De erfenis van Rabbi Washington

The People’s Temple van Jim Jones was veruit de bekendste, maar zeker niet de enige sekte die in de jaren ’70 van de vorige eeuw voor opschudding gezorgd heeft in Guyana. Een andere sekte die ter plaatse van zich liet spreken is the House of Israel van Rabbi Washington. Zowel the People’s Temple en The House of Israel waren vanuit de VS naar Guyana geëmigreerd en beide sektes moesten het hebben van Zwarte mensen. Met dien verschil dat de schapen van Jim Jones voornamelijk Zwart waren en die van Rabbi Washington uitsluitend Zwart. Maar wat de sektes van beide volksmenners weer wel gemeen hadden is dat ze dood en verderf zaaiden in Guyana. Het verschil was dan weer dat Jones’ slachtoffers in principe Amerikaanse staatsburgers waren terwijl Rabbi Washington het juist gemunt had op Guyanesen.

The House of Israël werd halverwege jaren ’60 opgericht door ene David Hill in Cleveland Ohio. Maar hij hield zich bezig met louche praktijken en werd zodoende eind jaren ’60, begin jaren ’70 gearresteerd en veroordeeld voor chantage, oplichting en belastingontduiking. Het feit dat Hill achter slot en grendel zat mocht niet baten. Het verhinderde niet dat hij in 1972 zo maar ineens acte de presence gaf in Guyana. Merkwaardig genoeg weigerde de VS vervolgens om om zijn uitlevering te verzoeken. Het feit dat Hill zo eenvoudig uit de nor kon wegsluipen en dat de autoriteiten van de VS vervolgens geen poot uitstaken om hem uitgeleverd te krijgen heeft wenkbrauwen doen fronzen. Het heeft menigeen sterk doen vermoeden dat de radicale Black power figuur Hill onder de pannen zat bij de CIA en met een soort van licence to kill naar Guyana is gestuurd.

Hoe dan ook, toen Hill in Guyana arriveerde metamorfoseerde hij in Rabbi Washington en richtte zijn sekte de House of Israel opnieuw op ter plaatse. Dit gebeurde allemaal in een tijdperk dat de Amerikaanse marionet Forbes Burnham en zijn politieke partij PNC heersten in het westelijke buurland van Suriname.

Rabbi Washington verkondigde dat de mensen van Afrikaanse komaf de ware Israëlieten waren en dat ze zich voor moesten bereiden op een rassenoorlog. Meer specifiek, de slag om armageddon tussen de ware Israëlieten en de Hindoestanen. De veroordeelde crimineel Rabbi Washington kreeg van de regering Burnham alle ruimte om zijn boodschap te verkondigen, waaronder gratis zendtijd op de staatsradio. Duizenden vooral laag opgeleide Zwarte Guyanesen voelden zich aangetrokken tot het idee tot het uitverkoren volk te behoren en sloten zich als makke lammetjes aan bij de sekte van Rabbi Washington. Zo moesten de sekteleden onder meer afstand doen van hun bezittingen ten faveure van de rabbi. De rabbi heerste met harde hand over zijn sekte. Hij was er naar eigen zeggen het eerste en laatste woord.

In de praktijk fungeerde the House of Israël gewoon als de chearleaders en knokploeg van president Burnham. Ondanks dat de Amerikaanse marionet Burnham onder druk van het IMF de ene na de andere maatregel nam waar het volk van Guyana onder leed stond the House volkomen kritiekloos tegenover de regering Burnham. Regelmatig demonstreerde the house om (impopulaire) regeringsmaatregelen te ondersteunen. Triester nog, the house was in de praktijk continu bezig tegenstanders van dictator Burnham te intimideren, molesteren en zelfs liquideren. Stakingen werden gebroken, openbare bijeenkomsten verstoord en mensen vermoord. The House overspoelde Guyana met een golf aan geweld dat het land nog nimmer had aanschouwd in de 20e eeuw.

Zo werden bijvoorbeeld Father Darke, Mike James en Gordon Yearwood vermoord. Maar naar verluidt heeft the House evenzo een grote rol gespeeld in de moord op de wereldberoemde Pan-Afrikaanse intellectueel Walter Rodney in 1980, auteur van de klassieker How Europe Underdeveloped Africa (zie ook Gezegend en vervloekt blz. 292-295). Dr. Rodney was het grootste gevaar voor de regering Burnham dus kan cynisch geconcludeerd worden dat de moord op Rodney de Guyanese machthebber goed uitkwam.

Zo kon het gebeuren dat juist de mensen die in principe het hardst getroffen werden door het wanbeleid van dictator voor het leven Burnham zijn regime het fanatiekste verdedigden. Let wel, in de regering Burnham nam niemand de doctrine van Rabbi Washington serieus. Ze gingen puur praktisch met hem om: hij en zijn sekte waren gewoon goed bruikbaar in de bestrijding van politieke vijanden.

Jarenlang leek de rabbi boven de wet te staan, maar na het overlijden van Burnham in 1985 was hij niet meer officieus onschendbaar voor de wet en werd dan toch aangepakt door de Guyanese autoriteiten. In 1986 kreeg hij negen jaar voor een moord gepleegd binnen zijn sekte maar werd in 1992 vervroegd vrijgelaten door een nieuw gekozen regering. Rabbi Washington verbleef korte tijd in New York maar kwam terug naar Guyana doch hield zich nu volledig afzijdig van de plaatselijke politiek. Uiteindelijk verhuisde hij in 1997 opnieuw naar de VS alwaar hij in 2005 overleed.

Het kan opzienbarend genoemd worden hoe machtige van buiten afkomstige sektes een klein land als Guyana in hun greep hebben gehad in de jaren ’70. Dictator Burnham gebruikte de sekte van de witte sekteleider Jim Jones voor zijn buitenlandse politiek, in de hoop een grensgeschil met buurland Venezuela te beslechten en de sekte van de Zwarte Rabbi Washington om af te rekenen met binnenlandse politieke vijanden. Het geeft ook maar weer eens aan dat zaligmakende boodschappen wel eens onderdeel kunnen zijn van minder zaligmakende politieke agenda’s.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Asantehene in Suriname

In 1943 bezocht prinses Juliana Suriname en afgaande op de overgeleverde beelden is het niet overdreven om te stellen dat de toenmalige inwoners van Suriname het gevoel hadden dat de heilige maagd Maria in het Amazonegebied was neergestreken. Het koloniale onderwijssysteem had haar werk blijkbaar uitstekend gedaan. Want Nederland exploiteerde en vernederde Suriname en haar bevolking reeds eeuwen. Dus zou het logisch zijn geweest dat een vertegenwoordigster van de meest vooraanstaande familie van dat polderland aan de Noordzee met pek en veren was besmeurd. Overigens, het buitenproportionele enthousiasme van de bevolking bleek geen incident want het werd herhaald bij een nieuw bezoek in 1955, toen Juultje inmiddels tot koningin gepromoveerd was. Iets vergelijkbaars wekte kroonprinses Beatrix op in 1958. In 1978 bezocht koningin Juliana (het inmiddels onafhankelijke) Suriname opnieuw en wederom werd ze verblijd met een ontvangst waar menig popster jaloers op kan zijn.

Niet slechts leden van de Nederlandse koninklijke familie zijn in Suriname met een heldenontvangst vereerd. Tot verbijstering van menigeen werden zelfs Robert Vuijsje en zijn entourage onthaald in Suriname als een voetbalploeg dat het WK had gewonnen. Wat waren de merites van Vuijsje? Zijn boek “Alleen maar nette mensen”, waarin hij mensen van Afrikaans Surinaamse komaf compleet door het slijk haalt, was verfilmd.

Onlangs vereerde Asantehene Osei Tutu II Suriname met een bezoek in het kader van srefidensi. Maar in tegenstelling tot de visite van figuren als Juliana, Beatrix en Robert Vuijsje wekte de komst van Osei Tutu II in Suriname veel weerzin op. De mensen waren boos over de hoofdrol die de Ashanti in de transatlantische slavernij zouden hebben gespeeld. Probleem met deze insteek is alleen dat het een selectieve verontwaardiging betreft. Want waar was de woede in Suriname toen Juliana—wiens familie een fortuin verdiend heeft aan het kolonialisme en de slavernij—of Vuijsje, die met zijn boek racistische vooroordelen uitvergroot en daarmee het hedendaagse racisme en VOC-kolonialisme rechtvaartdigt, Suriname aandeden? Of anders wel premier Balkenende? Protest ontbeert geloofwaardigheid als je selectief verontwaardigd bent. De vraag is dus of het protest contra Osei Tutu II wel oprecht was, want we menen een dubbele maat te bespeuren. Nogmaals, waar was de sociale onrust toen premier Balkenende Suriname bezocht in 2005 en 2008?

Volgens de geschiedenisboeken van de witte man waren de Ashanti de hoofdrolspelers in de transatlantische slavernij. Zwarte geleerden hebben echter opgemerkt dat in de diaspora opmerkelijk veel mensen juist claimen een connectie te hebben met de Ashanti. Dit roept toch vraagtekens op: als zovelen zich met de Ashanti identificeren, suggereert dat dan niet dat de Ashanti vooral ook slachtoffers waren van de transatlantische slavernij? Hierop inhakend, de Ashanti woonden niet aan de kust en wijzen erop dat er op hun grondgebied geen slavenmarkten waren. De Ashanti zouden aangevallen zijn door naburige volkeren, maar konden zich goed verdedigen, waardoor ze veel krijgsgevangenen maakten. Hoe dan ook, de Ashanti hebben zo’n honderd jaar oorlog gevoerd tegen de imperialistische Britten en hun Afrikaanse bondgenoten aan de kust. Er waren tussen 1805 en 1900 zeven oorlogen waarvan de Ashanti er zes wisten te winnen. Pas in 1900 hebben de Britten het pleit definitief kunnen beslechten. Hieraan toevoegend, leiders van slavenopstanden in de Amerika’s waren opvallend vaak Coromantijnen (Ghanezen). In verschillende koloniën werd het rebelse karakter van de Coromantijnen als zo’n groot probleem ervaren dat het soms verboden werd om ze te importeren uit angst voor opstanden.

Eurocentrische geschiedschrijvers trachten standaard de rol van de Europeanen in de transatlantische slavernij te bagatelliseren door de nadruk te leggen op de vermeende hoofdrol die Afrikaanse collaborateurs zouden hebben gespeeld. Net alsof Afrika het enige continent is dat ooit collaborateurs heeft gekend. Niemand heeft het bijvoorbeeld meer over de joden die voor en tijdens de oorlog met de nazi’s collaboreerden. Met name de joden die indertijd reeds in Palestina resideerden. Zij hebben de holocaust gefaciliteerd ter verwezenlijking van het grotere doel (vestiging van de staat Israël). Maar we horen de joodse diaspora niet (om die reden) klagen over de staat Israël, neen, de staat Israël wordt veelal juist omarmd omdat men meent dat het een groter algemeen belang dient.

Terugkomend op Zwarte collaborateurs met de transatlantische slavernij, als je dat debat echt zuiver wilt voeren dan moet je ook de collaborateurs in Suriname erbij betrekken. Hoe ga je bijvoorbeeld om met de afstammelingen van de redi musu’s en huisslaven? Moeten die dan ook eerst officieel hun excuses aanbieden om hun verblijf in Suriname te legitimeren? En hoe om te gaan met historische figuren als Elisabeth Samsom? Voor vele Surinamers is zij een heldin omdat zij een slimme zakenvrouw zou zijn geweest in een boze wittemannenwereld. Maar feit blijft dat ze gewoon een ordinaire slavenhoudster was. Dus hoe kon ze überhaupt een heldin zijn? Waren die Afrikaanse koningen die in slaafgemaakten handelden dan ook slimme zuikenlui?

Let wel, het hoeft niet noodzakelijkerwijs slecht te zijn om de rol die Afrikanen zouden hebben gespeeld in de transatlantische slavernij ter discussie te stellen. Maar wat kopen we ervoor als er met meerdere maten wordt gemeten en het grotere doel uit het oog wordt verloren? Dat grotere doel is de internationale strijd tegen VOC-kolonialisme en racisme. Multinationals beschikken over meer kapitaal dan de meeste staten. Wat doen individuele staten als Suriname en Ghana daartegen? Oftewel, de koning der Nederlanden eren en de Asantehene schofferen vertroebelt het pan-Afrikanisme met gebakken peren.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Zwarte piet paradoxen

Wie een moreel onverdedigbare zaak verdedigt neemt het haast onvermijdelijk risico om verstrikt te geraken in een web van tegenstrijdigheden. Zo zouden wit Nederland en hun sympathisanten zo langzamerhand ziek zijn van de onophoudelijke protesten. Tradities zouden gerespecteerd dienen te worden. Volgens de voorstanders van zwarte piet hebben tradities in Nederland eeuwigheidswaarde. Om die reden zou de racistische karikatuur in het Sinterklaasfeest nimmer mogen worden aangepast. Gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren was het onvermijdelijk dat dit klassieke schijnargument ter behoud van blackface in de polder zijn eigen tegenstrijdigheden zou creëren. Aangezien anti-zwartepietactivisten er reeds jaren achtereen in slagen om zich te doen gelden stelden verschillende media terecht dat het protest tegen zwarte piet inmiddels evenzo een traditie is. Nou, volgend op die constatering mag met recht gesteld worden dat het protest tegen zwarte piet tot in den eeuwigheid doorgezet mag worden.

Een ander prominent schijnargument is dat zwarte piet niets met racisme van doen heeft. Maar vervolgens zien we dat de liefhebbers van zwarte piet in vrijwel iedere discussie hun masker afwerpen en zichzelf gaan bedienen van onvervalste racistische retoriek in de polemiek. Aanvankelijk met name anoniem op het internet. Maar inmiddels is het strijdtoneel steeds meer uitgebreid naar de snelweg en straat waardoor de zwartepietjihadisten gezichten hebben gekregen. Neem bijvoorbeeld Jenny Douwes, die hoogblonde ‘Jeanne D’Arc’ uit het noorden des lands die een groep mede-Friesen opjutte om een snelweg te blokkeren, welke levensgevaarlijke actie gezien kan worden als een terroristische daad. Dessalniettemin werd deze crimineel door de Nederlandse tv het anachronistische witte privilege gegund om (tijdelijk) een Zwarte man en zijn advocaat van de geteleviseerde discussietafel te weren. Ze weigerde simpelweg om met hem in discussie te gaan.

Eveneens krijgen we te pas en te onpas om de oren geslagen dat Sinterklaas een kinderfeest is. Als dat daadwerkelijk zo is dan is het verschijnsel des te kwalijker. Is het niet uitermate kwalijk om de onschuld van kinderen zo te misbruiken? Dat je van racisme geniet is al triest genoeg, maar dan ook nog de onschuld van kinderen misbruiken als ideologisch schild? Waarom zou racisme ineens legitiem zijn als het kind de vermeende consument is? In plaats van de onschuldige kindergeest van de jeugdigen van het land van de Rijn rein te houden worden in Nederland kinderen juist van jongs af aan geïndoctrineerd met verfoeilijke kolonialistische concepten. Bovenal deinzen wilde hordes aan Tokkies er niet voor terug om in de nabijheid van duizenden kinderen schunnige racistische retoriek uit te slaan en de Hitlergroet te tonen. Wat is daar kinderlijk en feestelijk aan?

Blijkbaar denken de zwartepietjihadisten dat des te meer ze de anti-zwartepietactivisten intimideren met racistische woorden en daden, des te meer aanspraak ze maken om hun racistische traditie—waarvan ze bij hoog en laag zweren dat-ie niet racistisch is—te behouden. Dit terwijl buiten het Koninkrijk der Nederlanden en Vlaanderen niemand de Nederlandse blackface traditie lijkt te snappen. Zo hoorden we van de week de Amerikaanse rapper Talib Kweli zich voor een overwegend wit publiek nog luid en duidelijk uitspreken tegen zwarte piet in poptempel de Melkweg (^@&% black pete!), net zoals een Duitse journaliste op tv aangaf niet te snappen waarom de racistische karikatuur niet wordt aangepast.

Hoe dan ook, zaterdag 17 november deden de zwarte pieten hun traditionele intrede in een hele reeks steden, eensgelijk in een hele reeks steden traditioneel werd geprotesteerd tegen de racistische karikatuur. Eveneens gaven de zwartepietjihadisten in grote mate acte de presence. Onder hen lieten deze maal met name de voetbalhooligans zich gelden. Probleem is alleen dat voetbalhooligans traditioneel als het schuim der natie worden gezien door de Nederlandse middenklasse. En ze hebben tijdens de intochten erg hun best gedaan om te bewijzen dat die reputatie terecht is door vreedzame demonstranten te bekogelen, racistische leuzen naar het hoofd te slingeren en de Hitlergroet te brengen. Hierdoor werd zelfs fervent zwarte piet fan premier Rutte gedwongen een Sarkozietje te doen en zich van dat geteisem te distantiëren

Daarnaast pleitten de leiders van prominente politieke partijen als GroenLinks en D’66 voor de aanpassing van zwarte piet. Waaruit weer eens bleek dat de zwartepietjihadisten eigenlijk zelf hun grootste vijanden zijn. Door hun terroristische en fascistische counteractivisme waarmee ze trachten mensen hun democratische grondrechten te barricaderen promoveren ze de anti-zwartepietactivisten tot martelaren. Met als gevolg dat de politiek zich steeds luider en duidelijker uitspreekt tegen zwarte piet en juristen erop gaan wijzen dat de zwartepietjihadisten met hun counteractivisme de democratische grondrechten van het Nederlandse volk onder druk zetten.

Natuurlijk was het haast onvermijdelijk dat VVD-kroonprins Dijkhof het om zou draaien en de door de zwartepietjihadisten veroorzaakte ongeregeldheden als een ware crypto-fascist zou aangrijpen om te trachten de democratische grondrechten van de Nederlandse burger in te perken. Op zijn beurt profileert ook Dijkhof zich naast de PVV en FvD steeds nadrukkelijk als een exponent van een fascistische traditie in de Nederlandse politiek. Maar toch, zelfs de politiek lijkt gekanteld.

Dan te bedenken dat minder dan een decennium geleden ieder protest tegen zwarte piet straal genegeerd werd door pers publiek en politiek, kan mede dankzij het terroristische en fascistische counteractivisme van de zwartepietjihadisten niemand er meer omheen. Net zoals de Amerikaanse burgerrechtenbeweging in eerste instantie als radicale gekkies werd weggezet binnen de VS maar op steeds meer sympathie en bijval konden rekenen naarmate hun opponenten gewelddadiger reageerden op hun vreedzame protest.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Jim Jones

Op 18 november 1978 vond er een tragedische gebeurtenis plaats in het oerwoud. Deze maal was eens niet het oerwoud van Vietnam the scene of the crime. Neen. Het was voor de verandering ook niet gerelateerd aan een oorlog. Deze maal vormde het oerwoud van het Zuid-Amerikaanse land Guyana het decor. Meer specifiek de plaats Jonestown. Een plaats waar een paar jaar daarvoor nog niemand ooit van gehoord had. Dat kwam beslist niet omdat Guyana’s hoofdstad Geoergetown verhaspeld was door een slordige journalist. Betreffende plaats was nl. recentelijk uit de grond gestampt door de volgelingen van de Amerikaanse sekteleider Jim Jones. Zelf was hij ervan overtuigd dat hij god was en getuige de menigte die blind zijn bevelen opvolgden was menigeen het daar roerend mee eens. Opmerkelijk veel Zwarte mensen liepen achter rattenvanger van Hamelen Jim Jones aan. Zelfs aan een beval tot zelfmoord werd braaf door meer dan 900 mensen gehoorzaamd door vergiftigde kool aid (Amerikaanse oploslimonade) tot zich te nemen. Sindsdien is kool aid-drinker een gevleugelde begrip in de VS; dat is iemand die blind achter een grappenmaker aanwandelt en zichzelf aldus in het verderf stort.

Jim Jones zijn voorouders kwamen uit Ierland en Wales. Zelf werd hij op 13 mei 1931 geboren in Crete, Indiana, maar groeide op in het naburige dorp Lynnn. Ondanks dat hij enig kind was verzuimden zijn ouders hem de nodige aandacht te geven of als gezin activiteiten te ondernemen. Met de kinderen in de buurt vlotte het ook al niet. Maar een religieuze buurvrouw ontfermde zich over hem en nam hem mee naar de plaatselijke kerk. Dat was voor hem een ware openbaring. In de kerk vond hij de warmte die hij thuis miste. Het inspireerde hem ook om zelf dominee te worden: op tienjarige leeftijd begon hij kerkdiensten te houden voor de kinderen in de buurt. Tevens organiseerde hij begrafenissen voor dieren. Veel kinderen zullen hem een gekkie hebben gevonden, maar bij sommige jongere kinderen vond hij enig gehoor.

Als dominee ontdekte Jones dat hij zijn parochie kon domineren. Als een kind bijvoorbeeld eerder weg wilde gaan bij zijn kerkdienst dan beval hij betreffend kind te blijven. Dat bevel werd vervolgens gehoorzaamd. Hetgeen hem fascineerde. Al predikend ontdekte hij zodoende een talent te hebben om mensen te manipuleren. Deze vaardigheid is hij in de loop der jaren steeds verder gaan ontwikkelen, net zoals andere kinderen die bijvoorbeeld talent hadden voor honkbal al hun tijd en energie staken in het verbeteren van hun vaardigheden in het honkballen. Op school ging het overigens goed en in zijn vrije tijd verdiepte hij zich in charismatische historische figuren als Marx, Stalin, Hitler, Mao en Ghandi. Daarbij bestudeerde hij nauwkeurige hun sterke en zwakke punten.

In 1955 richtte Jones the Peoples Temple op in Indianapolis, later verhuisde deze sekte naar San Francisco. Betreffende sekte combineerde het christendom met communistische idealen en legde een grote nadruk op raciale gelijkheid. Jones predikte met de cadence van een Zwarte dominee en zijn preken waren vaak motivational speeches die ervoor zorgden dat de verworpenen der aarde zich speciaal gingen voelen. Vooral Zwarte Amerikanen lieten zich daardoor in zulke grote mate verleiden, dat de meerderheid der leden Zwart was. Doch in de praktijk dienden zij slechts als voervolk. Het leiderschap van the People’s Temple bestond nl. grotendeels uit witte vrouwen.

Lokale politici aanschouwden de invloed van Jones en trachtten hem voor hun karretje te spannen. Zo werd George Moscone dankzij steun van Jones tot burgemeester van San Francisco gekozen. Dit had wel tot gevolg dat Moscone een soort van marionet van Jones werd. Wat onder meer verklaart waarom Jones ineens benoemd werd in sleutelposities.

Maar Jones had inmiddels andere kopzorgen. Vanaf 1973 kwamen er berichten in de pers over de perverse gang van zaken binnen de sekte. Jones besloot daarop te verkassen naar het buitenland om uit de handen van de Amerikaanse autoriteiten te blijven. Zo wist Jones een overeenkomst gesloten met de regering van Brits Guyana. De sekte kreeg bewust grond toegewezen nabij betwist grensgebied met Venezuela, vanuit de gedachte dat Venezuela zich wel twee maal zou bedenken om betreffend gebied binnen te vallen als aldaar Amerikaanse staatsburgers waren gevestigd.

Na grootschalige voorbereidingen verhuisde Jones met honderden van zijn volgelingen naar het naar hemzelf vernoemde Jonestown in de zomer van 1977. Echter, in november 1978 bezocht congreslid Leo Ryan Jonestown om geruchten te onderzoeken dat aldaar mensen misbruikt werden en tegen hun wil in Jonestown verbleven. De door de media gevolgde Ryan werd in eerste instantie warm ontvangen in Jonestown. Maar in de loop van het verzoek gaven sekteleden stiekem briefjes aan leden van de delegatie van Ryan waarin ze hen smeekten om hulp. Uiteindelijk vertrok de delegatie van Ryan met 15 afvallige sekteleden uit Jonestown. Jim Jones was woedend. Een groep gewapende sekteleden leidde de delegatie Ryan naar het vliegtuig, maar vlak voor het instappen openden ze het vuur en vermoordden congreslid Ryan, drie journalisten en een afvallig sektelid. Jones begreep na dit incident dat zijn einde naderde en wilde koste wat het kost voorkomen dat hij en zijn aanhangers levend in handen van de autoriteiten kwamen. Aldus nam ‘god’ die zijn volgelingen de hemel op aarde had beloofd zijn parochie uiteindelijk mee naar de hel door ze tijdens een laatste avondborrel als makke lammetjes de kool aid te laten drinken.
DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Hoe Nederland de Eerste Wereldoorlog won

11 november staat niet uitsluitend voor Sint Maarten, maar voor nog veel meer. Zeker 11 november aanstaande. Op 11 november 2018 11:00 is het namelijk precies honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog ten einde kwam. Duitsland tekende die dag de vrede in het wapenstilstandrijtuig. Tot groot genoegen van de meesten buiten Duitsland want de wereld had nog nimmer zo’n bloedige oorlog gekend. Aan beide kanten vielen er miljoenen doden en verminkten te betreuren. Dus vanuit die invalshoek bekeken waren er geen winnaars. Maar cynisch bekeken zou betoogd kunnen worden dat J.P. Morgan de grote winnaar was, de Anglo-Amerikaanse bankier die de geallieerden financierde. Echter, een andere maar veel minder bekende winnaar was het officieel neutraal gebleven Nederland. Ook al hadden de Germaanse broeders in het stof moeten buiten. Of won Nederland juist omdat de Germaanse broeders zand hadden moeten happen?

Gezien de anti-Duitse stemming die er decennialang na de Tweede Wereldoorlog in Nederland heeft geheerst valt het heden ten dage wellicht nauwelijks nog voor te stellen, maar gedurende de Eerste Wereldoorlog kraakte het grootste gedeelte van de bevolking van het neutrale Nederland voor Duitsland. Men hoopte vurig op een Duitse overwinning. Net zo vurig als men de Britten een nederlaag toewenste. In die dagen werden de Britten beslist niet als bevrijders ervaren, maar als onderdrukkers.

De Nederlandse bevolking was woedend vanwege het leed dat Groot-Brittannië de broeders in Zuid-Afrika toe zou hebben berokkend rond 1900 in de boerenoorlog. Een anti-apartheidsbeweging was er indertijd in de verste verte nog niet. Nederland identificeerde zich indertijd moeizaam met het lot van Afrikanen, doch makkelijker met kolonisten met Nederlandse wortels die zichzelf Afrikaners (of boeren) noemden. De boerenleiders waren tot de helden van het Nederlandse volk uitgegroeid. Dat uitte zich onder meer in het vernoemen van straten naar boerenleiders en de door boeren gekoloniseerde Zuid-Afrikaanse geografie: zodoende ontstonden de Transvaalbuurten en Afrikaanderbuurten in een reeks Nederlandse steden, met toponiemen vernoemd naar boerenleiders als Andries Pretorius, Louis Botha, Christiaan de Wet, Paul Kruger, etc.. Daarnaast bleek de Nederlandse sympathie voor Duitsland wel uit het feit dat het aan het eind van de oorlog de Duitse keizer Wilhelm asiel verleende en weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden. Bovendien trok de Nederlandse bevolking zich na de oorlog het lot van Duitse en Oostenrijkse kinderen aan en steunde in grote mate liefdadigheidsacties die voor hen in het leven waren geroepen.

Gedurende de oorlog werd de anti-Britse stemming in het neutrale Nederland ook nog eens bevestigd. De Eerste Wereldoorlog was ook voor de Nederlandse bevolking geen pretje en dat kwam in grote mate door de Britten. De geallieerden trachtten te verhinderen dat Duitsland via Nederland aan voedsel en contrabande kwam. Daarom blokkeerden de Britten de haven van Rotterdam. De Nederlandse import werd door de Britten gereguleerd en aan quota’s gebonden. Hier bovenop trachtten zij ook nog eens de Nederlandse handel met Duitsland te voorkomen, maar die poging faalde. Doch de Britse blokkade van Rotterdam was al erg genoeg, aangezien hierdoor voedsselschaarste ontstond in Nederland. Om er zorg voor te dragen dat het weinige voedsel dat er was eerlijk verdeeld werd ging veel voedsel op de bon. Zelfs voor neutraal Nederland was de Eerste Wereldoorlog dus geen paradijslijke periode. Desalniettemin, geen enkel Europees land kwam zo relatief ongeschonden uit de Eerste Wereldoorlog.

Na de capitulatie van de Teutoonse broeders bleek echter de concurrentiepositie van Nederland spectaculair te zijn verbeterd. Doordat de buitenlandse concurrentie enige jaren weg was gevallen hadden de Nederlandse handel en industrie vrij spel op zowel de nationale als internationale markt en werd het gedwongen zelf initiatieven te ontwikkelen die zeer goed uitpakten. Philips ging bijvoorbeeld zelf gloeilampen fabriceren en omdat Duitsland nog weinig steenkool exporteerde ging Nederland zelf met succes steenkoolmijnbouw ontwikkelen in Limburg. Daarnaast ging de eigen wapenindustrie behoorlijk draaien en kwam de luchtvaart van de grond.

Dat het Verdrag van Versaille een vloek was voor Duitsland maar een zege voor Nederland bleek helemaal na 1923. Om de astronomische schadevergoeding aan de geallieerden te kunnen bekostigen ging de Duitse Minister van Financiën Matthias Erzberger het Duitse bedrijfsleven hoge belastingen opleggen. Hierop verkasten vele Duitse bedrijven naar het buitenland, in het bijzonder naar Nederland. Hele fabrieken werden letterlijk afgebroken in die Heimat om vervolgens weer opnieuw opgebouwd te worden in Nederland. Die in Nederland herboren bedrijven gingen op hun beurt weer fuseren met failliete bedrijven gevestigd in Duitsland, wat dan weer als list diende om de lucratieve handel en wandel vanuit Nederland voor de Duitse fiscus te camoufleren. Frauderende ‘Nederlandse’ bedrijven werden zelden in de kraag gevat door de Duitse fiscus. Hierdoor werd het voor Duitsland bijzonder lastig om zijn schadevergoeding af te betalen aan de geallieerden (die op hun beurt weer bij JP Morgan moesten aftikken). Maar dat zal Nederland worst zijn geweest, want dat kreeg zo maar een enorme kapitaalinjectie in de schoot geworpen dat voor een gouden decennium zorgde. Economische historici als van Zanden hebben erop gewezen dat de Nederlandse economie na 1923 onvoorstelbaar snel groeide. Zo’n ongelooflijke groei heeft Nederland nimmer gekend, noch voordien noch nadien (of in ieder geval sinds het serieus gemeten wordt). Zelfs niet in de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw. Dus ondanks dat het Nederlandse leger in de Eerste Wereldoorlog geen schot heeft gelost kan Nederland gerekend worden tot de grote winnaars van de oorlog.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Calamiteiten in Brazilië (2)

Waarvoor gevreesd is is dan toch geschied. Er is een fascist aan de macht gekomen in het grootste land van Zuid-Amerika. Volgens demografisch georriënteerde wijzen heeft Brazilië zelfs op Nigeria na de grootste Afrikaanse bevolking ter wereld. In ieder geval, de meerderheid van de Braziliaanse bevolking is niet-wit. Uitgerekend in dit melaninerijke land heeft een fascist op democratische wijze de macht weten te grijpen. Het fascistische karakter wist in de tweede ronde zelfs zoveel als 55% van de stemmen in de wacht te slepen.

Doemsdag was onder meer mogelijk omdat de verkiezingen zwaar gemanipuleerd waren. De eerste aanzet daartoe werd ironisch genoeg gegeven door ex-president Rousseff door toe te staan dat er wetgeving werd aangenomen dat vervolgens tegen haar en haar mentor Lula werd gebruikt met als gevolg dat zij uit haar ambt werd gebonjourd en Lula achter de tralies belandde. Plea bargaining, het bepleiten van strafvermindering in ruil voor schuldbekentenis bleek een ware politieke bicicleta in eigen doel.

Daarnaast werd Lula, de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen, zonder pardon van het stembiljet gekrast. Nou, zal men betogen, los van de vraag of Lula’s berechting terecht is, maar hij is nu eenmaal veroordeeld door de rechter. Ook al wacht hij momenteel een hoger beroep af. Maar dat is precies het punt. Eveneens verscheidene andere kandidaten waren veroordeeld door de rechter en wachten een hoger beroep af, maar hun namen mochten gewoon op het elektronische stembiljet blijven pronken. Een dubbele maat dus.

Bovendien heeft het hoogste Braziliaanse gerechtshof 3,4 miljoen stemmers vlak voor de verkiezingen hun stemrecht ontnomen omdat ze niet op tijd aan de biometrische registratie zouden hebben voldaan. De meeste van die stemmers zijn afkomstig uit gemarginaliseerde gebieden. Bijvoorbeeld de overwegend Zwarte staat Bahia. Anderzijds, of dat wat uitgemaakt heeft is maar zeer de vraag. Feit is dat Bolsonaro maar liefst 10,7 miljoen meer stemmen kreeg dan zijn naaste concurrent Haddad. Dat waren beslist niet alleen witte stemmen. Want ook al is de meerderheid van de Braziliaanse bevolking van Afrikaanse afkomst, velen van hen hebben Bolsonaro hun stem gegund. Niettegenstaande dat Bolsonara verkondigd heeft over de Quilombolas (Braziliaanse Marrons): “Ze doen helemaal niets. Ik denk zelfs dat ze zelfs niet meer goed zijn om zichzelf te vermenigvuldigen.” Triester nog, hij heeft geschreeuwd dat de politie carte blanche zal krijgen om te moorden. Zelfs dat heeft blijkbaar geen alarmbellen doen rinkelen in Zwart Brazilië. Aangezien de meeste slachtoffers van politiegeweld Zwart zijn vindt Zwart Brazilië het ogenschijnlijk wel goed om eensgelijk de bizon recreatief afgeschoten te worden.

Dus wat Bolsonaro betreft: Black lives don’t matter. Dat steekt hij geenszins onder stoelen of banken. Toch stemt Zwart Brazilië op hem. Wat maar aangeeft hoe grondig gehersenspoeld Zwart Brazilië moet zijn. Zwart Brazilië heeft blijkbaar dezelfde naïeve mindset als wijlen de dodo. Wel dient aangegeven te worden dat Bolsonaro’s steun van Zwart Brazilië mede ontstaan zou zijn door een illegale, grootschalige nepnieuws campagne contra Bollsonaro’s grootste concurrent Haddad op de sociale media, gefinancierd door een aantal ondernemers die met Bolsonaro sympathiseren.

Met de verkiezing van Bolsonaro lijkt de militaire dictatuur (1964-1985) weer terug te lande. Dat was een kwade periode uit de Braziliaanse geschiedenis waar het land nimmer mee in het reine is gekomen. Zoals Duitsland dat gedaan heeft na de Tweede Wereldoorlog, of wat Brazilië betreft dichter bij huis, buurland Argentinië. Na de dictatuur ging het leven gewoon door in Brazilië en niemand heeft geboet noch berouw getoond. Mede om die reden ontbeert het de bevolking aan bewustzijn over de verschrikkingen die dat regime op haar geweten heeft. Vandaar dat Bolsonaro ongestraft als verkiezingsstunt zijn familie en supporters in shirtjes kon laten rondlopen met het portret van kolonel Ustra, één van de meest sadistische martelaars en moordenaars van dat regime. Tevens is het opmerkelijk dat Bolsonaro er geen probleem mee heeft om met Adolf Hitler himself vergeleken te worden.

Wall Street en Washington zijn in ieder geval dolblij met Bolsonaro. Hij heeft aangekondigd een neoliberaal beleid te voeren en aangegeven braaf als een schoothondje achter Washington aan te gaan huppelen. In dat licht moet ook zijn uithaal richting China geïnterpreteerd worden en zijn besluit om de Braziliaanse ambassade in Israël eensgelijk Trump te verhuizen van Tel Aviv naar Jeruzalem. De verbale schoffering van China is interessant aangezien Brazilië samen met China onderdeel uitmaakt van de BRICS. Onder Lula vormde Brazilië samen met China juist de BRICS als tegenwicht voor de Anglo-Amerikaanse werelddominantie. Dus waarom ineens handelsoorlogstaal uiten richting China? Heeft Bolsonaro vanuit Washington de opdracht gehad om de BRICS te verlaten? Wil hij dat soms op gaan vangen middels handel met de VS? Kan en wil de VS dat wel? Beseft hij dan niet dat China Brazilië’s grootste handelspartner is en daarna de EU? Hoe gaat de relatief kleine handelspartner de VS dat gat ineens kunnen opvullen?

De verkiezing van Bolsonaro kan gezien worden als een geopolitiek succes voor het Anglo-Amerikaanse imperium. Het imperium heeft China een mooie hak weten te zetten in de handelsoorlog. Los daarvan zou het interessant zijn om de beweegredenen te onderzoeken van melaninerijke Brazilianen om een president te kiezen die gelijkenissen vertoont met de nazi’s. Racisme is in Brazilië een taboe-onderwerp waardoor er wellicht weinig bewustzijn over is, maar toch. Om in deze aan de beruchte uitspraken van Kanye West te refereren, onderdrukking blijkt soms inderdaad een keuze te zijn.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De kok van het polderneoliberalisme


Sinds 20 oktober 2018 is Wim Kok niet meer. Als vakbondsleider en premier heeft de man ontegenzeggelijk zijn stempel gedrukt op de Nederlandse geschiedenis van het einde van de 20e eeuw. Reden voor de media en prominenten om de man weelderig te bestrooien met loftuitingen. Inderdaad, de wijze waarop Wim Kok het bekokstoofd heeft om als een acrobaat de sociaal-economische ladder op te klimmen kan als bewonderingswaardig gekwalificeerd worden. De man maakte een inhaalrace à la Max Verstappen. Eensgelijk de hoofdrolspeler van het Nieuwe Testament kwam hij ter wereld als de zoon van een timmerman. Wellicht werd deze timmermanszoon niet geboren in een kribbe, doch het gelukte hem wel om zich op wonderbaarlijke wijze helemaal omhoog te timmeren tot aan het Torentje van het Binnenhof aantoe. De ongeschreven regel was dat als je voor een dubbeltje geboren bent je nooit een kwartje wordt, maar Kok heeft die regel als geen ander aan zijn laars gelapt.

Maar Kok heeft nog veel meer aan zijn laars gelapt. Zoals de ideologie van de politieke partij waar hij lid van was. Wim Kok was eens de grote leider van de Nederlandse vakbeweging. Vervolgens maakte hij een transfer naar de politiek. Maar eenmaal gesettled in zijn nieuwe metier bleek Kok evenzo een ideologische transfer te hebben gemaakt. De vriendelijke reus torende omhoog en werd de machtigste politicus van het land. Doch eenmaal in het Torentje maakte hij beleid dat de suggestie wekte dat de voormalig voorzitter van de VNO-NCW op de knoppen drukte, ipv de voormalige voorzitter van de FNV. Zelf had hij het over het afschudden van de ideologische veren van zijn partij de PvdA, daarmee betreffende partij voor zijn achterban metamorfoserend van een vlinder in een rups.

Onder auspiciën van Kok fuseerde de PvdA officieus met de VVD. Wel mocht Kok ‘de paus’ spelen van de nieuwe politieke staatsgodsdienst het neoliberalisme. De overheid diende terug te treden en de vrije markt zou dankzij één of andere onzichtbare hand alle problemen te lande oplossen. Wel jammer dat chefkok Wim en zijn keukenhulpjes de geschiedenis van Nederland niet kenden, want anders hadden zij geweten dat het niet voor niets is dat de overheid bepaalde taken op zich genomen heeft.

In de 18e/19e eeuw bemoeide de overheid zich aanvankelijk met weinig, en dat werd een rotzooitje. Enkelen werden steenrijk, maar de meesten bleven straatarm. Los daarvan, Sander Heijne heeft erop gewezen dat de dienstenvoorziening niet functioneerde. Bepaalde gebieden ontvingen bijvoorbeeld nauwelijks post omdat het niet rendabel was. Evenzo was de infrastructuur ineffeciënt, juist omdat er verschillende spoorwegmaatschappijen waren die hun eigen netwerk van spoorwegen exploiteerden en die verschillende spoorwegen verschilden van breedte, de verschillende dienstregelingen sloten niet op elkaar aan en ze beheerden hun eigen stations. Bovendien accepteerden ze elkaars vervoersbewijzen niet. Eén grote ellende dus voor de reizigers. Zeker als ze over moesten stappen! Daarnaast was gezondheidszorg aanvankelijk een privilege van de rijken.

De overheid ging langzaam maar zeker beseffen dat het fnuikend was voor de economie als de post in bepaalde delen van het land slecht bezorgd wordt, de infrastructuur een puinhoop is en de arbeidsbevolking ziekelijk. Want in tegenstelling tot hetgeen de liberale, kolonialistische, voor de British East India Company werkende 19e eeuwse economen bij hoog en laag zweerden lostte de vrije markt bepaalde problemen beslist niet op. Sterker nog, in de omringende landen werd met name de infrastructuur vanaf begin 19e eeuw door de overheid gestuurd, met als resultaat dat aldaar de economie veel harder groeide dan in Nederland.

Let wel, de vrije markt werkt in bepaalde branches uitstekend, maar op andere gebieden totaal niet, vandaar dat de Nederlandse overheid die in de loop van de 19e/20e eeuw doelbewust voor zichzelf opeiste. Maar die geschiedenisles was Kok blijkbaar volledig ontgaan, waardoor hij zich liet verleiden om essentiële overheidstaken te verzelfstandigen, of zelfs los te laten op de vrije markt. Het gevolg is dat tegenwoordig het ganse spoor bij het minste geringste sneeuwvlokje vastloopt momenteel, het verzenden van post duurder is dan ooit, er wachtlijsten zijn in de zorg en er ziekenhuizen failliet gaan. Dan hadden we het nog niet eens gehad over de gevolgen voor de natuurlijke aanhang van de PvdA: al die duizenden vakmensen die dankzij de privatisering van essentiële overheidsdiensten hun baan hebben verloren. Mede daarom was Pim zo boos op Wim. Mede daarom is de PvdA sindsdien zo onfortuinlijk afgestraft door de kiezer.

Wim Kok mocht het voorlopige dieptepunt van de vruchten van zijn paarse beleid, het bankroet van het Slotervaartziekenhuis en de IJselmeerziekenhuizen net niet meer meemaken. Maar het persoonlijke hoogtepunt van zijn paarse beleid weer wel. Dat is dat hij nog jarenlang heeft mogen genieten van zijn neoliberale pensioensregeling in de vorm van riant betaalde commissariaten. Als wederdienst voor zijn neoliberale pensioen stemde ex-vakbondsman Kok in met een stijging van 584 % in de loop van drie jaar van de kortetermijnbonus voor ING-topman Michel Tilmant. Daarmee begon Wim Kok op een echte Angelsaksische neoliberaal te lijken en was hij overgelopen naar de geldwolven die hij eerder ernstige verwijten had gemaakt. Waarmee hij helaas evenzo de Angelsaksische betekenis van zijn naam (Wim Cock) eer aan deed. Wedermaal, zijn reis van de bodem naar de hemel van de maatschappij is bijzonder. Helaas is zijn Torentjebeleid om hele andere redenen bijzonder. Oftewel hoe Wim Kok zich ontpopte tot kok van het polderlandse neoliberalisme.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van generaal Maceo (2)

Spanje heeft een kostbaar lesje geleerd in Cuba. Cuba was Spanje’s Vietnam. Vele decennia nadien gaf de conservatieve Spaanse krant ABC de VS ten tijde van de Amerikaanse interventie in Vietnam dan ook de volgende wijze waarschuwing: “Pas op dat met jullie niet hetzelfde gebeurt als met ons op Cuba. Wij stuurden 250.000 van Spanje’s beste soldaten, met het beste materieel destijds beschikbaar; en 3.000 in vodden gehulde mannen geleid door Gomez en Maceo maakten ons af.”

Op Cuba is er een klein wonder geschied. Een paar duizend in vodden gehulde en grotendeels met machettes bewapende mannen hakten een leger (inclusief vrijwilligers) bestaande uit 300.000 uitstekend bewapende soldaten drie jaar lang in de pan (in de loop van de oorlog zou het rebellenleger uitgroeien tot tienduizenden, maar het Spaanse leger bleef altijd vele malen talrijker) zonder hulp van enige buitenlandse mogendheid. Volgens historicus Philip S. Foner is het narratief hoe dat kunstje is geflikt één van de grote heldenverhalen van de moderne militaire geschiedenis.

De verwikkelingen in Cuba werden op de voet gevolgd door de wereldpers met als gevolg dat Maceo wereldberoemd werd, zelfs in Spanje. Net zoals voetballende jongetjes tegenwoordig Messi willen zijn, waren Spaanse jongetjes die krijgertje speelden bij voorkeur Maceo. In 1925 verkondigde generaal Primero de Rivera nog publiekelijk in Madrid: “Ik, generaal van het Spaanse leger, zoon van generaals en neef van generaals vind het een eer om gewond te zijn geraakt in een veldslag tegen Maceo, grootste van de Spaanse generaals geboren op Cuba.”

Uitgerekend in de tijd dat de ideologie van de witte suprematie hoogtijdagen vierde verdiende de man die vanwege zijn huidskleur en ongekende spierkracht bekend stond als de bronze titaan, zijn sporen op het slagveld. Terwijl gevestigde eurocentrische pseudowetenschappers overuren maakten om ʽwetenschappelijkʼ te bewijzen dat de Zwarte mens inherent minderwaardig was ter legitimering van het kolonialisme en Jim Crow. Juist in die atmosfeer verwierf Maceo wereldfaam vanwege zijn ongeëvenaarde militaire prestaties. Gezegd kan worden dat Maceo niet slechts het Spaanse leger maar eveneens de ideologie van de witte suprematie in het nauw dreef. Dit werd met name door Zwart Amerika, dat zwaar leed onder Jim Crow, ten zeerste gewaardeerd.

Maceo en zijn Zwarte soldaten hadden zowel direct al indirect een ongelooflijke impact op Zwart Amerika. De meerderheid van de soldaten in het leger van de revolutionairen waren Zwart, evenzo de beste generaal (Maceo). Dit zorgde er niet alleen voor dat een apartheidssysteem zoals dat in de VS was ingevoerd in Cuba moeilijk voet aan de grond kreeg, maar het voorbeeld van Cuba was eveneens een gevaar voor het systeem van witte overheersing in de VS, want het inspireerde Zwarte Amerikanen om voor hun rechten op te komen. De Zwarte krant “The Chicago Defender” schreef: “Het ontroert de ziel van de Zwarte Amerikanen om getuigen te zijn van de eer en glorie die onvermoeibaar aan die gekleurde man wordt toebedeeld.” Want dit zou voor andere Zwarte mensen de weg hebben geëffend om plaats te nemen in het kabinet en het congres, en als politiechefs en legerofficieren. Een andere Zwarte journalist verkondigde dat Maceo de grootste held van de 19e eeuw was. Tevens wijst Gerald Horne erop dat in het verlengde van de roem van Maceo Cuba in het algemeen zoveel status verkreeg dat verschillende Zwarte Amerikaanse honkbalploegen zichzelf Cuban gingen noemen (Cuban Giants, Cuban Stars). Bovendien werden Afrikaans Amerikaanse kinderen opvallend vaak Maceo genoemd. Een proces dat overigens tot op de dag van vandaag voortduurt (denk bijvoorbeeld aan de beroemde muzikant Maceo Parker).

Op zijn beurt besefte Maceo als geen ander dat de VS minstens net zo´n grote vijand was van het Cubaanse volk als Spanje. In tegenstelling tot de elitaire revolutionairen streefde Maceo daarom niet naar erkenning door de VS, integendeel. Hij wilde absoluut niet dat de VS een vinger in de pap kreeg in Cuba, want hij was politiek volwassen genoeg om te bevatten dat het Cubaanse volk met de VS slechts de ene onderdrukker voor de andere zou verruilen.

Op hun beurt zagen de Amerikaanse autoriteiten de ontwikkelingen op Cuba met lede ogen aan. De aanwezigheid van zovele gewapende Zwarte mannen met een revolutionaire mindset op het eiland werd als een groot gevaar gezien door de aspirant wereldmacht die de ideologie der witte suprematie hoog in het vaandel had. Stel je voor dat de Afrikanen het eiland overnamen, en er een nieuw Haïti ontstond! Vandaar dat de VS besloot met hen af te rekenen. Omdat vooral door toedoen van wijlen Maceo het Spaanse leger zwaar was verzwakt kon het Amerikaanse leger in slechts vier maanden tijd over de Spanjaarden heen walsen. Toen de Spaanse vlag gezakt werd in Havana klonk het nog enthousiast uit duizenden kelen: “Viva Americana!”. Maar dat enthousiasme zou met name bij de Zwarte Cubanen spoedig wegzakken. Officieel werd Cuba onafhankelijk, maar de facto werd het een Amerikaanse kolonie, met alle gevolgen van dien. Eensgelijk als in de VS werd getracht in Cuba een apartheidssysteem te implementeren. Hiertegen kwamen de Zwarte Cubanen in opstand in 1912. Maar betreffende opstand werd genadeloos neegeslagen: duizenden mensen werden zonder pardon afgeslacht. Maceo had heel goed gezien dat de VS niet Cuba’s vriend was. Pas in 1959 zou Cuba de onafhankelijkheid verwerven die Maceo voor ogen had. Desalniettemin is het zeer terecht dat de bronze titaan op Cuba in brons is gegoten.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van generaal Maceo (1)

Antonio Maceo kan gerekend worden tot de voortreffelijkste legeraanvoerders uit de wereldgeschiedenis. De man toonde onvoorstelbare moed in het zicht van schier onoverkomelijke uitdagingen. Hij boekte spectaculaire successen en kaapte zodoende de verbeelding van de wereld zoals nadien wellicht nooit meer iemand is gelukt. Desalniettemin is hij heden ten dage vrij onbekend buiten Latijns-Amerika, maar dat is volstrekt onterecht.

Antonio Maceo werd op 14 juni 1845 geboren op Cuba. Zijn ouders waren vrije Zwarten. Van jongs af aan was Maceo politiek bewust geweest. Zo had hij een hekel aan de slavernij die hij om zich heen zag en beschouwde de Spaanse overheersing van Cuba als de oorzaak van de heersende armoede. Ondanks zijn gebrek aan formeel onderwijs kwam hij schrander over en werd ‘ontdekt’ door een advocaat die hem introduceerde in de kringen van revolutionaire Cubaanse activisten. Op 12 oktober 1868 vond de eerste actie van de revolutionairen plaats in de zgn. tienjarige oorlog en de jonge Antonio Maceo was van de partij. Sterker nog, meteen tijdens dat eerste treffen met de Spaanse overheersers onderscheidde hij zich dusdanig dat hij bevorderd werd tot sergeant.

In theorie waren de Cubanen volstrekt kansloos tegen het talrijke, met de modernste wapens uitgeruste Spaanse leger. In de praktijk bleken de in vodden gehulde en grotendeels met slechts kapmessen uitgeruste rebellen het de Spaanse imperialisten knap lastig te kunnen maken. Met name dankzij geboren soldaten als Maceo in de gelederen. Maceo bleef zichzelf onophoudelijk onderscheiden met als gevolg dat hij ondanks zijn huidskleur snel opklom in de hiërarchie en het uiteindelijk tot generaal schopte.

De revolutie verliep voortvarend maar begon desalniettemin te struikelen. De revolutie kampte nl. met een grote weeffout. De revolutionairen waren het erover eens dat Cuba zsm onafhankelijk moest worden. Maceo en consorten meenden dat die onafhankelijkheid vervolgens de sleutel was tot het invoeren van vergaande sociale hervormingen zoals het afschaffen van de slavernij. Slavenmeesters die een grote vinger in de pap hadden dachten daar echter heel anders over. Uit propagandistische motieven konden ze wel eens verkondigden dat emancipatie een doel van de revolutie was, maar in werkelijkheid wensten zij de slavernij gewoon te handhaven. De Spanjaarden wisten dat en trachtten de revolutionairen continu uit elkaar te spelen door op dergelijke sentimenten in te spelen.

Maceo bleef ondertussen onverminderd de ene verbluffende overwinning na de andere boeken. Maar het bleek water naar zee dragen te zijn aangezien de hoogste leiders van de revolutie een vredesverdrag zouden gaan sluiten met de Spaanse opperbevelhebber generaal Campos. Dit was in de ogen van Maceo onvoorstelbaar. Maceo beschouwde het Verdrag van Zanjón als hoogverraad aangezien het betreffende vredesakkoord noch onafhankelijkheid, noch de afschaffing van de slavernij garandeerde. Om die reden bleef Maceo als enige leider gewoon doorvechten. Dit was zijn beroemde protest van Baraguá. Maar er kwam een compromis. De vrede kwam er doch Maceo gaf zich nimmer over aan de Spanjaarden. Hierdoor konden de revolutionairen zeggen dat ze niet verslagen waren maar de revolutie om strategische redenen hadden opgeschort.

Na veel tegenslagen werd de revolutie inderdaad hervat in 1895. Alhoewel Máximo Gómez opperbevelhebber werd van de revolutionairen was het Maceo die zich als geen ander onderscheidde op het slagveld. De revolutionairen wilden deze maal de oorlog niet beperken tot het oosten van het eiland, maar het ganse eiland in vuur en vlam zetten, inclusief het welvarende westelijke deel. Om dat te voorkomen hadden de Spanjaarden trocha’s gebouwd (onoverbrugbaar geachte versperringen). Maar tot grote ontzetting van de Spanjaarden wist Maceo met zijn leger die trocha’s toch over te steken en het westen te bereiken. Eén zo’n onneembaar geachte trocha lag nabij Havanna. Gezegd werd dat mocht het Maceo gelukken om die trocha te doorkuisen hij groter was dan Hannibal. Op 8 januari 1896 deed Maceo precies dat en bereikte in volle glorie het meest westelijke deel van Cuba. De propaganda van de Spanjaarden (Maceo afschilderen als een gevaarlijke schurk) bleek niet te hebben gewerkt: hij werd door de plaatselijke bevolking overal als een held onthaald. De westelijke invasie, waarbij Maceo met een klein leger heel Cuba doorkruiste, wordt beschouwd als één van de meest briljante militaire operaties van de 19e eeuw.

Echter, wederom werden Maceo ongekende militaire successen ondermijnd. De hoogste leiders van de revolutie konden het niet verkroppen dat een Zwarte man zo machtig en populair werd. Plotseling werd zijn broer José Maceo ontheven van zijn functie als commandant van de provincie Oriente en zijn kameraad Gómez als opperbevelhebber. Reden voor Maceo om snel terug te keren naar het oosten om de revolutie te redden. Maceo moest nu opnieuw een trocha doorkruisen. Maar in een schermutseling met de Spanjaarden werd de onoverwinnelijk geachte Maceo gedood op 7 december 1896.

Maceo is betrokken geweest bij meer dan 500 militaire confrontaties met het Spaanse imperium waarbij zijn lichaam werd geteisterd door zoveel als 25 schotwonden. Maar hij verloor nooit één enkele veldslag. Keer op keer was hij de tot op de tanden bewapende Spanjaarden te slim af. Maceo had de oorlog met vlag en wimpel kunnen winnen, ware het niet dat de Spanjaarden met succes propaganda verspreidden onder de witte leiders van de revolutie dat de Zwarte Maceo een dubbele agenda had en van plan was van Cuba een nieuw Haïti te maken. Alhoewel, kwa militaire prestaties kan Maceo zeker vergeleken worden met de helden van de Haïtiaanse revolutie…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Long live the Kane

Medio jaren ’80 ontwikkelde Hip-Hop zich spectaculair. Dat gold met name voor het rappen. Zo meende begin jaren ’80 menig rapper nog weg te kunnen komen met kinderrijmpjes aangevuld met zelfverzonnen onzinwoorden. Dit was één van de redenen waarom Hip-Hop jarenlang niet serieus werd genomen door de grote boze buitenwereld. Maar naarmate de concurrentie groter werd werd men ook steeds meer gedwongen iets meer te geven om zich te onderscheiden van diezelfde concurrentie. Zodanig zelfs dat men het als kitsch beschimpte rappen wist te ontwikkelen tot een erkende kunstvorm. Eén van de rapfenomenen die in dat proces ontegenzeggelijk een voortrekkersrol heeft vervuld is Big Daddy Kane.

Antonio Hardy begon als kind met rappen onder invloed van zijn grote neef Murdoch. Hij was een groot fan van het karakter Caine gespeeld door David Carradine in een tv-serie genaamd King Fu, wat hem inspireerde om zichzelf MC Kane te noemen, hetgeen later dus weer werd verfraaid tot Big Daddy Kane. Rondhangend in winkelcentrum Albee Square Mall raakte hij bevriend met een andere aspirerende rapper genaamd Biz Markie, die een groot netwerk had en ingangen voor hem creëerde. Zo bracht the Biz hem zelfs in contact met het indertijd fameuse collectief the Juice Crew, waar hij een prominent lid van zou worden.

Voordat Kane zelf beroemd werd deed hij zich op de achtergrond reeds flink gelden. Zo fungeerde Kane als dj voor rapfenomeen Roxanne Shanté, maar schreef ook de teksten voor haar hits “Have a nice Day” , “Go on girl” en Loosey’s rap (van Rick James) net zoals hij de meeste teksten schreef voor Biz Markie’s klassieke debuutalbum “Going off”. Hetgeen tevens de veelzijdigheid van Kane als tekstschrijver aangeeft, aangezien Shanté een battle rapper pur sang is en Biz Markie een clown die bijvoorbeeld rapt over het eten uit je neus.

Volgens Kool Moe Dee heeft Kane improviserend rappen populair gemaakt. Freestyle had eens een hele andere betekenis. Het was gewoon een geschreven rhyme zonder specifiek onderwerp. Improviseren was een vies woord, een zwaktebod. De gedachte was dat mensen die geen rhymes konden schrijven achteraf zeiden dat het geïmproviseerd was, om hun gezicht te redden (net zoals graffiti-artiesten “it rained” erbij zetten als hun kunstwerk is mislukt). Daarom werd ook geen enkele mc die improviseerde gerespecteerd. Maar dat veranderde toen Kane het nummer “Just Rhymin with Biz” uitbracht. Het gerucht op straat was dat Biz Markie met een nieuwe rapper verdienstelijk improviserend aan het freestylen was op plaat. Vervolgens zou het hele concept van wat een freestyle was veranderd zijn. Een freestyle moest voortaan per definitie geïmproviseerd zijn.

In 1988 kwam het lang verwachte debuutalbum “Long Live the Kane” uit, hetgeen als de blauwdruk kan woorden beschouwd van de rapstijl voor oneindig veel rappers. Naast dat Kane op dat album slick talk en punch lines to the next level bracht zijn kenners onder de indruk van Kane zijn inflecties: hij legt altijd de nadruk op de belangrijkere gedeeltes van een woord, zin of lettergreep en een woord staat bij hem nooit op zichzelf maar is altijd verbonden aan een ander woord. Ondanks dat Kane in principe met niemand een beef had spitte hij voornamelijk battle rhymes. Maar hij bezondigde zich net zo goed aan liefdesliedjes. Zijn nieuw verworven status als rapkoning was echter dusdanig robuust dat zijn hardcore fans het hem vergaven en net deden of het nooit was voorgevallen.

Big Daddy Kane stond niet bekend als een politieke rapper zoals Chuck D of KRS ONE, maar dat neemt niet weg dat hij regelmatig een boodschap verkondigde. Bijvoorbeeld in “Word to the Mother” en “Young Gifted and Black”, waarin hij heel bewust de stem van Louis Farrakhan had laten samplen om Farrakhan meer bekendheid te verschaffen onder zijn fans. Of anders wel zijn gastoptreden op “Burn Hollywood burn” van PE of “Who am I” waarop de dochter van Malcolm X te horen is. Want zoals zoveel andere rappers die eind jaren ’80 doorbraken was hij lid van de 5% Nation (een afsplitising van de NOI) en dat klonk door in zijn muziek.

Kane onderscheidde zich niet alleen door zijn rapstijl. Evenzo zijn kledingstijl was een klasse apart. Terwijl de meeste rappers de dagelijkse kledingstijl van succesvolle drugdealers imiteerden en populariseerden trad Big Daddy Kane op in chique driedelige pakken. Doch zijn status was blijkbaar dusdanig onaantastbaar dat hij ook daar mee wegkwam.

Big Daddy Kane heeft samen met Rakim en KRS ONE een nieuwe standaard gezet voor rappers. Sindsdien is de manier van rappen compleet veranderd. Natuurlijk zijn er nadien wel meer rappers geweest die grote invloed hebben gehad, maar nooit meer in de mate als de tweede generatie rapkoningen. Een beroemd voorbeeld van een rapper die duidelijk beïnvloed is door Kane is natuurlijk Jay Z, maar eigenlijk is de lijst schier eindeloos.

Over Jay Z gesproken, die ging rond het jaar 2000 de strijd aan met zijn grote concurrent Nas. Een generatie eerder kwam zo’n battle tussen super rappers tot teleurstelling van vele fans er juist niet. Big Daddy Kane heeft nimmer publiekelijk de degens gekruisd met Rakim. Wie was er eigenlijk beter? Voor de mensen die de ganse dag op straathoeken over Hip-Hop discussiëren zoals Derksen en Gijp over voetbal is het antwoord op die vraag van levensbelang. Zou de slick talk van Big Daddy Kane het winnen van de poëtische concepten van Rakim?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment