De Balfour-verklaring ontaarding

Op 2 november 1917 stuurde Arthur James Balfour, de Britse Minister van Buitenlandse Zaken, een brief aan Lord Lionel Walter Rotschild, de voorzitter van de Britse zionistische beweging. Deze brief is van grote historische betekenis en is de geschiedenisboeken ingegaan als de Balfour-verklaring. In betreffende brief verklaarde Balfour dat de Britse regering de zionistische plannen voor een Joods nationaal tehuis in Palestina steunde (let wel, zonder afbreuk te doen aan de rechten van de niet-Joodse bewoners). De zionisten interpreteerden deze verklaring echter op hun manier: dat Groot-Brittannië de zionisten een Joodse staat had toegezegd in Palestina (desnoods ten koste van de aldaar reeds levende bevolking).

Ironische genoeg was de grote Angelsakisische kampioen van het zionisme een evenzo grote antisemiet. Zo ondersteunde Balfour in 1905 de Alien Act. Een wet die het Russische Joden die de benen namen voor het antisemitische regime van de tsaar onmogelijk maakten om zich in Groot-Brittannië te vestigen. Balfour stak zijn antisemitisme ook beslist niet onder stoelen of banken. In 1914 gaf hij zelfs provocerend aan zionistische kopstukken te kennen op bezoek te zijn geweest bij de weduwe van de antisemitische componist Wagner. Echter, juist vanwege zijn antisemitische inborst sympathiseerde Balfour met het zionisme. Balfour vond het wel oké dat de Joden een eigen staat kregen, want dan konden ze lekker ophoepelen uit Groot-Brittannië.

Los van de persoonlijke antisemitische sentimenten van Balfour meende het Britse imperium aanvankelijk belang te hebben bij een door hen gecontroleerde Joodse staat midden in de olierijke Arabische wereldrijk. Begin 20e eeuw waren de grote mogendheden gaan beseffen hoe onvoorstelbaar belangrijk olie zou gaan worden, en daarmee westelijk Azië, aangezien daar de grootste olievondsten werden gedaan. Met de vestiging van een Westerse staat in het westelijk Azië kon het olierijke gebied in bedwang gehouden worden, en het nabij gelegen Suez-kanaal worden beschermd.

Het opmerkelijke aan de Balfour-verklaring is wel dat Palestina nog bij Turkije hoorde bij tijde van schrijven. De Balfour-verklaring werd pas openbaar gemaakt nadat de Britten Palestina hadden veroverd. Groot-Brittannië had de zionisten dus een tehuis beloofd in een land waar het (nog) geen zeggenschap over had. Dit is relevant in het licht van de subversieve actie die Groot-Brittannië voerde contra het Ottomaanse rijk onder auspiciën van hun beroemde spion Lawrence of Arabië.

Lawrence of Arabia woekerde het Arabische nationalisme doelbewust aan opdat er een grote Arabische opstand tegen de Ottomanen uitbrak. Aartsvijanden Hoesein ibn Ali en ibn Saud werden onafhankelijk van elkaar voor het Britse karretje gespannen met als worm aan de haak de belofte van een grote Arabische staat. Tegelijkertijd sloten de Britten in het geheim een verdrag met Frankrijk en het Rusland van de tsaar ter verdeling van westelijk Azië onder elkaar (het Sykes-Picot verdrag). Dus door onder valse voorwendselen het Arabische nationalisme aan te wakkeren wierpen de Britten het Ottomaanse rijk omver. Als stank voor dank staken de Britten de Arabieren vervolgens twee dolken in de rug: de Balfour-verklaring en het Sykes-Picot verdrag.

Doch na de Russische revolutie beëindigden de nieuwe Russische machthebbers de alliantie met Groot-Brittannië en Frankrijk contra Duitsland. Sterker nog, nadat zij het geheime Sykes-Picot verdrag hadden ontdekt maakten zij dit Britse verraad aan de Arabieren onmiddellijk wereldkundig.

Maar naast Balfour waren er wel meer notoire antisemieten die op een gekwalificeerde manier met de zionisten sympathiseerden en eveneens graag de Arabieren voor hun karretje spanden: de nazi´s. In de jaren ´30 collaboreerden de zionisten uitgebreid met de nazi´s. De nazi´s faciliteerden de emigratie van Duitse Joden naar Palestina en investeerden bovendien gretig in de ontwikkeling van de Joodse gemeenschap te Palestina. Dankzij de door de nazi´s ingestelde zogenoemde Ha´avara Abkommen regeling werd de Joodse gemeenschap in Palestina reeds jaren voordat de staat Israël bestond een economische factor van belang in West-Azië.

Opportunisme was eveneens de nazi´s niet vreemd. Toen Groot-Brittannië vanwege de oorlog een einde maakte aan de Ha´avara Abkommen regeling en het de nazi´s in 1941 eindelijk zelf helder was geworden dat het Britse imperium nimmer de wereld met hen zou gaan delen, gingen ze de Moslimbroederschap steunen. Een geheime, in Egypte ontstane organisatie die vocht tegen de koloniale overheersing van Groot-Brittannië. Maar het was eveneens actief in Palestina. Net zoals de Britten eerder anti Ottomaanse sentimenten onder de Arabieren hadden geëxploiteerd ten behoeve van hun eigen geopolitieke agenda ging nazi-Duitsland nu de anti-Britse sentimenten onder de Arabieren aanwenden om te trachten de Britten een koekje van eigen deeg te verschaffen.

Duitsland zou de oorlog verliezen, en had onbedoeld de zionisten een gigantische duw in de rug gegeven: de holocaust had het politieke draagvlak voor een Joodse staat dusdanig vergroot dat mede daardoor de staat Israël werkelijkheid werd in 1948. De Arabieren hadden wederom op het verkeerde paard gewed. De eerste keer op het winnende Britse paard dat hen vervolgens vertrapte, daarna op een verliezend Duits paard dat überhaupt niets voor hen kon doen simpelweg omdat het de Tweede Wereldoorlog op een verschrikkelijke manier verloren had. Uitgerekend op het moment dat het kolonialisme in de rest van de wereld op zijn retour was en landen als India en Indonesië reeds aan de onafhankelijkheid begonnen te ruiken ontstond de anachronistische, zionistische entiteit Israël. Ook met dank aan de legitimering verschaft door antisemitisch politicus Arthur James Balfour en de nazi´s. Het is opmerkelijk hoe makkelijk hardcore antisemieten en zionisten elkaar kunnen vinden ter verwezenlijking van hun gezamenlijke grotere ideaal

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Communisme vs Garveyisme


Op 7 november 2017 is het een eeuw geleden dat volgens de juliaanse kalender de oktoberrevolutie plaatsvond in Rusland (volgens de gregoriaanse kalender dus in november). Deze succesvolle revolutie te Rusland was in werkelijkheid een subversieve actie van Wall Street en het Duitse keizerrijk (die beiden om verschillende redenen de communisten een handje hielpen). De Eerste Wereldoorlog was in volle gang, en de Duitsers gingen de communisten doelbewust steunen met als doel de Slavische vijand aan de oostgrens ernstig te verzwakken. Zo smokkelden ze de in ballingschap levende Lenin, de grote man achter de revolutie, de grens over. Maar ook Wall Street had een plan met Rusland, en lieten de door hen gefinancierde marionet Trotsky los ter plaatse. Hoe dan ook, de Duitsers slaagden in hun opzet. Lenin greep de macht en de tsaar werd afgezet en vermoord. Er volgde een voor Duitsland gunstige vrede. Duitsland had zich nu van zijn tweefrontenoorlog bevrijd en was op dat moment favoriet om de Eerste Wereldoorlog zegevierend af te sluiten (ware het niet dat de VS roet in het eten gooide door zich eveneens actief in het strijdgewoel te gaan mengen)…

Rond dezelfde tijd dat de communisten de macht grepen in Rusland begon Marcus Garvey met zijn boodschap van zelfvoorzienendheid naam en faam te maken in Zwart Amerika. Zowel de communisten als Garvey trachtten het lot van de verworpenen der aarde te verbeteren, maar met een verschillende insteek.

In de VS werd er eveneens een communistische partij opgericht en die had banden met Moskou. Alleen had die organisatie weinig Zwarte leden. Dit verbaasde Moskou, gezien het feit dat Zwart Amerika het meest vertrapt werd door het kapitalistische systeem en daarom de meest toegewijde communisten zouden moeten zijn. Zwarte leden verschafden zodoende geloofwaardigheid aan het communisme. Om die reden werd er vanuit Moskou druk gezet op de Amerikaanse kameraden om vooral Zwarte Amerikanen te rekruteren.

De Communistische Partij boekte al snel een succes in hun poging om Zwarte Amerikanen tot het communisme te bekeren door de Zwart nationalistische organisatie de African Blood Brotherhood (ABB) om te vormen tot hun Afrikaans Amerikaanse dependance. Hierbij aangetekend dat de uit Suriname afkomstige Otto Huiswoud zowel betrokken was bij de Comministische Partij als de ABB.

Grote concurrent van het communisme in Zwart Amerika was echter de op dat moment exceptioneel snel groeiende UNIA van Marcus Garvey. De Communistische Partij trachtte middels hun stoottroepen, de ABB, de UNIA op slinkse wijze te infiltreren en over te nemen. Tijdens de grote, een maand durende, internationale conventie van de UNIA in 1921 was Cyril Briggs (de leider van de ABB) aanvankelijk mild lovend over Garvey. Vervolgens stelde Briggs voor dat de ABB en de UNIA gezamenlijk zouden optrekken ter bevrijding van Afrika. Daarop begon hij het programma van de ABB te verspreiden en liet hij zijn witte communistische kameraad Rose Pastor Stroke de conventie toespreken. Zij debiteerde dat het de wens van Rusland was om Afrika te bestrijden en riep Garvey op om tot het communisme te bekeren. Garvey wees dit verzoek beleefd af. Vervolgens dienden de aanwezige ABB-leden een motie in ter omarming van het communisme door de UNIA. Deze motie werd verworpen. Uit wraak publiceerde de ABB onmiddellijk een pamflet waarin de UNIA conventie door het slijk werd gehaald. De leiding van de UNIA vroeg hierop om opheldering van de ABB-leden die de conventie bezochten. Er kwam geen antwoord. Hierop werd de ABB-leden hun toegangskaarten ontnomen.

Sinds deze mislukte couppoging waren de Amerikaanse communisten en de UNIA aartsvijanden. Volgens de ABB was Garvey een imperialistische marionet: zo verklaarden zij zijn ongekende succes. Niettegenstaande dat Garvey niet tegen communisme als zodanig was. Opmerkelijk is dat de erkende imperialistische mogendheden Garvey juist voor communist aanzagen. De reden? Garvey prees Lenin en Trotsky publiekelijk de hemel in. Garvey had echter wel specifiek iets tegen het Amerikaanse communisme. De Amerikaanse communistische beweging puilde volgens hem uit van de hypocrieten en racisten. Zo zei Garvey: “In Amerika bestaat het uit een groep van leugenaars, samenzweerders en gewiekste misleiders die draaien—een derde aan waarheid vermengd met een hele leugen.” Wat zijn oordeel lijkt te bevestigen is dat Zwarte communisten steen en been hebben geklaagd over het racisme van witte Amerikaanse communisten, tot aan het Comintern Congres in de Sovjet-Unie aantoe. Deze klacht werd erkend binnen de hoogste kringen van het Comintern. Nikolai Bukharin heeft de witte Amerikaanse kameraden daar publiekelijk op aangesproken.

Niettegenstaande het feit dat zowel de communisten als de garveyisten door de Amerikaanse autoriteiten genadeloos vervolgd werden is het nooit meer goed gekomen tussen beide groepen. De communisten bleven Garvey onverminderd portretteren als een imperialistische marionet. Ze konden het nimmer verkroppen dat, mede dankzij Garvey, een doelgroep die gezien hun gemarginaliseerde positie in theorie de fanatiekste communisten zouden moeten zijn hun ideologie links lieten liggen. Omgekeerd stelden vooraanstaande garveyisten als Carlos Cooks (de officieuze opvolger van Garvey), dat communisme gewoon een andere vorm van witte suprematie was: in werkelijkheid wilden de communisten de Zwarte mens helemaal niet bevrijden. Ze wilden hem slechts in hun eigen macht krijgen om hem voor hun eigen politieke karretje te spannen. Tevens verhaalde hij gaarne over de heftige, gewelddadige confrontaties op straat tussen garveyisten en communisten in de jaren ´30. De vijanden van Garvey kwamen dus echt niet alleen van rechts, maar net zo goed van extreem links. Oftewel van alle kanten.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Het tijdperk Rutte


Er kan zo langzamerhand van een waar tijdperk Rutte gesproken worden. Inmiddels heeft het derde kabinet van de neoliberale premier met Zijne Majesteit op het bordes voor de fotograaf geposeerd. Wie had dat gedacht? Aanvankelijk leek het er totaal niet op dat Rutte ooit het torentje zou gaan beklimmen. De man leek eerder op koers te zijn de zoveelste mislukte lijsttrekker van de VVD te worden toen hij in 2006 eerste op de lijst werd geplaatst en pardoes niet alleen de verkiezingen verloor (zes zetels in de min), maar bovendien geschiedenis schreef door als eerste lijstrekker ooit de vernedering te moeten ondergaan om minder voorkeursstemmen te vergaren dan mummer twee op de lijst (Rita Verdonk). Haar opmerkelijke intra-VVD victorie inspireerde la Verdonk tot muiterij. Herhaaldelijk suggereerde ze dat Rutte te links en te soft was om koppersoon van het rechtse geluid van de neoliberale partij te zijn. Hetgeen uiteindelijk reden werd voor de ʽsofteʼ Rutte haar uiteindelijk uit de partij te schoppen.

Het verwijderen van de populaire, xenofobe Verdonk leek riskant maar pakte goed uit. But what comes up, must come down. De politieke ster van Verdonk zou dramatisch gaan doven. Ze bleek in de verste verte niet het politieke genie te zijn waarvan ze zelf was gaan geloven dat ze was dankzij haar ja-knikkende incrowd. Underdog Rutte begon zich daarentegen te ontpoppen tot een sluw politicus. Hij grossierde in neoliberale retoriek als: “Belastingen op de hogere inkomens zijn jaloeziebelastingen (wat ze zelf niet hebben, mogen anderen ook niet hebben)”, en “80 procent van de bijstandstrekkers kan gewoon aan het werk (zo haal je die mensen uit de cultuur van achteroverleunen).” Oftewel, Rutte bleek dan toch de X-factor te bezitten. Hij draaide de juiste muziek voor de oren van zijn potentiële electoraat. Zodoende wist hij zijn valse start goed te maken met een geslaagde demarage. Hij flikte in 2010 een waar politieke huzarenstukje door de eerste liberale premier van Nederland te worden in honderd jaar tijd. Daarbij opgemerkt dat voorganger Cort van der Linden het relatief eenvoudig had omdat hij premier werd in een tijdperk dat arbeiders en vrouwen van de stembus waren verbannen (eveneens dient de kanttekening geplaatst te worden dat Cort van der Linden een heel ander soort van liberalisme aanhing dat het asociale neoliberalisme van de huidige Catshuisman).

Rutte kan niet ontzegd worden dat hij een sluw politicus is, want anders had hij het nimmer tot de eerste eerste minister uit liberaal hout gesneden kunnen schoppen in honderd jaar tijd. Rutte´s kwaliteit is dat hij handig onderbuikgevoelens weet te exploiteren. Hij bereikt zijn triomfen door eensgelijk Ronald Reagan in codetaal te communiceren. Reagan viel Zwart Amerika niet noodzakelijkerwijs rechtstreeks aan. Maar zijn racistische, witte electoraat wist precies over wie hij het had als hij beloofde de bijstandsgerechtigden en drugscriminaliteit hard te gaan aanpakken. Bij Henk en Ingrid heerst er eensgelijk een beeld dat de mensen met een migratieachtergrond parasiteren middels de bijstand, en uitermate crimineel en asociaal gedrag vertonen. Om die reden is de VVD voor menigeen een beschaafd alternatief voor de partij van de geblondeerde propagandist van het nieuwe normaal doen. Zelfs als de VVD zich opwerpt als kampioen van het neoliberalisme.

Mensen van kleur zijn ontstemd omdat Rutte III spierwit is, en daarmee in de verste verte geen afspiegeling is van de huidige Nederlandse bevolking. Doch dat had geen verbazing op hoeven te wekken. Zo langzamerhand had men moeten weten wat men van Rutte had kunnen verwachten. Toen Rutte ten aanschouwe van de wereld verkondigde dat zwarte piet zwart is en dat hij daar niets aan kon veranderen, trachtte hij niet sechts te scoren bij zijn achterban, doch doelde hij blijkbaar ook op als zwarte schapen fungerende Zwarte politici in Nederlaand. Desondanks, een politicus van Afrikaanse komaf had sowieso geen part kunnen zijn van Rutte I aangezien mede door grote strategische en tactische fouten geen enkele Zwarte politicus zich de afgelopen ronde in de Tweede Kamer heeft weten te nestelen. Daarentegen behoren er meer politici dan ooit met een Mediterrane achtergrond tot de landelijke controlerende macht. Ook zij zijn dus compleet geweerd uit Rutte III.

Anderzijds, zou je moeten willen dat er niet-witte politici als secondanten fungeren van Rutte? Waarom zou een Zwarte minister zaligmakend zijn? De praktijk leert dat een topbestuurder van kleur doodsbang is om beticht te worden van cliëntilisme, en mede om die reden gaat overcompenseren. In de VS is de positie van de Zwarte bevolking van een reeks steden juist hard achteruit gegaan ondanks dat een Zwarte burgervader aan het roer stond. Sinds mensenheugenis droomde Amerika van een Zwarte president, doch na acht jaar de verhuiswagens weer voor de deur van het Witte Huis stonden realiseerde het gros van Zwart Amerika zich pas dat zijn presidentschap slechts symbolische betekenis had voor Zwart Amerika. Rutte zou een Zwarte topbestuurder slechts verwelkomen als hij er zeker van was dat hij of zij bereid zou zijn de ziel te verkopen voor dertig zilverlingen. Wedermaal, met Rutte weet men in ieder geval precies waar men aantoe is. Hij doet heeft nooit iets aan mensen van kleur beloofd, heeft nooit iets voor mensen van kleur gedaan en zal waarschijnlijk ook nimmer iets voor mensen van kleur doen. Althans, wat je wel van Rutte kan verwachten is dat hij scoort ten koste van niet-witte mensen als een buitenkasje zich voor doet.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Boterzacht en Flinterdun


Ivan Van Sertima was geboren en getogen in de Britse kolonie Guyana en mocht na bewezen diensten gaan studeren in de hoofdstad van het imperium waar de zon nooit onder ging. Hij verkoos het om zich in de antropologie en linguïstiek te gaan bekwamen op de wereldberoemde School of Oriental and African Studies (London University). Een instituut dat meer professors had dan studenten. Hij was aanvankelijk zo trots als een pauw dat hij als nietig koloniaal subject afkomstig van de periferie van het Britse imperium de gunst werd geschonken om te mogen studeren op de beste universiteit ter wereld!

Doch trots ging al snel plaats maken voor een andere gemoedstoestand. Des te meer zijn studie vorderde, des te meer het hem berouwde dat hij die studies ooit was aangevangen. De twee studies die Van Sertima deed bleken inhoudelijk uitermate kolonialistisch te zijn. Wat hem continu ingewreven werd is dat de inheemse inwoners van Afrika inherent primitief zijn en nooit en te nimmer iets uitgevonden of ontdekt hebben. Elke dag de hele dag werd de achterlijkheid van Afrika benadrukt. Hier werd Van Sertima zo ongelooflijk depressief van dat hij reeds in het eerste jaar meerdere zelfmoordpogingen ondernam. Zo nam hij een overdosis gif tot zich dat voldoende zou zijn geweest om zes Europeanen te doden, maar omdat hij in het oerwoud was opgegroeid had zijn lichaam weerstand opgebouwd tegen gif en overleefde hij zijn aanslag op zichzelf…

Om maar aan te geven hoe schadelijk Eurocentrisch onderwijs is voor de geestelijke gezondheid van de Zwarte mens. Met Van Sertima zal menig Zwart student depressief geworden zijn van het Eurocentrische curriculum dat hij of zij diende te volgen. Alleen dat al zou reden genoeg moeten zijn om Eurocentrisch onderwijs te vuur en te zwaard te bestrijden. Los daarvan, Eurocentrisch onderwijs socialiseert de mensen van kleur om afhankelijk te denken en handelen. Als we het Eurocentrische curriculum op het woord geloven dan was iedereen die wat voorgesteld heeft in de geschiedenis, van Aristoteles tot Einstein, wit. Geen enkel persoon van kleur zou enige bijdrage van belang hebben geleverd aan de progressie van de mensheid. Naast dat witte mensen zodoende geïndoctrineerd worden met het idee dat ze übermenschen zijn (hoe ontstaat racisme?) is het effect dat intellectuelen van kleur er heilig van overtuigd gaan raken dat zij slechts succesvol zijn bij de gratie van de witte man (net zoals de huisslaaf dacht dat hij het goed had bij de gratie van de meester). Die mindset gaat zich onvermijdelijk uiten in kolonialistisch doen en laten. In plaats van zaken voor zichzelf op te bouwen trachten ze hun positie in het systeem van witte overheersing te bestendigen.

Let op, er zijn altijd Zwarte geleerden geweest die Eurocentrisme bestreden hebben. Probleem voor hen was doorgaans dat ze geen toegang hadden tot de mainstream media en daardoor doorgaans moeilijk het grote publiek konden bereiken. Maar ze bleven tegen de verdrukking in onverminderd doorgaan, en uiteindelijk hebben ze toch een redelijk grote groep mensen van kleur in met name Noord-Amerika en het Caribisch gebied weten wakker te schudden.

Maar toen het Eurocentrische establishment begin jaren ´90 er bewust van was geworden dat Afrikaansgecentreerde geleerden tegen weerwil in succesvol bleken in het verspreiden van hun kennis, brak er een tsunami uit in de VS en Groot-Brittannië van artikelen, essays, boeken, websites, etc., waarin het Afrikaansgecentreerde perspectief op de geschiedenis compleet bespottelijk wordt gemaakt met oneigenlijke argumenten. Dit debat kan gezien worden als de academische variant op de zwartepietdiscussie: argumenten deren niet. Hardcore Eurocentristen zijn onmogelijk te overtuigen en reageren zo nodig ad hominem.

Sinds een paar jaar doet ook het Nederlandse Eurocentrische establishment een duit in het zakje. Ook in Nederland worden professoren, docenten, journalisten, opiniemakers, etc. steeds meer met kritische vragen en opmerkingen bestookt als ze hun Eurocentrische mantra airplay geven. Dus ook te lande is er een tegenbeweging actief geworden.

Net als met de zwartepietdiscussie worden de argumenten van de Eurocentristen die al lang en breed onderuit zijn gehaald telkenmale opnieuw aangehaald door een ieder die het Eurocentrische gedachtegoed een warm hart toedraagt. Een zelfde patroon dat eerder in de VS en Groot-Brittannië te aanschouwen was. Zo publiceerde onlangs geenstijl nog een artikel waarin fanatiek getracht werd de Afrikaansgecentreerde kijk op de geschiedenis compleet bespottelijk te maken. Zo werd er onder meer verwezen naar een aan alle kanten rammelend artikel van professor Boter en dr. Flinterman. Maar ook op bijvoorbeeld de Nederlandstalige variant van wikipedia worden de oneigenlijke argumenten contra de Afrikaansgecentreerdheid kritiekloos herhaald.

Het is daarom toch belangrijk om een weerwoord te verschaffen, om het eigen leven dat al die oneigenlijke argumenten zijn gaan leiden te doden. Men kan om ideologische redenen wel met vage schijnargumenten naar een onwetend publiek toe trachten te suggereren dat het oude Egypte niet tot Zwart Afrika behoorde, en dat “de hoogste beschaving ooit” (Griekenland) zich op zichzelf heeft ontwikkeld zonder fundamentele invloeden van elders, maar dat wil absoluut niet zeggen dat het ook waar is. Mary Lefkowitz maakte in de jaren ´90 naam en faam omdat ze Afrikaansgecentreerdheid frontaal attaqueerde. Ondanks dat Afrikaansgecentreerde geleerden Lefkowitz in een reeks debatten compleet met de grond gelijk hebben gemaakt blijven haar schijnargumenten beklijven. Vandaar dat het tijd werd voor een Nederlandstalig boek dat voor eens en altijd helder maakt dat de Eurocentrische versie van de oudheid boterzacht en flinterdun is.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Columbussyndroom


Eerder bespraken we in De Andere Kant van het Verhaal het Columbussyndroom. Hiermee refereren we aan het beruchte anachronistische, Eurocentristische concept dat de wereld is opgelegd. Het concept dat een geografische entiteit of volk pas bestaat als een witte man het gezien heeft. De witte man is de lakmoesproef die uitmaakt of iets of iemand bestaat of niet. Meer specifiek, iets heeft pas bestaansrecht als de zichzelf tot erfopvolgers van de Griekse-Romeinse beschaving gebombardeerde volkeren er weet van hebben.

Historisch gezien is Europa dat deel van de wereld dat zichzelf als erfopvolger ziet van de Grieks-Romeinse beschaving. Zogezegd bestaat de rest van de wereld slechts bij de gratie van de Grieken. Letterlijk en figuurlijk. Logischerwijs kan men het Eurocentrische denken pas neutraliseren als men bij de wortel aanvangt, en dat is het oude Griekenland. Vandaar ook dat we binnenkort het boek “Boterzacht en Flinterdun: De Ontmaskering van Eurocentrisme” publiceren, dat een hele andere, ontnuchterende kijk op het oude Griekenland wereldkundig zal maken.

In ieder geval, op 12 oktober was het weer Columbusdag. De dag dat de zelfverklaarde erfopvolgers van de Grieks-Romeinse beschaving de vermeende verworvenheden van de grootste ontdekkingsreiziger ooit (althans, vanuit Eurocentrische prisma beloerd) memoreren en celebreren.

Echter, wereldwijd is er momenteel een verhitte discussie gaande over toponiemen en standbeelden die vernoemd zijn naar de kopstukken van het Europese kolonialisme. Een tijdperk dat onmiskenbaar ingeluid is door Cristobal Colon [Christoffel Columbus]. Vanwege zijn ongeëvenaarde bijdrage aan de pan-Europese expansie is hij wereldwijd op een sokkel geplaatst. Generaties neo Griek-Romeinen en hun gekoloniseerde subjecten hebben dankzij effectieve kolonialistische propaganda niet beter geweten dan dat Colon de ultieme held was. Niettegenstaande dat men hem de dramatische colonisatie van de extra Grieks-Romeinse wereld werd ingeluid.

Colon werd geboren in Genua, en zoals we in “Gezegend en vervloekt” uitgebreid hebben bediscussieerd had Genua zichzelf een zeer bedenkelijk reputatie aangemeten in Europa en ver daarbuiten omdat het vuistdiep in de slavenhandel zat (de slachtoffers van de Genuese slavenhandelaars waren doorgaans de mede-Europeanen). Op 12 oktober bereikte Colon een eiland voor de kust van het vasteland van de Amerika´s en werd aldaar zeer hartelijk onthaald. Doch helaas kwam de liefde beslist niet van twee kanten. Uit diens logboek bleek dat Colon zijn afkomst niet had verloochend en dacht als een typische Genuese slavenhandelaar. Hij schrijft daarin nl. dat de inheemsen simpele mensen zijn die eenvoudig zouden kunnen worden onderworpen en zo nodig tot slaaf gemaakt.

Om in te haken op de discussie over het herbenoemen van toponiemen en het ontsokkelen van standbeelden van Colon en zijn erfopvolgers, zoals bekend is het klassieke argument van de neokolonialisten dat herbenoeming en ontsokkeling respectloos is t.o.v. de geschiedenis, los van de vraag of die mooi of lelijk was. Wel, het ironische is dat Colon himself geen enkel respect had voor de volkeren die hij tegenkwam op het westelijk halfrond, laat staan hun geschiedenis. Dat blijkt reeds uit het gegeven dat hij alles en iedereen herbenoemde. Zo was Colon zich ervan bewust dat de bewoners van het eiland dat hij bereikt had al een naam toevertrouwd hadden aan hun eiland. Daar had hij echter maling aan en hernoemde het onmiddellijk tot San Salvador. Vervolgens pikte hij het in, maakte de inwoners tot slaaf, bekeerde hen tot het christendom en exploiteerde alle mogelijke hupbronnen die hij van waarde achtte.

Zo handelden doorgaans zowel de erfopvolgers als de voorgangers van Colon. De inheemse inwoners van de Amerika´s hadden zowel zichzelf als hun omringende geografie benoemd, doch dat kon niet verhinderen dat ze sindsdien door het leven gingen als Indianen omdat Colon zichzelf chromelijk overschatte en meende dat hij de lucratieve zeeroute naar Azië had ontdekt. In het verlengde van die misvatting werden Afrikanen tot &%(℈[ gedegradeerd, werd de toponiem van de Javaanse stad Djakarta gekolonialiseerd tot Batavia en Afrikaanse steden als Kinshasha en Harare tot respectievelijk Leopoldville en Salisbury, en zo zouden we eindeloos door kunnen gaan met het geven van voorbeelden van het kolonialiseren van de extra Europese toponymie.

Colon is overigens het product van een lange traditie. Ook zijn voorgangers hadden reeds weet van het psychologische effect van een gekolonialiseerde toponymie op een onderworpen bevolking. De Grieken deden reeds de ganse Egyptische toponymie op de schop. Alle Egyptische plaatsen kregen Griekse namen. Zodanig dat tot op de dag van vandaag Eurocentrische geleerden weigeren te erkennen dat Alexandrië bestond voordat Alexander van Macedonië Egypte aandeed. Niettegenstaande dat er keihard bewijs is dat de plaats reeds vele honderden jaren werd bewoond. Alleen droeg die stad voordat Alexander langskwam niet de Macedonische naam Alexandrië, maar de Afrikaanse naam Rhakotis. Zelfs in 2017 etaleert men nog de botte arrogantie om te beweren dat steden als Djakarta, Harare, Kinshasha of het antieke Rhakotis pas bestonden nadat een witte man hun bestaan erkend had.

Desalniettemin, als die toponymie gekolonialiseerd kan worden, dan moet het ook weer gedekolonialiseerd kunnen worden. Want het fnuikende psychologische effect van een gekolonialiseerde toponymie moet niet onderschat worden. Naast geschiedenis is aardrijkskunde evenzo een schoolvak dat broodnodig dekolonialisatie behoeft. De Grieken en hun erfopvolgers passen al duizenden jaren de kolonialisering van toponymie toe. Onschadelijk? Gezien hoe de zelfverklaarde erfopvolgers van de Grieken overal ter wereld huis hebben gehouden kan gerust gesteld worden dat de waarschuwing van de Trojaanse priester Laocoön aan zijn volk aangaande het houten paard klassiek is: “Vertrouw de Grieken niet, ook al brengen ze geschenken!”

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Catalonië en kolonialisme


Catalonië leek de positieve beeldvorming over zichzelf gemonopoliseerd te hebben. Waar menig land of streek doorgaans het wereldnieuws domineert bij de gratie van de wereldproblemen waarmee het te kampen heeft, spreekt Catalonië tot de verbeelding van de wereld vanwege het wereldvoetbal dat sinds jaar en dag door een club die in hoofd-en wereldstad Barcelona is gevestigd. Echter, onlangs is het trotse, welvarende Catalonië kwa beeldvorming afgezakt naar het rechterrijtje van het nieuws. Het rijtje van de probleemgevallen.

Madrid is woedend omdat Catalonië middels referendum beslist zou hebben om zich af te scheiden van Spanje. Europa kijkt met argusogen toe omdat een eventuele succesvolle afscheiding van Noordoost Spanje half Europa op een idee zou kunnen brengen en tot handelen inspireren. Overal zijn er nl. streken die smachten naar hun eigen soevereiniteit. Zo vreest Den Haag de Friese vlag, en niet vanwege de koffiemelk.

Anderzijds is de houding van Europa hypocriet omdat het wel pal echter de afscheiding stond van de ronduit criminele politieke elite van de geografische entiteit Kossovo. Waarom werd Servië op de vingers getikt toen het een opstandige provincie een corrigerende tik gaf, en krijgt Spanje schouderklopjes als het hetzelfde doet? Sterker nog, Europa stond ook pal achter de terroristen die Khadafi omver wierpen in Libië en het synthetische verzet in Syrië (dat in de loop der tijd veel kwalijker bleek dan president Assad). Maar goed, met enig cynisme zou opgemerkt kunnen worden dat Kossovo tenminste in Europa ligt.

Wat Kossovo en Catalonië gemeen hebben is dat er veel te halen valt. Kossovo is gezegend met veel grondstoffen mineralen. Onder meer daarom heeft het Anglo-Amerikaanse imperium het van Servië afgepakt. Catalonië is op haar beurt de motor van de Spaanse economie. Van alle Spaanse regio´s mag Catalonië jaarlijks de meeste buitenlandse toeristen verwelkomen. In 2016 droeg Catalonië 19% bij aan het Spaanse BNP. Bovenal is Catalonië de regio die veruit het meeste exporteert: het neemt een kwart van de Spaanse export voor haar rekening. Daarnaast trekt het na Madrid de meeste buitenlandse investeerders en hebben vele grote bedrijven er hun hoofdkantoor gevestigd. Eensgelijk CF barcelona eeuwig strijdt tegen Real Madrid om de titel van Spanje, strijdt Catalonië met Madrid om de officieuze titel rijkste regio van Spanje. Het Spanje zoals we het nu kennen kan niet zonder Catalonië. Want hoe gaat Spanje een verlies van 19% van haar BNP opvangen?

Hoe Catalonië haar welvaart vergaard heeft is overigens ook best interessant. Het staat namelijk niet in de geschiedenisboekjes vermeld. Want het kunnen claimen van een wereldberoemde voetbalclub is niet de enige overeenkomst tussen Barcelona en Amsterdam. Catalonië heeft vuistdiep in de slavernij gezeten. In de 19e eeuw vertrok menig Catalaan straatarm naar Cuba en kwam vervolgens schatrijk terug. Met name de financiële sector van Catalonië kon gaan floreren door het financieren van de (illegale) slavenhandel. Neem bijvoorbeeld Antonio López. Industrieel, bankier en filantroop. Maar evenzo Catalonië´s grootste slavenhandelaar. In Barcelona is er een plein vernoemd naar hem (Plaça d’Antonio López) en een standbeeld geplaatst ter ere van hem. Betreffend standbeeld is tijdens de Spaanse burgeroorlog ontsokkeld, maar op bevel van de fascistische dictator Franco later weer in ere hersteld. Zo zijn verscheidene Catalaanse families op een vergelijkbare manier als Lopez bemiddeld geworden. Doch aangezien de meesten zich daarvoor schamen lopen ze daar beslist niet mee te koop. Vele vermogende Catalaanse families schamen zich diep voor de oorsprong van hun familiekapitaal en hebben daarom het bewijs daarvoor zoveel mogelijk vernietigd.

Maar er is altijd baas boven baas. Zo zijn er machtige elementen die geen belang hebben bij het bestaan van grote, machtige staten. Waarom? Omdat die in principe het beste weerstand kunnen bieden tegen hun neoliberale globalistische agenda. Vandaar dat zij gaarne afscheidingsbewegingen ondersteunen. Dat vond West-Europa dus nimmer een probleem totdat West-Europa tot haar eigen verbijstering zelf onlangs slachtoffer werd van deze politiek. Gebleken is dat de welbekende bankier van de subversieve acties en kleurenrevoluties zijn portemonnee weer eens heeft getrokken. Gebleken is dat de George Soros Foundation verschillende organisaties van fondsen heeft voorzien die pleiten voor de onafhankelijkheid van Catalonië.

Er zijn reeds eeuwen bewegingen in Catalonië actief die als doel hebben de onafhankelijkheid van Spanje te bewerkstelligen. Door de financiële crisis waarin Spanje zich de laatste jaren bevindt is die roep luider geworden. Welvarend Catalonië heeft het gevoel dat het veel meer betaalt aan Madrid dan dat het terugkrijgt. Echter, een afscheiding mag dan evident niet goed zijn voor Spanje, de vraag is of het wel goed is voor Catalonië. Nieuwe grenzen gaat ook onmiddellijk impact hebben op de werkgelegenheid in Catalonië. Catalonië is wellicht Spanje´s meest welvarende regio, maar is eveneens de regio met de meeste schulden. Bovendien is een onafhankelijk Catalonië geen lid meer van de EU wat haar warme handelsrelaties met EU-landen gaat bemoeilijken.

Historisch gezien heeft Catalonië dus gretig geprofiteerd van de afhankelijke verhouding van met name Cuba ten opzichte van Spanje, en van de knechting van mensen van Afrikaanse afkomst in het algemeen. Catalonië heeft dus groot kunnen worden dankzij het Spaanse kolonialisme. Er kan dus niet gezegd worden dat Catalonië slechts uitgeknepen is door Spanje. Vergeten wordt dat Catalonië naar lieve lust mee heeft mogen lopen knijpen in het Spaanse koloniale imperium. Dat had nimmer gemogen als het door Madrid beschouwd werd als een overzees wingewest. Maar waarschijnlijk vergeten zowel Catalonië als Madrid dit opoque liever.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De oen van Noord-Korea


Heden ten dage is Noord-Korea aan de beurt. Als slachtoffer van Anglo-Amerikaanse demonisering welteverstaan. Noord-Korea is de hel op aarde en leider Kim Jong Un is een grote oen. Noord-Korea is zeker geen paradijs op aarde, en Kim Jong Un zeker geen engel. Alles wijst erop dat er onder zijn bewind van alles gebeurt wat het daglicht moeilijk verdraagt. Maar politiek gezien is Kim Jong Un echt niet zo´n grote oen als de media ons tracht te doen geloven.

Kim Jong Un maakt zich sterk voor de onafhankelijkheid van zijn land. Niet slechts van het Anglo-Amerikaanse imperium, maar net zo goed van China en Rusland. Vandaar dat zowel China als Rusland sinds zijn aantreden akkoord gaan met de ene na de andere door de VN opgelegde sanctie. Tegen China heeft Un gezegd dat Noord-Korea niet slechts de eenzijdige leverancier kan blijven van goedkope arbeid en mineralen, maar dat er een evenwichtigere handelsbalans moet worden ontwikkeld. Rusland is weer ontstemd omdat Noord-Korea voor de opbouw de Russische technologische kennis gepasseerd heeft ten faveure van Duitse en Zwitserse partners.

Doch zelfs de hel op aarde kent zijn merites. Zo is in Noord-Korea huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg gratis, kent het land een alfabetiseringsgraad van 99% (de VS slechts 87%) en is de gezondheidszorg bovendien van hoog niveau: de directrice van de World Health Organisation heeft verklaard dat Noord-Korea geen gebrek heeft aan artsen en verpleegkundigen. ʽDe helʼ heeft een gezondheidszorgsysteem waar menig Westers land jaloers op kan zijn. Daarnaast valt op youtubefilmpje te zien dat de infrastructuur van Pyongyang niet bestaat uit zandpaadjes en karresporen, maar te vergelijken is met die van Amsterdam. Dit alles heeft Noord-Korea weten te verwezenlijken in weerwil van een economische boycot eensgelijk de economische boycot gericht op Cuba.

Hoe verhoudt Noord-Korea zich tot Zuid-Korea? Kim Jong Un streeft naar de hereniging van de beide Korea´s. Niet noodzakelijkerwijs onder auspiciën van één communistische partij. Wel wil Un een vreedzame Anschluss. Un weet echter hoe de activa van de DDR weggegraaid werden na de vereniging met het kapitalistische West-Duitsland. Om een zelfde soort van economische annexatie te voorkomen heeft Un verklaard dat een vereniging met het zuiden pas mogelijk is als Noord-Korea´s welvaart te vergelijken is met die van Zuid-Korea. Als aan die voorwaarde voldaan is kunnen zijns inziens noord en zuid op een waardige, vreedzame manier integreren. Dit staat lijnrecht tegenover de Wall Street visie van vereniging, waarbij vereniging in werkelijkheid een eufemisme is voor economische annexatie door neoliberale aasgieren. Vandaar dat de door Wall Street gecontroleerde media Un consequent wegzetten als grote oen.

Wat zijn namelijk de feiten? Leiders als Saddam Hoessein en Khadafi bezweken onder de Westerse druk en namen afscheid van hun massavernietigingswapens. Nadat ze dat gedaan hadden kregen ze als stank voor dank dusdanig veel bommen en granaten op hun dak gemieterd dat ze het niet meer na kunnen vertellen. Verschillende commentatoren hebben er daarom ook op gewezen dat het zelfmoord is voor een land dat niet gepruimd wordt door het Anglo-Amerikaanse imperium om afscheid te nemen van massavernietigingswapens.

De media vertelt er ook niet bij dat Noord-Korea alle reden heeft om zeer wantrouwend naar de VS te loeren. In Europa klaagt men tot op de dag van vandaag steen en been over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Echter, dat was verhoudingsgewijs peuleschil vergeleken met wat Noord-Korea heeft moeten verduren van de Amerikanen begin jaren ´50. Dankzij Amerikaanse bombardementen verloor Noord-Korea zoveel als 30% (!) van haar bevolking. Ter vergelijking, gedurende de Tweede Wereldoorlog verloor Groot-Brittannië 0,94%, Frankrijk 1,35% en de VS 0.32% van de bevolking. Tevens werden Alle Noord-Koreaanse steden met de grond gelijk gemaakt. In het land stond er praktisch geen gebouw meer overeind. De impact die de Koreaoorlog tot op de dag van vandaag heeft op de bevolking van Noord-Korea valt heel moeilijk te bevatten: iedere familie heeft wel een familielid moeten betreuren.

In dat licht geplaatst is het niet raar dat Noord-Korea de VS wantrouwend benadert. Te meer omdat de VS sinds de Koreaoorlog tientallen andere landen plat gebombardeerd heeft. Noord-Korea heeft daarentegen nog geen enkel land aangevallen. Desondanks wordt het telkenmale bedreigd vanuit Washington. Zoals in 1993 toen Washington aankondigde waterstofbommen die voorheen gericht waren op Rusland voortaan op Noord-Korea te richten. Later bestempelde de VS in de persoon van toenmalig president Bush Noord-Korea tot schurkenstaat omdat het terrorisme zou sponsoren en een massavernietigingswapens arsenaal trachtte op te bouwen. Niettegenstaande dat de VS het enige land is dat ooit daadwerkelijk kernwapens heeft gebruikt.

Verdoezeld wordt dat Noord-Korea herhaaldelijk heeft aangeboden haar kernwapenprogramma op te zeggen als de VS zijn jaarlijkse oorlogsspel voor de kust van Noord-Korea opgeeft. Want jaarlijks houdt de VS vlakbij Noord-Korea een enorme militaire oefening waarbij zoveel als 400.000 militairen betrokken zijn. Tijdens dat spel wordt een invasie van Noord-Korea gesimuleerd. Zou Nederland het leuk vinden als Duitsland jaarlijks een grote invasie van Nederland simuleerde in het licht van wat er gebeurd is op 10 mei 1940?

Het is niet bevorderlijk voor de wereldvrede, doch gezien de manier waarop de VS sinds de jaren ´50 met Noord-Korea omgaat geenszins merkwaardig dat Noord-Korea als tegenwicht een kernwapenarsenaal tracht op te bouwen. Zeker gezien het feit dat andere ʽschurkenstatenʼ die in tegenstelling tot Un zo oenig waren om hun massavernietigingswapens vrijwillig op te geven daar de ultieme prijs voor hebben moeten betalen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Kaepernick vs Mayweather


Profsport vervult evident verschillende politieke, sociale en economische functies. Desalniettemin, meer dan eens is gepropageerd dat sport niets met politiek van doen heeft. Wellicht kan zelfs betoogd worden dat hoe apolitieker de profsport zich opstelt, hoe politieker het is. In de zin dat het als rookgordijn dient. Al was het maar omdat het in de vorm van spelen de wederhelft is van het broodnodige brood. De Romeinen wisten reeds dat daarmee het gepeupel rustig gehouden werd en uitstekend werkt als propagandamiddel. In die geest hebben meerdere dubieuze regimes sport misbruikt. Te denken valt aan Mussolini die het wereldkampioenschap voetbal van 1934 naar Italië haalde, Adolf Hitler die de Olympische Spelen van 1936 voor zijn karretje spande en de Argentijnse dictatuur dat mooie sier maakte met het WK voetbal van 1978. Eveneens werd gedurende de koude oorlog sport aangewend door beide partijen om elkaar de loef af te steken, want hoe dan ook, sport is en blijft een surrogaatoorlog. En die surrogaatoorlog is beslist niet exclusief voorbehouden aan wereldmachten.

Sport was onder meer voor ondergeschikt Zwart Amerika en het Caribisch gebied een probaat middel om de witte man een loer te draaien. Zo maakte de apolitieke bokser Jack Johnson in 1908, op het hoogtepunt van de segregatie in de VS, onbewust een punt door wereldkampioen boksen zwaargewicht te worden. Want daarmee was de mythe van de inherente witte superioriteit beproefd: een Zwarte man had namelijk bewezen dat hij “de sterkste man ter wereld” was, en dus dat een Zwarte man ergens in absoluut het beste kon zijn.

Vanwege diezelfde segregatie werden Zwarte honkballers tijdenlang geweerd uit de Major League, maar namen informeel wraak door in driekwart van de wedstrijden die zij speelden tegen Major League teams te zegevieren. Een nog zoetere vorm van gram haalde het beroemde cricket team van de West Indies, wellicht het beste sport team ooit. De Windies waren decennialang onaantastbaar en met name voormalig kolonisator Engeland moest het ontgelden: Engeland werd keer op keer vernederd op het groene gras (waardoor de Caribische immigranten de volgende dag zo trots als pauwen en van oor tot oor glimlachend naar hun werk konden gaan in racistisch Engeland).

De recente bokswedstrijd van de ongeslagen wereldkampioen Floyd ʽMoneyʼ Mayweather tegen MMA loudmouth Connor McGregor liet blijken dat bovengenoemde sentimenten nog immer springlevend zijn. Het was niet alleen boksen tegen MMA, maar ook wit tegen Zwart. Witte Amerikaanse boksfans waren even Amerikaan af. Kochten massaal Ierse vlaggen en schreeuwden hun kelen schor voor de kansloze McGregor. In de ijdele hoop dat McGregor in naam van de witte man eindelijk wraak zou komen nemen op Mayweather. Toen het er echt op aankwam kraakte patriotisch wit Amerika dus tegen een Amerikaanse bokser. So much for American patriotism…

Ondanks dat sporters vanwege onderliggende sentimenten middels een overwinning (al dan niet onbewust) politieke statements kunnen maken, is de vermenging van sport en politiek doelbewust in de taboesfeer gemanouvreerd door de autoriteiten. Niettegenstaande dat de beroemdste sportman allertijden, Muhammad Ali, politiek zeer betrokken was. Te betrokken zelfs. Sport is wellicht een surrogaatoorlog, maar het moet natuurlijk wel onderdeel van het duo brood en spelen blijven. Oftewel het moet de aandacht afleiden van de echte relevante politieke ontwikkelingen.

Mede ter afkoping van hun politieke betrokkenheid ontvangen de voornaamste (Zwarte) profsporters een vorstelijk salaris. Zij moeten de politiek correcte, apolitieke idolen zijn van de jeugd, zodat de jeugd niet zoals in het verleden verleid wordt om in de voetsporen van activisten als Malcolm X, Muhammad Ali of Huey Newton te treden.

Het leek er inderdaad jarenlang op dat de Amerikaanse sportwereld tot een apolitiek politiek instrument was omgevormd en dat er nimmer meer een nieuwe Muhammad Ali op zou staan: een man die zijn carrière op het spel zet voor zijn idealen. Maar het onwaarschijnlijk geachte is toch gebeurd. American footballer Colin Kaepernick vocht voor de verandering niet sportief maar politiek tegen witte overheersing, en dat wordt hem door the powers that alles behalve in dank afgenomen.

Zoals te verwachten was ging het noodlot toeslaan voor Kaepernick. Na het tumeltueuze seizoen waarin Kaepernick weigerde het Amerikaanse volkslied en de Amerikaanse vlag te respecteren vanwege het racisme in de VS, raakte Kaepernick werkloos: geen enkel NFL team bood hem een contract aan, terwijl hij een bovengemiddeld goede speler is. Anderzijds, Floyd Mayweather respecteert Amerika´s symbolen wel maar wordt desondanks ook niet omarmd door het witte Amerikaanse publiek, zelfs niet als hij de VS vertegenwoordigt in een surrogaatoorlog contra Ierland.

Mayweather is een omgekeerde Kaepernick. Mayweather exploiteert sluw het racistische sentiment in de VS. Miljoenen mensen bekijken zijn wedstrijden in de hartstochtelijk hoop dat hij verliest. Ondertussen wordt zijn bankrekening ongekend gespekt. Verder denkt Mayweather alleen maar aan Mayweather. De situatie van Zwart Amerika laat hem koud. Daarmee conformeert Mayweather tevens braaf aan de codes van de profsport. Kaepernick daarentegen offert zijn lucratieve footballcarrière op en inspireert talloze mensen binnen en buiten de sportwereld om zich evenzo uit te spreken over politieke kwesties, waarmee hij een taboe doorbroken heeft. Mayweather vindt zichzelf een held vanwege zijn geld. Maar als het bezit van geld het criterium is van heldendom dan moet de ongeslagen Mayweather wel erg veel witte kampioen boven zich dulden. Mayweather is een bokser van de buitencategorie, doch Kaepernick is daarentegen een held van de buitencategorie zoals Zwart Amerika wellicht in decennia niet meer aanschouwd had.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Standbeelden of schandbeelden?


De discussie over de helden van kleptocratieën wakkert ook te lande van de grootste zeerover allertijden aan. Waren Piet Hein, Witte de With, Jan Pieterszoon Coen en consorten ook waarachtig koen? Want de vraag blijft branden op de lippen waarom een werkloos gemaakte Somalische visser die uit wanhoop Westerse vrachtschepen kaapt als boef te boek staat, en Coen geëerd is met een tunnel (over tunnelvisie gesproken!). Zolang men het verschil niet kan uitleggen zal de gesokkeldheid van de Piet Hein-achtigen wenkbrauwen blijven doen fronzen. Te meer daar landen à la Nederland de gewoonte hebben overal en altijd te pas en te onpas het welbekende vingertje te heffen.

Dus ook binnen de territoriale grenzen van de rechtsopvolger van de kloptocratie der zeven gewesten begint men zich meer en meer te bezinnen over de natievaderen. Zo is er onlangs door Hip-Hoplabel Topnotch een verkorte versie op de markt gebracht van de klassieker Roofstaat, dat de schaduwkant van Hollands glorie belicht. Daarnaast kondigde de Rotterdamse kunstinstelling Witte de With Center for Contemporary Art aan haar naam te zullen fatsoeneren. Witte de With valt immers te rekenen tot de Piet Hein-achtigen, en de mensen die betreffend kunstcentrum runnen zijn op basis van voortschrijdend inzicht tot de conclusie gekomen dat ze hun vredelievende instelling niet meer wensen te associëren met een wreed systeem van uitbuiting en onderdrukking. Tot grote woede van de plaatselijke xenofobe politieke partij Leefbaar Rotterdam, die de blikverruiming van het Witte de With Center vertaalt als het wissen van de geschiedenis. Leefbaar wil die brutaliteit onmiddellijk bestraffen met het intrekken van subsidiegeld.

Als men de Nederlandse geschiedenis puur etnocentrisch wenst te benaderen dan valt er heel veel voor te zeggen dat de Piet Hein-achtigen helden waren. Zij hebben immers grote bijdrages geleverd aan een kleptocratisch systeem dat Nederland beslist geen windeieren heeft gelegd. De slachtoffers van hun praktijken zijn dan totaal irrelevant, want het enige dat telt is hun bijdrage aan de tomeloze groei en bloei van de Nederlanden. Hier gaat het echter wringen, want enerzijds zijn helden noodzakelijk ter bevordering van de natievorming, maar anderzijds wordt dat soort van enge etnocentrische geschiedschrijving weer geassocieerd met een totalitair Duits regime uit de jaren ´30 en ´40 waar tegenwoordig geen enkel fatsoenlijk mens meer mee geassocieerd wil worden.

Een praktisch probleem is dat een handelsnatie als Nederland bij uitstek belang heeft bij goede betrekkingen met het buitenland. Zolang Nederland de handel slechts beperkt met andere Westerse landen zal een verheerlijking van het kolonialistische verleden niet zo´n probleem zijn. Maar hoe legt men dat uit aan Aziatische handelspartners, Indonesië in het bijzonder? Is het handig om landen waar je lucratieve handel mee kunt drijven uit etnocentrische trots toch maar te schofferen? Des te meer de economieën van Azië, Afrika en Zuid-Amerika progressie boeken des te meer Westerse landen voor het dilemma komen te staan in hoeverre ze etnische arrogantie willen laten prefereren boven handelsbelangen.

Tegenwoordig tracht men de kolonialistische kijk op de geschiedenis recht te praten door te propageren dat de geschiedenis is wat het is en onder geen beding aangetast mag worden. Alsof het het hoogste heiligdom van een wereldreligie is. Als dat waar is dan heet die wereldreligie witte overheersing. De volgende vraag is dan, hoe plaatst men in dat kader de te vuur en te zwaar verdediging van een onhistorische minstreelfiguur als zwarte piet? Zou het om werkelijkheid niet gaan om de verdediging van racistische symbolen?

Het weigeren de gesokkelde geschiedenis aan te passen ondanks nieuwe inzichten zou zelfs als de postmoderne manipulering van de geschiedenis gezien kunnen worden. Want wellicht wisten voorgaande generaties die gesocialiseerd waren in een extreem etnocentrische maatschappij niet beter dan schurken te verwarren voor helden, maar wat is het excuus nadat het inzicht verruimd is? Als de gesokkelde geschiedenis daadwerkelijk zo heilig is voor het Westen, waarom werd het standbeeld van Saddam Hoessein dan met veel machtsvertoon van het voetstuk gehaald door de Amerikanen? Want wat voor generaal Lee, Piet Hein, Coen of Witte de Witte geldt, geldt toch ook voor Saddam Hoessein? Of hij nu goed of slecht was, hij is onderdeel van de geschiedenis en zou om die reden nooit ontsokkeld hebben mogen worden. Zijn gelijkenis had desnoods met een bijgevoegde tekst in context geplaatst kunnen worden…

In werkelijkheid toonde de ontsokkeling van Saddam Hoessein de grote symbolische waarde van standbeelden. Dat is ook de reden dat kolonialistisch ingestelde mensen met alle geweld aan standbeelden, racistische tradities en andere kolonialistische symbolen zoals toponiemen vastklampen. Met legitieme kolonialistische symbolen omringd voelen kolonialistische mensen zich ten zeerste gesterkt in hun dagelijkse doen, laten, haten en praten. Het is daarom ook een heel slecht idee om de kwestie standbeelden af te doen met context in de vorm van het toevoegen van een vage tekst. De publieke ruimte is niet de plaats om context te creëren. Alleen al het feit dat iemand op een sokkel is gezet wekt bij menigeen juist de indruk dat betreffende persoon blijkbaar toch een grote held was, want waarom zou men anders een standbeeld voor hem hebben gemaakt? Een standbeeld verschaft een schurk eeuwige roem en communiceert richting schurken in spé dat oorlogsmisdaad loont en het doel de middelen heiligt. Let wel, context moet inderdaad aangebracht worden, maar wel in de juiste context. Die juiste context voor de context is niet de publieke ruimte, maar het museum.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Harvey en Katrina


Harvey en Katrina zijn niet de gezellige buurman en buurvrouw van het beroemde stel dat model staat voor de xenofobe PVV-aanhang. De inwoners van New Orleans en Houston zouden willen dat dat waar was. Harvey en Katrina zijn zelfs niet stemgerechtigd, maar dat neemt niet weg dat ze veel effectiever zijn dan het stembiljet van de Amerikaanse collega´s van Henk en Ingrid. Daar zijn de Zwarte inwoners van met name New Orleans op de harde manier achtergekomen. Maar daar houdt het niet op, want ondertussen hebben zich Irma en José reeds gemeld, ook in het Koninkrijk der Nederlanden!

In 2005 werd het grote, welvarende land Amerika getroffen door een grootschalige ramp. Wellicht zoveel als 1.800 mensen stierven en vele duizenden raakten gewond. Daaraan toevoegend, de materiële schade was niet te overzien. Hiermee werd de VS ontmaskerd als een zgn. derdewereldland: als vergelijkbare rampen armlastige zuidelijke landen treffen, of zelfs China of Rusland, dan blaast de Westerse media gaarne hoog van de toren over de incompetentie van de plaatselijke autoriteiten. Ten tijde van Katrina werd echter de aandacht van de incompetentie van de autoriteiten afgeleid door meer de nadruk te leggen op vermeende plunderingen van mensen in nood, dan op de nood van de mensen.

De Westerse media wijdt gaarne uit over de vermeende achterlijkheid van Cuba. Op Cuba zou een wanbeleid gevoerd worden. Ze hebben in zoverre een punt dat Cuba inderdaad straatarm is. Doch men kan het ook omdraaien: ondanks de geringe welvaart blijkt in de praktijk dat Cuba op vele gebieden mijlenver voor ligt op menig Westers land. Neem bijvoorbeeld de manier hoe Cuba met tropische stormen omgaat. Een nijpende Amerikaanse economische boycot ten spijt weet Cuba keer op keer orkanen van categorie 4 en 5 te weerstaan met relatief weinig slachtoffers en materiële schade. Bij iedere storm wordt het eiland in opperste paraatheid gebracht waardoor rampen zoals veroorzaakt door Katrina en Harvey aldaar veel minder dramatisch zijn. Met als resultaat dat een inwoner van de VS vijftien keer zoveel kans heeft om om te komen bij een orkaan dan een inwoner van Cuba.

De Amerikaanse autoriteiten zagen Katrina niet als een ramp, maar als een kans die met beide handen moest worden aangegrepen. Dat is ook gebeurd. Voordat Katrina compleet los ging op New Orleans en omgeving had New Orleans 455.000 inwoners. In 2015 waren dat er slechts 379.00. Vele tienduizenden inwoners van New Orleans konden na de catastrofe niet meer terugkeren in hun stad, en de grote meerderheid daarvan is Zwart. Orkaan Katrina is dus misbruikt om de stad etnisch te zuiveren. Bepaalde aanvankelijk arme Zwarte wijken van New Orleans worden tegenwoordig bevolkt door de witte middenklasse. Tevens werd de slogan “rebuild New Orleans” gemeengoed. Dat bleek echter codetaal te zijn voor het privatiseren van het schoolsysteem en sociale diensten. Het merkwaardige fenomeen waarbij the powers that be rampen à la Katrina cynisch aangrijpen om lang gekoesterde neoliberale plannen met de TGV er doorheen te jagen wordt in navolging van Naomi Klein ook wel disaster capitalism genoemd.

Na Katrina kon de wereld aanschouwen dat de VS in veel opzichten een derdewereldland is. Des te triester is het daarom dat de prioriteiten van de Amerikaanse autoriteiten evident heel ergens anders liggen dan bij de ontwikkeling van land en volk. Landen als Cuba, Venezuela en Frankrijk boden hulp aan, maar de Bush administration wees die hulp arrogant van de hand met het argument dat de VS een welvarend land is dat goed voor haar eigen burgers kan zorgen. Niettegenstaande dat de ganse wereld getuige was van de grote armoede van met name Zwart New Orleans. Echter, wonderbaarlijk genoeg weet de ʽstraatarmeʼ VS telkenmale weer een ongelimiteerd budget uit de hoge hoed te toveren ten behoeve van het militair-industrieel-complex in het algemeen en Wall Street in het bijzonder. Tegelijkertijd blijkt de VS niet in staat om een fatsoenlijke infrastructuur in stand te houden. De rampen veroorzaakt door respectievelijk Katrina en Harvey zijn dus geenszins te wijten aan overmacht. Het valt met een beetje goede wil onder de noemer wanbeleid te scharen maar kwade opzet speelt eveneens een rol. Wetenschappers hadden immers voordien reeds gewaarschuwd voor de povere staat van de Amerikaanse waterverdediging waardoor grootschalige rampen reëel waren. Allemaal aan dovemansoren besteed.

Twaalf jaar na collega Katrina heeft Harvey eensgelijk de grote incompetentie van de Amerikaanse autoriteiten ontmaskerd. Er is in die twaalf jaar dus niets veranderd, inclusief het weer. Vandaar gebeurde de catastrofe weer. Wetende hoe Cuba met rampen omgaat kan gesteld worden dat niet Katrina en Harvey de werkelijke ware grote rampen zijn, maar het beleid van de Amerikaanse autoriteiten. Dat het buitenlandse Amerikaanse beleid rampzalig is weet de wereld reeds decennia, maar sinds Katrina kan niemand er meer omheen dat het binnenlandse beleid evenzo niet om over naar huis te communiceren is.

De (Zwarte) inwoners van Houston zullen de geschiedenis van de Katrina-slachtoffers kennen en beseffen dat ze zich in een weinig benijdenswaardige positie bevinden. Al was het maar omdat menig Zwart inwoner van New Orleans na Katrina nota bene naar Houston is verhuisd. Wat mening obamofiel niet wenst te horen is dat niet slechts Bush, maar eveneens president Obama de Katrina-slachtoffers compleet heeft laten barsten. Mooie beloftes ten spijt. De Katrina-slachtoffers zijn van het ene op het andere moment alles kwijtgeraakt, en vervolgens van de regen in de drup beland.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment