Venezuela in valstrik

Op 23 januari 2019 riep ene Juan Guaidó zichzelf uit tot president van Venezuela. Zo maar vanuit het niets! Meer dan 80% van de bevolking van Venezuela had nog nimmer van de persoon in kwestie gehoord. Opmerkelijk genoeg werd hij onmiddellijk erkend door de VS en een aantal van diens bondgenoten. Dit suggereert sterk dat de VS achter deze coup zit. Te meer omdat Guaidó in tegenstelling tot de bevolking van de VS geen onbekende is van de subversieve actie experts van het Anglo-Amerikaanse imperium aangezien Guaidó al meer dan een decennium wordt opgeleid en begeleid tot counterrevolutionair ten dienste van het Anglo-Amerikaanse imperium.

De economische problemen van Venezuela mogen als bekend worden beschouwd. De vraag is echter waaraan die te wijten zijn. Als we de mainstream Westerse media mogen geloven is die malaise het gevolg van chronisch, socialistisch wanbeleid van de ondemocratische regering Maduro. Maar hoe ging het met het Venezolaanse volk in de jaren ’90 toen er een neoliberaal beleid werd gevoerd? Als de marktwerking zo magistraal werkte, waarom leefde indertijd 80% van de bevolking in armoede? Venezuela was ook toen onleefbaar: de vuilnis werd niet opgehaald en er was soms weken geen elektriciteit. Hoe dan ook, Hugo Chavez wist het neoliberale regime omver te werpen en te vervangen met een bolivaristische regering. Deze regering wist in korte tijd de sociaal-economische positie van miljoenen Venezolanen sterk te verbeteren.

Het bolivaristische succes werd met lede ogen aangezien door het imperium. Er werden verschillende pogingen gedaan om Chavez uit de weg te ruimen. Dat mislukte, maar uiteindelijk overleed de man toch in 2013. Dat betekende niet het einde van het bolivaristische bewind aangezien een andere bolivarist genaamd Maduro hem opvolgde. Het imperium zou zich hoe dan ook wreken en ging Venezuela zware economische sancties opleggen. Wat de vernietigende impact daarvan kan zijn heeft eerder Irak mogen ervaren in de jaren ’90 toen door de sancties van Bill Clinton zoveel als een half miljoen kinderen zijn overleden. Toen de verwoestende economische sancties niet afdoende bleken om de regering Saddam Hoessein pootje te lichten en Saddam zelfs zo brutaal bleek om de Irakese olie voortaan in euro’s te verkopen ipv dollars, bombardeerde Bush junior het geplaagde land terug het stenen tijdperk in.

Venezuela is momenteel het nieuwe Irak. Net zoals Irak is Venezuela afhankelijk van olie. Wat heet, het land heeft de grootste bewezen olievoorraden ter wereld. Enerzijds zijn er de fnuikende economische sancties, anderzijds manipuleert Saoedi-Arabië, Amerika’s grote bondgenoot, doelbewust de olieprijs door de wereld te overstromen met goedkope olie om zodoende de olierijke vijanden van het imperium een loer te draaien. Dat verklaart grotendeels de economische crisis te Venezuela (maar ook omdat Venezuela verzuimd heeft om te investeren in infrastructuur, waardoor de olieproductie niet kon worden opgevoerd). Niet het feit dat Venezuela het neoliberalisme af heeft gewezen, want als dat het geval was dan zou de bevolking van landen die de mythe van de marktwerking met open armen hebben omarmd zoals Indonesië, Guatemala, Honduras, Bangladesh en de Filipijnen, niet zo straatarm gebleven zijn.

De VS wil in de eerste plaats natuurlijk weder de macht verkrijgen over de grootste olievoorraad ter wereld. Niet eens noodzakelijkerwijs om er zelf gebruik van te maken maar meer nog om de macht te hebben het Zwarte goud aan vijanden te onthouden. Maar de allergrootste zonde van de regering Maduro is natuurlijk het feit dat het de dollar afgezworen heeft. In 2000 ging Saddam zijn olie verkopen voor euro’s ipv dollars en dat legde hem geen windeieren op. Een paar jaar daarna kreeg hij bommen en granaten op zijn dak. Khadafi hetzelfde laken een pak: niet lang nadat hij aangaf een door goud gedekte Afrikaanse munt te gaan introduceren werden alle mogelijke middelen aangewend om hem uit de weg te ruimen. Maduro heeft een nieuwe, aan olie gekoppelde crypto-munt in het leven geroepen genaamd de petro en als resultaat kunnen we nu getuigen zijn van de huidige brutale poging van de VS om de regering van Venezuela omver te werpen.

De Amerikaanse economie drijft op de oliedollar. De dollar is niet gekoppeld aan goud, maar aan olie. De olie moet volgens afspraak in dollars betaald worden. Dat houdt in dat een ieder die olie koopt dat in dollars moet aftikken. Waardoor de VS dus verdient aan iedere olietransactie omdat een ieder die olie wenst te kopen eerst dollars moet aanschaffen. Vandaar dat een ieder die olie wenst te verkopen met een andere munteenheid dan de dollar een gevaar is voor de Amerikaanse (economische) hegemonie. Een ieder die een onafhankelijke munt wil creëren zou dat daarom eigenlijk in het diepste geheim in het diepste van de nacht diep onder de grond moeten klaarspelen. Want de geschiedenis heeft uitgewezen dat het imperium tot alles in staat is om er een stokje voor te steken.

Wel is het zo dat er voor Venezuela enige hoop is omdat machtige landen als Rusland, China en Turkije zich solidair hebben verklaard. Rusland verzuimde eerder Khadafi de helpende hand te bieden omdat het ontstemd zou zijn vanwege een ten faveure van het Westen afgekaatste wapendeal. Doch Rusland liet in Syrië en Oekraïne reeds zien dat het het als onstuitbaar geachte imperium toch met succes kan dwarsbomen. Maar hoe standvastig zullen Rusland en co zich deze maal profileren?…Hopelijk verdwijnt Guaidó even snel in hetzelfde niets waaruit hij gekomen is.

Djehuti-Ankh-Kheru

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Revolutie in de Nederlandse popmuziek

Anno 2019 is Nederlandse Hip-Hop veruit de populairste muzieksoort te lande. Op spotify waren afgelopen jaar acht van de tien meest gestreamde artiesten rap acts van Nederlandse bodem. Nederlandse rappers zijn in totaal 2 miljard maal gestreamd. Er is een tijd geweest dat een dergelijke situatie als volstrekt ondenkbaar werd beschouwd. Maar gezegd kan worden dat er met name de laatste twee jaar in de Nederlandse muziekwereld zich een ware revolutie heeft voltrokken. Aan de andere kant kan weer worden gesteld dat Nederland hiermee aan de late kant aansluit bij een mondiale trend. Want rapmuziek is in grote delen van de wereld al langere tijd dominant. Dus men kan de vraag ook omdraaien, waarom duurde het zo lang voordat rapmuziek in Nederland doorbrak?…

In 1982 stond Hip-Hop nog in de kinderschoenen, maar de (inmiddels van zijn voetstuk gevallen) peetvader van de Hip-Hop, Afrika Bambaattaa, ging als een soort van missionaris op tour om de door hem benoemde vier elementen overzee te populariseren. Onder de noemer Afrika Bambaataa en the Soulsonic Force ging hij met dj’s, mc’s breakdancers, graffitti-artiesten en double dutch touwtjespringsters overzee om zijn evangelie te verkondigen. Maar het Europese publiek moest duidelijk aan Hip-Hop wennen. In Strasbourg, Frankrijk, werd zijn gezelschap tijdens een optreden zelfs belaagd door een deel van het publiek. Maar dat werd vervolgens opgelost zoals conflicten in Bronx River doorgaans werden opgelost. Het publiek reageerde aanvankelijk lauw, maar na hardhandig met de groep hooligans afgerekend te hebben kreeg the Soulsonic Force een daverend applaus. Hiermee had Hip-Hop haar street credibility overzee gevestigd. Tegen de tijd dat de tour Parijs aandeed werd Hip-Hop door de media benaderd als the real thing.

Bambaataa bleef als een ware missionaris zijn evangelie verspreiden naar alle windstreken. In die geest trachtte hij ook overal afdelingen te vestigen van zijn organisatie, the Universal Zulu Nation. Wat Bambaataa opviel aan de ontluikende Hip-Hopscenes in Europa was dat allerlei jongeren van wie Engels niet hun eerste taal was probeerden in het Engels te rappen. Maar de peetvader van Hip-Hop raadde hen dat ten zeerste af: “rap vooral in je eigen taal!” gaf hij hen mee, vanuit het idee dat Hip-Hop moest klinken als waar het vandaan komt waardoor volgens hem de zeggingskracht dan het grootste zou zijn. Met name in Frankrijk schijnt dat devies in vruchtbare bodem te zijn gevallen.

De vraag is echter of Bambaataa in die dagen ook Nederland met een bezoek heeft vereerd aangezien de ontluikende Hip-Hopscene in Nederland juist wel jarenlang in het Engels bleef spitten. In Nederland werd serieuze rapmuziek een tijdlang inherent beschouwd aan de Engelse taal. De Engelstalige markt is natuurlijk oneindig maal groter. Maar door betreffende taal te prefereren wierp men evenzo voor zichzelf een extra barrière tot succes op omdat men moest concurreren met artiesten die het Engels (of beter gezegd, Ebonics) letterlijk met de paplepel ingegoten hadden gekregen. Wat ook niet meehielp aan het imago van Nederlandstalige rap is dat er meer dan eens Nederlandstalige parodieën zijn gemaakt van rapmuziek door mainstream artiesten zoals Spaan en Vermegen met Koud hè en André van Duin met het Pizza lied.

Hoe dan ook, vanaf 1980 wordt er al rapmuziek van Nederlandse bodem uitgebracht, maar het werd decennialang nooit echt serieus genomen door de gevestigde muziekindustrie. Het was nl. geen muziek maar een bizarre rage dat snel weer zou overwaaien. Enerzijds leek Nederlandse rapmuziek nooit echt aan te haken. Het genre leek eeuwig veroordeeld te zijn tot een plek in de marge. Er leek een soort van plafond te zijn dat nooit kon worden doorboord. Anderzijds, Nederlandse Hip-Hop bleef gewoon overleven, ook al vertoefde het in de marge. Ook al werd het genegeerd door de mainstream muziekindustrie. Eveneens in Nederland bleek het klassieke statement rap will never die te gelden. Niettegenstaande dat een behoorlijk deel van het publiek er openlijk van walgde. Dat bleek bijvoorbeeld toen New Wave de popprijs 2015 werd toegekend op Noorderslag en veel mensen uit protest onmiddellijk de benen namen. Maar toen Ronnie Flex onlangs de popprijs 2018 mee naar huis mocht nemen was er een consensus dat een terechte winnaar met de eer mocht strijken.

Wat had men anders gedacht? Het grote publiek was immers gewoon niet gewend aan een ruig soort van parlando dat vreemd was aan de Nederlandse muziektraditie. Maar waar men vanuit de traditie niet aan gewend is kan men op termijn natuurlijk wel aan gewend raken. Dat geldt zeker voor de jongere generaties. Dat de media en de mainstream muziekindustrie niet veel ophadden met ‘getto parlando’ mocht ten langen leste niet deren. Dankzij de gedemocratiseerde, digitale media bleken verschillende rappers in staat de middle men die hun genre reeds decennia negeerden over te slaan en rechtstreeks een publiek te bereiken die ze in vroeger dagen nooit hadden kunnen bereiken. Heel veel van dat publiek behoort inderdaad tot de jongste generatie, desalniettemin moet gezien de overweldigende populariteit van rapmuziek uit de polder anno 2019 geconcludeerd worden dat heden ten dage jong en oud het oor ernaar te luister legt. Zeker gezien de overweldigende populariteit bij de (jongste) jeugd lijkt het erop dat er een geheel nieuw tijdperk is aangebroken in de Nederlandse popmuziek. Oorspronkelijk zou Hip-Hop de stem zijn van de stemlozen zijn. Als dat waar is dan betekent dat ook in Nederland de traditioneel stemlozen steeds meer gehoord gaan worden…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Pappy Bush

Op 26 februari 1988 werd politieagent Edward Byrne in koelen bloede vermoord in de New Yorkse wijk Jamaica Queens en op 20 januari 1989 werd papa Bush geïnaugureerd als 41e president van de Verenigde Staten van Noord-Amerika. De beruchte, nergens voor terugdeinzende gangster Pappy Mason zat achter die trieste moord. Maar wat evenzo als triest te bestempelen valt is dat de tragische gebeurtenis van 26 februari 1988 vervolgens op een vergelijkbare manier aangegrepen zou worden door de oorlogszuchtige papa Bush om de macht te grijpen eensgelijk Adolf Hitler de Reichstagsbrand van 27 februari 1933 aangreep.

Op 14 oktober 1982 verklaarde president Reagan zo maar uit de blue the war on drugs. Waarom dat nodig was ontgaat op dat moment het grootste deel van de Amerikaanse bevolking aangezien door de meeste Amerikanen drugs niet als het belangrijkste probleem werd beschouwd van de VS. Noch werd op dat moment drugs geassocieerd met Zwart Amerika. Maar de media wist na het startsein van de war on drugs middels krachtige beeldvorming drugs binnen korte tijd zowel te problematiseren als te racialiseren.

Tegenwoordig weten we mede dankzij het werk van de moedige onderzoeksjournalist Gary Webb dat de CIA de Zwarte wijken doelbewust vol drugs pompte om de Contra’s in Nicaragua te kunnen financieren en dat die hele war on drugs—dat in werkelijkheid a war on Black America was—net zo nep was als een bankbiljet van $3.

Al de drugs die op straat werd gedonderd zorgde naast dat er talloze levens werden vernietigd van het ene op het andere moment voor een hele nieuwe subcultuur van ghetto celebrities. Deze ‘beroemdheden’ hebben met hun stijl in belangrijke mate de ontluikende Hip-Hopscene beïnvloed. Hun kledingstijl werd door rapsterren geïmiteerd en over gans de wereld gepopulariseerd. Daarnaast stond hun levensstijl model voor de zgn. gangsta rap.

Pappy Mason was zo’n beruchte gangster (verschillende rappers zouden naar zijn voorbeeld dreadlocks zijn gaan dragen). Hij werkte nauw samen met capo di tutti capi Lorenzo Nichols a.k.a Fat Cat (hij voorzag vrijwel alle plaatselijke drugsbendes van drugs). Terwijl Fat Cat zich officieus terugtrok uit de straathandel handhaafde Pappy Mason ‘de wet’ op straat. Alles en iedereen die buiten de lijntjes liep werd op verschrikkelijke wijze gemarteld en vermoord door Pappy Mason’s bende genaamd the Bebos. Vandaar dat ook helemaal niemand het in zijn of haar hoofd durfde te halen om te snitchen. Zelfs de politie hield zich gedeisd.

Totdat een politieagent het lef had hem erop te wijzen dat hij niet open en bloot op straat alcohol mocht nuttigen. Pappy zag zichzelf als onbetwiste baas van de straat en was verbijsterd van zoveel brutaliteit van de politie en zwoor onmiddellijk zich op hen te gaan wreken. Een reeks serieuze doodsbedreigingen deed het plaatselijke politiecorps besluiten de gewraakte agent voorlopig van straat te halen. Op zijn beurt werd Pappy Mason uit voorzorg vastgezet voor verboden wapenbezit. Dit maakte Pappy nog woester en hij gaf zijn bende de Bebos vanuit de gevangenis de opdracht om een agent te vermoorden. Dat gebeurde dus op 26 februari 1988.

Amerika was zwaar geshockeerd door de moord op agent Byrne en presidentskandidaat George Herbert Walker Bush speelde daar onmiddellijk op in. Tijdens zijn campagne stal papa Bush de show met badge 14072 van wijlen politieagent Edward Byrne. Daarbij pochte hij op over zijn vermeende vooraanstaande rol in de oorlog tegen drugs die hij gespeeld zou hebben in de regering Reagan als vicepresident. Toen hij benoemd werd tot republikeinse kandidaat voor het presidentschap beweerde hij dat hij een van drugs verschoond Amerika wenste en dat hij de drugdealers keihard zou gaan aanpakken.

Een waarachtige oorlog tegen drugs zou zeer nobel zijn. Probleem alleen met de drugshandel is dat sinds de tijd van de VOC het internationale kapitalisme erop draait (nadat de aanvoer van opium opdroogde ging de VOC failliet!). De grote vraag is namelijk of financiële centra als Wall Street en the City of London gaan kunnen overleven zonder de miljarden aan witgewassen drugsgeld. Net zoals de CIA drugsgeld nodig heeft om undercover operaties te financieren. Dus wat bedoelde papa Bush precies met een oorlog tegen drugs terwijl de regering Reagan, waar hij een prominent lid van was, de invoer van drugs op zijn minst gedoogde? In werkelijkheid was the powers that be een mooi excuus in de schoot geworpen om de oorlog tegen Zwarte Amerika verder op te voeren en het prison-industrial-complex naar een hogere verdieping te liften.

Eenmaal aan de macht zette Bush de leider van Panama af omdat hij in drugs zou handelen. De werkelijke reden voor de invasie van Panama was dat generaal Noriega weigerde de Contra’s in Nicaragua militair te steunen. Het ironische is dat de Contra’s zelf met behulp van de CIA gigantische hoeveelheden drugs verhandelden. Daarnaast bombardeerde papa Bush Irak het stenen tijdperk in en bracht de Amerikaanse economie op een haar na naar de afgrond.

Pappy Mason en papa Bush zijn op hun niveau allebei medogenloze criminelen. Pappy Mason zit momenteel een levenslange gevangenisstraf uit, maar wordt door her milieu nog altijd vereerd als een zgn. straatlegende omdat hij altijd de code van de straat in ere heeft gehouden: hij heeft nooit iemand verlinkt. Ook hebben rappers meer dan eens aan hem gerefereerd, zoals Nas in Get Down: “New York streets where killers’ll walk like Pistol Pete And ‘Pappy’ Mason, gave the young boys admiration.”

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Het gestolen erfgoed

In 2002 stal beroepsinbreker Okkie Durham twee schilderen uit het Van Goghmuseum in Amsterdam. Daarmee zorgde hij voor gigantisch veel ophef in de Lage Landen. Want waar haalde men de brutaliteit vandaan om Neerlands nationaal erfgoed te komen stelen! Echter, soms is een klein beetje zelfreflectie best op zijn plaats. Want in werkelijkheid proefde Nederland gewoon de bittere smaak van een koekje van eigen deeg. Niet dat diefstal goed gekeurd zou moeten worden, maar het is wel eens een keertje goed dat de dief zelf bestolen wordt. Want waarom is het niet oké dat een man van kleur enkele Europese kunstvoorwerpen steelt, maar waarom is het prima dat Europeanen schaamteloos hele musea vol hebben gestouwd met gestolen kunst uit hun (voormalige) koloniën?

Zoals we eerder hebben bediscussieerd moet de Franse president Macron beslist niet gezien worden als de nieuwe Messias, maar wat wel voor hem pleit is dat hij gepleit heeft voor de teruggave van door Frankrijk gestolen Afrikaanse kunst. Hierdoor worden eveneens de andere (voormalige) Europese koloniale mogendheden onder druk gezet om door hen gestolen kunst te restitueren. Ook Nederland dus. De gedachte dat roofkunst mogelijk teruggegeven gaat moeten worden zorgde voor grote onrust in de Nederlandse museumwereld. Dit ondanks dat Nederland met dank aan Okkie onlangs zelf aan den lijve heeft mogen ervaren hoe het is om ontvreemd te worden van het eigen erfgoed. Blijkbaar is stelen een kolonialistisch voorrecht.

Gestolen erfgoed is daarentegen weer een koloniale paradox. De klassieke legitimatie van het Westerse kolonialisme is dat het Westen de edele taak op zich neemt om de onbeschaafde, onontwikkelde volkeren buiten het Westen te civiliseren. Maar als die volkeren zo onontwikkeld waren, waarom moest hun kunst dan massaal gestolen worden? Kennelijk zagen de kolonialisten wel degelijk in dat die kunst grote waarde vertegenwoordigt, want anders zouden ze het beslist niet gestolen hebben. Daarmee tevens de mythe van the white man’s burden ondergravend.

De kolonialisten waren inderdaad soms compleet verbijsterd door de hoge kwaliteit van de kunstschatten die ze in Afrika aantroffen. Een goed voorbeeld zijn de Benin-bronzen. Deze werden door de Britten in 1897 gestolen na een strafexpeditie tegen de West-Afrikaanse staat Benin. De kolonialisten konden er met hun verstand niet bij dat zulke ‘primitievelingen’ zulke hoogwaardige metaalkunst konden produceren. De meeste Benin-bronzes eindigden in the British Museum, maar ook andere Westerse musea profiteerden. Van de bekende kunstvoorwerpen van deze West-Afrikaanse beschaving bevinden zich er momenteel zo’n 2400 in Westerse musea en naar schatting slechts ±50 in Nigeria.

De gestolen Afrikaanse kunst had vervolgens een grote impact op de ontwikkeling van de Europese kunst. Europa’s beste kunstenaars, zoals Picasso, Vlaminck en Derain werden begin 20e eeuw fans van Afrikaanse kunst en creëerden geïnspireerd door die Afrikaanse kunst de moderne kunststroming van het kubisme.

Punt is dat het ontkennen van de menselijkheid van de gekoloniseerde volkeren inherent is aan het kolonialisme. Dat is zowel noodzakelijk om het kolonialisme te legitimeren als om de gekoloniseerde volkeren in hun lot te doen berusten. Dat houdt in dat bij voorbaat reeds ontkend wordt dat ze überhaupt prat kunnen gaan op zoiets als een erfgoed, maar als die kolonialistische veronderstelling onvoorzien toch niet blijkt te kloppen dan wordt het of gestolen of vernietigd.

Hieruit volgt dat de voormalige koloniën dat erfgoed heel hard nodig hebben om de hoofden en harten van hun bevolkingen te dekolonialiseren. Want anders kunnen betreffende maatschappijen niet op een gezonde manier functioneren. Ter vergelijking, de Nederlandse overheid spendeert echt niet voor noppes heel veel geld in het bewustmaken van de bevolking van het nationale erfgoed. Vandaar dat er geschiedenisles is op school, straten, pleinen, scholen, tunnels, bruggen, etc. vernoemd worden naar (nationale) helden, maar bovenal dat er musea zijn waar het zichtbare erfgoed voor het publiek staat uitgestald. Middels al dit soort zaken wordt een nationaal bewustzijn gecreëerd en gecultiveerd en zodoende de samenhang in de samenleving bevorderd. Als de voormalige koloniën serieus willen dekolonialiseren dan zullen ter plaatse vergelijkbare structuren gecreëerd dienen te worden zoals Nederland en de meeste andere Westerse landen die reeds hebben. Om die reden is het van levensbelang dat die gestolen kunst weer thuis komt, zodat de plaatselijke bevolking fier en geïnspireerd kan raken door prestaties van eigen bodem eensgelijk de Nederlandse bevolking fier en geïnspireerd is door Rembrandt en van Gogh.

Los daarvan is het natuurlijk van groot belang dat de voormalige koloniën zelf hun eigen erfgoed kunnen gaan exploiteren. Rijk gevulde musea trekken namelijk toeristen en genereren dus inkomsten. Aangezien de belangrijkste musea met Afrikaanse kunst te vinden zijn in het Westen houdt dat in dat het Westen al die toeristen trekt en dus die gestolen Afrikaanse kunst schaamteloos exploiteert. Des te opmerkelijker hoe Westerse historici allerlei kolonialistische drogredenen aandragen om aan te geven waarom de gestolen Afrikaanse kunst beslist niet teruggegeven zou moeten worden.

De kunstroof van Okkie was heel interessant omdat wellicht voor het eerst in de moderne geschiedenis de rollen omgedraaid waren: deze keer waren het niet witte mannen die Afrika beroofden van haar erfgoed, maar een man van kleur die zich Europese top kunstwerken toeëigende. Dat deed de Europeanen onvoorstelbaar veel pijn. Het allermooiste zou zijn geweest als Okkie die schilderijen mee had genomen naar bijvoorbeeld Suriname, Indonesië of Ghana. Dan zou het plaatje compleet zijn geweest. Nu is het wachten op Killmonger die de vibraniumkunst in de Europese musea opeist voor Afrika.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Macronafrique


De mainstream media heeft de nieuwsvoorziening over Afrika dusdanig geframed dat menig argeloze Westerling in de veronderstelling leeft dat Afrika overleeft bij de gratie van Westerse ontwikkelingshulp. Het omgekeerde is eerder waar, in het bijzonder wat betreft Frankrijk. Het Franse koloniale imperium is de facto nog springlevend en aan dit feit wordt de laatste tijd wel steeds meer ruchtbaarheid verschaft. Afrika in het algemeen lijdt onder VOC-kolonialisme (neokolonialisme). In synopsis inhoudende dat buitenstaanders een buitenproportioneel grote greep op de economie hebben en daardoor officieus ook politiek nog altijd aan de touwtjes trekken. Verschil tussen Frankrijk en de andere Westerse landen die zich anno 21e eeuw vergrijpen aan VOC-kolonialisme is dat Frankrijk nog altijd schaamteloos rechtstreeks uit de koektrommel smult.

In 2008 ging de voormalige Franse president Jacque Chirac zelfs zover om te verkondigen dat Frankrijk zonder Afrika weg zou zinken tot een derderangs mogendheid. Omgekeerd zou ook gesteld kunnen worden dat de Afrikaanse landen vijfderangs mogendheden blijven zolang hun economieën gedomineerd worden door aasgierlanden als Frankrijk. Frankrijk heeft sinds 1945 haar ‘voormalige’ Afrikaanse koloniën ondergebracht in de CFA franc zone, waarmee Frankrijk alle financiële en economische activiteiten in die landen dicteert. Echter, de Duitse economische krant Deutsche Wirtsschaft Nachrichten bracht het schandaal naar buiten dat Frankrijk dankzij de CFA jaarlijks €440 miljard incasseert van haar voormalige koloniën. Vervolgens geeft Frankrijk met veel bombarie ontwikkelingshulp aan haar ‘voormalige’ koloniën, maar in werkelijk verschaft Frankrijk subsidie aan haar eigen bedrijfsleven, want die ontwikkelingshulp mag slechts ontvangen worden onder de voorwaarde dat het gespendeerd wordt bij Franse bedrijven. Los van het feit dat francofoon Afrika überhaupt geen ontwikkelingshulp nodig zou hebben als het bevrijd was van het VOC-kolonialisme van Parijs.

Dus eigenlijk heeft francofoon Afrika tig meer redenen om massaal met gele hesjes de straat op te gaan dan de zelfverklaarde nakomelingen van de Galliërs. Echter, protesten die zo serieus zijn dat ze het voortbestaan van de CFA bedreigen zijn vooralsnog altijd genadeloos de kop ingeslagen. Net zoals regeringen omver worden geworpen die hun bevolkingen wensen te verschonen van het Parijse VOC-kolonialisme middels francafrique (een door Parijs gestuurd systeem van netwerken dat met onwelgevallige Afrikaanse regeringen afrekent). Een beroemd voorbeeld van een Afrikaanse leider die de CFA serieus bedreigd heeft en daarom (mede door) Parijs omvergeworpen is is natuurlijk Khadafi. Want zijn vergevorderde plannen voor een met goud gedekte Afrikaanse dinar waren een levensgroot gevaar voor Parijs.

Wetende dat Frankrijk (over)leeft bij de gratie van de exploitatie van Afrika is het niet waarschijnlijk dat het zonder slag of stoot afstand zal doen van de CFA. Afrika in het algemeen maar francofoon Afrika in het bijzonder moet daarom altijd oppassen met retoriek van Franse presidenten; als de vos de passie preekt. Ook met de huidige president. Frankrijk heeft sinds het bestaan van de CFA (s)linkse en rechtse presidenten gekend, maar dat maakte voor Afrika helemaal niets uit: allen hebben ze het VOC-kolonialisme hoog gehouden waar Frankrijk van afhankelijk is eensgelijk een vampier van bloed en zo nodig francafrique ingeschakeld.

Soms bakt Macron zoete broodjes. Zo heeft hij zelfs verkondigd dat als het de wens van de Afrikanen is, de CFA en de Franse militaire aanwezigheid geleidelijk afgebouwd dienen te worden. Anderzijds deinst hij er niet voor terug om Afrika tot op het bot te beledigen. Zo twitterde hij tijdens een bezoek aan Nigeria dat de huidige generatie Afrikanen het kolonialisme niet heeft meegemaakt (en het dus geen negatieve impact op ze kan hebben) en antwoordde hij op de G-20 nadat hem gevraagd was waarom er geen Marshallplan was voor Afrika dat Afrika lijdt onder een beschavingsprobleem en dat een Marshallplan daarom weinig effect zou sorteren: de economische problemen van Afrika zouden te verklaren zijn door het hoge geboortecijfer. Daarmee ging Macron geheel voorbij aan het feit dat het hedendaagse VOC-kolonialisme rechtstreeks voortvloeit uit het klassieke kolonialisme. Daarnaast was het nogal hypocriet van de pers om Le Pen aan te pakken toen ze zei dat Frankrijk geen rol heeft gespeeld in de holocaust, maar Macron mocht wel ongestraft de impact van het Franse kolonialisme ontkennen en 19e eeuwse pseudowetenschappelijke theorieën over het ontbreken van beschaving in Afrika propageren.

Eerlijkheidshalve moeten we ook vermelden dat Macron onderzoek heeft laten doen naar tijdens het kolonialisme gestolen Afrikaanse kunst en hij heeft de aanbeveling van dat onderzoek omarmd. Die aanbeveling is dat de Franse wet dusdanig veranderd moet worden zodat het mogelijk wordt om gestolen Afrikaanse kunst terug te geven.

Desalniettemin dient ook neoliberaal pur sang Macron beoordeeld te worden op zijn totale Afrika beleid. We hebben nl. nog geen aanwijzingen gezien dat hij daadwerkelijk van plan is om het Franse VOC-kolonialisme te beëindigen. Want waarom was de bestemming van zijn eerste reis buiten Europa na zijn inauguratie de Franse troepen gelegerd in Mali? Waarom zweert hij bij hoog en bij laag dat kolonialisme geen impact meer heeft op het huidige Afrika, waarom heeft hij verklaard dat reparations voor kolonialisme uitgesloten zijn? Waarom heeft hij beweerd dat een Marshallplan Afrika niet zal helpen? Heeft Macron daarmee niet kristalhelder aangegeven waar hij staat? Wellicht zal Macron met wat naamsveranderingen en symbolische wijzigingen aan de CFA wat naïevelingen voor zich weten te winnen, maar het valt niet te verwachten dat een hardcore neoliberaal en voormalig bankier als Macron het Franse VOC-kolonialisme gaat razeren. Hij tracht Francafrique slechts te voorzien van een masker, dus pas op voor macronafrique.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Boomerang in Syrië (2)

President Trump verraste onlangs vriend en vijand door aan te geven dat binnen zestig tot honderd dagen alle Amerikaanse troepen uit Syrië hun biezen moeten hebben gepakt. Hierbij komen ook nog de geruchten dat de regering Trump achter de schermen druk aan het onderhandelen is met de Taliban over een Amerikaans vertrek uit Afghanistan na achttien jaar . Wat men verder ook van de Donald mag vinden, hiermee lost de man een verkiezingsbelofte in. Anderzijds geeft het Anglo-Amerikaanse imperium er met dit besluit blijk van officieus afscheid te nemen van hun regime change ambitie te Syrië en dus compleet hebben gefaald. Want de Amerikanen verkondigden altijd zonder mitsen en maren dat regime change hun beoogde doel was in Syrië. Waarmee het imperialistische project van de neocons welke geïntitieerd werd tijdens Bush junior op een complete deceptie is uitgelopen. Want evenzo kunnen de militaire avonturen in Afghanistan en Irak ondanks de aanvankelijke vorderingen uiteindelijk toch bepaald niet omschreven worden als eclatante successen.

Desalniettemin, er is evident geen concensus onder de Anglo-Amerikaanse speculantenolichargie over het terugtrekken uit Syrië: de Minister van Defensie Mattis is afgetreden vanwege de terugtrekking en de beroepswijsneuzen in de mainstream media vielen over elkaar heen om Trump’s terugtrekking te bekritiseren. Evenzo zijn verschillende bellicose bondgenoten alles behalve amused met de koerswijziging van de Amerikaanse president. Israël bijvoorbeeld, dat een serieuze poging deed om de kerstmis te verknallen voor de bewoners van Damascus en omstreken door vanaf Libanees grondgebied met straaljagers een regen raketten af te vuren. Maar de schade bleef beperkt. De meeste raketten zijn neergehaald door het Syrische luchtafweergeschut.

Over het Syrische afweergeschut gesproken, dat wordt gezien als één van de redenen van de plotselinge departure van het Amerikaanse leger. Het in Syrië gestationeerde Amerikaanse leger zal naar alle waarschijnlijkheid niet in staat zijn het hoofd boven water te houden bij een eventuele confrontatie met het Syrische leger sinds het verder versterkt is met geavanceerd Russisch luchtafweergeschut. Om grote reputatieschade te voorkomen zou het Amerikaanse leger de plaat poetsen nog voordat het überhaupt tot zo’n confrontatie kan komen.

Maar naar verluidt is Trump nog veel bevreesder voor Turkije. Turkije heeft zoals bekend de VS onlangs ernstig in verlegenheid gebracht door wereldkundig te maken dat Saoedi-Arabië, een naaste bondgenoot van de VS, de kritische journalist Jamal Khashoggi met voorbedachten rade heeft vermoord. Turkije leeft sinds de mislukte staatsgreep van 2016 sowieso in onvrede met de VS aangezien de VS daar een stevige hand in had. Wat Turkije nog meer dwars zit is dat de VS de Koerdische YPG steunt in Syrië, hetgeen volgens Turkije gewoon de Syrische versie is van het zowel in de Turkije als de VS als terroristische organisatie te boek staande PKK. Dit ervaart Turkije als stank voor dank gezien zijn grote rol in het faciliteren van de opstand in Syrië.

Het gebied waar de Syrische Koerden wonen is echter rijk aan mineralen en grondstoffen. Daarom wenste het Anglo-Amerikaanse imperium in ieder geval ‘Koerdistan’ af te scheiden van de rest van Syrië, net zoals het eerder Kosovo van Servië had afgescheiden. Mocht regime change in Syrië onverhoops niet lukken, dan kon het in ieder geval nog ‘Koerdistan’ exploiteren.

Erdogan lijkt daar echter een stokje voor te hebben gestoken. De Turkse president Erdogan zou Trump opgebeld hebben om hem mede te delen dat het Turkse leger een offensief gaat beginnen om af te rekenen met de YPK en dat hij niet in kon staan voor de veiligheid van de aanwezige Amerikaanse troepen mochten ze om één of andere reden pardoes in het strijdgewoel verwikkeld raken. Dit was tevens rond de tijd dat de Russen verbeterd afweergeschut leverden aan het Syrische leger, hetgeen de superioriteit van de Amerikanen in de lucht verder aantastte. Hierbij zou mogelijk een samenwerking tussen gezworen vijanden Erdogan en Assad ineens angstvallig dichtbij kunnen komen en de oorlog in Syrië wel een heel aparte wending kunnen nemen.

Trump kwam mede aan de macht door te ageren tegen het onverantwoorde oorlogszuchtige buitenlandse beleid van de Amerikaanse regering die de Amerikaanse belastingbetaler bergen met geld kost. Het Amerikaanse leger in Syrië zat in een benarde positie en zou waarschijnlijk grote verliezen gaan lijden bij een directe militaire confrontatie met het door de Russen gesteunde Syrië, om maar te zwijgen over de diplomatieke complicaties bij een militaire confrontatie met NAVO-bondgenoot Turkije. Een escalatie van de oorlog in Syrië met massa’s Amerikanen die terugkeren in lijkenzakken is wel het laatste wat de regering Trump wil, want dat gaat de Donald zijn herverkiezing kosten.

Aan de andere kant houdt dat in dat de Anglo-Amerikanen de Koerden wederom gebruikt hebben en laten barsten. Wederom zijn ze lekker gemaakt met de belofte van een eigen staat maar lieten de Yankees ze keihard vallen toen het er echt op aankwam. Dit kan een goede les zijn voor groepen die het Anglo-Amerikaanse imperium in de toekomst voor hun karretje wensen te gaan spannen. Want ondanks de nederlaag in Syrië geeft het imperium zich natuurlijk nog niet gewonnen.

Op zijn beurt kan Trump de terugtrekking uit Syrië als een grote overwinning verkopen: hij heeft de Amerikaanse belastringbetaler gered van een geldverslindende oorlog en een verkiezingsbelofte ingelost. Door velen gezien als bewijs dat Trump inderdaad de eerste onafhankelijke Amerikaanse president is in een hele lange tijd die als outsider vecht voor het Amerikaanse volk tegen een duistere schaduwregering…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

O Rei vs Messi


Onlangs laaide de discussie weer op betreffende de vraag wie de beste voetballer ooit is. Pelé heeft nl. beweerd dat Messi niet met hem te vergelijken valt omdat Messi slechts over één vaardigheid beschikt. Daarmee wekte Pelé de toorn op van talloze Messi-fans van over de ganse wereld. Feit is dat Messi al meer dan een decennium achtereen onwaarschijnlijk goed presteert bij zijn club, dus komt het inderdaad een beetje minachtend over als je een voetballer van de absolute buitencategorie wegzet als een grappenmaker die maar één kunstje kan flikken. Desalniettemin heeft Pelé wel degelijk een punt als hij aangeeft een completere voetballer te zijn geweest dan Messi.

Als je constructief wilt discussiëren over wie de beste voetballer ooit was dan moet je eerst overeenstemming bereiken over een criterium wat een voetballer groots maakt. Gaat het om techniek, dan is baltovenaar Jay-Jay Okocha wellicht wel de winnaar. Gaat het puur om de doelpunten, dan zal weer de technisch beperkte spits Gerd Müller tot de genomineerden behoren. Als assists het relevantste zijn dan komen weer spelers als Zinedine Zidane in de picture, etc. Maar wie komt er het beste uit de bus als we naar het totale plaatje kijken?

Wat de woedende Messi-fans over het hoofd zien is dat Pelé een complete voetballer was. Hij kon met links en rechts even goed schieten, was een kopspecialist ondanks zijn 1.73. Hij had een perfecte balcontrole. Was fysiek ijzersterk (was niet van de bal te krijgen), pijlsnel, gespecialiseerd in volleys (de omhaal was zijn handelsmerk), had een fenominaal spelinzicht en kon uitstekend verdedigen. Pelé beheerste het hele spel. Hij had geen zwakke plekken. Pelé kon op letterlijk alle posities op het veld spelen en uitblinken. Let op, eens stelde een journalist aan coach Saldhana de vraag wie de beste keeper was in zijn selectie. Antwoord: “Pelé!”. Zodoende was Pelé tevens reserve keeper van zijn club Santos.

Desalniettemin wordt wel eens betoogd dat Pelé in zijn tijd wellicht een fenomeen was, maar in het huidige topvoetbal hopeloos zou falen: het voetbal zou ondertussen vele malen beter zijn geworden. De spelers zijn tegenwoordig veel sterker en sneller en bovenal wordt het spel sneller gespeeld. Om meteen het laatste punt aan te snijden, zou Pelé zich aan kunnen passen aan het hedendaagse snelle spel? Pelé kon extreem snel denken en handelen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn beroemde bijna-goal op het WK 1970 geschoten van voor de middellijn. In een oogwenk zag hij dat de keeper te ver voor zijn doel stond en onmiddellijk waagde hij een poging. Hieruit valt af te leiden dat Pelé zijn denken en handelen makkelijk aan zou passen aan het tempo van het hedendaagse voetbal. Daarnaast, hoe komt het dat de huidige spelers fysiek beter uit de verf komen? Door betere trainingsmethodes, een beter dieet, betere medische begeleiding, etc. Pelé zou daar ook van profiteren als hij nu zou voetballen, dus zou ook hij fysiek nog beter in zijn vel zitten dan hij al zat.

Want Pelé kon zonder speciale training de 100 meter lopen in 11 seconden, 1.80 meter hoogspringen en 6.50 verspringen. Bovendien kon hij verticaal 1.22 springen en dat is even hoog als Michael Jordan (!). Gezien het gegeven dat Pelé op het veld extreem snel kon denken en handelen en hij de natuurlijke aanleg had om Olympisch goud op de tienkamp te winnen is het zeer aannemelijk dat Pelé in het snelle hedendaagse voetbal ook tot de absolute wereldtop zou behoren. Zeker gezien de sterk verbeterde manier hoe voetballers fysiek geprepareerd worden.

Sterker nog, het is zelfs aannemelijk dat Pelé´s ster met zijn perfecte balcontrole nog helderder zou schijnen. Pelé speelde in zijn tijd nl. op knollenvelden terwijl de hedendaagse voetbalvelden glad zijn als biljartlakens. Ook is het schoeisel intussen lichtjaren verbeterd en was de bal vroeger veel zwaarder. De FIFA heeft de bal bewust lichter gemaakt om de kans op doelpunten te vergroten. Daarnaast mocht vroeger bijna alles: gele en rode kaarten bestonden niet. Daardoor kon Pelé helemaal verrot geschopt worden (zoals bijvoorbeeld gebeurde op het WK van 1966). Tegenwoordig worden aanvallende voetballers juist in bescherming genomen door de arbitrage. Tevens is de buitenspelregel afgezwakt. Dat houdt in dat de meeste assists van Messi die tot goals hebben geleid in Pelé´s dagen zouden zijn afgekeurd.

Eveneens wordt wel eens geframed dat Pelé slechts tegen zwakke amateurploegen zou spelen. Net zoals iedere profvoetballer speelde Pelé inderdaad ook oefenwedstrijden tegen amateurploegen. Maar dan nog kan hij puur beoordeeld worden op zijn prestaties tegen topteams. Pelé speelde nimmer voor, maar wel vaak tegen Europese topteams. Hoe deed hij het bijvoorbeeld tegen Italiaanse teams, traditioneel de beste verdedigers ter wereld en uitvinders van het beruchte catenaccio? Pelé speelde 37 maal met Santos tegen Italiaanse teams waarin hij 41 maal scoorde: een duizelingwekkend gemiddelde van 1.11 goal per wedstrijd, zelfs beter dan zijn gemiddelde van 0.97 tegen Braziliaanse teams. Hetgeen aangeeft dat Pelé ook in Europa met vlag en wimpel zou zijn geslaagd.

Terugkomend op Messi, natuurlijk is het bespottelijk om te beweren dat Messi slechts één vaardigheid beheerst. Wel is het zo dat Messi’s rechterbeen en koptechniek minder goed ontwikkeld zijn en hij nog steeds niet zijn ultieme stempel heeft kunnen drukken op het Argentijnse elftal. Bovenal, Pelé’s statistieken zijn beter. Onder meer om die redenen valt Messi absoluut niet met O Rei te vergelijken.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De Gele hesjes

Meteen na de Franse presidentsverkiezingen van 2017 kon gesteld worden dat Frankrijk zichzelf met Macron van de regen in de drup gestemd had. Om dat te voorspellen behoefte men geen Nostradamus te zijn aangezien voormalig bankier en Bilderberg insider Macron simpelweg een grotere neoliberaal was dan zijn gehate voorganger Hollande. De mainstream pers onthaalde Macron dan wel als de nieuwe Elysée Messias, in de praktijk bleek Macron de zoveelste Elysée grapjas. Inmiddels wijzen de opiniepeilingen en de geelkleurigheid van het straatbeeld uit dat het Franse volk de nieuwe zetbaas van de globalisten daadwerkelijk ervaart als de overtreffende trap van diens reeds gehate voorganger Hollande.

In Frankrijk zijn automobilisten verplicht om gele veiligheidshesjes in hun voertuig te hebben, zodat ze zichtbaar zijn voor een ieder mochten onvoorziene omstandigheden hen dwingen om langs de kant van de weg te gaan staan. Vooral in de provincie moeten mensen grote afstanden afleggen per automobiel om naar hun werk te reizen. Want buiten de grote steden is openbaar vervoer doorgaans geen alternatief. President Macron wilde per 1 januari een groene accijns opleggen op brandstof. Macron had al een reeks maatregelen genomen die nadelig waren voor de hardwerkende Fransman, maar deze nieuwe accijns was voor de mensen uit de provincie de druppel die de emmer deed overlopen. Zodoende begonnen de mensen die nu nog dieper in de buidel moeten tasten om zichzelf te vervoeren massaal te protesteren in gele hesjes. Maar inmiddels is de beweging ook in Parijs populair geworden.

De beweging is gemodelleerd naar de succesvolle rode mutsen beweging uit 2013, tegen de ecotaks voor wegvervoer van president Hollande. Na massale protesten kwam die ecotaks er toen ook niet. Doch door deze draai verloor de Franse staat een miljard aan kapitaal en Hollande praktisch al zijn politieke kapitaal. Macron heeft evident niet geleerd van het verleden en lijkt exact voor zichzelf een vergelijkbaar soort van Waterloo te hebben gecreëerd. Het verwijt is ook dat de nieuwe groene brandstofaccijns een list is om gaten in de begroting te dichten.

Macron trachtte dus een groene belastingaccijns in te voeren onder het mom van het redden van de wereld. Klinkt nobel, de vraag is alleen waarom hij dat geld wegsleept bij de mensen die worstelen met de vraag of hun budget wel toereikend is om het einde van de maand te halen. Te meer omdat diezelfde Macron zonder blikken of blozen met droge ogen de belasting voor de welgestelden verlaagd heeft. Dat wordt dus totaal niet begrepen. Daarnaast, waarom wordt de luchtvaarindustrie niet afdoende aangepakt om hun bijdrage aan het vermeende broeikaseffect te stuiten? Want hoe kan het dat vliegen steeds goedkoper wordt en autorijden steeds duurder?

Maar dit soort zaken spelen natuurlijk niet alleen in Frankrijk. Ze spelen eigenlijk in alle landen die onder de duim zitten van de neoliberale globalisten. Ook in Nederland speelt er iets vergelijkbaars. Zo wilde Rutte per 2019 de BTW en de accijns op brandstof per 1 januari 2019 verhogen en de dividendbelasting voor grote ondernemingen koste wat het koste afschaffen. Uiteindelijk werd de Nederlandse premier in zijn hemd gezet door dezelfde globalisten waarvoor hij zijn nek zo voor uitstak waardoor er een streep gezet werd door de afschaffing van de dividendbelasting, maar het blinde fanatisme en de list en bedrog waarmee de polderman met het neoliberale plan zijn wanbeleid er doorheen trachtte te jagen sprak boekdelen. Het gaf weer eens aan hoe achter de schermen neoliberale globalisten aan de touwtjes trekken zowel buiten als binnen de Westerse wereld…

Na de Tweede Wereldoorlog was enige tijd de trend in de Westerse wereld dat de lagere sociale klassen zowel absoluut als relatief steeds welvarender werden. Dat kon onder meer gebeuren vanwege de angst voor het communistische blok. De elites in het Westen waren bevreesd dat het communisme ook binnen hun gelederen zou oprukken vandaar dat ze bepaalde concessies deden aan het volk om de communisten de wind uit de zeilen te nemen. Zodoende kwam er ruimte voor een gemodificeerd kapitalisme in een reeks Westerse landen. Dat hield in dat de rijken relatief arm waren en de armen relatief rijk.

Maar inmiddels is de trend dus evident gekeerd. Ecomische historici hebben wel berekend dat de reële koopkracht (dus na inflatiecorrectie, toename noodzakelijk kosten, etc.) van een modaal Amerikaans huishouden nog maar een derde is van dat in 1965. Dus een gezin waarvan in 1965 slechts de man werkte had meer te besteden dan een huidig gezin waarvan beide partners in het arbeidsproces participeren.

Anderzijds zijn er meer miljardairs dan ooit. De resultaten van een neoliberale counterrevolutie waarvan het theoretische fundament gelegd is door economen van de zgn. Oostenrijkse school en Milton Friedman. De uitvoering ving wat het Westen betreft aan met politici als Thatcher en Reagan. Dit leidde in eerste instantie tot veel protest maar nadat eind jaren ’80, begin jaren ’90 de Sovjet-Unie instortte won het neoliberalisme gigantisch aan geloofwaardigheid. Dusdanig dat zelfs socialistische partijen zich eraan durfden te wagen.

In menig land wordt neoliberaal beleid in meer of mindere mate morrend geslikt, maar in Frankrijk evident in veel mindere mate. Maar naar Frans voorbeeld duiken nu tot aan Irak aantoe protesterende gele hesjes op. De bevolking van Frankrijk is al sinds 1789 beroemd en berucht vanwege zijn strijd tegen onderdrukkend gezag en lijkt nu opnieuw het voortouw te nemen. Ditmaal in de strijd tegen het geglobaliseerde neoliberalisme.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Rabbi Washington

The People’s Temple van Jim Jones was veruit de bekendste, maar zeker niet de enige sekte die in de jaren ’70 van de vorige eeuw voor opschudding gezorgd heeft in Guyana. Een andere sekte die ter plaatse van zich liet spreken is the House of Israel van Rabbi Washington. Zowel the People’s Temple en The House of Israel waren vanuit de VS naar Guyana geëmigreerd en beide sektes moesten het hebben van Zwarte mensen. Met dien verschil dat de schapen van Jim Jones voornamelijk Zwart waren en die van Rabbi Washington uitsluitend Zwart. Maar wat de sektes van beide volksmenners weer wel gemeen hadden is dat ze dood en verderf zaaiden in Guyana. Het verschil was dan weer dat Jones’ slachtoffers in principe Amerikaanse staatsburgers waren terwijl Rabbi Washington het juist gemunt had op Guyanesen.

The House of Israël werd halverwege jaren ’60 opgericht door ene David Hill in Cleveland Ohio. Maar hij hield zich bezig met louche praktijken en werd zodoende eind jaren ’60, begin jaren ’70 gearresteerd en veroordeeld voor chantage, oplichting en belastingontduiking. Het feit dat Hill achter slot en grendel zat mocht niet baten. Het verhinderde niet dat hij in 1972 zo maar ineens acte de presence gaf in Guyana. Merkwaardig genoeg weigerde de VS vervolgens om om zijn uitlevering te verzoeken. Het feit dat Hill zo eenvoudig uit de nor kon wegsluipen en dat de autoriteiten van de VS vervolgens geen poot uitstaken om hem uitgeleverd te krijgen heeft wenkbrauwen doen fronzen. Het heeft menigeen sterk doen vermoeden dat de radicale Black power figuur Hill onder de pannen zat bij de CIA en met een soort van licence to kill naar Guyana is gestuurd.

Hoe dan ook, toen Hill in Guyana arriveerde metamorfoseerde hij in Rabbi Washington en richtte zijn sekte de House of Israel opnieuw op ter plaatse. Dit gebeurde allemaal in een tijdperk dat de Amerikaanse marionet Forbes Burnham en zijn politieke partij PNC heersten in het westelijke buurland van Suriname.

Rabbi Washington verkondigde dat de mensen van Afrikaanse komaf de ware Israëlieten waren en dat ze zich voor moesten bereiden op een rassenoorlog. Meer specifiek, de slag om armageddon tussen de ware Israëlieten en de Hindoestanen. De veroordeelde crimineel Rabbi Washington kreeg van de regering Burnham alle ruimte om zijn boodschap te verkondigen, waaronder gratis zendtijd op de staatsradio. Duizenden vooral laag opgeleide Zwarte Guyanesen voelden zich aangetrokken tot het idee tot het uitverkoren volk te behoren en sloten zich als makke lammetjes aan bij de sekte van Rabbi Washington. Zo moesten de sekteleden onder meer afstand doen van hun bezittingen ten faveure van de rabbi. De rabbi heerste met harde hand over zijn sekte. Hij was er naar eigen zeggen het eerste en laatste woord.

In de praktijk fungeerde the House of Israël gewoon als de chearleaders en knokploeg van president Burnham. Ondanks dat de Amerikaanse marionet Burnham onder druk van het IMF de ene na de andere maatregel nam waar het volk van Guyana onder leed stond the House volkomen kritiekloos tegenover de regering Burnham. Regelmatig demonstreerde the house om (impopulaire) regeringsmaatregelen te ondersteunen. Triester nog, the house was in de praktijk continu bezig tegenstanders van dictator Burnham te intimideren, molesteren en zelfs liquideren. Stakingen werden gebroken, openbare bijeenkomsten verstoord en mensen vermoord. The House overspoelde Guyana met een golf aan geweld dat het land nog nimmer had aanschouwd in de 20e eeuw.

Zo werden bijvoorbeeld Father Darke, Mike James en Gordon Yearwood vermoord. Maar naar verluidt heeft the House evenzo een grote rol gespeeld in de moord op de wereldberoemde Pan-Afrikaanse intellectueel Walter Rodney in 1980, auteur van de klassieker How Europe Underdeveloped Africa (zie ook Gezegend en vervloekt blz. 292-295). Dr. Rodney was het grootste gevaar voor de regering Burnham dus kan cynisch geconcludeerd worden dat de moord op Rodney de Guyanese machthebber goed uitkwam.

Zo kon het gebeuren dat juist de mensen die in principe het hardst getroffen werden door het wanbeleid van dictator voor het leven Burnham zijn regime het fanatiekste verdedigden. Let wel, in de regering Burnham nam niemand de doctrine van Rabbi Washington serieus. Ze gingen puur praktisch met hem om: hij en zijn sekte waren gewoon goed bruikbaar in de bestrijding van politieke vijanden.

Jarenlang leek de rabbi boven de wet te staan, maar na het overlijden van Burnham in 1985 was hij niet meer officieus onschendbaar voor de wet en werd dan toch aangepakt door de Guyanese autoriteiten. In 1986 kreeg hij negen jaar voor een moord gepleegd binnen zijn sekte maar werd in 1992 vervroegd vrijgelaten door een nieuw gekozen regering. Rabbi Washington verbleef korte tijd in New York maar kwam terug naar Guyana doch hield zich nu volledig afzijdig van de plaatselijke politiek. Uiteindelijk verhuisde hij in 1997 opnieuw naar de VS alwaar hij in 2005 overleed.

Het kan opzienbarend genoemd worden hoe machtige van buiten afkomstige sektes een klein land als Guyana in hun greep hebben gehad in de jaren ’70. Dictator Burnham gebruikte de sekte van de witte sekteleider Jim Jones voor zijn buitenlandse politiek, in de hoop een grensgeschil met buurland Venezuela te beslechten en de sekte van de Zwarte Rabbi Washington om af te rekenen met binnenlandse politieke vijanden. Het geeft ook maar weer eens aan dat zaligmakende boodschappen wel eens onderdeel kunnen zijn van minder zaligmakende politieke agenda’s.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Asantehene in Suriname

In 1943 bezocht prinses Juliana Suriname en afgaande op de overgeleverde beelden is het niet overdreven om te stellen dat de toenmalige inwoners van Suriname het gevoel hadden dat de heilige maagd Maria in het Amazonegebied was neergestreken. Het koloniale onderwijssysteem had haar werk blijkbaar uitstekend gedaan. Want Nederland exploiteerde en vernederde Suriname en haar bevolking reeds eeuwen. Dus zou het logisch zijn geweest dat een vertegenwoordigster van de meest vooraanstaande familie van dat polderland aan de Noordzee met pek en veren was besmeurd. Overigens, het buitenproportionele enthousiasme van de bevolking bleek geen incident want het werd herhaald bij een nieuw bezoek in 1955, toen Juultje inmiddels tot koningin gepromoveerd was. Iets vergelijkbaars wekte kroonprinses Beatrix op in 1958. In 1978 bezocht koningin Juliana (het inmiddels onafhankelijke) Suriname opnieuw en wederom werd ze verblijd met een ontvangst waar menig popster jaloers op kan zijn.

Niet slechts leden van de Nederlandse koninklijke familie zijn in Suriname met een heldenontvangst vereerd. Tot verbijstering van menigeen werden zelfs Robert Vuijsje en zijn entourage onthaald in Suriname als een voetbalploeg dat het WK had gewonnen. Wat waren de merites van Vuijsje? Zijn boek “Alleen maar nette mensen”, waarin hij mensen van Afrikaans Surinaamse komaf compleet door het slijk haalt, was verfilmd.

Onlangs vereerde Asantehene Osei Tutu II Suriname met een bezoek in het kader van srefidensi. Maar in tegenstelling tot de visite van figuren als Juliana, Beatrix en Robert Vuijsje wekte de komst van Osei Tutu II in Suriname veel weerzin op. De mensen waren boos over de hoofdrol die de Ashanti in de transatlantische slavernij zouden hebben gespeeld. Probleem met deze insteek is alleen dat het een selectieve verontwaardiging betreft. Want waar was de woede in Suriname toen Juliana—wiens familie een fortuin verdiend heeft aan het kolonialisme en de slavernij—of Vuijsje, die met zijn boek racistische vooroordelen uitvergroot en daarmee het hedendaagse racisme en VOC-kolonialisme rechtvaartdigt, Suriname aandeden? Of anders wel premier Balkenende? Protest ontbeert geloofwaardigheid als je selectief verontwaardigd bent. De vraag is dus of het protest contra Osei Tutu II wel oprecht was, want we menen een dubbele maat te bespeuren. Nogmaals, waar was de sociale onrust toen premier Balkenende Suriname bezocht in 2005 en 2008?

Volgens de geschiedenisboeken van de witte man waren de Ashanti de hoofdrolspelers in de transatlantische slavernij. Zwarte geleerden hebben echter opgemerkt dat in de diaspora opmerkelijk veel mensen juist claimen een connectie te hebben met de Ashanti. Dit roept toch vraagtekens op: als zovelen zich met de Ashanti identificeren, suggereert dat dan niet dat de Ashanti vooral ook slachtoffers waren van de transatlantische slavernij? Hierop inhakend, de Ashanti woonden niet aan de kust en wijzen erop dat er op hun grondgebied geen slavenmarkten waren. De Ashanti zouden aangevallen zijn door naburige volkeren, maar konden zich goed verdedigen, waardoor ze veel krijgsgevangenen maakten. Hoe dan ook, de Ashanti hebben zo’n honderd jaar oorlog gevoerd tegen de imperialistische Britten en hun Afrikaanse bondgenoten aan de kust. Er waren tussen 1805 en 1900 zeven oorlogen waarvan de Ashanti er zes wisten te winnen. Pas in 1900 hebben de Britten het pleit definitief kunnen beslechten. Hieraan toevoegend, leiders van slavenopstanden in de Amerika’s waren opvallend vaak Coromantijnen (Ghanezen). In verschillende koloniën werd het rebelse karakter van de Coromantijnen als zo’n groot probleem ervaren dat het soms verboden werd om ze te importeren uit angst voor opstanden.

Eurocentrische geschiedschrijvers trachten standaard de rol van de Europeanen in de transatlantische slavernij te bagatelliseren door de nadruk te leggen op de vermeende hoofdrol die Afrikaanse collaborateurs zouden hebben gespeeld. Net alsof Afrika het enige continent is dat ooit collaborateurs heeft gekend. Niemand heeft het bijvoorbeeld meer over de joden die voor en tijdens de oorlog met de nazi’s collaboreerden. Met name de joden die indertijd reeds in Palestina resideerden. Zij hebben de holocaust gefaciliteerd ter verwezenlijking van het grotere doel (vestiging van de staat Israël). Maar we horen de joodse diaspora niet (om die reden) klagen over de staat Israël, neen, de staat Israël wordt veelal juist omarmd omdat men meent dat het een groter algemeen belang dient.

Terugkomend op Zwarte collaborateurs met de transatlantische slavernij, als je dat debat echt zuiver wilt voeren dan moet je ook de collaborateurs in Suriname erbij betrekken. Hoe ga je bijvoorbeeld om met de afstammelingen van de redi musu’s en huisslaven? Moeten die dan ook eerst officieel hun excuses aanbieden om hun verblijf in Suriname te legitimeren? En hoe om te gaan met historische figuren als Elisabeth Samsom? Voor vele Surinamers is zij een heldin omdat zij een slimme zakenvrouw zou zijn geweest in een boze wittemannenwereld. Maar feit blijft dat ze gewoon een ordinaire slavenhoudster was. Dus hoe kon ze überhaupt een heldin zijn? Waren die Afrikaanse koningen die in slaafgemaakten handelden dan ook slimme zakenlui?

Let wel, het hoeft niet noodzakelijkerwijs slecht te zijn om de rol die Afrikanen zouden hebben gespeeld in de transatlantische slavernij ter discussie te stellen. Maar wat kopen we ervoor als er met meerdere maten wordt gemeten en het grotere doel uit het oog wordt verloren? Dat grotere doel is de internationale strijd tegen VOC-kolonialisme en racisme. Multinationals beschikken over meer kapitaal dan de meeste staten. Wat doen individuele staten als Suriname en Ghana daartegen? Oftewel, de koning der Nederlanden eren en de Asantehene schofferen vertroebelt het pan-Afrikanisme met gebakken peren.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment