoudingen in Nederland stabiel en overzichtelijk. Zekerheidje was dat het CDA (of haar voorgangers) in de regering zat. De CDA was de almachtige christelijke middenpartij die kon bepalen of ze hun urbi et orbi gunden aan de VVD of de PvdA. Eens haalde de PvdA zelfs het ongelooflijke aantal van 51 zetels, maar het mocht niet baten. Want het Christen- Democratisch Apèl slaagde er toch in om betreffende partij uit het kabinet te vervloeken. Echter, het CDA-tijdperk duurde niet eeuwig maar kwam tot halt in 1994. Toen geschiedde het onmogelijke geachte. De politieke aartsvijanden PvdA en VVD vonden elkaar en vormden samen een regering. De CDA-regenten werd voor het eerst in de historie gedegradeerd tot de oppositie.

Het zogenaamde paarse kabinet van PvdA en VVD kon met name vorm krijgen omdat de PvdA publiekelijk haar ideologische veren afschudde en nota bene als werknemerspartij een neoliberaal beleid ging voeren. De spectaculaire economische groei van eind jaren ´90 ten spijt eindigde het paarse project uiteindelijk ʽonfortuinlijkʼ. Sindsdien is het polderlandse politieke landschap grillig. Verschillende nieuwe partijen van vrijbuiters zijn opgekomen en weer ten onder gegaan. Al bleek de VVD-afsplitsing van Geert Wilders een blijvertje.

Over de VVD gesproken, die blijkt de grote winnaar te zijn van het tijdperk na Pim Fortuin. Linkse partijen hebben vanaf 1994 gecollaboreerd met het neoliberale beleid van de VVD en mede daardoor is de kiezer momenteel klaar met die linkse partijen. De VVD is niet groot zoals de PvdA en de CDA eertijds groot waren, maar is eerder minder klein dan de andere partijen in het versnipperde politieke landschap. De VVD wint zogezegd bij verstek. Vooral dankzij een hondstrouwe achterban van kool-aid drinkers die ieder willekeurig schandaal waarmee de pathologische partijleugenaar van de Vereniging Van Dieven geassocieerd raakt met de mantel der liefde bedekt. Vooralsnog blijkt in Nederland naast de koning eveneens de premier onschendbaar.

Want politiek Den Haag blijft echt onverminderd van het ene in het andere schandaal rollen. Vergeet niet, naast Rutte’s Vereniging Van Dieven heeft ook regeringspartij het Crimineel Demagogisch Apèl daar blaam aan. De toeslagenaffaire is nog verre van opgelost, maar ineens blijkt CDA-prominent Sywert van Lienden VOC-mentaliteit getoond te hebben. Van Lienden importeerde ‘belangeloos’ ondeugdelijke mondkapjes uit de Oost. Maar toen het geld werd gevolgd bleken hij en zijn zakenpartners te hebben gejokt en er voor 19 miljoen euro op vooruit te zijn gegaan ten koste van de Nederlandse belastingbetaler.

Bovendien kwam het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in opspraak. Het ministerie o.l.v. CDA-prominent Hugo de Jonge bleek tijdens de coronacrisis van de boekhouding een grabbelton te hebben gemaakt. Volgens de Rekenkamer is van liefst 5,1 miljard aan belastinggeld niet helder hoe het besteed is. Volgens talloze naïeve Nederlandse staatsburgers lozen Hugo de Jonge en Mark Rutte Nederland uitstekend door de coronacrisis. Maar dat heeft door een chronisch gebrek aan prijskaartjes dus evident wel een prijskaartje. Omgekeerd, als de burger zoveel bonnetjes niet kan verantwoorden dan weten we hoe de fiscus hem financieel gaat uitkleden. Dat heeft de toeslagenaffaire wel uitgewezen.

Over de toeslagenaffaire gesproken, daarvan is de beerput inmiddels nog verder open gegaan. Topambtenaren bleken onlangs onder ede gelogen te hebben over hun wetenschap betreffende een geheim gehouden memo aangaande diezelfde toeslagenaffaire. Vervolgens bleek dat Rutte echt een precedent heeft geschapen. Liegen bestaat niet meer in de Nederlandse maatschappij. In navolging van het alfamannetje van de Nederlandse politiek debiteerden de hoge ambtenaren met droge ogen dat ze er geen herinnering meer aan hadden.

In politiek opzicht lijkt cynisch genoeg momenteel Kamerlid Pieter Omtzigt het grote slachtoffer te zijn van de toeslagenaffaire. Pathologische leugenaar Rutte en zijn kabinet lijken ondanks een storm van kritiek met de schik vrij te komen. Mede dankzij de volharding van Omtzigt kwam het toeslagenschandaal boven tafel, maar de man die volgens velen een held is zit nu met een burn-out thuis. Tot overmaat van ramp blijkt hij als stank voor dank achter de schermen uitgekotst te zijn door het CDA. Mede omdat hij zijn werk (te) goed deed zijn verschillende bewindslieden en hoge ambtenaren beschadigd en dat wordt hem door de politieke status quo—waar ook het CDA nog toebehoort—niet in dank afgenomen.

Zo mocht Omtzigt geen lijsttrekker worden van het CDA. Hugo de Jonge won officieel de lijsttrekkersverkiezing, maar er zijn sterke aanwijzingen dat die digitale verkiezingen gemanipuleerd zijn en Omtzigt de daadwerkelijke winnaar was. Zelfs toen Hugo de Jonge zich naderhand terugtrok als lijsttrekker werd hij als officiële nummer twee van de verkiezingen gepasseerd ten faveure van Wopke Hoekstra. De druppel die de emmer deed overlopen was een memo van Omtzigt waarop het (buiten de CDA) zeer gewaardeerde Kamerlid zich genoodzaakt voelde om zijn lidmaatschap op te zeggen. Uit de memo in kwestie viel o.a. op te maken dat Omtzigt binnen de partij werd bejegend met krachttermen die men normaliter toedicht aan voetbalhooligans, niet aan strak in het pak gestoken politici die zich elke dag de hele dag van het ABN bedienen.

De CDA lijkt te zijn gedegenereerd van een vlinder tot een rups. Van een deftige christelijke machtspartij die (op zijn minst naar buiten toe) normen en waarden hoog in het vaandel had en netjes op de centjes lette tot officieuze erfopvolger van de LPF dat rollebollend over straat gaat. Toch heeft het regeringsmacht. Kamerlid Pieter Omtzigt typeerde het goed: Nederland is een bananenmonarchie.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Bananenmonarchie Nederland

Oorlog in Ethiopië

In september 1974 werd het bewind van keizer Haile Selassi omvergeworpen door de dergue, een groep communistische legerofficieren. Na bloedige onderlinge conflicten binnen de dergue trok majoor Mengistu Haile Mariam in 1977 aan het langste eind en werd partijvoorzitter. Mengistu ging onmiddellijk een zeer repressief beleid voeren waarbij tienduizenden tegenstanders van zijn regime het leven moesten laten. Er ontstonden verschillende verzetsbewegingen, maar de TPLF uit Tigre groeide samen met het Eritrese Volksbevrijdingsfront uit tot de machtigste. Uiteindelijk wist een coalitie van verzetsbewegingen onder auspiciën van de TPLF de communistische dictatuur te verslaan in 1991. Daarnaast dwong Eritrea haar onafhankelijkheid af in 1993.

De nieuwe regering werd gevormd door het Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF in het Engels). Een verbond van verschillende regionale politieke partijen. Maar binnen de EPRDF was de TPLF uit de noordelijke deelstaat Tigre (7% van de totale bevolking) het machtigst. Zo was de van de TPLF afkomstige Meles Zenawi van 1991 tot zijn dood in 2012 de leider van het land. Al gauw kwamen naast de belangrijkste politieke en militaire functies ook de economie in handen van de TPLF.

Een groot deel van de bevolking voelde zich tijdens het bewind van de EPRDF echter achtergesteld. De TPLF propageert nl. een ultranationalistische ideologie in de geest van Tigre first. Onder het leiderschap van de TPLF werd de natievorming niet aangemoedigd maar juist ondermijnd. Met name premier Meles Zenawi oreerde dat de verschillende bevolkingsgroepen van Ethiopië onoverbrugbare verschillen kenden. Deze veronderstelling werd gebruikt als excuus om andere bevolkingsgroepen hard aan te pakken. Want dat zou nodig zijn om een genocide zoals in Rwanda in 1994 te voorkomen. Maar er kwam veel protest tegen de heerschappij van de TPLF, met name van de twee grootste bevolkingsgroepen van het land, de Oromo en de Amharen. Zij waren klaar met de politieke ongelijkheid, landonteigeningen en mensenrechtenschendingen. Het dreigde dan ook volledig uit de hand te lopen.

Na veel maatschappelijke druk en een handige politieke manoeuvre werd dan toch iemand van buiten de TPLF de leider van het land. In april 2018 werd Abiy Ahmed, afkomstig van de Oromo, premier van Ethiopië. Om de zonvloed te keren voerde hij vergaande hervormingen door. Toen hij zijn nieuwe kabinet presenteerde in oktober 2018 bleek die voor de helft uit vrouwen te bestaan. Idee daarachter was dat vrouwen minder corrupt zouden zijn dan mannen. Verder liet hij tienduizenden dissidenten vrij uit al dan niet geheime gevangenissen en ging in dialoog met antagonisten in het buitenland. Daarnaast deed hij beruchte antiterrorisme wetgeving in de ban die volgens critici in de regel op oneigenlijke grondslag werd toegepast. Ook niet onbelangrijk, hij verving een aantal TPLF-mensen die op sleutelposities zaten. Tevens stak hij de hand uit naar buurland Eritrea, waar Ethiopië sinds de onafhankelijkheid in 1993 mee in onmin leeft. Voor zijn toenadering tot Eritrea heeft Ahmed de Nobelprijs voor de vrede toegekend gekregen in 2019.

De groeiende impopulariteit van de EPRDF loste Ahmed op door de EPRDF op te heffen. Vervolgens werd er een nieuwe partij opgericht die niet meer op etnische leest was geschoeid. Aldus werd op 26 december 2019 de Pan-Ethiopische Welvaartspartij opgericht. Alle losse partijen die samen de EPRDF vormden hielden op te bestaan en smolten samen in de Welvaartspartij. Met uitzondering dan van de TPLF, de partij die de EPRDF altijd gedomineerd heeft.

Aangezien de TPLF een Anglo-Amerikaanse vazal is is logischerwijs noch de VS noch de TPLF content met de ontwikkelingen van de laatste paar jaar. In dat licht moet men ook de oorlog in Tigre aanschouwen en het geklaag van het Anglo-Amerikaanse imperium over het schenden van mensenrechten van het Ethiopische leger. Let wel, zoals in elke oorlog zullen er ongetwijfeld dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Maar toen de TPLF aan de lopende band mensenrechten schond vernam de wereld bijzonder weinig daarvan van de door Wall Street gecontroleerde media.

In het achterhoofd moet worden gehouden dat de TPLF alles uit de kast heeft gehaald om de hervormingen van Ahmed te dwarsbomen. Zo organiseerde het bijvoorbeeld in Tigre een illegale verkiezing en financierde het milities in verschillende delen van het land om chaos te creëren. Bovendien was het toch echt de TPLF dat de oorlog begon door militaire bases van het Ethiopische leger aan te vallen op 4 november 2020 waarbij veel Ethiopische soldaten sneuvelden en behoorlijk wat wapens werden buitgemaakt. Maar het Ethiopische sloeg snel terug en veroverde binnen 3 weken Mekelle, de hoofdstad van Tigre. Doch daarna brak de guerillaoorlog uit en het is maar de vraag of het Ethiopische leger die kan winnen. Ondanks de helpende hand van Eritrea.

Maar uiteindelijk voeren Ethiopië en de TPLF een ordinaire proxy-oorlog. Ethiopië speelt namelijk een centrale rol in de plannen die China in en met Afrika heeft. China investeert meer in de (opkomende) industrie van Ethiopië dan in dat van welk ander Afrikaans land ook. Met zijn 110 miljoen inwoners en groeiende middenklasse is het land tevens een interessant afzetgebied. Bovendien, vanuit Ethiopië kan China vrij makkelijk een brug slaan naar naburige, grondstofrijke landen. Ook van belang, Ethiopië is een oase: een relatief stabiel land in een chaotische regio (Somalië, Zuid-Soedan, Jemen, etc.). Althans, dat was het tot voor kort. Het is een oude geopolitieke wet dat als het Anglo-Amerikaanse imperium een land niet kan domineren dat het er als alternatief chaos gaat creëren.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oorlog in Ethiopië

De herdenking van Black Wall Street

Op 31 mei jongstleden was het exact honderd jaar geleden dat wellicht wel de meest dramatische pogrom uit de Amerikaanse geschiedenis aanving. Op die dag werd de Zwarte wijk Greenwood van de stad Tulsa in de staat Oklahoma met de grond gelijk gemaakt. Door een met vuurwapens bewapende racistische menigte. Vanwege het opmerkelijk succesvolle bedrijfsleven in Greenwood doopte de Zwarte leider Booker T. Washington—een groot voorstander van Zwart ondernemerschap—de betreffende wijk om tot Black Wall Street. Want Greenwood was als de Kalverstraat op het monopolyboard. Greenwood herbergde de welvarendste Zwarte gemeenschap van het land en was een bron van trots en inspiratie voor talloze Zwarte Amerikanen in het gehele land.

Helaas was Greenwood noch de eerste noch de enige Zwarte gemeenschap die slachtoffer werd van een pogrom. Bekend was wel dat individuele Zwarte mensen massaal zijn gelyncht door racisten, maar dat is niet het hele verhaal. Er zijn in de VS verschillende kristallnachten avant la lettre geweest. Meer dan eens zijn hele gemeenschappen geraseerd met de grofst mogelijke geweldsmiddelen voor handen.

Tot recentelijk was er zowel bij historici als de autoriteiten weinig belangstelling voor de kristallnacht van Tulsa Oklahoma. Desalniettemin, vanaf de jaren ´90 won het succesverhaal en tragische einde binnen de Zwarte gemeenschap steeds meer aan bekendheid. Black Wall Street begon eveneens door de huidige generatie Zwarte Amerikanen als een symbool van succes en een bron van trots omarmd te worden. Omdat er vanuit de grassroots zoveel ruchtbaarheid werd gegeven aan het verhaal van Black Wall Street kon de mainstream samenleving er steeds moeilijker omheen. Zelfs de belangrijkste politici van het land en in hun kielzog de media hebben inmiddels publiekelijk aangegeven weet te hebben van de pogrom van 1921.

Zo hield toenmalig president Donald J. Trump op 20 juni 2020 een rally in Tulsa. Dit viel alleen niet in goede aarde bij veel (Zwarte) activisten vanwege Trump´s geschiedenis van controversiële uitspraken en daden: Trump werd beschuldigd van opportunisme. Alle protesten ten spijt vond de rally gewoon doorgang. Hoe dan ook, gevolg van deze omstreden rally van de Donald was wel dat zelfs de mainstream media de pogrom niet meer kon negeren.

Wellicht mede geïnspireerd door de publiciteit die het jaar ervoor was gegenereerd door zijn voorganger meende de huidige president niet achter te kunnen blijven. Joe Biden was op dinsdag 1 juni jongstleden zelfs hoogstpersoonlijk aanwezig bij de herdenking van de pogrom van een eeuw eerder. Hiermee lijkt de weg vrij om de kristallnacht van Tulsa definitief onderdeel van het collectieve geheugen van de VS te gaan maken. Om te beginnen in de staat Oklahoma. Want de staat Oklahoma heeft lange tijd zelfs ronduit ontkend dat er een pogrom heeft plaatsgevonden op 31 mei 1921 in de stad Tulsa. Waaruit volgt dat het ook niet gedoceerd kon worden in het onderwijs.

De VS profileert zichzelf gaarne als de grote kampioen van de democratie en mensenrechten, maar de realiteit is natuurlijk weerbarstiger. Die realiteit tracht men te verbloemen. Zo is er een sterke conservatieve stroming die fel ageert tegen hetgeen zij “critical race theory” noemen. Hetgeen in synopsis omschreven kan worden als alles wat voor hen ongemakkelijk aanvoelt, alles wat hen aantast in hun gevoel van witte superioriteit. Dat kan bijvoorbeeld zijn hetgeen zij met veel dedain afrocentrisme noemen. Eveneens willen zij bijvoorbeeld niet dat er op school onderwezen wordt over de oorsprong, het karakter en de maatschappelijke impact van de slavernij, of pogroms zoals die in Tulsa, ook al wordt de onderwezen leerstof nog zo goed gestaafd. Men wil slechts onderwijs waarin kinderen geïndoctrineerd worden hoe geweldig Amerika was, is en zal zijn. Of anders gezegd, men wil datgene wat dr. Carter G. Woodson miseducation noemde handhaven. Om critical race theory te bestrijden worden speciaal pseudogeleerden met een vergelijkbare mindset als Piet Emmer gerekruteerd en gefinancierd om te trachten het compleet bespottelijk te maken met oneigenlijke argumenten (Zie Boterzacht & Flinterdun blz. 157-162). Tevens wordt de campagnekas van politici die het van scholen willen verbannen stevig gespekt.

Greenwood was een soort van mini Wakanda, met dien verschil dat het echt bestaan heeft (of nog steeds bestaat) en niet beschikte over onaantastbare wapentechnologie. Het interessante aan het Greenwoodverhaal is dat het gangbare racistische vooroordelen onderuithaalt. In de eerste plaats omdat het economische succes van de wijk laat zien dat een Zwarte wijk niet per sé synoniem hoeft te zijn met een getto zoals vaak wordt gedacht. Dat een Zwarte wijk i.p.v. hulpbehoevend zelfvoorzienend kan zijn. Het tragische einde van de gouden tijd van Greenwood is daarnaast in tegenspraak met het klassieke conservatieve narratief, dat Zwarte mensen niet noodzakelijkerwijs slachtoffers zijn van racisme maar vooral slachtoffers van hun eigen wangedrag en onvermogen.

De vernietigingsdrang waarvan Greenwood het slachtoffer werd bestaat helaas nog steeds. Tot op de dag van vandaag worden Zwarte gemeenschappen zowel binnen als buiten de VS vernietigd. Men kwam er al doende achter dat een pogrom slechte publiciteit oplevert, dus bedient men zich heden ten dage van een andere modus operandi. Het geeft minder gedoe als je bijvoorbeeld doelbewust een snelweg dwars door een Zwarte wijk aanlegt, zodat er een legitiem excuus is om die wijk met bulldozers te bewerken. Je kunt ook aankomen zetten met stadsvernieuwing en vervolgens de huren van de nieuwe generatie huizen dusdanig prijzig maken dat de oude bewoners het niet meer kunnen aftikken.

DJEHUI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De herdenking van Black Wall Street

De erfenis van Bob Marley (4)

De erfenis van Bob Marley (4)

Jamaica werd in 1962 officieel onafhankelijk. Maar die status bleek niet zaligmakend te zijn. Want zoals zovele voormalige koloniën werd het onmiddellijk gegrepen door de grijpgrage klauwen van het VOC-kolonialisme (neokolonialisme). Jamaica werd o.a. geëxploiteerd door Noord-Amerikaanse mijnbouwbedrijven. Om bauxiet te kunnen winnen moesten meer dan een half miljoen kleine Jamaicaanse boeren afscheid nemen van hun land tussen 1943 en 1970, waarna ze verhuisden naar stedelijke gebieden als Kingston en Montego Bay. Ook emigreerde men massaal naar Noord-Amerika en Engeland. Alhoewel de bauxietindustrie honderdduizenden mensen ontheemde bood het hooguit werk aan 10.00 mensen. Daar bovenop werd Jamaica zwaar onderbetaald door de buitenlandse mijnbouwbedrijven voor haar bauxiet, waardoor het weinig deviezen opstreek. Terwijl Jamaica die deviezen letterlijk broodnodig had omdat het ‘onafhankelijke’ Jamaica steeds afhankelijker werd van geïmporteerd voedsel. Tot overmaat van ramp groeide daarbij de werkloos dramatisch.

Tegen deze sociaaleconomische achtergrond begon Bob Marley’s muzikale carrière vorm te krijgen. Hij zag met eigen ogen de ellende van het VOC-kolonialistische waar de Jamaicaanse samenleving onder leed, leverde daar commentaar op en trachtte de mensen een hart onder de riem te steken. Echter, Bob Marley’s boodschap bleek universeel te zijn, want in talloze andere (voormalige) koloniën gebeurde in principe hetzelfde. Maar ook witte mensen die anti-establishment waren voelden Marley’s woorden. Om aan te geven waar hij stond trad Marley doorgaans op met afbeeldingen van Haile Selassie en Marcus Garvey op de achtergrond.

Marley had een ambivalente houding ten opzichte van de politiek. Hij zei wel niets te moeten weten van politricks, in de praktijk leek hij aanvankelijk toch Michael Manley van de PNP het voordeel van de twijfel te gunnen. Manley had nl. een hoofdrol gespeeld in de komst van Haile Selassie naar Jamaica waardoor hij een wit voetje had weten te halen bij de rastafaribeweging. Om de sympathie van de rasta’s verder aan te scherpen ging Manley zelfs met een stok lopen waarvan hij claimde dat het een geschenk was van de keizer van Ethiopië en begon zichzelf (ingefluisterd door Amerikaanse pr-mannetjes) Joshua te noemen en zijn grote rivaal Hugh Shearer ‘pharoah’. Waarmee hij zich van symboliek en retoriek bediende die de rasta’s aansprak. Mede dankzij de steun van de rasta’s won Manley de verkiezingen van 1972, maar dat neemt niet weg dat zijn beleid rampzalig was, daar deed de rastafarisymboliek die hij omarmde niets aan af.

De grote concurrent van de PNP was de JLP en beide partijen maakten rondom verkiezingen gebruik van knokploegen. Marley wekte de schijn in het kamp van de PNP te zitten omdat hij in 1971 kortstondig muziek maakte tijdens verkiezingsbijeenkomsten van betreffende partij. Los van zijn vermeende steun aan premier Manley bleef Marley de armen aanmoedigen tegen de status quo te vechten met liedjes als Get Up, Stand Up. In 1976 gaf Marley vlak voor de verkiezingen een gratis concert in Jamaica, maar de PNP wist dat concert dusdanig te framen dat het leek alsof het een concert was ter ondersteuning van diezelfde PNP. Dit kwam Marley duur te staan, want een paar dagen voor het concert werd er een aanslag op zijn leven gepleegd die hij ternauwernood overleefde. Wie zat erachter? De knokploegen van de JPL? Volgens Marley’s manager Don Tayler was het de CIA. Waarom zou de CIA het op Marley hebben gemunt?

Het jaar 1976 was het jaar dat Marley het radicale album Rastaman Vibration uitbracht, in een tijd dat het IMF Jamaica de duimschroeven kwam aandraaien en de Amerikaanse minister van BuZa Henry Kissinger het Caribisch gebied waarschuwde om Cuba niet te steunen in haar gewapende strijd in Angola tegen apartheid Zuid-Afrika. Rastaman Vibration bevatte nummers als Crazy Baldheads, waarin geageerd werd tegen de zware offers die het IMF eiste van Jamaica, War, dat delen bevat van een historische lezing die Haile Selassie in de VN heeft gegeven en bedoeld was als een steunbetuiging aan de Afrikaanse bevrijdingsstrijd. Dan hadden we nog niks gezegd over het nummer Rat Race, gericht tegen de CIA, waar de regering Manley indertijd openlijk mee collaboreerde. In betreffend nummer zingt Marley onverbloemd: “Rasta don’t work fe nuh CIA!”

Marley was behoorlijk geschrokken van de aanslag op zijn leven en verbleef daarom voor zijn veiligheid enige tijd in Londen. De ontstane situatie deed helaas de creativiteit van Marley geen goed, getuige het tegenvallende album Kaya die hij in deze periode produceerde.

Reggaemuziek in het algemeen en de koning van de reggae in het bijzonder bracht de Jamaicaanse elite in een lastig parket. Reggaemuziek zette het arme Jamaica internationaal op de kaart. Alleen niet helemaal op de manier zoals de 21 geprivilegieerde families het graag zagen. De elite wenste Jamaica in het buitenland zowel cultureel, somatisch als politiek te presenteren als een Westers aandoend land, maar de opmerkelijke haardracht en de antikolonialistische retoriek van de reggaesterren die Jamaica wereldwijde bekendheid verschafte maakte dat lastig. De elite wilde zich eigenlijk aansluiten bij het Anglo-Amerikaanse imperium om grote investeerders aan te trekken, maar door de atmosfeer die de internationale reggeasterren creëerden belandde Jamaica begin jaren ’70 in het anti-imperialistische kamp, het kamp dat zich o.a. fel afzette tegen de verderfelijke politiek van de apartheidsstaten Zuid-Afrika en Rhodesië. De Jamaicaanse elite vond het in principe fantastisch dat de Jamaicaanse muziek een serieus exportproduct was geworden, maar waarom beperkten de artiesten zich niet tot onbenullige liefdesliedjes en gingen ze niet netjes naar de kapper?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van Bob Marley (4)

De erfenis van Bob Marley (3)

De Wailers gaven altijd al maatschappelijk commentaar in hun teksten. Ze behoorden zelfs tot de kopstukken van de zgn. rudeboymuziek, die rond 1964 opkwam. Ze kleedden zich netjes als Amerikaanse r&b groepen (of zoals gangsters uit Hollywoodfilms zoals je wilt), doch dat weerhield hen er niet van te refereren naar de rudeboycultuur uit de getto’s van Kingston, bijvoorbeeld in het gelijknamige nummer. Dit soort muziek werd verbannen van de radio maar opgepikt door de sound systems.

Ondertussen werd het rastafarigeloof steeds populairder onder werkloze jongeren. Ondanks dat de Jamaicaanse overheid alles uit de kast haalde om deze beweging, die een Zwart bewustzijn bevorderde, met wortel en tak te vernietigen. Want Jamaica was dan wel officieel onafhankelijk geworden in 1962, dat nam niet weg dat de autoriteiten nog altijd erg kolonialistisch ingesteld waren. Omdat het gebruik van grof geweld tegen de rastafaribeweging een tegenovergesteld effect leek te hebben (de beweging groeide juist) gingen de autoriteiten het over een andere boeg gooien. Ze dachten dat ze de rastafaribeweging effectiever konden verzwakken door het te coöpteren. Daarom werd niemand minder dan keizer Haile Selassie van Ethiopië uitgenodigd voor een heus staatsbezoek.

Op 21 april 1966 bezocht keizer Haile Selassie van Ethiopië het Caribische eiland Jamaica. Hij werd op het vliegtuig enthousiast onthaald door 100.000 mensen. Maar in het bijzonder de rastafaribeweging greep deze gelegenheid met beide handen aan om op de voorgrond te treden. Dusdanig zelfs dat de keizer in eerste instantie zijn vliegtuig niet uit durfde te komen vanwege de ontelbare rasta’s die het toestel omringden en enorm veel decibels produceerden. De autoriteiten wenden zich vervolgens tot rasta ouderling Mortimo Planno voor een oplossing. Planno maakte zich die dag onsterfelijk door het vliegtuig binnen te treden, Haile Selassie tot bedaren te brengen en te overtuigen om toch uit te stappen en zich door de menigte te laten verwelkomen.

De rasta’s werden in de eurocentrische Jamaicaanse maatschappij gezien als paria’s met hele malle ideeën. Maar dat beeld werd behoorlijk bijgesteld nadat de man die volgens de rasta’s de allerhoogste is met alle egards werd behandeld door Jamaica’s belangrijkste politici en de keizer op zijn beurt gouden medailles toekende aan rastaleiders. In de gedocumenteerde geschiedenis van Jamaica heeft geen enkele buitenlandse bezoeker zoveel aandacht weten te trekken. Zelfs koningin Elizabeth II, die een maand eerder ten tonele verscheen, wekte niet dezelfde mate van enthousiasme op in het eurocentrische Jamaica.

De door de mainstream maatschappij verachte rastafaribeweging won door het staatsbezoek van de keizer van Ethiopië gigantisch aan populariteit. Vooral veel muzikanten begonnen zich aangetrokken te voelen tot de rastafaribeweging. Bijvoorbeeld Bob Maley’s vrouw Rita, die zich evenzo Marley’s collega’s in de Wailers tot het rastafarigeloof bekeerde. Hetgeen plaatsvond toen Marley zelf in Delaware, Amerika vertoefde om brood op de plank te krijgen. Rita was aanvankelijk een toegewijd christen; ze was zelfs zondagschoollerares. Maar van het ene op het andere moment was ze tot een fanatieke rastafari gemetamorfoseerd. Hetgeen Bob een ongemakkelijk gevoel gaf.

Rita was echter geenszins de enige. Bij terugkomst uit de VS bemerkte Bob op hoe populair het rastageloof in zijn algemeenheid plots geworden was onder jongeren in het getto. Ook al stond hij aanvankelijk sceptisch tegenover dat rastageloof, hij raakte toch nieuwsgierig en begon te reasonen met vooraanstaande rasta’s, in het bijzonder Mortimo Planno. Planno introduceerde Marley in rastagemeenschappen, vertelde hem over de antieke geschiedenis van Ethiopië en Egypte, koning Salomon en de koningin van Sheba, het belang van het nuttigen van ital (zuiver ) voedsel, over zijn persoonlijke ontmoeting met de keizer en nog veel meer, waardoor Marley toch overtuigd raakte zich tot het rastafarigeloof te bekeren. Hij ging zichzelf Tuff Gong noemen, refererend aan Leonard Howell (Gong), de grondlegger van de rastafaribeweging (Tuff Gong zou later de naam worden van een aantal bedrijven gerelateerd aan de familie Marley).

Maatschappelijke betrokkenheid was dus noch helemaal nieuw in de Jamaicaanse muziek noch voor de Wailers. Doch nadat zovele Jamaicaanse muzikanten rasta waren geworden begon het geleidelijk aan mainstream te worden. Meer en meer zangers begonnen steeds openlijker een Zwart bewuste boodschap te verkondigen. Daarnaast begonnen de producers o.a. elementen van de nyabinghi-drums van de rasta’s te incorporeren, zodat uiteindelijk de nieuwe muzieksoort reggae ontstond uit rock steady.

Nadat Bob Marley internationaal doorbrak profileerde hij zich als missionaris van het rastafarigeloof. Waarmee hij de weg had geplaveid voor een hele reeks collega missionarissen om in zijn voetspoor te treden zoals Dennis Brown, Dillinger, Burning Spear, Ras Michael and the Sons of the Negus, Culture, Third World, Bob Andy, the Mighty Diamonds, en nog veel meer. Allemaal artiesten die compromisloos waren betreffende hun identificatie met Afrika en ontelbare mensen zowel binnen als buiten Jamaica geholpen hebben hun roots te vinden en geïnspireerd hebben voor hun rechten op te komen.

Ook al kan Marley gezien worden als de grootste rastamissionaris ooit, hij zou niet de rest van zijn leven trouw blijven aan het rastafarigeloof. Tegen het einde van zijn leven veranderde hij opnieuw van geloof. Op 4 november 1980 liet Rita Marley hem dopen in de Ethiopisch Orthodoxe kerk en verkreeg hij de naam Berhane Selassie. Waarmee hij het geloof had aangenomen van keizer Haile Selassie. Ook al zou ook betoogd kunnen worden dat Marley niet van zijn geloof af was maar dat de focus van zijn geloof was veranderd: hij evolueerde tot een christelijke rasta.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van Bob Marley (3)

De erfenis van Bob Marley (2)

Op het naoorlogse Jamaica speelden de muzikanten aanvankelijk voornamelijk calypso voor buitenlandse toeristen en de plaatselijke elite. Op de radio werd de muziek van wit Amerika gespeeld, zoals Elvis Presley, Pat Boone, Doris Day, etc., maar dat was niet noodzakelijkerwijs de muziek die de gewone man op het eiland omarmde. Daarom creëerden de mensen hun eigen instituten, de sound systems. Op straat brachten die de muziek van Zwart Amerika ten gehore, maar ook wel muziek van Jamaicaanse oorsprong. Al werd met name de Amerikaanse r&b razend populair op het Caribische eiland begin jaren ’50. Onder invloed van die Amerikaanse r&b ontstond de Jamaicaanse ska. De eerste generatie ska-artiesten hield geen droog brood over aan hun muziekcarrière omdat ze zwaar werden geëxploiteerd. Hierdoor raakten verschillenden van hen zo gefrustreerd dat ze het voor gezien hielden. Echter, een nieuwe generatie muzikanten die gek was van James Brown creëerde een nieuwe muzieksoort genaamd rock steady.

De Jamaicaanse muziek revolutioneerde toen de verachte rastafaribeweging het wist te kapen. Rock steady was afleiding van de zaken die er echt toe doen: de teksten gingen doorgaans over romantiek en seks. Doch er ontstond een nieuwe muzieksoort waarin de teksten gingen over zaken als onderdrukking, Zwarte emancipatie, Afrika, verlossing, etc., hetgeen tevens werd onderstreept door een ander geluid. Het werd sneller en vooral de bas en de slaggitaar werden dominant. De nieuwe muziek ging reggae heten, naar een dans die aangeprezen wordt in het gelijknamige nummer Do the reggae van Toots & The Maytals (1968), al is niet duidelijk wie nou precies de eerste reggaeplaat heeft gemaakt. Reggae was zowel een reflectie als een antwoord op de sociale conditie van de Zwarte mens. De meeste serieuze reggae-artiesten waren Rasta’s en met de creatie van reggaemuziek bleek de rastafaribeweging een effectief medium te hebben gecreëerd om hun boodschap over de ganse wereld te verspreiden.

Aanvankelijk wees alles erop dat Jimmy Cliff de eerste internationale reggae-ster zou gaan worden. De verwachting was dat Cliff’s carrière op stoom zou geraken door zijn hoofdrol in de film The Harder They Come, maar door financiële problemen kwam de film pas na drie jaar uit (1972). Ondertussen had Cliff de rastabeweging reeds de rug toegekeerd, zijn dreadlocks afgeknipt en was Black muslim geworden. Bovenal had hij woedend zijn platenmaatschappij Island verruild voor EMI. Dessalniettemin, The Harder They Come liet de wereld kennis maken met reggae, en vlak nadat Cliff bij Island de deur had dicht geslagen klopte Bob Marley aan de deur. Het plan dat Island had om de carrière van Cliff te lanceren werd getransfereerd naar Marley, en de rest is geschiedenis.

Maar de invloed van Cliff op de carrière van Marley is nog fundamenteler: Cliff heeft Marley ontdekt en hem geïntroduceerd bij producer Leslie Kong waardoor hij zijn eerste singles One Cup of Coffee en Judge Not kon laten uitbrengen in 1962. In 1963 zou Marley met de autodidacte muzikant Peter Tosh en Bunny Wailer de skaband The Wailers oprichten, die in wisselende samenstelling zou bestaan tot 1974, toen Marley brak met Peter Tosh en Bunny Wailers en verder ging onder de noemer Bob Marley en The Wailers.

The Wailers met Bob Marley waren reeds jaren in Jamaica succesvol voordat ze internationaal doorbraken, want thuis hadden ze reeds menig nummer 1 hit gescoord. Desondanks werd hun succes in die dagen nog niet vertaald naar hun bankrekening. Bob Marley heeft in 1966 zelfs een tijdje in de VS gebivakkeerd om de kost te verdienen. Toen hij terugkwam is hij mede onder invloed van zijn vrouw Rita tot het rastafarigeloof bekeerd. Na enige tijd door rasta-ouderlingen wegwijs te zijn gemaakt begon Marley van ± 1970 met zijn muziek een Zwart bewuste boodschap te verkondigen.

Dat reggae potentie had bleek wel uit het feit dat verschillende reggae acts de Engelse pop charts hadden bestormd begin jaren ’70. Platenbazen zochten nu naar een manier om ook de grote Noord-Amerikaanse en Europese markt te veroveren. Daar werd in geslaagd met het sublieme album Catch a Fire van The Wailers, waarmee The Wailers de eerste internationale reggaesterren werden. De internationale doorbrak van Bob Marley kreeg nog meer gestalte nadat Eric Clapton zijn song I Shot The Sheriff coverde in 1974.

Bob Marley groeide uit tot een ware wereldster. Over de hele wereld vonden mensen troost en (h)erkenning in de onderwerpen die hij aankaartte, hij gaf middels zijn muziek mensen Redemption. Hij werd de eerste wereldster uit de zogenaamde derde wereld. Ook in Nederland bleek dat Bob Marley een heel nieuw publiek aantrok. Bob Marley heeft zes maal opgetreden in Nederland en zijn concerten waren, na de concerten van James Brown, de eerste concerten in Nederland waarbij meer Zwarte mensen dan witte mensen aanwezig waren in het publiek.

Bob Marley zou dus reeds in 1981 sterven aan een dodelijke ziekte, volgens de officiële lezing het gevolg van een verwaarloosde voetbalblessure. Maar de man is alles behalve vergeten. De muziek van Marley is heden ten dage nog altijd dusdanig relevant dat het een understatement is als gezegd wordt dat betreffende muziek het predikaat tijdloos verdient. Want de man heeft zowel reggae, het rastafarigeloof als Jamaica mondiaal op de kaart gezet. Bovendien, er kan gesproken worden van een ware Marley dynastie. Met Ziggey voorop hebben na zijn heengaan zijn zoons de draad opgepikt en zijn doorgegaan met het verspreiden van de boodschap.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van Bob Marley (2)

De erfenis van Bob Marley (1)

Voetbalkampioen van Nederland, Ajax Amsterdam, lanceert aankomend seizoen een tweede reserveshirt als eerbetoon aan niemand minder dan Bob Marley. De op 11 mei 1981 overleden reggaelegende valt reeds jaren niet meer weg te denken uit de Amsterdam Arena. Zijn hit Three Little Birds is uitgegroeid tot het Ajaxlied. Zodra de hymne uit de speakers begint te galmen komt de stemming er gegarandeerd goed in. Hiermee is Bob Marley een onlosmakelijk onderdeel geworden van een wereldberoemde profclub en tevens postuum zijn grote droom uitgekomen.

De vraag die menigeen zal stellen, wat heeft een maatschappelijk betrokken reggaezanger nou met voetbal? Het antwoord is simpel: alles! Ook al heeft Marley tot zover bekend nimmer een liedje over voetbal geschreven, voetbal betekende alles voor de koning van de reggaemuziek.

Robert Nesta Marley werd op 6 februari 1945 geboren op Jamaica in het dorpje Nine Miles. Hij was de zoon van de 18-jarige Zwarte Jamaicaanse vrouw Cedella Malcolm en de 60-jarige Britse legerofficier Norval Marley. In het koloniale Jamaica zat dat niet lekker. De witte familie van Norval Marley beschouwde zijn relatie met een Zwarte Jamaicaanse als een schande. Onder druk van die familie bemoeide Marley senior zich steeds minder met zijn gezin. Wel trachtte hij zijn zoon nog te laten adopteren door een neef, maar dat werd weer door de familie van Cedella Malcolm geweigerd.

Uiteindelijk zou Bob met zijn moeder verhuizen naar de sloppenwijk Trenchtown in hoofdstad Kingston, doch ook daar was hij met zijn relatief lichte huidskleur aanvankelijk niet welkom. Want wat deed die ‘red bwoy’ in ’s hemelsnaam in Trenchtown? Waarom woonde hij niet op stand bij die andere arrogante lichtgekleurden? De familie van een vriendinnetje verboden haar zelfs nog langer met hem om te gaan: “We willen geen witte man in onze familie!” zeiden haar broers.

Bob had in zijn jeugd echter twee bezigheden waar hij zich aan vast kon klampen en troost uit kon putten en dat waren muziek en voetbal. Muziek maakte hij met zijn zelfgemaakte gitaar en voetballen deed hij op blote voeten. Vooral voetballen was belangrijk voor Bob, want daarmee wist hij het respect af te dwingen bij de jongens uit de buurt, zelfs van sommigen die hem aanvankelijk verrot scholden.

Bob’s beste vriend en idool was mede rastaman Skilly (Alan Cole), in de jaren ’70 een internationaal bekende voetballer die volgens de Jamaicanen beter was dan Pelé. Dat werd ‘bewezen’ in een legendarische wedstrijd gespeeld op 21 september 1975 tussen het Jamaicaanse Santos en New York Cosmos. Skilly maakte zich toen onsterfelijk door voor het oog van 45.000 uitzinnige Jamaicanen in zijn eentje het grote New York Cosmos van Pelé te verslaan (1-0). Zijn bewondering voor Skilly stak Marley niet onder stoelen of banken: “Ik wou dat ik net zo goed kon zingen als jij kan voetballen!”. Skilly was in principe één van de beste voetballers ter wereld, maar hij was ook een echte rudeboy, die marihuana roken tot topsport had verheven en beslist niet vies was voor eigenrichting, waardoor internationale topclubs als New York Cosmos (die hem op de voet volgden) het toch niet aandurfden om hem te contracteren. Skilly was geen muzikant maar wel een centraal figuur in de carrière van zijn boezemvriend Bob Marley, want als platenmaatschappijen verzuimden royalties te betalen of lokale radiostation weigerden Bob’s platen te draaien, dan loste Skilly dat op zijn manier op door de boosdoeners met zijn crew met een bezoekje te vereren en op grof geweld te trakteren.

Zelf greep Marley iedere gelegenheid die zich voordeed aan om te voetballen en voetballen deed hij per definitie met volle overgave: hij speelde altijd keihard en was bloedfanatiek, hij haalde altijd alles uit de kast om te winnen. Daarbij was hij ook heel streng voor zijn medespelers. Doorgaans begonnen zijn optredens te laat omdat hij de tijd vergat bij het voetballen. Het verhaal gaat zelfs dat Marley zijn bandleden doelbewust selecteerde op voetbaltalent. Want als Marley ergens optrad dan speelde hij en zijn entourage in de regel wedstrijden tegen lokale mensen en dan wilde hij beslist niet afgaan.

Door zijn voetbalfanatisme werd hij een betere muzikant. Het vele voetballen maakte hem namelijk topfit waardoor hij het publiek waar voor hun geld kon geven middels energieke concerten. Tevens maakte Marley muziek met dezelfde passie waarmee hij voetbalde. Daarbij werden zijn bandleden niet gespaard. Na afloop luisterde hij de opname van concerten af en als dan bleek dat bepaalde bandleden zich niet aan de afspraken hadden gehouden dan kon Marley behoorlijk agressief reageren. Desalniettemin, het liefste was Marley voetballer geworden. Dat kon hij aardig, maar volgens insiders niet goed genoeg om er zijn beroep van te maken. Echter, voor de muziek bleek hij zoveel meer talent te bezitten dat hij daarmee de status van wereldvoetballers evenaarde of zelfs overtrof. Daaraan toevoegend, Marley is ondanks zijn ontoereikende voetbaltalent tegenwoordig toch daar gekomen waar hij wilde aangezien zijn muziek niet meer weg te denken is uit het stadion van een beroemde profclub en zijn naam verbonden is aan hun reserveshirt. Gezien Marley’s ongekende passie voor voetbal zou hij trots als een pauw zijn geweest met deze ontwikkeling. Anderzijds zou de vraag opgeworpen kunnen worden of de neoliberalisering van het huidige topvoetbal wel strookt met de maatschappelijke betrokkenheid waar Marley bekend om staat. Want betoogd zou kunnen worden dat Bob Marley nu eveneens wordt geneoliberaliseerd…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van Bob Marley (1)

De leugen regeert (2)

Het feuilleton Pinokkio in het torentje dreigt net zo’n gebed zonder eind te worden als Goede Tijden, Slechte Tijden. Nederland is nog nauwelijks bekomen van de ene leugen van de belichaming van de leugen en de volgende wordt alweer ontmaskerd, ditmaal door journalisten van RTL. Net nu de leugen met behulp van informateur Tjeenk Willink op de weg terug was en succesvol aan het veinzen leek zijn leven te hebben gebeterd. Beetje bij beetje leek de leugen het vertrouwen van de potentiële coalitiepartners wonder boven wonder weer terug te winnen. Dat viel af te leiden uit het gegeven dat hun uitlatingen richting de leugen minder totalitair werden en er zodoende openingen kwamen tot gesprekken. Oftewel, de lelijke woorden contra de leugen ten spijt had het er alle schijn van dat de leugen wederom zou gaan zegevieren en Rutte IV binnen afzienbare tijd stralend glimlachend met de koning op het bordes zou staan.

Nadat RTL dankzij anonieme bronnen onthullingen had kunnen doen over machiavellistische discussies in de Ministerraad beging kettingleugenaar Rutte de zeer ongebruikelijke stap om de notulen der Ministerraad vrij te geven. Zodoende de kou uit de lucht halend. Het feit dat hij daartoe over ging suggereerde dat er niks aan de hand was. Blijkbaar hadden de leugen en zijn ploeg niets te verbergen. Dat was ook hetgeen de leugen communiceerde naar de pers in de dagen voorafgaand aan de openbaarmaking der notulen: “Er was niets onoorbaars gebeurd”. Aan de andere kant, het zou natuurlijk niet de eerste maal zijn dat de leugen een eigen draai geeft aan de harde feiten. Dus het werd spannend: zat RTL ernaast en zou uit de notulen blijken dat er inderdaad niets onoorbaars was geschied of had de leugen er wederom geen herinnering meer aan?

Het optimisme van de leugen ten spijt bleek uit de gewraakte notulen dat het kabinet totaal niet geïnteresseerd was in het lot van de slachtoffers van de toeslagenaffaire maar vooral in het redden van hun eigen politieke hachje. Er werd steen en been geklaagd over kritische Kamerleden en tactieken besproken om ze te ʻsensibiliserenʼ. Dus wederom had de leugen zijn eigen invulling gegeven aan een woord. Deze maal het woord onoorbaar.

Na het dramatische debat naar aanleiding van de lekblunder van Ollongren had de Tweede Kamer moeten eisen dat de leugen zich na liet kijken door een gerenommeerde psycholoog. Die persoon had na grondig onderzoek vast moeten stellen of de leugen dement is, een pathologische leugenaar is, danwel lijdt aan pseudologia phantastica (een leugenaar die daadwerkelijk in zijn leugens gelooft). Aan welke van deze geestelijke afwijkingen de leugen ook lijdt, ze maken hem allemaal ongeschikt om Nederland te leiden. Of de man nu liegt uit onbekwaamheid omdat hij dement is of simpelweg uit onbedwingbaarheid, een zichzelf respecterende democratie kent geen meneer die onder een geestelijke afwijking lijdt de hoogste politieke functie des lands toe maar zorgt ervoor dat zo iemand goede professionele hulp krijgt. Of zou dat ironisch genoeg niet meer kunnen omdat uitgerekend de leugen die voorziening weg heeft bezuinigd met zijn neoliberale beleid?

Desalniettemin, the facts on the ground spreken in het voordeel van de leugen. De leugen won recentelijk namelijk wedermaal de verkiezingen. De Nederlandse kiezer maalt dus niet om een leugentje meer of minder van de leugen. Heeft ook te maken met de linkse oppositie dat zichzelf elimineerde door eertijds samen met de leugen te regeren en de leugen´s neoliberale beleid sanctioneerde. Dat heeft de (linkse) kiezer teleurgesteld. Daarnaast is de toeslagenaffaire geen probleem voor het hardcore electoraat van de leugen. Onder hen heeft er eigenlijk altijd al een sentiment geheerst dat zij veel te veel belasting ophoesten dat in de zakken belandt van frauderende nietsnutten. Menigeen onder hen zal stilletjes juichen dat de leugen in ieder geval een serieuze poging heeft gewaagd om hun belastinggeld ʻte beschermenʼ. In hun ogen heeft de leugen zijn inspanningsbelofte ingelost, daarom hebben ze hem beloond met hun stem. Dus triest genoeg werkt de toeslagenaffaire tot op zekere hoogte ook in het voordeel van de leugen.

Alle grote woorden van de oppositie ten spijt lijkt de leugen momenteel toch op ramkoers te liggen om de strijd om het torentje te gaan winnen. Sowieso staat zijn partij onvoorwaardelijk achter hem. Wat het beeld versterkt dat betreffende partij niet ten dienste staat van het volk maar ten dienste van de leugen. Doel van die partij is koste wat het kost de leugen in het zadel houden. Meerdere partijen hebben ook hun woorden richting de leugen enigszins gekuist. Een vooraanstaand journalist verkondigde onlangs zelfs dat mevrouw Simons nog de enige waarachtige oppositie is, waarmee hij refereerde aan hoe zij de leugen serieus aan het wankelen bracht in debatten met scherpe vragen (mevrouw Simons verrast vooralsnog vriend en vijand), wat inhoudt dat de oppositie slechts uit één zetel bestaat. Willink maakte in de nasleep van het debat gerelateerd aan de notulen wereldkundig dat de meeste partijen een samenwerking met de VVD onder leiding van de leugen niet uitsluiten. Het debat van 29 april was uiteindelijk dus gewoon poppenkast, want de positie van de leugen is er niet verder door verzwakt, maar hij lijkt zelfs weer op te krabbelen als we de conclusies van Willink mogen geloven. Uitkomst: de gepubliceerde notulen waren uitstekend voor de leugen, want nu kan hij de schuld afschuiven naar medeplichtigen in de Ministerraad.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De leugen regeert (2)

Het 007-gevoel

George Floyd was zeker niet de eerste Zwarte man die op oneigenlijke gronden door de Amerikaanse politie voortijdig naar het hiernamaals is geholpen. Ook niet de eerste Zwarte man wiens moord op de gevoelige plaat is vereeuwigd. Cynisch uitgedrukt is hij een slachtoffer van dertien in een dozijn van de hermandad van het land met de vlag met dertien strepen. Toch zal Floyd naar alle waarschijnlijkheid de eer gaan genieten dat zijn moord in het collectieve geheugen van de wereld gearchiveerd zal worden met hoofdletters. Floyd is tegen wil en dank de ultieme martelaar van politiegeweld geworden.

Agent Derek Chauvin drukte bijna negen minuten lang met zijn knie op de nek van George Floyd, terwijl hij onderwijl nonchalant zijn handen in zijn zakken had. In plaats dat zijn collega’s ingrepen hielden ze liever het publiek op afstand dat met afgrijzen live aanschouwde hoe George Floyd letterlijk werd genekt ondanks dat hij “ik kan niet ademen!” had gebekt. De beelden shockeerden de wereld. Zelfs menig conservatief erkende ruiterlijk dat hier sprake was van een racistische politiemoord.

Wereldwijd was de verontwaardiging groot. Overal en nergens kreeg de Black Lives Matter beweging voet aan de grond. Ook in Nederland bleek BLM niet slechts vertegenwoordigd te zijn op papier maar zelfs over een robuuste organisatorische infrastructuur te beschikken die over het ganse land verspreid protesten op poten wist te zetten waar duizenden mensen van allerlei afkomst gaarne acte de presence gaven. De Engelse Premier League Football ging zelfs een tegenovergesteld beleid voeren aan dat van de Amerikaanse NFL: waar de NFL getracht heeft spelers te verbieden om te knielen uit protest tegen racistisch politiegeweld gebood de Premier League juist alle spelers voorafgaand aan iedere wedstrijd te knielen in referentie naar BLM.

Anderzijds, er is altijd wel geageerd tegen het racistische optreden van de (Amerikaanse) politie. Men protesteerde menigmaal geweldloos, desalniettemin, het politiegeweld bleef nodeloos. Echter, het protest tegen politiegeweld bleef niet altijd geweldloos. Zwart Amerika heeft in de jaren ’60 en ’70 zelfs een ware oorlog met de mensen in blauw uitgevochten middels organisaties als de Black Panther Party en de Black Liberation Army. Maar ook dat heeft niet mogen baten. Politiegeweld is schering en inslag gebleven. Zelfs nadat het door de democratisering van de smartphone voor eenieder visueel was gemaakt. De politie blijkt keer op keer compleet maling te hebben aan negatieve publiciteit. Tijdens het proces tegen Derek Chauvin werd de wereld wedermaal opgeschikt door beelden van de moord op een ongewapend kind.

Chauvin werd tot grote vreugde van eenieder met een functioneel ontwikkeld gevoel voor gerechtigheid door de jury schuldig bevonden. Dat werd vantevoren gehoopt, maar was verre van zeker. Zelden heeft een politieagent namelijk hoeven boeten voor het toepassen van buitensporig geweld. Hetgeen bijdraagt aan het 007-gevoel van politieagenten: het gevoel een moordvergunning te hebben. Alleen al om dat 007-gevoel enigszins te temperen was het toch goed dat Derek Chauvin ter verantwoording is geroepen voor het hekje.

Of de schuldig bevinding van Chauvin het handelen van de geweldmonopolisten wezenlijk gaat veranderen is natuurlijk maar de vraag. De vraag is zelfs of het überhaupt kan. Buitenproportioneel racistisch geweld zit immers in het DNA van het Amerikaanse politieapparaat. Want de Amerikaanse politie stamt af van de beruchte slave patrols. Een institutie die de Noord-Amerikaanse slavenhouders hadden geïmporteerd uit het Caribisch gebied. Een professionele beveiliging die weggelopen slaafgemaakten moest vangen en slavenopstanden voorkomen. Slaafgemaakten die zonder verplicht gesteld pasje zich buiten de plantage bevonden moesten het ergste vrezen. Of erger nog, ook al konden ze wel een pasje tonen dan nog waren ze overgeleverd aan de willekeur van de slave patrols. De slave patrols hebben Zwart Amerika verschrikkelijk geterroriseerd. Na de afschaffing van de slavernij ging de politie door waar de slave patrols gebleven waren, tot op de dag van vandaag.

De slave patrols hadden als doel het Noord-Amerikaanse systeem van slavernij beschermen. Een verschrikkelijk wreed systeem van exploitatie. De huidige politie is gecommitteerd aan het prison-industrial-complex. Een systeem van private gevangenissen dat als verdienmodel heeft zoveel mogelijk (Zwarte) mensen achter slot en grendel krijgen. Om dat doel te verwezenlijken financiert men onder meer politici die pleiten voor alsmaar meer wetten en strengere straffen zodat er zoveel mogelijk (Zwarte) mensen in de lik belanden om geëxploiteerd te kunnen worden als slaafgemaakte met een loon van een paar cent per uur. Eveneens investeren ze in de muziekindustrie om de beeldvorming negatief te beïnvloeden en labiele jongeren aan te moedigen het slechte pad op te gaan (gangsta rap). Een vicieuze cirkel dus, want met deze zeer goedkope arbeid pakken de gevangeniseigenaren werk af van mensen die vrij rondlopen en een eerlijke boterham willen verdienen. Sluw richt het prison-industrial-complex doelbewust haar peilen in de eerste plaats op een impopulaire bevolkingsgroep vanuit het idee dat het toch niemand kan schelen wat ze ondergaan.

De vraag is of de Amerikaanse politie daadwerkelijk kan hervormen zolang het prison-industrial-complex bestaat. Er zullen best elementen zijn in hogere kringen die willen hervormen omdat racistisch politiegeweld Amerika een pr-probleem verschaft op het geopolitieke schaakbord. Want het vingertje gaat teruggewezen worden als de VS zichzelf weer eens opwerpt als de kampioen van de democratie en mensenrechten. Maar gaat het prison-industrial-complex dit toestaan? Racisme zit sowieso diep verankerd in de Amerikaanse samenleving, maar het prison-industrial-complex is een extra struikelblok dat effectief getackeld dient te worden wil men het 007-gevoel daadwerkelijk raseren.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Het 007-gevoel

De erfenis van DMX

De erfenis van DMX

Op 9 april jongstleden heeft er wederom een Hip-Hopartiest definitief zijn ogen gesloten. Helaas is dat in principe niets iets bijzonder aangezien tegenwoordig haast wel maandelijks een of andere straatrijmelaar definitief de ogen sluit. Echter, het ging deze keer niet om zo maar een willekeurige straatrijmelaar maar om niemand minder dan DMX, één van de succesvolste Hip-Hopartiesten ooit.

Na jaren van worstelen ging de carrière van DMX eind jaren ’90 ineens als een raket. Dit alles in een epoque dat de rapmuziekindustrie nog in bezinning was vanwege het trieste verloop van een rapoorlog tussen de oost-en westkust, die twee van de grootste sterren in het metier het leven had gekost. In deze periode wist Biggie Small’s platenbaas en vriend Puff Daddy zich te ontpoppen tot het nieuwe Hip-Hop-icoon, maar dat was niet tot ieders tevredenheid.

De imposante verkoopcijfers ten spijt wist Puffie zich nl. niet te onderscheiden als rapper. De man maakte zoetsappige, commerciële muziek die de echte liefhebbers niet kon bekoren. Bovendien haalde Puffie wel erg graag zijn overleden vriend Biggie aan. Puffie zal zeker bedroefd zijn geweest om Biggie’s gewelddadige dood, maar waarom moest hij daar zo opzichtig mee blijven koketteren? Het deed nl. de oneerbiedige vraag opwerpen waar diens verdriet om Biggie’s heengaan ophield en waar het exploiteren van diens dood begon. Meer in het algemeen waren veel fans het jiggie-tijdperk beu (het opzichtig etaleren van dure merkkleding, champagne, rolex, etc.). Kortom, er was behoefte aan een rapkoning met een net iets andere uitstraling en DMX voldeed aan die behoefte en kon zodoende in 1998 de troon bestormen met zijn revolutionaire nieuwe rapstijl.

Alhoewel DMX eind jaren ’90 onwaarschijnlijk hard doorbrak ging zijn pad naar succes lange tijd over allesbehalve rozen. Bij DMX (Earl Simmons) past het klassieke verhaal van het kind uit de goot dat het tot rap-ster wist te schoppen. Simmons groeide op in Yonkers (een stad grenzend aan de New Yorkse wijk the Bronx). Simmons leed in zijn jeugd onder chronische astma, bittere armoede en mishandeling van zijn opvoeders. Als tiener raakte hij reeds drugsverslaafd en maakte al rovend en plunderend zijn stad Yonkers onveilig. Op 14-jarige leeftijd belandde hij (opnieuw) in een tehuis. Aldaar waren er veel Hip-Hopfans die onder de indruk waren van zijn talent en hem aanmoedigden er iets mee te doen. Simmons ging beatboxen voor de lokale rapper Ready Ron en noemde zichzelf DMX naar de Oberheim DMX drumcomputer (later Dark Man X). Naar verloop van tijd ging DMX zelf rappen en dat ging hem steeds beter af. In 1992 bracht hij al platen uit maar die flopten. Wel wist hij in de ondergrondse Hip-Hopscene van groter New York een naam op te bouwen. Ook Jay Z was in die periode nog verre van een wereldster doch wel een zeer gerespecteerde battlerapper in de plaatselijke scene: als je van Jay Z kon winnen dan werd je als een grote meneer gezien. Wel, gedurende deze periode ging DMX verschillende keren een battle aan met Jay Z en naar verluidt heeft DMX in al die battles gezegevierd.

Na een naam te hebben opgebouwd in het ondergrondse circuit pikte het indertijd noodlijdende Def Jam hem op. Na verschillende gastoptredens te hebben gedaan bracht Def Jam in 1998 meteen twee albums van hem uit die allebei op nummer 1 debuteerden op Billboard. Sterker nog, zijn eerste vijf albums debuteerden op 1. Een nooit eerder vertoond huzarenstukje. Met hits als Party Up en Ruff Riders Anthem. Eveneens collaboreerde hij met r&b-sterren als Aaliyah. In totaal zou DMX 74 miljoen platen verkopen. Gezegd is wel dat DMX Def Jam gered heeft.

DMX ontwikkelde een unieke delivery wat veel mensen deed denken aan het grommen van een hond. Aangezien hij honden zag als zijn beste vrienden vond hij dat wel een eer. Tevens onderscheidde hij zich met de ongekende energie in zijn rapstijl, waarvan Hip-Hopvernieuwer Rakim gezegd heeft dat hij daar jaloers op is. Wat opmerkelijk was dat DMX ondanks zijn rauwe getto-uitstraling regelmatig de lieveheer ter sprake bracht in zijn muziek. Dat had te maken met zijn opvoeding als Jehova getuige. Verder lag DMX jarenlang overhoop met collega Jah Rule omdat laatstgenoemde volgens DMX zijn rapstijl had gestolen.

Maar het ging fout toen zijn oude concurrent Jay Z CEO van Def Jam werd. Volgens DMX misgunde Jay Z zijn succes en zou om die reden verzuimen nieuwe muziek van hem uit te brengen laat staan promoten. Dus door Jay Z zou het uitbrengen van zijn zesde album telkens om onduidelijke redenen vertraagd zijn. Los daarvan, voor DMX gaat helaas de tegeltjeswijsheid op dat je een kid uit het getto kunt halen maar het getto niet uit een kid. Ondanks zijn status als superster bleef hij drugsverslaafd en veelvuldig in aanraking komen met justitie, hetgeen logischerwijs ook niet bevorderend was voor zijn carrière. Uiteindelijk stapte DMX in 2006 over naar Columbia Records om zijn zesde album uit te brengen, maar de verkoopcijfers kwamen aldaar niet van de grond.

Wat men verder ook van DMX vindt, aan street credibility had hij geen gebrek. Omgekeerd, dat is wellicht de reden dat hij nu verleden tijd is. Volgens de officiële lezing is DMX overleden aan een overdosis drugs. Gezien zijn langdurige drugsverslaving kan dat moeilijk uitgesloten worden. Maar er gaan ook geruchten dat DMX een fatale hartaanval kreeg na het nemen van het coronavaccin.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van DMX