De erfenis van generaal Maceo (1)

Antonio Maceo kan gerekend worden tot de voortreffelijkste legeraanvoerders uit de wereldgeschiedenis. De man toonde onvoorstelbare moed in het zicht van schier onoverkomelijke uitdagingen. Hij boekte spectaculaire successen en kaapte zodoende de verbeelding van de wereld zoals nadien wellicht nooit meer iemand is gelukt. Desalniettemin is hij heden ten dage vrij onbekend buiten Latijns-Amerika, maar dat is volstrekt onterecht.

Antonio Maceo werd op 14 juni 1845 geboren op Cuba. Zijn ouders waren vrije Zwarten. Van jongs af aan was Maceo politiek bewust geweest. Zo had hij een hekel aan de slavernij die hij om zich heen zag en beschouwde de Spaanse overheersing van Cuba als de oorzaak van de heersende armoede. Ondanks zijn gebrek aan formeel onderwijs kwam hij schrander over en werd ‘ontdekt’ door een advocaat die hem introduceerde in de kringen van revolutionaire Cubaanse activisten. Op 12 oktober 1868 vond de eerste actie van de revolutionairen plaats in de zgn. tienjarige oorlog en de jonge Antonio Maceo was van de partij. Sterker nog, meteen tijdens dat eerste treffen met de Spaanse overheersers onderscheidde hij zich dusdanig dat hij bevorderd werd tot sergeant.

In theorie waren de Cubanen volstrekt kansloos tegen het talrijke, met de modernste wapens uitgeruste Spaanse leger. In de praktijk bleken de in vodden gehulde en grotendeels met slechts kapmessen uitgeruste rebellen het de Spaanse imperialisten knap lastig te kunnen maken. Met name dankzij geboren soldaten als Maceo in de gelederen. Maceo bleef zichzelf onophoudelijk onderscheiden met als gevolg dat hij ondanks zijn huidskleur snel opklom in de hiërarchie en het uiteindelijk tot generaal schopte.

De revolutie verliep voortvarend maar begon desalniettemin te struikelen. De revolutie kampte nl. met een grote weeffout. De revolutionairen waren het erover eens dat Cuba zsm onafhankelijk moest worden. Maceo en consorten meenden dat die onafhankelijkheid vervolgens de sleutel was tot het invoeren van vergaande sociale hervormingen zoals het afschaffen van de slavernij. Slavenmeesters die een grote vinger in de pap hadden dachten daar echter heel anders over. Uit propagandistische motieven konden ze wel eens verkondigden dat emancipatie een doel van de revolutie was, maar in werkelijkheid wensten zij de slavernij gewoon te handhaven. De Spanjaarden wisten dat en trachtten de revolutionairen continu uit elkaar te spelen door op dergelijke sentimenten in te spelen.

Maceo bleef ondertussen onverminderd de ene verbluffende overwinning na de andere boeken. Maar het bleek water naar zee dragen te zijn aangezien de hoogste leiders van de revolutie een vredesverdrag zouden gaan sluiten met de Spaanse opperbevelhebber generaal Campos. Dit was in de ogen van Maceo onvoorstelbaar. Maceo beschouwde het Verdrag van Zanjón als hoogverraad aangezien het betreffende vredesakkoord noch onafhankelijkheid, noch de afschaffing van de slavernij garandeerde. Om die reden bleef Maceo als enige leider gewoon doorvechten. Dit was zijn beroemde protest van Baraguá. Maar er kwam een compromis. De vrede kwam er doch Maceo gaf zich nimmer over aan de Spanjaarden. Hierdoor konden de revolutionairen zeggen dat ze niet verslagen waren maar de revolutie om strategische redenen hadden opgeschort.

Na veel tegenslagen werd de revolutie inderdaad hervat in 1895. Alhoewel Máximo Gómez opperbevelhebber werd van de revolutionairen was het Maceo die zich als geen ander onderscheidde op het slagveld. De revolutionairen wilden deze maal de oorlog niet beperken tot het oosten van het eiland, maar het ganse eiland in vuur en vlam zetten, inclusief het welvarende westelijke deel. Om dat te voorkomen hadden de Spanjaarden trocha’s gebouwd (onoverbrugbaar geachte versperringen). Maar tot grote ontzetting van de Spanjaarden wist Maceo met zijn leger die trocha’s toch over te steken en het westen te bereiken. Eén zo’n onneembaar geachte trocha lag nabij Havanna. Gezegd werd dat mocht het Maceo gelukken om die trocha te doorkuisen hij groter was dan Hannibal. Op 8 januari 1896 deed Maceo precies dat en bereikte in volle glorie het meest westelijke deel van Cuba. De propaganda van de Spanjaarden (Maceo afschilderen als een gevaarlijke schurk) bleek niet te hebben gewerkt: hij werd door de plaatselijke bevolking overal als een held onthaald. De westelijke invasie, waarbij Maceo met een klein leger heel Cuba doorkruiste, wordt beschouwd als één van de meest briljante militaire operaties van de 19e eeuw.

Echter, wederom werden Maceo ongekende militaire successen ondermijnd. De hoogste leiders van de revolutie konden het niet verkroppen dat een Zwarte man zo machtig en populair werd. Plotseling werd zijn broer José Maceo ontheven van zijn functie als commandant van de provincie Oriente en zijn kameraad Gómez als opperbevelhebber. Reden voor Maceo om snel terug te keren naar het oosten om de revolutie te redden. Maceo moest nu opnieuw een trocha doorkruisen. Maar in een schermutseling met de Spanjaarden werd de onoverwinnelijk geachte Maceo gedood op 7 december 1896.

Maceo is betrokken geweest bij meer dan 500 militaire confrontaties met het Spaanse imperium waarbij zijn lichaam werd geteisterd door zoveel als 25 schotwonden. Maar hij verloor nooit één enkele veldslag. Keer op keer was hij de tot op de tanden bewapende Spanjaarden te slim af. Maceo had de oorlog met vlag en wimpel kunnen winnen, ware het niet dat de Spanjaarden met succes propaganda verspreidden onder de witte leiders van de revolutie dat de Zwarte Maceo een dubbele agenda had en van plan was van Cuba een nieuw Haïti te maken. Alhoewel, kwa militaire prestaties kan Maceo zeker vergeleken worden met de helden van de Haïtiaanse revolutie…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Long live the Kane

Medio jaren ’80 ontwikkelde Hip-Hop zich spectaculair. Dat gold met name voor het rappen. Zo meende begin jaren ’80 menig rapper nog weg te kunnen komen met kinderrijmpjes aangevuld met zelfverzonnen onzinwoorden. Dit was één van de redenen waarom Hip-Hop jarenlang niet serieus werd genomen door de grote boze buitenwereld. Maar naarmate de concurrentie groter werd werd men ook steeds meer gedwongen iets meer te geven om zich te onderscheiden van diezelfde concurrentie. Zodanig zelfs dat men het als kitsch beschimpte rappen wist te ontwikkelen tot een erkende kunstvorm. Eén van de rapfenomenen die in dat proces ontegenzeggelijk een voortrekkersrol heeft vervuld is Big Daddy Kane.

Antonio Hardy begon als kind met rappen onder invloed van zijn grote neef Murdoch. Hij was een groot fan van het karakter Caine gespeeld door David Carradine in een tv-serie genaamd King Fu, wat hem inspireerde om zichzelf MC Kane te noemen, hetgeen later dus weer werd verfraaid tot Big Daddy Kane. Rondhangend in winkelcentrum Albee Square Mall raakte hij bevriend met een andere aspirerende rapper genaamd Biz Markie, die een groot netwerk had en ingangen voor hem creëerde. Zo bracht the Biz hem zelfs in contact met het indertijd fameuse collectief the Juice Crew, waar hij een prominent lid van zou worden.

Voordat Kane zelf beroemd werd deed hij zich op de achtergrond reeds flink gelden. Zo fungeerde Kane als dj voor rapfenomeen Roxanne Shanté, maar schreef ook de teksten voor haar hits “Have a nice Day” , “Go on girl” en Loosey’s rap (van Rick James) net zoals hij de meeste teksten schreef voor Biz Markie’s klassieke debuutalbum “Going off”. Hetgeen tevens de veelzijdigheid van Kane als tekstschrijver aangeeft, aangezien Shanté een battle rapper pur sang is en Biz Markie een clown die bijvoorbeeld rapt over het eten uit je neus.

Volgens Kool Moe Dee heeft Kane improviserend rappen populair gemaakt. Freestyle had eens een hele andere betekenis. Het was gewoon een geschreven rhyme zonder specifiek onderwerp. Improviseren was een vies woord, een zwaktebod. De gedachte was dat mensen die geen rhymes konden schrijven achteraf zeiden dat het geïmproviseerd was, om hun gezicht te redden (net zoals graffiti-artiesten “it rained” erbij zetten als hun kunstwerk is mislukt). Daarom werd ook geen enkele mc die improviseerde gerespecteerd. Maar dat veranderde toen Kane het nummer “Just Rhymin with Biz” uitbracht. Het gerucht op straat was dat Biz Markie met een nieuwe rapper verdienstelijk improviserend aan het freestylen was op plaat. Vervolgens zou het hele concept van wat een freestyle was veranderd zijn. Een freestyle moest voortaan per definitie geïmproviseerd zijn.

In 1988 kwam het lang verwachte debuutalbum “Long Live the Kane” uit, hetgeen als de blauwdruk kan woorden beschouwd van de rapstijl voor oneindig veel rappers. Naast dat Kane op dat album slick talk en punch lines to the next level bracht zijn kenners onder de indruk van Kane zijn inflecties: hij legt altijd de nadruk op de belangrijkere gedeeltes van een woord, zin of lettergreep en een woord staat bij hem nooit op zichzelf maar is altijd verbonden aan een ander woord. Ondanks dat Kane in principe met niemand een beef had spitte hij voornamelijk battle rhymes. Maar hij bezondigde zich net zo goed aan liefdesliedjes. Zijn nieuw verworven status als rapkoning was echter dusdanig robuust dat zijn hardcore fans het hem vergaven en net deden of het nooit was voorgevallen.

Big Daddy Kane stond niet bekend als een politieke rapper zoals Chuck D of KRS ONE, maar dat neemt niet weg dat hij regelmatig een boodschap verkondigde. Bijvoorbeeld in “Word to the Mother” en “Young Gifted and Black”, waarin hij heel bewust de stem van Louis Farrakhan had laten samplen om Farrakhan meer bekendheid te verschaffen onder zijn fans. Of anders wel zijn gastoptreden op “Burn Hollywood burn” van PE of “Who am I” waarop de dochter van Malcolm X te horen is. Want zoals zoveel andere rappers die eind jaren ’80 doorbraken was hij lid van de 5% Nation (een afsplitising van de NOI) en dat klonk door in zijn muziek.

Kane onderscheidde zich niet alleen door zijn rapstijl. Evenzo zijn kledingstijl was een klasse apart. Terwijl de meeste rappers de dagelijkse kledingstijl van succesvolle drugdealers imiteerden en populariseerden trad Big Daddy Kane op in chique driedelige pakken. Doch zijn status was blijkbaar dusdanig onaantastbaar dat hij ook daar mee wegkwam.

Big Daddy Kane heeft samen met Rakim en KRS ONE een nieuwe standaard gezet voor rappers. Sindsdien is de manier van rappen compleet veranderd. Natuurlijk zijn er nadien wel meer rappers geweest die grote invloed hebben gehad, maar nooit meer in de mate als de tweede generatie rapkoningen. Een beroemd voorbeeld van een rapper die duidelijk beïnvloed is door Kane is natuurlijk Jay Z, maar eigenlijk is de lijst schier eindeloos.

Over Jay Z gesproken, die ging rond het jaar 2000 de strijd aan met zijn grote concurrent Nas. Een generatie eerder kwam zo’n battle tussen super rappers tot teleurstelling van vele fans er juist niet. Big Daddy Kane heeft nimmer publiekelijk de degens gekruisd met Rakim. Wie was er eigenlijk beter? Voor de mensen die de ganse dag op straathoeken over Hip-Hop discussiëren zoals Derksen en Gijp over voetbal is het antwoord op die vraag van levensbelang. Zou de slick talk van Big Daddy Kane het winnen van de poëtische concepten van Rakim?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Boomerang in Syrië

Zoals bekend is de door de CIA georkestreerde Arabische lente wat Syrië betreft in een militair debacle geëindigd voor het Anglo-Amerikaanse imperium. In verschillende Arabische landen wist het imperium middels proxies korte metten te maken met onwelgevallige regeringen. Doch in Syrië werd zoveel herrie gemaakt dat de Russische beer wakker werd van zijn geopolitieke winterslaap en de beer bleek toch een maatje te groot voor de haat van de Islamitische Staat. Slechts in Idlib wordt er heden nog gestreden maar iedereen weet dat het slechts een kwestie van tijd is dat ook aldaar de laatste proxies van het imperium onschadelijk zijn gemaakt.

De geopolitieke consequenties van de nederlaag in Syrië gaan wijd gedragen worden. Want niet alleen werd de val van Syrië geambieerd door de VS, maar door een reeks van zowel voormalige als wanna be imperia zoals Groot-Brittannië, Frankrijk, Turkije, Saoedi-Arabië, Qatar, Israël, etc. Allen meenden om uiteenlopende redenen belang te hebben bij een nieuwe status quo in Syrië onder auspiciën van islamisten. Sommigen droomden ervan hun voormalige koloniale imperia ten delen in ere te herstellen, anderen hoopten hun positie op de gasmarkt te verbeteren, en Israël vindt het simpelweg niet fijn om aan grote, sterke Arabische buurlanden te grenzen. Die ziet het liefste dat de Arabische wereld uiteen valt in talloze mini-staatjes die gezamenlijk onmogelijk een vuist kunnen maken tegen de zionistische entiteit. De vraag is hoe dit verder moet. Achter de schermen waren er allemaal toezeggingen gedaan over de verdeling van het vlees van de koe nog voor de slachting. Echter, nu die koe met hulp van de beer terugvochten heeft als een stier is het voor de imperialisten wonden likken geblazen in plaats van likkebaarden.

Maar ondanks de militaire nederlaag geeft het imperium en zijn bondgenoten beslist nog niet op. Zo dacht Israël dat het Syrië naar hartenlust kon blijven bombarderen. Het bedacht zelfs een list om een wig te drijven tussen Syrië en zijn machtige bondgenoot. Het Syrische afweersysteem schoot nl. een Russisch vliegtuig neer. Wetende hoe woedend Rusland reageerde toen Turkije een Russisch vliegtuig neerhaalde zou er een ernstige breuk kunnen ontstaan in de relatie tussen Syrië en Rusland. Maar na onderzoek concludeerden Russische experts dat Israël in deze zeer verwijtbaar gehandeld had. Israël lokte de neerhaling uit door doelbewust met vier F-16 achter het Russische toestel te vliegen, hetgeen de Syrische luchtafweer in verwarring bracht.

De Israëlische list sorteerde echter het tegenovergestelde effect dan gehoopt was. De verwachte breuk in de relatie tussen Syrië en Rusland bleef uit, sterker nog, de band tussen beiden landen werd juist sterker. Rusland gaat nu nl. alsnog het gevreesde S-300 luchtafweersysteem aan Syrië leveren. Rusland wilde het systeem eerder leveren, maar zag daar na hevige protesten van onder meer Israël lange tijd vanaf.

Decennialang beschikte het Israëlische leger over wapens die superieur waren aan die van de legers van de naburige Arabieren, hetgeen telkenmale dramatisch tot uiting kwam op het slagveld. De vraag is of dat nog steeds het geval is als Syrië beschikt over de S-300. Syrië beschikte al over de uit de jaren ’60 daterende S-200 raketten, en gebruikte die met redelijk succes. Zelfs de S-300’s waren al in Syrië, maar onder de hoede van het Russische leger. Israël is gewaarschuwd het Russische leger niet aan te vallen, en neemt die waarschuwing ter harte, onder meer vanwege de aanwezigheid van diezelfde S-300. Een raket die effectief is tegen praktisch ieder vliegend object (of het nu om vliegtuigen gaat of raketten), ook die zogenaamd onzichtbaar zijn voor de radar. Een S-300 gaat sneller dan het snelste Israëlische vliegtuig, is nauwelijks af te schudden omdat het middels een inwendige radar zijn doel vindt. Neutraliseert vliegtuigen uitgerust met elektronische oorlogsvoeringssystemen. Daarnaast is het systeem nauwelijks uit te schakelen middels een preventieve aanval. Bovenal, de S-300 is veel accurater dan de meest geavanceerde Amerikaanse afweerraketten (Momenteel wordt Saoedi-Arabië regelmatig onder vuur genomen vanuit Jemen met oude raketten, maar de door de Saoedi’s gebruikte Amerikaanse luchtafweergeschut kan die oude raketten niet allemaal neerhalen).

Syrië ligt volledig in puin en de bevolking is geterroriseerd en getraumatiseerd. Dus de Syrische bevolking is sowieso de grootste verliezer van de oorlog. Een hele schrale troost is dat het imperium en bondgenoten evenzo verloren hebben. Alhoewel, het lijkt spannend te blijven. Want de Israëlische Minister van Defensie heeft inmiddels stoer publiekelijk verkondigd Syrisch grondgebied te blijven aanvallen, ongeacht de toevoeging van de S-300 aan het arsenaal van het Syrische leger. Als excuus wordt verschaft dat Israël geen keuze heeft om Syrië te bombarderen vanwege de militaire aanwezigheid van aarstvijand Iran.

Anderzijds, het was ook een keuze van Israël om de proxy-oorlog in Syrië te faciliteren. Als die oorlog er niet was geweest dan had Iran nu waarschijnlijk ook niet in Syrië gezeten. Hier zien we dus weer een andere reden waarom ook voor Israël de oorlog in Syrië niet goed uitgepakt heeft. De Syrische strijdkrachten zijn niet verdeeld en gedecimeerd geraakt zoals gepland, maar lijken juist sterker bewapend uit de strijd te komen dan ooit voordien. Bovendien heeft aarstsvijand Iran zich aan de grens van Israël genesteld, waardoor Israël alleen maar meer bedreigd wordt vanuit de Islamitische wereld. Oftewel, Syrië heeft de S-300 maar Israël de boomerang. De boomerang is niet een wapen dat het Israëlische leger gebruikt tegen vijanden, de boomrang is een wapen dat Israël gebruikt tegen zichzelf.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Premier Pinokkio (2)


De afschaffing van de dividendbelasting blijkt een ware obsessie van Mark Rutte (en zijn opdrachtgevers) te zijn en te blijven. Het deert hem totaal niet dat hij in zijn strijd ter afschaffing van de dividendbelasting meermalen op leugens is betrapt, want daar wordt vrolijk overheen gestapt en vervolgens uit hetzelfde vaatje getapt, en neen dit is geen grap. Dat praktisch het ganse Nederlandse volk de dividendbelasting een doorn in het oog is heeft niet mogen baten. Pinokkio Rutte trekt gewoon een lange neus naar de burger (en door het vele jokken is die zo langzamerhand zo lang als het torentje). De man blijkt voor geen enkel argument vatbaar om zijn dubieuze levensdoel nog eens te overdenken. De afschaffing van de dividendbelasting is inmiddels ten aanschouwe van het volk door Zijne Majesteit voorgelezen op de Derde Dinsdag van September. Of hoe Mark Rutte de democratie misbruikt om op dictatoriale wijze ondemocratische, neoliberale idealen door de strot van het volk te duwen. Drie maal raden wie die afschaffing van de dividendbelasting gaat betalen…Inderdaad, ondertussen wordt het lage BTW-tarief per 1 januari 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Waarom verhoogt een partij die zogenaamd fel gekant is tegen het betalen van veel belasting ineens de BTW met 3%? Ogenschijnlijk ziet men de burger als een gewillig slachtoffer.

De doordrukking van de dividendbelasting toont eens te meer dat democratie een relatief begrip is. Het toont eens te meer hoe machtig het grote kapitaal is en hoe ze opereren middels hun zetbazen. Niet alleen in zgn. bananenrepublieken, doch zelfs in een model Westerse democratische rechtstaat gelegen aan de Noordzee. Door multinationals te verschonen van de betaling van belasting en daarmee hun plicht aan de samenleving vergroot tevens hun macht binnen de samenleving. Al was het maar omdat de samenleving ze minder kan aanspreken op hun plicht bij te dragen aan de bouw van scholen, wegen en ziekenhuizen, etc. Als de dividendbelasting daadwerkelijk van doorslaggevend belang zou zijn geweest dan zouden multinationals slechts gevestigd zijn in zgn. bananenrepublieken. Aangezien Nederland tegen die bierkaai toch niet kan concurreren is het verspilde moeite om de dividendbelasting af te schaffen. Nederland moet het hebben van andere gunstige voorwaarden zoals een goede infrastructuur, een hoog opgeleide bevolking, een goede talenkennis, etc.

Fans van het neoliberalisme zullen dat toejuichen: des te meer macht bij de handelaren des te beter. Volgens hen wordt dankzij een onzichtbare hand iedereen beter van een vermeende vrije markt. Maar de geschiedenis wijst helaas keihard uit dat het geen goede zaak is als multinationals de macht overnemen in landen. Denk bijvoorbeeld hoe de VOC huisgehouden heeft in Indonesië, of the East India Company in India, of anders wel wat het Amerikaanse United Fruit Company heeft aangericht in een reeks Latijns-Amerikaanse landen. Of dichterbij en meer recentelijk, hoe men in Nederland heeft ondervonden wat voor onfortuinlijke puinhopen verscheidene neoliberale paarse en anderskleurige kabinetten van de dienstverlening hebben gemaakt. Privatisering mond meer dan eens uit in privilegering.

Ondertussen deed de VVD een volgende zet op het nationale Nederlandse politieke schaakbord. Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff deed nl. heel toevallig op het tijdstip dat er opnieuw gedebatteerd zou gaan worden in de Tweede Kamer over de afschaffing van de dividendbelasting een wetsvoorstel. Hij deed net alsof hij niet bekend is met artikel 1 van de grondwet en diende een onvervalst voorstel ter invoering van een apartheidswet in. Dijkhoff wil misdrijven in veronderstelde probleemwijken, waar meer dan 50% van de bevolking van niet-Westerse komaf is twee maal zo hard gaan straffen. Wat moeten we hiermee? Waarom profileert Rutte’s kroonprins zich als de nieuwe Hendrik Verwoerd? Waarom wil Dijkhoff een kwaad dat in de praktijk reeds geschiedt in de wet verankeren? Zogenaamd weet Dijkhoff niet dat mensen uit ‘probleemwijken’ al meer in het oog lopen door etnisch profileren, vaker afgescheept worden met pro deo advocaten en hogere straffen krijgen door bevooroordeelde rechters. Maar dit is voor Dijkhoff evident niet genoeg en vindt hij het nodig om Nederland officieel te doen veranderen in wijlen apartheid Zuid-Afrika.

Een reden waarom Dijkhoff’s wetsvoorstel interessant is is omdat het de suggestie versterkt dat er binnen de incrowd van de VVD een nogal xenofobe en racistische atmosfeer heerst: kennelijk stond de afwijzing van de multiculturele samenleving door Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok niet op zichzelf. Bij de VVD barst het schijnbaar van de alt right liefhebbers die de ideeën van racistische ideologen als Richard Spencer, Jared Tayler en Stefan Molyneux slikken voor zoete koek en zich er niet voor schamen de ideeën van dergelijke hardcore racisten te trachten te formaliseren in het Nederlandse wetboek. Ook al dienen ze als afleidingsmanouvres voor de belangen van het grote kapitaal.

Omgedraaid, waar haalt Dijkhoff eigenlijk het morele lef vandaan om te oordelen over de bewoners van hetgeen hij probleemwijken noemt? Wanneer komt er eigenlijk een keer een speciale wet die de leden van probleempartijen aanpakt en dubbel zo hard straft? Gezien het feit dat de ene na de andere prominente VVD’er op heterdaad met zijn handen in ‘de koektrommel’ wordt gegrepen, of anders wel met een ledemaat onder een rok, lijkt het de hoogste tijd om het probleem VVD eens grondig aan te pakken. Om bij deze aan de woorden van Dijkhoff te refereren, dat is niet omdat we iets tegen de VVD hebben, maar dat is slechts om de leden van de VVD te helpen…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Satellietstaat Nederland

Dat het Anglo-Amerikaanse imperium streeft naar absolute werelddominantie kan niet als een geheim worden beschouwd. Al zullen er mensen blijven bestaan die glashard ontkennen dat de VS een imperium is zoals bijvoorbeeld het Britse Rijk dat was. Het is inderdaad zo dat de VS zichzelf geen imperium noemt, maar daar kunnen we niets mee: als iets loopt als een eend, kwekt als een eend en lijkt op een eend, dan is het een eend! Oftewel, de ontkenning van het bestaan van het Anglo-Amerikaanse imperium is een doorzichtig pr-praatje. Sinds de ondergang van het Derde Rijk en de daarop volgende ontmanteling van de koloniale imperia van verschillende Europese landen wekt de term imperium nl. veel weerzin op. De strategen van het naoorlogse Anglo-Amerikaanse imperium bedachten dat die weerzin geneutraliseerd kon worden als de VS zichzelf in tegenstellig tot zijn voorgangers niet zou profileren als een imperium vanwege de negatieve connotatie die betreffend woord heden ten dage opwekt.

In werkelijkheid voerde de VS nog voor het officieel bestond reeds imperialistische oorlogen, daar kunnen met name de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika en Mexico over meepraten. Los daarvan heeft de VS reeds sinds de 19e eeuw landen gereduceerd tot satellietstaten. Staten die officieel onafhankelijk zijn, maar in de praktijk naar de pijpen van de VS dansen. Het geheel van landen dat de facto overheerst wordt door de Anglo-Amerikaanse speculantenoligarchie vormt dus het Anglo-Amerikaanse imperium. Landen die niet tot dat imperium behoren en landen behorend tot dat imperium maar die zichzelf te onafhankelijk opstellen lopen gevaar. Zie hier de ware reden waarom allerlei landen onder vuur komen te liggen. Niettegenstaande dat de door Wall Street gecontroleerde media menigmaal bewezen heeft dat ze gesmeerde lastercampagnes kunnen opzetten tegen ‘subversieve elementen’ in het mondiale statensysteem.

Anglo-Amerikaanse satellietstaten zijn er echter wel in gradaties, net zoals je Britse koloniën had in gradaties. Vanwege bepaalde economische privileges ziet de bevolking van sommige satellietstaten het grotere plaatje moeizaam. Tot die categorie zou Nederland gerekend kunnen worden. In de praktijk blijkt het officieel onafhankelijke Nederland als een braaf schoothondje op te zitten en pootjes te geven voor de imperialistische ambities van Washington (en in extentie Jeruzalem). Zo was Nederland militair bondgenoot in de bloedige Koreaanse oorlog, steunde Nederland lange tijd de Vietnamoorlog, was Nederland militair bondgenoot tijdens de Golfoorlog, steunde Nederland de VS onvoorwaardelijk tijdens de Irakoorlog (ondanks dat de Amerikaanse casus belli zeer dubieus was, en achteraf compleet gefabriceerd bleek te zijn), steunde het de proxy-oorlog tegen Khadafi (waardoor het paradijslijke Libië veranderde in hel op aarde). Maar meest recentelijk is natuurlijk de steun aan de Amerikaanse proxy-oorlog tegen Assad.

Eerder hadden wij er reeds op gewezen dat er niet zoiets bestaan heeft als een gematigde oppositie in Syrië. Dat is een mythe die de mainstream media heeft gecreëerd om de Anglo-Amerikaanse proxy-oorlog aldaar te legitimeren. Er is dus naar buiten gekomen dat Nederland steun verleend heeft aan terroristische groeperingen ter plaatse. Hoe rijmt dat met het veroordelen van de Nederlandse staat van uit Syrië teruggekeerde jihadisten? Is lastig, maar dit soort paradoxen zijn onvermijdelijk als je je gaarne als satellietstaat afficheert van een imperium waarvan het doel (werelddominantie) de middelen heiligt. We benne benieuwd hoe Pinokkio Rutte zich deze maal uit deze valkuil die hijzelf gegraven heeft gaat jokken.

Dat de VS Nederland als een satellietstaat ziet bleek overigens heel duidelijk na de oprichting van het Internationaal Strafhof te Den Haag. Het Internationaal Strafhof is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden zoals deze zijn omschreven in het statuut. Het Internationaal Strafhof werd opgericht op 1 juli 2002, maar president Bush van de VS weigerde simpelweg betreffend verdrag te ondertekenen. Sterker nog, Bush ondertekende op 3 augustus 2002 heel arrogant the American Servicemembers Protection Act of 2002. Deze wet bedreigt rechtstreeks de soevereiniteit van Nederland, want er staat in dat de VS zich het recht voorbehoudt om Nederland binnen te vallen om zowel verdachte Amerikaanse staatsburgers, als verdachte burgers van bevriende naties te bevrijden. Dus met andere woorden, mocht een Israëli ooit vast komen te zitten in Den Haag om voor het Internationaal Strafhof te verschijnen, dan eigent de VS zich het recht toe om Nederland te behandelen zoals het Irak eerder behandeld heeft.

Over Irak gesproken, dat Nederland berust in de rol van Amerikaanse satellietstaat bleek evident uit de manier hoe Nederlandse omging met de geopolitieke ontwikkelingen van de daarop volgende maanden. Ondanks het feit dat de VS Nederland in feite tot op het bot geschoffeerd had door middels de Servicemembers Protection Act te tonen maling te hebben aan Neerlands’ soevereiniteit, ging de regering Balkenende pal achter de snode plannen van de speculantenoligarchie achter George Bush en Tony Blair staan om Irak binnen te vallen. Dit ondanks het gegeven dat Balkenende en Saddam Hoessein in zekere zin in hetzelfde schuitje zaten: hun beider landen werden immers heel brutaal bedreigd door het Anglo-Amerikaanse imperialisme. We moeten ons daarom serieus afvragen of Nederland wel voor 100% bevrijd werd op 5 mei 1945. Het lijkt er meer op dat een Duitse kolonisator vervangen werd door een Anglo-Amerikaanse imperialistische coördinator. De vermeende vrijheid verschaft door de Amerikanen had voordelen maar er waren duidelijk voorwaarden aan verbonden geschreven in lettertjes te klein voor de kiezer. Door Nederland stroomt wel de Rijn, maar in hoeverre is Nederland soeverein?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Calamiteiten in Brazilië

Op 2 september jongstleden werd Rio de Janeiro getroffen door een ware cultuur-historische calamiteit. Het Nationale Museum van Brazilië, het grootste museum van Zuid-Amerika, ging in vlammen op en praktisch de ganse collectie is tot as gereduceerd. Of in andere woorden, 20 miljoen verzamelde objecten en 200 jaar tijd van werk en onderzoek naar de Filistijnen. Helaas staat deze cultuur-historische calamiteit symbool voor een calamiteit die momenteel gaande is in de Braziliaanse politiek. De racistische witte bovenlaag is er reeds in geslaagd om een relatief progressieve politieke wind te doen keren. Dat is tot daar aantoe, maar alles wijst erop dat het na 7 oktober verder gaat escaleren. Nota bene in een democratie waar de meerderheid van de bevolking niet-wit is dreigt een fascist op democratische wijze de macht te gaan grijpen.

Twee dagen voor het tragische incident met het Nationale Museum plaatsvond besloot de hoogste Braziliaanse verkiezingsrechtbank dat de momenteel voor corruptie in de gevangenis verkerende ex-president Lula niet mag deelnemen aan de algemene verkiezingen in oktober. Dit terwijl hij veruit de populairste kandidaat was.

Lula is een voormalig vakbondsleider die van 2003-2011 president was van Brazilië en tevens de eerste Braziliaanse president afkomstig uit de arbeidersklasse. Hetgeen hem nooit in dank is afgenomen door de sociale cirkels waaruit normaliter de persoon die het hoogste politieke ambt te lande bekleedt uit voortkomt. Hoe dan ook, tijdens diens carrière als vaksbondsman zag de financiële wereld Lula als een communistische extremist. Maar het kan evident verkeren. Want eenmaal aan de macht metamorfoseerde Lula tot het lievelingetje van de bankiers. Zijn vakbonsverleden ten spijt bleek president Lula in de praktijk aan de leiband van de finaciële wereld te lopen. Zo zette president Lula bij de aanvang van zijn ambt onmiddellijk de toon door Brazilië een door het IMF voorgeschreven bezuinigingsbeleid op te leggen. Verder militairiseerde hij het sociale leven en brak hij publieke diensten af. Tevens stelde hij neoliberale economen aan in zijn kabinet en behartigde de belangen van Wall Street naast die van oligarchen actief in de petrochemische industrie, de mijnbouw en de agrarische wereld naar hun volle tevredenheid. Lula werd echter met name gesteund door de zakelijke elite vanwege de staatssubsidies en belastingvoordelen die hij aan ze verschafde.

Deed Lula dan niets voor de minder draagkrachtigen? Zeer zeker wel. Lula deelde maandelijk voedselpakketten uit ter waarde van $60 aan 30 miljoen behoeftige gezinnen (cynici beweerden wel dat hij in werkelijkheid stemmen kocht). Los daarvan konden vele armen onder Lula een stap maken op de sociaal-economische ladder. Anderzijds, het feit dat Washington, Wall Street en het IMF dolblij met Lula waren zei in feite heel veel. Dat had bij Lula’s fans een belletje moeten doen rinkelen. Desalniettemin, hoe was het mogelijk dat Lula zowel de kool als de geit kon sparen? Zeker in het licht dat Lula in ieder geval geen revolutionaire economische hervormingen door heeft gevoerd. De verklaring is dat hij profiteerde van speculatief kapitaal dat Brazilië binnenstroomde en het feit dat de prijs van grondstoffen en mineralen tijdelijk hoog lagen. Daarom dachten zijn fans dat hij met een toverstokje zwaaide. Aan het eind van zijn tweede termijn stortte de financiële wereld en de markt in grondstoffen echter in en daarmee de Braziliaanse economie. De opportunistische Braziliaanse zakenelite liet Lula toen ook onmiddellijk weer vallen als een baksteen.

Lula’s protegé en opvolgster Dilma Rousseff erfde de economische malaise die hij had achtergelaten en moest daarvoor boeten. Ondanks dat ook zij naar de pijpen van de elite danste. Vooral de manier hoe Rousseff met haar natuurlijke achterban omging in de aanloop naar het WK voetbal 2014 en de Olympische Spelen van 2016 is alles behalve charmant (duizenden mensen van huis en haard verjaagd), maar de witte sociaal-economische bovenlaag was nog woedender vanwege de sociale programma’s die Rousseff aan de minder bedeelden toekende.

Apartheid werkt in Brazilië officieuzer dan dat het vroeger in de VS en Zuid-Afrika werkte. De racistische elite vond het verschrikkelijk dat de armen een beetje welvarender waren geworden, en armoede heeft in Brazilië een kleur. Door hun toegenomen welvaart konden Zwarte mensen tot afgrijzen van de elite het zich ineens permitteren op witte bolwerken als winkelcentra, vliegvelden en universiteiten te verschijnen. Dat moest dus spoedig stoppen. Uiteindelijk wisten ze Rousseff te pakken op creatief boekhouden ter financiering van sociale projecten. Vervolgens werd haar mentor Lula, die zijn politieke carrière weer wilde oppakken, gepakt op het aannemen van steekpenningen. Dat daar geen enkel bewijs voor was deerde niet.

Lula was veruit de populairste kandidaat in de verkiezingsrace, maar nu hem zijn kandidatuur door de rechter ontzegd is is de fascist Jair Bolsonaro de populairste kandidaat. Een aartsracist die continu zulke merkwaardige uitspraken doet dat zelfs Trump zich ervoor zou schamen. Daarbij was het wellicht niet zo’n goed idee om Bolsonaro op straat neer te steken aangezien hij nu in de ogen van velen tot martelaar is gepromoveerd. Maar los van Bolsonaro zou er sowieso afgerekend worden met de politieke tak van de Braziliaanse arbeidersbeweging. Dat valt af te leiden uit statements gemaakt door de top van het Braziliaanse leger in de media. Zij hebben verklaard geen andere keuze te hebben om in te grijpen mocht Lula op vrije voeten blijven en de verkiezingen winnen. Lula was schijnbaar gedoemd een omgekeerde Mandela te worden: niet van de gevangenschap naar presidentschap, maar van presidentschap tot gevangenschap.

Djehuti-Ankh-Kheru

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Handelsoorlog met China


Dat de VS een machtig land is staat buiten kijf. Na de instorting van de Sovjet-Unie leek het er een tijdje zelfs op dat de VS almachtig was. Echter, de laatste jaren zijn in die perceptie van almachtigheid meerdere scheuren blootgelegd. Zo Beschikte de VS traditioneel over de grootste economie op de globe. Gedurende de 20e eeuw was het Amerikaanse BNP doorgaans zoveel als 30% van het mondiale BNP. Met als hoogtepunt 1945, toen de VS 50% (!) van de wereldeconomie opslokte. Het bezit van de grootste economie schept tevens de mogelijkheid om het sterkste leger ter wereld te financieren. Hetgeen de VS ook heeft gedaan (in ieder geval op papier). Een dikke twintig jaar kon het Anglo-Amerikaanse imperium zorgeloos in ongenade gevallen regeringen omkegelen. Of het nou rechtstreeks ging zoals in Afghanistan en Irak, of middels proxies zoals bijvoorbeeld in Joegoslavië en Libië. Doch in Syrië werd de trend gestopt door Rusland. De Anglo-Amerikaanse proxies waren aan de winnende hand, maar nadat het ingrijpen van Moskou keerden de kansen en werd het onoverwinnelijk geachte IS gedecimeerd. Een grote nederlaag voor het Anglo-Amerikaanse imperium.

Bovendien wordt het relatieve aandeel van de VS in de wereldeconomie steeds kleiner. Naarmate meer landen economisch aansluiting vinden zullen er evenzo meer landen militair hun mannetje kunnen staan. Zodoende zal de Anglo-Amerikaanse wereldhegenomie steeds meer afnemen. Doch let wel, het imperium zal zich absoluut niet gewonnen geven zonder strijd. Het zal zijn huid duur verkopen.

In 2014 werden er cijfers wereldkundig gemaakt waaruit bleek dat China de VS van de troon gestoten heeft als grootste economie ter wereld. Dit terwijl de speculantenoligarchie vanaf de jaren ’70 dacht dat China een inherent achterlijk land was dat ze naar hartelust konden exploiteren: grote ondernemingen verhuisden massaal hun productie naar China om de loonkosten te drukken. Deze gang van zaken heeft de zakelijke bovenlaag in met name de VS absoluut geen windeieren gelegd. Jarenlang werd er ook geen probleem van gemaakt. So what Chinese import? China maakte in werkelijkheid toch niets zelf? Het waren toch geen Chinese producten die geïmporteerd werden, maar producten die in China gemaakt waren door Amerikaanse bedrijven? De postmoderne Amerikaanse economie was het primitieve stadium van produceren toch reeds gepasseerd en inmiddels geovolueerd tot een diensten-en kenniseconomie?

Maar het als inherent achterlijk geachte China bleek toch een stuk minder achterlijk dan dat hardop gefluisterd werd. De Chinese economie bleef jaren achtereen spectaculair groeien. Zelfs zo spectaculair dat het een serieuze bedreiging werd voor de VS. Bovenal, China begon te bedenken dat het al die hightech producten die het voor de Amerikanen produceerde ook voor eigen gewin kon produceren en exploiteren. Tot overmaat van ramp begon China met name in Afrika met het imperium te concurreren om de toegang tot grondstoffen en mineralen. Daarbij verpestte China het VOC-kolonialisme door 50-50 deals te sluiten ipv de anachronistische 20-80 deals die het Westen gewoon is te sluiten.

China sluit natuurlijk niet uit altruïsme relatief goede deals af. Wat soms over het hoofd wordt gezien is dat naast economische redenen ook politieke redenen een rol spelen. China tracht ook simpelweg zijn bestaan te rechtvaardigen. China strijdt nl. sinds haar bestaan met dat andere China om internationale erkenning. Eens werd Taiwan (de Republiek China), en niet de Volkrepubliek China door de wereld gezien als het rechtmatige China. Met name de VS erkende het communistische China niet. In Taiwan zetelt de Chinese regering die in 1949 door de communisten is verjaagd, ondanks Amerikaanse steun. Westerse bondgenoot Taiwan was aanvankelijk ook de officiële vertegenwoordiger van China bij de VN. Maar het tij begon in de jaren ’60 te keren. Steeds meer voormalige koloniën werden onafhankelijk en lid van de VN. Deze landen sympathiseerden vaak met Peking. Maar ook verschillende traditionele Amerikaanse bondgenoten begonnen te kantelen. Met als gevolg dat middels resolutie 2758 en mede dankzij de steun van 26 Afrikaanse landen de Volksrepubliek China op 23 november 1971 lid werd van de VN ten koste van Taiwan. Tot op de dag van vandaag strijden China en Taiwan om de erkenning van de wereld (overigens, de VS erkende China pas officieel op 1 januari 1979).

De VS knoopte de betrekkingen met China naast het lucratieve vooruitzicht van de goedkope arbeid tevens aan om aartsvijand de Sovjet-Unie onder druk te zetten (de koude oorlog woede immers in volle hevigheid). De bedoeling was dus vooral dat China door de Anglo-Amerikaanse speculantenoligarchie ouderwets geëxploiteerd zou gaan worden net zoals zovele andere niet-Westerse landen.

De vruchten van de Chinese arbeid zijn inderdaad schaamteloos geëxploiteerd door Amerikaanse multinationals. Maar dat heeft niet kunnen verhinderen dat China zelf op technologisch gebied is gaan innoveren, produceren en exploiteren, of dat de Chinese economie de Amerikaanse overvleugeld heeft. Dat kan nimmer de bedoeling zijn geweest van Nixon en Kissinger toen zij in 1972 toenadering zochten tot partijvoorzitter Mao Zedong, of Jimmy Carter toen hij in 1979 China erkende. Het probleem is niet noodzakelijkerwijs het grote Chinese handelsoverschot met Amerika, het probleem is dat de Chinese economie kwa omvang kan wedijveren met de Amerikaanse. Om die reden is het per definitie een bedreiging voor het Anglo-Amerikaanse imperium. Om de opmars van China bij tijds te stuiten heeft president Trump de opdracht meegekregen om middels zware sancties te trachten de Chinese economie te amputeren en aldus de Anglo-Amerikaanse wereldhegonomie te garanderen. Vandaar het gescherm met een handelsoorlog.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Aretha Franklin

Aretha Franklin wordt algemeen beschouwd als de queen of soul. Het is een titel die ze reeds in de jaren zestig van de 20e eeuw opeiste, en sindsdien is niemand erin geslaagd haar van de troon te stoten. Tot aan haar heengaan op 16 augustus 2018. Volgens het vooraanstaande Amerikaanse muziekblad Rolling Stone is ze de beste zanger allertijden, waarmee ze legendes als Sam Cooke, Elvis Presley en Ray Charles voor blijft.

Aretha Franklin werd geboren in Memphis, Tenessee, maar groeide op in Detroit. Daar was ze een ster in wording tussen de sterren in wording, want bij haar in de buurt woonden ook Smokey Robinson, Diana Ross, the Temptations en the 4 Tops. Volgens ingewijdenen was Aretha Franklin een wonderkind: op zevenjarige leeftijd kon ze reeds onwaarschijnlijk goed zingen. Aretha groeide echter niet alleen op tussen de toekomstige sterren, doch net zo goed tussen de gevestigde sterren. Zo was haar tante en jeugdidool de beroemde gospelzangeres Clara Ward. Haar vader was weer de vooraanstaande dominee Charles L. Franklin, die veel connecties had in de gospelwereld. Als kind was ze samen met haar zussen Carolyn en Erma lid van pa’s kerkkoor waarmee ze als tiener vaak op toernee ging. Bij de familie Franklin kwamen behalve de Ward Singers (de groep van Clara Ward) gospelgrootheden als Mahalia Jackson en James Cleveland over de vloer.

Van jongs af aan wees alles er dus op dat Aretha professioneel artiest zou worden aangezien zowel het talent, de inspirerende omgeving als de noodzakelijke connecties in overvloed aanwezig waren. Aretha zou verkassen van de gospel naar de seculiere muziek en na een valse start bij CBS brak ze definitief door na een overstap in 1966 naar het bekende r&b label Atlantic. Waar de gerenomeerde producer Jerry Wexler wel raad wist met Aretha’s stem. Zodoende werd de koninklijke roem bemachtigd die haar stem toebehoort. In ’67 en ’68 scoort ze maar liefst negen Amerikaanse top 10 hits achter elkaar. Ook al zou ze nimmer meer zo prominent op de hitlijsten aanwezig zijn als in de jaren ’60, de komende vijf decennia zou Aretha Franklin immer onbetwist the queen of soul blijven. Hoe dan ook, gedurende haar carrière zou ze 75 miljoen geluidsdragers aan de man brengen en achttien Grammy Awards binnenslepen.

Ondanks de overvloed aan muzikaliteit in haar familie was niet alles wat de klok sloeg te huize Franklin muziek. Haar familie was net zo activistisch als dat het muzikaal was. Vader C.L. Franklin was een bekende burgerrechtenactivist. Hij leidde de New Bethel Baptist Church te Detroit alwaar hij de Black liberation theology predikte. Haar familie rekende mensen als Malcolm X, Betty Shabazz, Adam Clayton Powell, Jessie Jackson en dr. Martin Luther King tot hun vriendenkring en bondgenoten. Franklin sr. organiseerde ondanks veel weerstand onder lokale Zwarte leiders in juni 1963 de historische Detroit Walk to Freedom (massaprotest tegen rassendiscriminatie), op dat moment de grootste demonstratie ooit gehouden in de Amerikaanse geschiedenis (tot dr. King’s March on Washington twee maanden later). In 1969 werd in de kerk van Franklin de First New African Nation Day gevierd. Wat uitliep op een confrontatie tussen de autoriteiten en activisten, waarbij een politieagent om het leven kwam en verschillende leden van de Republic of New Africa gewond raakten.

Zelf voelde Aretha zich ook zeer betrokken bij de strijd van activisten. Zo had ze in haar platencontract laten opnemen dat ze niet voor een gesegregeerd publiek hoefde op te treden. Ze financierde de beweging van dr. King door gratis een reeks concerten te geven. Eveneens bood ze tegen het advies van haar vader aan de borgsom van Angela Davis te betalen toen de activiste onterecht opgesloten zat: “Ik heb het geld. Verkregen van Zwarte mensen—zij hebben het financieel voor mij mogelijk gemaakt om het te hebben—en ik wil het zo aanwenden dat onze mensen er hun voordeel mee doen.” Eveneens de Black Panther Party kon op de sympathie van the queen of soul rekenen. Ze heeft een brief naar de minister van cultuur van de Black Party geschreven waarin ze haar spijt uitte voor haar afwezigheid bij een fondsenwervingsactie voor de Black Panther Party. Ze kon niet aanwezig zijn vanwege drukke bezigheden, maar gaf wel aan dat ze vond dat de Party goed werk verrichtte en er naar uitzag hen te ontmoeten.

Omgekeerd werd de muziek van de queen of soul omarmd door verschillende sociale bewegingen. Haar hit Respect groeide zelfs uit tot het officieuze volkslied van de Black power en feministische bewegingen. Haar nummer Chains of Fools verwierf weer een speciale plaats in het collectieve bewustzijn van de anti-oorlogsbeweging. De muziek van Aretha hielp naar hun eigen zeggen talloze Amerikaanse soldaten door de Vietnamoorlog, waarvoor ze Aretha ook hebben bedankt. Na de moord op dr. King gingen boze veteranen het nummer opeisen als protestlied tegen de Vietnamoorlog. Opmerkelijk hoe de muziek van Aretha ervaren wordt. Zoals hierboven aangegeven voelde Aretha Franklin zich maatschappelijk betrokken, maar dat kwam in principe niet tot uiting in de teksten van haar muziek, zoals bijvoorbeeld bij Bob Dylan of Bob Marley. Aretha zong grotendeels apolitieke teksten over de liefde. Of was dat maar schijn? Blijkbaar was de bezieling die zij middels haar stembanden wist over te brengen dusdanig verpletterend dat wat ze feitelijk zong minder relevant was. Daarom was ze waarschijnlijk ook de queen of soul.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Moeder Kofi

Marcus Garvey is zoals bekend één van die historische figuren die door eurocentrische historici het liefste straal genegeerd worden. Als dat niet blijkt te werken wordt de man compleet door het slijk gehaald. Of die smeercampagne effect heeft gehad is echter de vraag. Want met name dankzij reggaemuzikanten die gelieerd zijn aan de rastafari-beweging is zijn erfenis tegen de verdrukking in levend gehouden. Terecht ook, want iedereen die pretendeert de moderne geschiedenis te schrijven van mensen van Afrikaanse komaf maar Garvey durft te negeren is zeer vooringenomen bezig. Los van de vraag of je voor of tegen bent, je bent professioneel verplicht hem te noemen en becommentariëren.

Als Garvey al een probleem heeft betrekkende zichtbaarheid in de mainstream geschiedschrijving, dan zal men begrijpen hoe het met de zichtbaarheid gesteld is van de personen die op hun beurt door Garvey zijn overschaduwd in de geschiedenisboeken. Zelfs door garveyisten. Neem bijvoorbeeld Laura Adorkor Kofi (eveneens bekend als Moeder Kofi). Zo weidt Tony Martin, de grote historicus van de Garvey-beweging, slechts een paar zinnetjes over haar uit. En dan is Martin nog genereus, want andere met het garveyisme sympathiserende historici negeren haar volledig. Niettegenstaande het feit dat ze op een gegeven moment door Garvey en zijn vetrouwelingen als een grote rivale werd beschouwd…

Laura Adorkor Kofi was een Ashanti-prinses woonachtig in de stad Kumasi (hedendaags Ghana). Naar verluidt werd ze in 1893 geboren en in 1918 emigreerde ze naar de VS. Doch beslist niet als economische migrant, maar uit ideële overwegingen. Naar eigen zeggen was aan haar door god geopenbaard dat het haar roeping was om Zwarte mensen over de ganse wereld, maar die uit de VS in het bijzonder, te bevrijden. Dus trok ze naar de VS om het Afrikaans-Amerikaanse volk te bevrijden door ze mee terug te nemen naar Afrika.

Ze leefde enige tijd in Detroit maar sloot zich halverwege jaren ’20 aan bij de UNIA (de organisatie van Garvey) en werd ongekend populair. Binnen een paar maanden was ze na Garvey zelfs de populairste persoon binnen de organisatie. Ze werd vooral naar het zuiden gestuurd om lezingen te geven. Overal waar ze sprak werd ze als een popster onthaald door duizenden enthousiaste toeschouwers. Zoiets was nimmer vertoond!

De meeste Zwarte Amerikanen hadden nog nooit iemand die in Afrika geboren en getogen was in levende lijve gehoord noch aanschouwd, wat hen nieuwsgierig maakte. Los van dat was het vooral haar boodschap dat aansprak. Ze verhaalde gepassioneerd over de grootsheid en potentie van Afrika, ze benadrukte dat Zwarte mensen trots moesten zijn op hun afkomst, ze sprak over repatriëring naar Afrika als bevrijding en dat er een goddelijke band was tussen Afrikanen van het continent en mensen van Afrikaanse komaf in de Amerika´s, etc., en dat ging er bij Zwarte Amerikanen vertoevend in het door en door racistische zuiden in als zoete koek.

Aanvankelijk stond Garvey vierkant achter Moeder Kofi, maar dat veranderde nadat hij het gevang in moest wegens vermeende postfraude. Garvey’s verbanning van de maatschappij had geen negatief effect op de populariteit van Moeder Kofi, integendeel. De immens populaire Kofi bezocht Garvey in de gevangenis en waarschuwde hem voor de vele onbetrouware mensen in zijn organisatie, maar dat werd haar niet in dank afgenomen. In plaats van haar waarschuwing ter harte te nemen ging Garvey Kofi als een bedreiging zien en begon zich publiekelijk van haar te distantiëren. Erger nog, de UNIA-top trachtte karaktermoord op haar te plegen. Zo werd beweerd dat Moeder Kofi nep was: ze zou helemaal niet uit Afrika komen, maar als Laura Champion geboren en getogen zijn in de VS (inmiddels hebben geleerden na grondig onderzoek vastgesteld dat ze wel degelijk in Ghana is geboren en getogen). Bovenal begonnen fanatieke UNIA-leden haar meetings te verstoren, waaruit ze opmaakte niet meer veilig te zijn.

Pogingen om zich met de UNIA te verzoenen mislukten. In 1927 distantieerde Garvey en de UNIA zich zelfs publiekelijk van Kofi. Hierop begon Kofi haar eigen kerk, de AUC (African Universal Church). Deze kerk plaatste het Zwarte nationalisme à la Garvey in een religieus raamwerk. Op 28 maart 1928 gaf ze weer een lezing voor duizenden mensen in Miami. Eensgelijk Malcolm X decennia later liet ze haar beveiliging verslappen, hetgeen een fanatieke Garveyite de kans gaf een vuurwapen te trekken en Moeder kofi op de kansel tijdens haar lezing te vermoorden.

De moord op Moeder Kofi betekende niet het einde van haar kerk. Haar kerk met als droom repatriëring en handel drijven met Afrika werd voortgezet door dominee Eli Nyombolo uit Zuid-Afrika. In Jacksonville, Florida werd ter ere van Moeder Kofi een gemeenschap opgebouwd genaamd Adorkaville. Betreffende gemeenschap bereidde zich voor op repatriëring naar Afrika en dreef tevens zoveel als mogelijk handel met Afrika. Daarnaast vestigden Afrikanen van het continent zich ter plaatse om de bewoners van Adorkaville inheemse Afrikaanse talen te leren (door de invloed van dominee Nyombolo waren met name de talen van zuidelijk Afrika dominant aanwezig), waardoor de gemeenschap meertalig werd. Na het heengaan van dominee Nyombolo in de jaren ’70 viel de kerk en gemeenschap uiteen: Adorkaville stierf uit. Maar de laatste jaren zijn er in Jacksonville plannen ontwikkeld om Adorkaville te vereeuwigen. Een speciale commissie heeft Adorkaville tot historic site gepromoveerd en het is de bedoeling dat het gerestaureerd wordt in haar oorspronkelijke staat en dat er een museum wordt geschapen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Kabel in Kameroen


Clarence Seedorf is dus tot bondscoach benoemd van het vooraanstaande Afrikaanse voetballand Kameroen en jeugdvriend Patrick Kluivert wordt zijn secondant. Na het ontslag van de Belg Hugo Broos werd de Kameroense voetbalbond bedolven onder 77 open sollicitaties, waaronder gerenomeerde namen zaten als Raymond Domenech, Lothar Matthäus en John Toshack. Al die brieven gingen rechtstreeks de prullenmand in. De bond gaf de voorkeur aan een shortlist bestaande uit Sven-Göran Eriksson en Seedorf, maar blijkbaar maakte Seedorf uiteindelijk toch de beste indruk. Dat is opmerkelijk, aangezien Zwarte coaches moeilijk aan de bak komen in de voetbalwereld. Stanley Menzo heeft daarover eens een boekje over open gedaan.

Zelfs Afrikaanse landen hebben er moeite mee om bondscoaches van kleur aan te stellen. Doorgaans prefereren ze Europese coaches van de tweede garniatuur. Helaas zijn ook de Kameroense bobo’s in het verleden met die koloniale attitude vergiftigd geweest. Zo boekte Kameroen in 2000 het grootste voetbalsucces in haar geschiedenis door Olympisch kampioen te worden olv de Kameroense coach Jean-Paul Akono. Later zou Akono opnieuw bondscoach worden: in 2012 mocht Akono de honneurs waarnemen als interim bondscoach ter vervanging van de Fransman Denis Lavagne. Echter, tot Akono’s grote teleurstelling kreeg hij geen definitieve aanstelling maar moest in 2013 weer ruim baan maken voor de Duitser Volke Finke. Blijkbaar is zelfs een Olympische titel niet sufficiënt om een Zwarte bondscoach enige krediet te verschaffen. Dat moet de kabel zich ook goed beseffen. Desalniettemin, dat kan natuurlijk geen reden zijn om deze interessante uitdaging niet met volle overtuiging aan te gaan.

Kameroen is nl. niet zo maar een willekeurig voetballand. Het was het land dat Afrika op de kaart heeft gezet: het was in 1990 het eerste Afrikaanse land dat potten wist te breken op een mondiaal eindtoernooi. Tot groot genoegen van de neutrale kijker. Bovendien leek Kameroen zich verder te ontwikkelen. Begin 21e eeuw werd het Kameroense elftal door de kenners zelfs beschouwd als één der beste ter wereld. Zo wist Kameroen het in 2000 en 2002 te schoppen tot Afrikaans Kampioen, in 2000 pakte het Olympisch goud en in 2003 werd het runner-up van de Confederations Cup. Tijdens het WK van 2002 rekende Aad de Mos Kameroen zelfs tot de favorieten voor de titel en gokte Ronald de Boer dat Kameroen wereldkampioen zou worden. Echter, op het hoogste podium heeft Kameroen de verwachtingen nimmer in kunnen lossen.

Rond de tijd dat Kameroen op de deur aan het kloppen was van de wereldtop werd het hart van de kabel (Seedorf en Kluivert) gerekend tot de beste voetballers ter wereld. Zo was Seedorf aan het grossieren in de cup met de grote oren en maakte Kluivert furore bij Barcelona en werd topscorer allertijden van het Nederlands elftal. Ondanks de ongekende successen van beide voetballers wekten zij reeds vroeg in hun carrière de toorn van het Nederlandse publiek op vanwege vermeend filmsterrengedrag.

De band van Seedorf met Suriname leek aanvankelijk een stuk beter. De man heeft in ieder geval enige tijd serieus getracht het Surinaamse voetbal naar een hoger niveau te stuwen. Hij heeft onder meer op eigen kosten ter plaatse een stadion uit de grond gestampt. Om ons niet geheel duidelijke redenen schijnt het uiteindelijk niet meer geboterd te hebben tussen Seedorf en de Surinaamse voetbalbond waardoor Seedorf’s grootse plannen jammerlijk overwoekerd raakten met onkruid en het Surinaamse voetbal weer terug was bij af.

In tegenstelling tot Nederland en Suriname was men in Brazilië juist dolblij met de know-how en ervaring van Seedorf. In de nadagen van diens carrière tekende Seedorf bij de legendarische Braziliaanse club Botafogo (club van Garrincha) hetgeen zorgde voor grote euforie. Niet slechts bij de fans van Botafogo, maar bij voetbalfans in heel Brazilië. De komst van Seedorf werd gezien als de grootste transfer uit de geschiedenis van het Bazililiaanse voetbal. Nog nooit eerder had zo’n beroemde voetballer uit Europa de oversteek naar Brazilië gemaakt! Seedorf heeft de hooggespannen verwachtingen in Brazilië dubbel en dwars waargemaakt. Niet alleen door zijn spel, doch waarschijnlijk nog meer als mentor en voorbeeldfiguur voor de (jonge) spelers in de selectie. De teleurstelling was dan ook heel groot bij de club toen Seedorf in 2014 inging op een aanbieding van AC Milan om aldaar trainer te worden. De grote teleurstelling over zijn vertrek werd wellicht het beste geïllustreerd door ex-voorzitter Carlos Augusto Montenegro: “Als Seedorf wil vertrekken, zal hij ons Kaká en Robinho moeten geven om ons bij te staan in de Copa Libertadores. Als hij daar niet mee akkoord gaat, mag hij hoe dan ook niet weg.”

De realiteit gebiedt wel te vermelden dat de trainerscarrière van Seedorf nog niet helemaal op stoom geraakt, maar dat hoeft opzich niet alles te zeggen. De trainerscarrière van Louis van Gaal begon immers ook niet voortvarend. Maar de grote rol die hij voor en achter de schermen gespeeld heeft bij Botafogo als gids van de selectie suggereert dat hij het wel degelijk in zich heeft om tot een succesvolle oefenmeester uit te groeien. Misschien geldt dat zelfs wel nog meer voor assistent Kluivert, die het reeds lukte om het beloftenelftal van Twente kampioen te maken en een redelijk succesvol bondscoach is geweest van Curaçao en bovenal technisch directeur was bij PSG. In ieder geval, met Nederland en Suriname boterde het niet, maar het zou een mooie revanche zijn mocht de kabel met Kameroen wel cum laude slagen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment