Handelsoorlog met China


Dat de VS een machtig land is staat buiten kijf. Na de instorting van de Sovjet-Unie leek het er een tijdje zelfs op dat de VS almachtig was. Echter, de laatste jaren zijn in die perceptie van almachtigheid meerdere scheuren blootgelegd. Zo Beschikte de VS traditioneel over de grootste economie op de globe. Gedurende de 20e eeuw was het Amerikaanse BNP doorgaans zoveel als 30% van het mondiale BNP. Met als hoogtepunt 1945, toen de VS 50% (!) van de wereldeconomie opslokte. Het bezit van de grootste economie schept tevens de mogelijkheid om het sterkste leger ter wereld te financieren. Hetgeen de VS ook heeft gedaan (in ieder geval op papier). Een dikke twintig jaar kon het Anglo-Amerikaanse imperium zorgeloos in ongenade gevallen regeringen omkegelen. Of het nou rechtstreeks ging zoals in Afghanistan en Irak, of middels proxies zoals bijvoorbeeld in Joegoslavië en Libië. Doch in Syrië werd de trend gestopt door Rusland. De Anglo-Amerikaanse proxies waren aan de winnende hand, maar nadat het ingrijpen van Moskou keerden de kansen en werd het onoverwinnelijk geachte IS gedecimeerd. Een grote nederlaag voor het Anglo-Amerikaanse imperium.

Bovendien wordt het relatieve aandeel van de VS in de wereldeconomie steeds kleiner. Naarmate meer landen economisch aansluiting vinden zullen er evenzo meer landen militair hun mannetje kunnen staan. Zodoende zal de Anglo-Amerikaanse wereldhegenomie steeds meer afnemen. Doch let wel, het imperium zal zich absoluut niet gewonnen geven zonder strijd. Het zal zijn huid duur verkopen.

In 2014 werden er cijfers wereldkundig gemaakt waaruit bleek dat China de VS van de troon gestoten heeft als grootste economie ter wereld. Dit terwijl de speculantenoligarchie vanaf de jaren ’70 dacht dat China een inherent achterlijk land was dat ze naar hartelust konden exploiteren: grote ondernemingen verhuisden massaal hun productie naar China om de loonkosten te drukken. Deze gang van zaken heeft de zakelijke bovenlaag in met name de VS absoluut geen windeieren gelegd. Jarenlang werd er ook geen probleem van gemaakt. So what Chinese import? China maakte in werkelijkheid toch niets zelf? Het waren toch geen Chinese producten die geïmporteerd werden, maar producten die in China gemaakt waren door Amerikaanse bedrijven? De postmoderne Amerikaanse economie was het primitieve stadium van produceren toch reeds gepasseerd en inmiddels geovolueerd tot een diensten-en kenniseconomie?

Maar het als inherent achterlijk geachte China bleek toch een stuk minder achterlijk dan dat hardop gefluisterd werd. De Chinese economie bleef jaren achtereen spectaculair groeien. Zelfs zo spectaculair dat het een serieuze bedreiging werd voor de VS. Bovenal, China begon te bedenken dat het al die hightech producten die het voor de Amerikanen produceerde ook voor eigen gewin kon produceren en exploiteren. Tot overmaat van ramp begon China met name in Afrika met het imperium te concurreren om de toegang tot grondstoffen en mineralen. Daarbij verpestte China het VOC-kolonialisme door 50-50 deals te sluiten ipv de anachronistische 20-80 deals die het Westen gewoon is te sluiten.

China sluit natuurlijk niet uit altruïsme relatief goede deals af. Wat soms over het hoofd wordt gezien is dat naast economische redenen ook politieke redenen een rol spelen. China tracht ook simpelweg zijn bestaan te rechtvaardigen. China strijdt nl. sinds haar bestaan met dat andere China om internationale erkenning. Eens werd Taiwan (de Republiek China), en niet de Volkrepubliek China door de wereld gezien als het rechtmatige China. Met name de VS erkende het communistische China niet. In Taiwan zetelt de Chinese regering die in 1949 door de communisten is verjaagd, ondanks Amerikaanse steun. Westerse bondgenoot Taiwan was aanvankelijk ook de officiële vertegenwoordiger van China bij de VN. Maar het tij begon in de jaren ’60 te keren. Steeds meer voormalige koloniën werden onafhankelijk en lid van de VN. Deze landen sympathiseerden vaak met Peking. Maar ook verschillende traditionele Amerikaanse bondgenoten begonnen te kantelen. Met als gevolg dat middels resolutie 2758 en mede dankzij de steun van 26 Afrikaanse landen de Volksrepubliek China op 23 november 1971 lid werd van de VN ten koste van Taiwan. Tot op de dag van vandaag strijden China en Taiwan om de erkenning van de wereld (overigens, de VS erkende China pas officieel op 1 januari 1979).

De VS knoopte de betrekkingen met China naast het lucratieve vooruitzicht van de goedkope arbeid tevens aan om aartsvijand de Sovjet-Unie onder druk te zetten (de koude oorlog woede immers in volle hevigheid). De bedoeling was dus vooral dat China door de Anglo-Amerikaanse speculantenoligarchie ouderwets geëxploiteerd zou gaan worden net zoals zovele andere niet-Westerse landen.

De vruchten van de Chinese arbeid zijn inderdaad schaamteloos geëxploiteerd door Amerikaanse multinationals. Maar dat heeft niet kunnen verhinderen dat China zelf op technologisch gebied is gaan innoveren, produceren en exploiteren, of dat de Chinese economie de Amerikaanse overvleugeld heeft. Dat kan nimmer de bedoeling zijn geweest van Nixon en Kissinger toen zij in 1972 toenadering zochten tot partijvoorzitter Mao Zedong, of Jimmy Carter toen hij in 1979 China erkende. Het probleem is niet noodzakelijkerwijs het grote Chinese handelsoverschot met Amerika, het probleem is dat de Chinese economie kwa omvang kan wedijveren met de Amerikaanse. Om die reden is het per definitie een bedreiging voor het Anglo-Amerikaanse imperium. Om de opmars van China bij tijds te stuiten heeft president Trump de opdracht meegekregen om middels zware sancties te trachten de Chinese economie te amputeren en aldus de Anglo-Amerikaanse wereldhegonomie te garanderen. Vandaar het gescherm met een handelsoorlog.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Aretha Franklin

Aretha Franklin wordt algemeen beschouwd als de queen of soul. Het is een titel die ze reeds in de jaren zestig van de 20e eeuw opeiste, en sindsdien is niemand erin geslaagd haar van de troon te stoten. Tot aan haar heengaan op 16 augustus 2018. Volgens het vooraanstaande Amerikaanse muziekblad Rolling Stone is ze de beste zanger allertijden, waarmee ze legendes als Sam Cooke, Elvis Presley en Ray Charles voor blijft.

Aretha Franklin werd geboren in Memphis, Tenessee, maar groeide op in Detroit. Daar was ze een ster in wording tussen de sterren in wording, want bij haar in de buurt woonden ook Smokey Robinson, Diana Ross, the Temptations en the 4 Tops. Volgens ingewijdenen was Aretha Franklin een wonderkind: op zevenjarige leeftijd kon ze reeds onwaarschijnlijk goed zingen. Aretha groeide echter niet alleen op tussen de toekomstige sterren, doch net zo goed tussen de gevestigde sterren. Zo was haar tante en jeugdidool de beroemde gospelzangeres Clara Ward. Haar vader was weer de vooraanstaande dominee Charles L. Franklin, die veel connecties had in de gospelwereld. Als kind was ze samen met haar zussen Carolyn en Erma lid van pa’s kerkkoor waarmee ze als tiener vaak op toernee ging. Bij de familie Franklin kwamen behalve de Ward Singers (de groep van Clara Ward) gospelgrootheden als Mahalia Jackson en James Cleveland over de vloer.

Van jongs af aan wees alles er dus op dat Aretha professioneel artiest zou worden aangezien zowel het talent, de inspirerende omgeving als de noodzakelijke connecties in overvloed aanwezig waren. Aretha zou verkassen van de gospel naar de seculiere muziek en na een valse start bij CBS brak ze definitief door na een overstap in 1966 naar het bekende r&b label Atlantic. Waar de gerenomeerde producer Jerry Wexler wel raad wist met Aretha’s stem. Zodoende werd de koninklijke roem bemachtigd die haar stem toebehoort. In ’67 en ’68 scoort ze maar liefst negen Amerikaanse top 10 hits achter elkaar. Ook al zou ze nimmer meer zo prominent op de hitlijsten aanwezig zijn als in de jaren ’60, de komende vijf decennia zou Aretha Franklin immer onbetwist the queen of soul blijven. Hoe dan ook, gedurende haar carrière zou ze 75 miljoen geluidsdragers aan de man brengen en achttien Grammy Awards binnenslepen.

Ondanks de overvloed aan muzikaliteit in haar familie was niet alles wat de klok sloeg te huize Franklin muziek. Haar familie was net zo activistisch als dat het muzikaal was. Vader C.L. Franklin was een bekende burgerrechtenactivist. Hij leidde de New Bethel Baptist Church te Detroit alwaar hij de Black liberation theology predikte. Haar familie rekende mensen als Malcolm X, Betty Shabazz, Adam Clayton Powell, Jessie Jackson en dr. Martin Luther King tot hun vriendenkring en bondgenoten. Franklin sr. organiseerde ondanks veel weerstand onder lokale Zwarte leiders in juni 1963 de historische Detroit Walk to Freedom (massaprotest tegen rassendiscriminatie), op dat moment de grootste demonstratie ooit gehouden in de Amerikaanse geschiedenis (tot dr. King’s March on Washington twee maanden later). In 1969 werd in de kerk van Franklin de First New African Nation Day gevierd. Wat uitliep op een confrontatie tussen de autoriteiten en activisten, waarbij een politieagent om het leven kwam en verschillende leden van de Republic of New Africa gewond raakten.

Zelf voelde Aretha zich ook zeer betrokken bij de strijd van activisten. Zo had ze in haar platencontract laten opnemen dat ze niet voor een gesegregeerd publiek hoefde op te treden. Ze financierde de beweging van dr. King door gratis een reeks concerten te geven. Eveneens bood ze tegen het advies van haar vader aan de borgsom van Angela Davis te betalen toen de activiste onterecht opgesloten zat: “Ik heb het geld. Verkregen van Zwarte mensen—zij hebben het financieel voor mij mogelijk gemaakt om het te hebben—en ik wil het zo aanwenden dat onze mensen er hun voordeel mee doen.” Eveneens de Black Panther Party kon op de sympathie van the queen of soul rekenen. Ze heeft een brief naar de minister van cultuur van de Black Party geschreven waarin ze haar spijt uitte voor haar afwezigheid bij een fondsenwervingsactie voor de Black Panther Party. Ze kon niet aanwezig zijn vanwege drukke bezigheden, maar gaf wel aan dat ze vond dat de Party goed werk verrichtte en er naar uitzag hen te ontmoeten.

Omgekeerd werd de muziek van de queen of soul omarmd door verschillende sociale bewegingen. Haar hit Respect groeide zelfs uit tot het officieuze volkslied van de Black power en feministische bewegingen. Haar nummer Chains of Fools verwierf weer een speciale plaats in het collectieve bewustzijn van de anti-oorlogsbeweging. De muziek van Aretha hielp naar hun eigen zeggen talloze Amerikaanse soldaten door de Vietnamoorlog, waarvoor ze Aretha ook hebben bedankt. Na de moord op dr. King gingen boze veteranen het nummer opeisen als protestlied tegen de Vietnamoorlog. Opmerkelijk hoe de muziek van Aretha ervaren wordt. Zoals hierboven aangegeven voelde Aretha Franklin zich maatschappelijk betrokken, maar dat kwam in principe niet tot uiting in de teksten van haar muziek, zoals bijvoorbeeld bij Bob Dylan of Bob Marley. Aretha zong grotendeels apolitieke teksten over de liefde. Of was dat maar schijn? Blijkbaar was de bezieling die zij middels haar stembanden wist over te brengen dusdanig verpletterend dat wat ze feitelijk zong minder relevant was. Daarom was ze waarschijnlijk ook de queen of soul.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Moeder Kofi

Marcus Garvey is zoals bekend één van die historische figuren die door eurocentrische historici het liefste straal genegeerd worden. Als dat niet blijkt te werken wordt de man compleet door het slijk gehaald. Of die smeercampagne effect heeft gehad is echter de vraag. Want met name dankzij reggaemuzikanten die gelieerd zijn aan de rastafari-beweging is zijn erfenis tegen de verdrukking in levend gehouden. Terecht ook, want iedereen die pretendeert de moderne geschiedenis te schrijven van mensen van Afrikaanse komaf maar Garvey durft te negeren is zeer vooringenomen bezig. Los van de vraag of je voor of tegen bent, je bent professioneel verplicht hem te noemen en becommentariëren.

Als Garvey al een probleem heeft betrekkende zichtbaarheid in de mainstream geschiedschrijving, dan zal men begrijpen hoe het met de zichtbaarheid gesteld is van de personen die op hun beurt door Garvey zijn overschaduwd in de geschiedenisboeken. Zelfs door garveyisten. Neem bijvoorbeeld Laura Adorkor Kofi (eveneens bekend als Moeder Kofi). Zo weidt Tony Martin, de grote historicus van de Garvey-beweging, slechts een paar zinnetjes over haar uit. En dan is Martin nog genereus, want andere met het garveyisme sympathiserende historici negeren haar volledig. Niettegenstaande het feit dat ze op een gegeven moment door Garvey en zijn vetrouwelingen als een grote rivale werd beschouwd…

Laura Adorkor Kofi was een Ashanti-prinses woonachtig in de stad Kumasi (hedendaags Ghana). Naar verluidt werd ze in 1893 geboren en in 1918 emigreerde ze naar de VS. Doch beslist niet als economische migrant, maar uit ideële overwegingen. Naar eigen zeggen was aan haar door god geopenbaard dat het haar roeping was om Zwarte mensen over de ganse wereld, maar die uit de VS in het bijzonder, te bevrijden. Dus trok ze naar de VS om het Afrikaans-Amerikaanse volk te bevrijden door ze mee terug te nemen naar Afrika.

Ze leefde enige tijd in Detroit maar sloot zich halverwege jaren ’20 aan bij de UNIA (de organisatie van Garvey) en werd ongekend populair. Binnen een paar maanden was ze na Garvey zelfs de populairste persoon binnen de organisatie. Ze werd vooral naar het zuiden gestuurd om lezingen te geven. Overal waar ze sprak werd ze als een popster onthaald door duizenden enthousiaste toeschouwers. Zoiets was nimmer vertoond!

De meeste Zwarte Amerikanen hadden nog nooit iemand die in Afrika geboren en getogen was in levende lijve gehoord noch aanschouwd, wat hen nieuwsgierig maakte. Los van dat was het vooral haar boodschap dat aansprak. Ze verhaalde gepassioneerd over de grootsheid en potentie van Afrika, ze benadrukte dat Zwarte mensen trots moesten zijn op hun afkomst, ze sprak over repatriëring naar Afrika als bevrijding en dat er een goddelijke band was tussen Afrikanen van het continent en mensen van Afrikaanse komaf in de Amerika´s, etc., en dat ging er bij Zwarte Amerikanen vertoevend in het door en door racistische zuiden in als zoete koek.

Aanvankelijk stond Garvey vierkant achter Moeder Kofi, maar dat veranderde nadat hij het gevang in moest wegens vermeende postfraude. Garvey’s verbanning van de maatschappij had geen negatief effect op de populariteit van Moeder Kofi, integendeel. De immens populaire Kofi bezocht Garvey in de gevangenis en waarschuwde hem voor de vele onbetrouware mensen in zijn organisatie, maar dat werd haar niet in dank afgenomen. In plaats van haar waarschuwing ter harte te nemen ging Garvey Kofi als een bedreiging zien en begon zich publiekelijk van haar te distantiëren. Erger nog, de UNIA-top trachtte karaktermoord op haar te plegen. Zo werd beweerd dat Moeder Kofi nep was: ze zou helemaal niet uit Afrika komen, maar als Laura Champion geboren en getogen zijn in de VS (inmiddels hebben geleerden na grondig onderzoek vastgesteld dat ze wel degelijk in Ghana is geboren en getogen). Bovenal begonnen fanatieke UNIA-leden haar meetings te verstoren, waaruit ze opmaakte niet meer veilig te zijn.

Pogingen om zich met de UNIA te verzoenen mislukten. In 1927 distantieerde Garvey en de UNIA zich zelfs publiekelijk van Kofi. Hierop begon Kofi haar eigen kerk, de AUC (African Universal Church). Deze kerk plaatste het Zwarte nationalisme à la Garvey in een religieus raamwerk. Op 28 maart 1928 gaf ze weer een lezing voor duizenden mensen in Miami. Eensgelijk Malcolm X decennia later liet ze haar beveiliging verslappen, hetgeen een fanatieke Garveyite de kans gaf een vuurwapen te trekken en Moeder kofi op de kansel tijdens haar lezing te vermoorden.

De moord op Moeder Kofi betekende niet het einde van haar kerk. Haar kerk met als droom repatriëring en handel drijven met Afrika werd voortgezet door dominee Eli Nyombolo uit Zuid-Afrika. In Jacksonville, Florida werd ter ere van Moeder Kofi een gemeenschap opgebouwd genaamd Adorkaville. Betreffende gemeenschap bereidde zich voor op repatriëring naar Afrika en dreef tevens zoveel als mogelijk handel met Afrika. Daarnaast vestigden Afrikanen van het continent zich ter plaatse om de bewoners van Adorkaville inheemse Afrikaanse talen te leren (door de invloed van dominee Nyombolo waren met name de talen van zuidelijk Afrika dominant aanwezig), waardoor de gemeenschap meertalig werd. Na het heengaan van dominee Nyombolo in de jaren ’70 viel de kerk en gemeenschap uiteen: Adorkaville stierf uit. Maar de laatste jaren zijn er in Jacksonville plannen ontwikkeld om Adorkaville te vereeuwigen. Een speciale commissie heeft Adorkaville tot historic site gepromoveerd en het is de bedoeling dat het gerestaureerd wordt in haar oorspronkelijke staat en dat er een museum wordt geschapen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Kabel in Kameroen


Clarence Seedorf is dus tot bondscoach benoemd van het vooraanstaande Afrikaanse voetballand Kameroen en jeugdvriend Patrick Kluivert wordt zijn secondant. Na het ontslag van de Belg Hugo Broos werd de Kameroense voetbalbond bedolven onder 77 open sollicitaties, waaronder gerenomeerde namen zaten als Raymond Domenech, Lothar Matthäus en John Toshack. Al die brieven gingen rechtstreeks de prullenmand in. De bond gaf de voorkeur aan een shortlist bestaande uit Sven-Göran Eriksson en Seedorf, maar blijkbaar maakte Seedorf uiteindelijk toch de beste indruk. Dat is opmerkelijk, aangezien Zwarte coaches moeilijk aan de bak komen in de voetbalwereld. Stanley Menzo heeft daarover eens een boekje over open gedaan.

Zelfs Afrikaanse landen hebben er moeite mee om bondscoaches van kleur aan te stellen. Doorgaans prefereren ze Europese coaches van de tweede garniatuur. Helaas zijn ook de Kameroense bobo’s in het verleden met die koloniale attitude vergiftigd geweest. Zo boekte Kameroen in 2000 het grootste voetbalsucces in haar geschiedenis door Olympisch kampioen te worden olv de Kameroense coach Jean-Paul Akono. Later zou Akono opnieuw bondscoach worden: in 2012 mocht Akono de honneurs waarnemen als interim bondscoach ter vervanging van de Fransman Denis Lavagne. Echter, tot Akono’s grote teleurstelling kreeg hij geen definitieve aanstelling maar moest in 2013 weer ruim baan maken voor de Duitser Volke Finke. Blijkbaar is zelfs een Olympische titel niet sufficiënt om een Zwarte bondscoach enige krediet te verschaffen. Dat moet de kabel zich ook goed beseffen. Desalniettemin, dat kan natuurlijk geen reden zijn om deze interessante uitdaging niet met volle overtuiging aan te gaan.

Kameroen is nl. niet zo maar een willekeurig voetballand. Het was het land dat Afrika op de kaart heeft gezet: het was in 1990 het eerste Afrikaanse land dat potten wist te breken op een mondiaal eindtoernooi. Tot groot genoegen van de neutrale kijker. Bovendien leek Kameroen zich verder te ontwikkelen. Begin 21e eeuw werd het Kameroense elftal door de kenners zelfs beschouwd als één der beste ter wereld. Zo wist Kameroen het in 2000 en 2002 te schoppen tot Afrikaans Kampioen, in 2000 pakte het Olympisch goud en in 2003 werd het runner-up van de Confederations Cup. Tijdens het WK van 2002 rekende Aad de Mos Kameroen zelfs tot de favorieten voor de titel en gokte Ronald de Boer dat Kameroen wereldkampioen zou worden. Echter, op het hoogste podium heeft Kameroen de verwachtingen nimmer in kunnen lossen.

Rond de tijd dat Kameroen op de deur aan het kloppen was van de wereldtop werd het hart van de kabel (Seedorf en Kluivert) gerekend tot de beste voetballers ter wereld. Zo was Seedorf aan het grossieren in de cup met de grote oren en maakte Kluivert furore bij Barcelona en werd topscorer allertijden van het Nederlands elftal. Ondanks de ongekende successen van beide voetballers wekten zij reeds vroeg in hun carrière de toorn van het Nederlandse publiek op vanwege vermeend filmsterrengedrag.

De band van Seedorf met Suriname leek aanvankelijk een stuk beter. De man heeft in ieder geval enige tijd serieus getracht het Surinaamse voetbal naar een hoger niveau te stuwen. Hij heeft onder meer op eigen kosten ter plaatse een stadion uit de grond gestampt. Om ons niet geheel duidelijke redenen schijnt het uiteindelijk niet meer geboterd te hebben tussen Seedorf en de Surinaamse voetbalbond waardoor Seedorf’s grootse plannen jammerlijk overwoekerd raakten met onkruid en het Surinaamse voetbal weer terug was bij af.

In tegenstelling tot Nederland en Suriname was men in Brazilië juist dolblij met de know-how en ervaring van Seedorf. In de nadagen van diens carrière tekende Seedorf bij de legendarische Braziliaanse club Botafogo (club van Garrincha) hetgeen zorgde voor grote euforie. Niet slechts bij de fans van Botafogo, maar bij voetbalfans in heel Brazilië. De komst van Seedorf werd gezien als de grootste transfer uit de geschiedenis van het Bazililiaanse voetbal. Nog nooit eerder had zo’n beroemde voetballer uit Europa de oversteek naar Brazilië gemaakt! Seedorf heeft de hooggespannen verwachtingen in Brazilië dubbel en dwars waargemaakt. Niet alleen door zijn spel, doch waarschijnlijk nog meer als mentor en voorbeeldfiguur voor de (jonge) spelers in de selectie. De teleurstelling was dan ook heel groot bij de club toen Seedorf in 2014 inging op een aanbieding van AC Milan om aldaar trainer te worden. De grote teleurstelling over zijn vertrek werd wellicht het beste geïllustreerd door ex-voorzitter Carlos Augusto Montenegro: “Als Seedorf wil vertrekken, zal hij ons Kaká en Robinho moeten geven om ons bij te staan in de Copa Libertadores. Als hij daar niet mee akkoord gaat, mag hij hoe dan ook niet weg.”

De realiteit gebiedt wel te vermelden dat de trainerscarrière van Seedorf nog niet helemaal op stoom geraakt, maar dat hoeft opzich niet alles te zeggen. De trainerscarrière van Louis van Gaal begon immers ook niet voortvarend. Maar de grote rol die hij voor en achter de schermen gespeeld heeft bij Botafogo als gids van de selectie suggereert dat hij het wel degelijk in zich heeft om tot een succesvolle oefenmeester uit te groeien. Misschien geldt dat zelfs wel nog meer voor assistent Kluivert, die het reeds lukte om het beloftenelftal van Twente kampioen te maken en een redelijk succesvol bondscoach is geweest van Curaçao en bovenal technisch directeur was bij PSG. In ieder geval, met Nederland en Suriname boterde het niet, maar het zou een mooie revanche zijn mocht de kabel met Kameroen wel cum laude slagen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Arsinoë: Cleopatra’s vergeten zuster


In 2009 veroorzaakte de Oostenrijkse archeologe Hilke Thür voor opschudding in de eurocentrische wereld. Waarom? Na uitgebreid de beschikbare gegevens van de schedel van de zuster van Cleopatra VII te hebben bestudeerd had ze wereldkundig gemaakt dat betreffende koningin een Afrikaanse moeder had. Aangezien veel historici denken dat Cleopatra en Arsinoë dezelfde moeder hadden, zou hiermee bevestigd zijn wat bepaalde Afrikaansgecentreerde geleerden al tijden beweren: dat Cleopatra herself van Afrikaanse komaf was. Korte tijd kreeg deze ontdekking enige publiciteit in de mainstream media, maar inmiddels is de gevestigde eurocentrische media en wetenschap weer overgegaan tot de orde van de dag en negeert de revolutionaire conclusies getrokken door Thür straal. Zo werd er eerder dit jaar als vanouds verbolgen gereageerd toen de Zwarte diva Beyoncé zich publiekelijk met Cleopatra identificeerde.

Maar wie was die Arsinoë IV eigenlijk? Cleopatra geniet algemene bekendheid, Arsinoë is daarentegen slechts bekend bij een klein groepje erudiete geleerden. Doch het had wellicht ook andersom kunnen zijn geweest. Cleopatra en Arsinoë hebben elkaar op leven en dood bestreden en de in vergetelheid geraakte Arsinoë is enige tijd aan de winnende hand geweest.

Toen Julius Caesar in Egypte acte de presence gaf in 48 v.j. waren Cleopatra en haar broer Ptolemaeus XIV verwikkeld in een hevige machtstrijd. Nadat Julius Caesar de zijde van Cleopatra had gekozen beraamden de naaste vertrouwelingen van Ptolemaeus plannen om Caesar uit de weg te ruimen. Dit lekte uit, en Ptolemaeus’ mentor Pothinus werd geëxecuteerd. Maar generaal Achillus wist te ontsnappen en bracht een leger op de been waarmee hij Alexandrië omsingelde en binnentrok. Echter, eveneens Arsinoë wist met haar mentor Ganymedes te ontvluchten en sloot zich aan bij Achillus. Doch reeds snel bombardeerde Arsinoë zichzelf tot opperbevelhebber van het Alexandrijnse leger, kroonde zichzelf tot koningin en liet Achillus (die zichzelf tot farao had benoemd) executeren. Tevens werd Ganymedes tot tweede in rang van het leger benoemd.

Het Alexandrijnse leger begon verschillende successen te boeken contra de Romeinen. Caesar zat al ingesloten in een bepaalde wijk, maar het werd hem nog moeilijker gemaakt toen de Alexandrijnen zeewater in de grachten lieten stromen, waardoor Caesar en zijn gevolg niet meer de beschikking hadden over drinkwater. Zodoende brak er paniek uit onder diens manschappen. Caesar trachtte zijn soldaten te kalmeren door ter plaatse nieuwe putten te slaan. Het bleek echter niet voldoende te zijn en Julius Caesar bedacht zich dat hij moest uitbreken wilde hij overleven. Dus viel hij het eiland Pharos aan (waar de beroemde vuurtoren stond). De Alexandrijnse troepen dreven Julius Caesar echter terug. Caesar leed een vernederende nederlaag: om zijn hachje te redden moest hij zijn harnas en kleren uittrekken om zwemmend een nabij gelegen Romeins schip te bereiken.

Nu gebeurde er iets opmerkelijks. Belangrijke Alexandrijnse officieren benaderden de Romeinen met het verzoek Arsinoë te ruilen voor Ptolemaeus. Naar verluidt omdat ze Ganymedes zat waren en vrede wensten. Caesar hapte toe. Ptolemaeus kwam vrij en Arsinoë werd nu de gevangene van Caesar. Ptolemaeus zette de strijd voort, maar werd verslagen nadat Caesar versterkingen had gekregen.

Ptolemaeus zou op de vlucht verdrinken in de Nijl en Arsinoë werd vernederd in Caesar’s triomftocht door Rome. Tot grote ongenoegen van het Romeinse volk overigens, dat sterk met haar sympathiseerde en haar vrijlating eiste. Caesar zwichtte voor de druk. Ze mocht haar leven zelfs voortzetten in de tempel van Artemis te Ephesus (het was de gewoonte dat de geparadeerde gevangenen na afloop van een triomftocht gewurgd werden). Doch Cleopatra bleef Arsinoë als een grote bedreiging zien, en op Cleopatra’s aandringen liet haar nieuwe minnaar Marcus Antonius Arsinoë in 41 v.j. vermoorden op de traptredes van de tempel van Ephesus.

Doorgaans wordt er vanuit gegaan dat niet Arsinoë, maar haar mentor Ganymedes het brein achter de zeges van het Alexandrijnse leger op Julius Caesar was. Maar de vraag is, als Arsinoë echt intellectueel ongevaarlijk was, waarom zou Julius Caesar koning Ptolemaeus verruild hebben voor een onbeduidend ‘prinsesje’, en waarom was hij zo trots dat hij Arsinoë in handen had gekregen dat hij haar opzichtig als hoofdprijs liet paraderen in zijn triomftocht? Blijkbaar had Caesar het gevoel een geduchte vijand te hebben verslagen. Bovenal, zou de nederlaag die het Alexandrijnse leger uiteindelijk leed iets te maken hebben gehad met haar vertrek?

Het zou sowieso zeer opmerkelijk zijn geweest als een Afrikaanse vrouw één van de grootste militaire genieën uit de Westerse geschiedenis zo in het nauw kon drijven. Maar wat alles nog veel opzienbarender maakt is dat wetenschappelijk onderzoek uit heeft gewezen dat het lichaam van Arsinoë bij overlijden tussen de 15-20 jaar was. Hetgeen inhoudt dat toen ze Julius Caesar tot wanhoop dreef tussen de 8-13 jaar was. In dat geval zou ze een wonderkind moeten zijn geweest. Het zou ook verklaren waarom het volk van Rome zo sterk met haar sympathiseerde toen ze geparadeerd werd door Rome (wàt? Julius Caesar is trots omdat hij van een klein meisje heeft gewonnen?). Het zou tevens kunnen verklaren waarom Cleopatra haar altijd als een gevaar is blijven zien en haar uiteindelijk uit de weg liet ruimen (anderzijds, de Ptolemaeën waren elkaar continu aan het uitmoorden). In ieder geval, evenals Cleopatra was Arsinoë een koningin die het avontuur alles behalve schuwde. Zij heeft de geschiedenisboekjes niet weten te halen. Ze is compleet overschaduwd door Cleopatra. Maar de rollen hadden zo maar precies andersom kunnen zijn geweest.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Stef Blok en Surinaams blok


De VVD profileert zich doorgaans als de partij van de handelaren. De partij ook die gaarne hamert op eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast concurreert de partij met Geert Wilders en FvD om de gunst van de xenofobe kiezer. Dit is paradoxaal, aangezien het juist de handelaren waren die de afgelopen honderden jaren grote volksverhuizingen georganiseerd hebben (al dan niet trans-Atlantisch). Waarom neemt de partij van de handelaren daar dan geen verantwoordelijkheid voor?

Het is lang stil gehouden, maar de xenofobe VVD is hoofdverantwoordelijke voor hetzelfde multiculturele drama waar het tegenwoordig zo heftig tegen ageert, al dan niet in het geniep in achterafkamertjes. Het was de VVD die voor haar achterban van handelaren regelde dat zij goedkope arbeidskrachten mochten ronselen in verschillende landen gelegen rond de Middellandse Zee. Hierdoor ontstond hetgeen xenofoben gaarne bestempelen als het multiculturele drama. Maar blijkbaar heeft de xenofobe Nederlandse kiezer het geheugen van een goudvis, want hij heeft immigratiepartij de VVD de afgelopen decennia rijkelijk beloond tijdens electorale ijkpunten.

Het laatste xenofobe incident waarbij de partij van de handelaren bij betrokken was waren dus de gewraakte uitspraken van Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok die Suriname een failed state noemde, en wel omdat het een multi-etnische samenleving is. Als vervolg op een eerdere bewering van Neerlands top-diplomaat dat dat hij geen enkele geslaagde multiculturele samenleving kende. Toen vervolgens een toehoorder Suriname noemde als voorbeeld van een geslaagde multiculturele samenleving replieerde Blok dus dat de voormalige Nederlandse kolonie een failed state is.

Zou Blok werkelijk gedacht hebben dat hij nog in 1998 leefde? Dat hij als minister op een lezing voor ‘ingewijdenen’ ongestraft zijn xenofobe inborst zou kunnen uiten? Zo naïef is die meneer toch niet? Hij weet toch wel dat tegenwoordig alles en iedereen overal en altijd bewapend is met handzame beeld -en geluidsvastleggers? Dus waarom deed hij een Oudkerkje?

Rob Oudkerk was een prominent politicus van de PvdA die er niet bewust van zou zijn geweest dat de camera van tv-programma 2Vandaag draaide en daarom de vrijheid nam om in een onderonsje met burgemeester Job Cohen zijn beklag te doen over de ‘kut-Marokkanen’. Hetgeen het einde betekende van diens politieke carrière. Dit alles speelde in de tijd dat Pim Fortuin aan een dusdanige stormachtige opmars bezig was dat terecht gevreesd werd dat de haat-dandy de gevestigde politieke partijen electoraal weg zou gaan vagen. Achteraf kan de vraag gesteld worden of Oudkerk er daadwerkelijk niet bewust van was dat ronkende tv-camera’s hem in de smiezen hielden, maar dat hij in werkelijkheid heel bewust voor het oog van de camera een xenofoob theekransje hield met Cohen om te trachten Fortuin de wind uit de zeilen te nemen.

Waarom trapte Blok in dezelfde valkuil als Oudkerk? Het feit dat zelfs als fatsoenlijk bekend staande Nederlandse top-politici meer dan eens betrapt worden op xenofobie als het lijkt dat de spotlights uit zijn suggereert dat een xenofoob sentiment wijdverspreid is onder hen, maar dat ze hun xenofobie volgens het ongeschreven protocol en public verbergen achter een schijnheilige glimlach. Los van een xenofoob sentiment dat zowel onder de Nederlandse bevolking als onder een bepaald deel van de politici heerst (ook zij die zich als fatsoenlijk profileren), is de vraag waarom professionele politici zo onprofessioneel opereren dat het lijkt of het hen aan camera-bewustzijn ontbeert.

Wellicht dacht Blok dat het een mooie tijd was om te experimenteren. Zomerreces van de Tweede Kamer, komkommertijd, WK-voetbal, etc, dus de tijd van het jaar voor proefballonnetjes. Tijdens de vorige verkiezingen legde een confrontatie met Turkije VVD-lijstrekker Mark Rutte beslist geen windeieren. Wellicht trachtte Blok alvast voor de VVD te verkennen of en hoe dit model opnieuw toegepast kan worden op het moment der waarheid. Klaarblijkelijk dacht Stef Blok dat de voormalige Nederlandse kolonie Suriname een makkelijk slachtoffer zou zijn, reden waarom hij compleet los ging op precies datgene waar Suriname zichzelf om op de borst klopt: het land waar in één en dezelfde straat een moskee en een synagoge kunnen staan.

Overigens suggereert de retoriek die Blok debiteert sterk dat hij aandachtig naar erkende youtube-racisten als Jared Taylor en Stefan Molyneux luistert. Daarmee is hij niet de eerste Nederlandse politicus dit jaar die zichzelf op de ideeën van dergelijke alt right ideologen vergallopeert. Daarnaast is het opmerkelijk dat Blok uitgerekend rond de tijd dat het multi-etnische Frankrijk wereldkampioen voetbal werd van leer trok tegen multi-etnische samenlevingen. Daarbij bleek Blok de definitie van een failed state niet te kennen en verzuimende hij om in zijn antwoord mee te nemen dat het vermeende multiculturele drama Suriname toch echt door Nederlandse handelaren is gecreëerd. Net zoals het vermeende multiculturele drama in Nederland. Dus als Blok zo fel gekant is tegen multiculturele samenlevingen, waarom is hij dan überhaupt lid geworden van de VVD? Waarom heeft hij zich aangesloten bij de partij die het ronselen van goedkope arbeiders uit den vreemde actief heeft aangemoedigd?

Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel. Historisch gezien heeft Nederland altijd getracht het Surinaamse volk te verdelen zodat er eenvoudig over geheerst kon worden. Dat is lange tijd ook uitstekend geslaagd. Maar het lijkt erop dat Blok met die traditie gebroken heeft. Het lijkt erop dat top-diplomaat Blok met zijn ondiplomatieke uitspraken de toorn van het Surinaamse volk heeft opgewekt en zodoende een significante bijdrage levert aan het gevoel van eenheid onder datzelfde geplaagde Surinaamse volk. Blok creëerde een Surinaams blok.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Won Pan-Afrika of Frankrijk de wereldbeker?


Ondanks dat de Afrikaanse landen historisch zwak gepresteerd hebben op het WK 2018 is Pan-Afrika volgens menigeen toch in vermomming wereldkampioen voetbal geworden op 15 juli 2018. Zo twitterde voormalig Nigeriaans international Sunday Oliseh: “Eindelijk wint Afrika haar eerste wereldbeker, maar in Franse kleuren lol. Gefeliciteerd Frankrijk, het is verdiend.” Want het surrogate Afrikaanse team Frankrijk wist voor de tweede maal goud op te eisen ten aanschouwe van de wereld. Frankijk rekende bovendien af met teams die in het meer en minder recente verleden op dramatische wijze Afrikaanse teams de weg hadden versperd, zoals Uruguay en Argentinië. Met name de match contra Argentinië zou in de toekomst wel eens van grote symbolische waarde kunnen blijken, omdat in die wedstrijd de nieuwe koning van het voetbal de oude koning officieus ontroonde. Mocht de komende tijd uitwijzen dat de vlijmscherpe Messi daadwerkelijk bot is geworden en supertalent Mbapé de komende jaren inderdaad uitgroeit tot de beste voetballer ter wereld. Waarmee sinds Pelé’s pensioen een speler waarin Afrikanen zich kunnen herkennen weer ‘O Rei’ zou worden.

Overigens, voetballers van Afrikaanse komaf verdedigen reeds een kleine eeuw de kleuren van Frankrijk. De primeur kwam Raoul Diagny toe (zoon van de belangrijke politicus Blaise Diagny), en wel op 15 februari 1931 tegen Tjechoslawakije. In 1938 zou Diagny Frankrijk vertegenwoordigen op het WK. Maar sinds de jaren ’90 (of wellicht zelfs eerder) wordt Frankrijk door velen steeds meer ervaren als een verdwaald Afrikaans voetballand. Zowel door mensen die sympathiseren met de zgn. multiculturele samenleving als racisten en xenofoben. Zo hebben zowel Le Pen senior als Le Pen junior bij verscheidene gelegenheden verkondigd dat het onnatuurlijk is om Frankrijk te laten vertegenwoordigen door zoveel niet-witte voetballers: het zou nl. geen afspiegeling zijn van de Franse bevolking. Woorden van gelijke strekking zijn geuit door Le Pen’s Vlaamse collega Filip de Winter. In ieder geval na de WK finale van 2006 tussen Italië en een Afriphone Frankrijk.

Frankrijk dreigde te Zwart te worden. Dat zou ook de reden zijn dat succestrainer Jean Tigana eind jaren ’90 geen bondscoach van het land mocht worden. Officieel is dat natuurlijk nimmer verkondigd, maar via de wandelgangen zou gelekt zijn dat de ware reden voor de afwijzing van Tigana was dat de bobo’s van de FFF (Franse voetbalbond) vonden dat het Franse nationale team te melaninerijk werd met zoveel Zwarte spelers in de selectie en dan ook nog eens een Zwarte bondscoach? Omgekeerd worden witte Franse coaches—vaak van de tweede garnituur—weer bij voortduring aangesteld als keuzeheren van Afrikaanse elftallen.

Hoe dan ook, de gemiddelde Fransman is zo trots als een pauw op de eindzege in de vierjaarlijkse surrogaat wereldoorlog. Nota bene op het grondgebied van de klassieke erfvijand Rusland. Alwaar zelfs Napoleon roemloos strandde. Ongeacht dat het keurcorps werd gedomineerd door zij die sterk geassocieerd worden met het Pan-Europese immigratiedebat. Xenofoben kunnen daarom weinig inbrengen tegen dit soort successen. Anderzijds zou weer betoogd kunnen worden dat Frankrijk in deze de vruchten plukt van haar koloniale verleden. Maar daarin is Frankrijk zeker niet uniek. Nederland deed een aantal jaren geleden iets verglijkbaars door wereldkampioen honkbal te worden met een team dat gedomineerd werd door spelers met wortels in het Caribische deel van het koninkrijk.

Het wereldkampioenschap voetbal is echter veruit de meest prestigieuze sportprijs die er bestaat. Multicultureel drama of niet, de multiculturele samenleving zegevierde in deze dramatisch. Dit soort ongekende successen van de Franse multiculturele samenleving dragen er in zekere zin toe bij dat het concept Fransman wordt geherdefinieerd in de publieke opinie. Dat zit xenofobe politici die te pas en te onpas steen en been klagen over het multiculturele drama natuurlijk niet lekker.

Anderzijds, we moeten natuurlijk niet met de illusie gaan leven dat de successen van het vreemdelingenlegioen de Franse samenleving van racisme verschoond heeft. Net zo min als de wapenfeiten van Pelé en Garrincha Brazilië van racisme verschoonden, of de triomfen van Gullit en Rijkaard Nederland van de VOC-mentaliteit bevrijdde of the goldrush van het dream team de VS een stukje multi-etnisch paradijs op aarde maakte. Neen. De geschiedenis wijst helaas uit dat de maatschappelijke effecten van multiculturele sportsuccessen op de lange termijn toch betrekkeijk blijken.

Uiteindelijk lijkt het er toch op dat de zakelijke en politieke elite van Frankrijk het meeste gaat profiteren van Marrianne’s voetbalroem dat meerdere vaders kent. Juist omdat mensen uit Afrika en haar diaspora zo hard juichen voor Frankrijk. Net zoals het de witte racistische Braziliaanse bovenlaag was dat de vruchten plukte van het succes van Pelé en consorten, en niet de mensen uit de favela’s. Dankzij Pelé kon racistisch Brazilië zich in Afrika en ver daarbuiten onder valse voorwendselen profileren als een multicultureel paradijs en aldaar nieuwe markten aanboren. Brazilië was immers dat land met dat schitterende multi-etnische elftal dat die arrogante Westerlingen keer op keer genadeloos van de mat veegden. Hetzelfde geldt nu voor Frankrijk. Niet slechts Frankrijk, maar het hele Franse imperium deelt mee in het wereldkampioenschap. Of zoals je wilt, gans Pan-Afrika. Vanuit die insteek kan Frankrijk haar politieke en economische relaties met Afrika in het algemeen, maar haar voormalige koloniën (die onder de CFA zuchten) in het bijzonder, naar nieuwe hoogtepunten stuwen. Dus in feite heeft Frankrijk dubbelop gewonnen. Want uiteindelijk staat dat brok goud de komende vier jaar niet in Afrika maar in Parijs. Eensgelijk de harten van Pan-Afrika.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Afrika en voetbalneokolonialisme

Er kan geen twijfel over bestaan dat het continent Europa de grote winnaar is van het WK 2018, de vroege uitschakeling van favorieten als Duitsland, Spanje en Portugal ten spijt. Brazilië was het enige land van buiten Europa dat het tot de kwartfinale wist te schoppen, maar bij de halve finale was het mondiale toernooi gereduceerd tot een Pan-Europese aangelegenheid. Hiermee kan geconcludeerd worden dat ‘de revolutie’ gestrand is.

In de jaren ’90 dachten verschillende voetbalexperts dat met name Afrikaanse landen aansluiting zouden vinden bij de wereldtop. Met name nadat Kameroen in 1990 de wereld verraste door de kwartfinale te bereiken van de mondial. Men begon te beseffen dat er meer Afrikaanse landen waren die loerden, zoals Ghana en Nigeria welken (potentiële) wereldsterren op de been konden brengen. Zeker op jeugdwk’s en de Olympische Spelen kwam Afrika goed uit de verf. Bovendien kwamen steeds meer Afrikaanse voetballers op de loonlijst te staan van Europese topclubs. George Weah werd zelfs tot beste speler ter wereld verkozen. De revolutie leek slechts een kwestie van tijd. Pelé schijnt eens zelfs gezegd te hebben dat voor het jaar 2000 een Afrikaans land wk-goud zou veroveren. Doch inmiddels lijkt deze maal de revolutie uit te gaan als een nachtkaars…

De eerste sportieve revolutie in het mondiale voetbal vond in de jaren ’20 plaats, toen Uruguay het podium bestormde. Voetbal was indertijd nog een behoorlijk elitaire sport. De selecties werden gedomineerd door mensen uit de (hogere) middenklasse. Uruguay keek echter minder naar de sociaal-economische en etnische achtergrond van spelers en meer naar talent. Hierdoor kreeg talent aldaar een kans dat in andere landen straal genegeerd zou zijn geweest. Zodoende kon de Zwarte voetballer José Andrade tot de eerste wereldster uitgroeien (Andrade is nu vergeten door het grote publiek, maar heeft volgens sporthistorici meer dan wie ook van voetbal een wereldsport gemaakt). Daarnaast, Uruguay benaderde het voetbal professioneel (gespecialiseerde trainers, arts bij de ploeg voor blessures, trainingskampen, etc.). Deze benadering legde Uruguay absoluut geen windeieren, want het land greep niet alleen van het ene op het andere moment de macht in het mondiale voetbal maar heerste ook nog eens jarenlang.

Na de Tweede Wereldoorlog zorgde een ander Zuid-Amerikaans land voor een nieuwe revolutie in het voetbal. In een tijd dat veel landen zich los aan het worstelen waren van het kolonialisme domineerde ex-kolonie Brazilië het wereldvoetbal. Brazilië bracht sterren van kleur in de wei die buitenaards goed waren en sportief afrekenden met de teams uit het continent van de koloniale mogendheden. Brazilië won aldus een surrogaatoorlog tegen het kolonialisme. Mede hierdoor werd Brazilië de grote kampioen van de dekoloniserende landen. Los daarvan werd Brazilië de favoriet van voetballiefhebbers over de ganse wereld vanwege de grote schoonheid van het spel dat het op de mat legde.

Maar de voetbalwereld lijkt zich de laatste jaren dusdanig ontwikkeld te hebben dat Afrikaanse landen de definitieve aansluiting schijnbaar niet kunnen maken. Ironisch genoeg draagt Afrika daar zelf fanatiek aan bij. De matige prestaties van Afrikaanse ploegen in de intercontinentale spotlights ten spijt is en blijft voetbal ongekend populair in Afrika. Wellicht is het wel populairder dan ooit. Probleem alleen is dat Afrikanen steeds minder voor lokale teams kraken en steeds meer voor Europese teams, in het bijzonder ploegen uit de Engelse Premier League. Dankzij de vele miljoenen fans over de gehele wereld genereert de Premier League miljarden aan revenuen. Niet slechts voor de Premier League clubs, maar voor Groot-Brittannië in het algemeen. De PM betaalde in 2015 £2,4 miljard aan belasting en bezorgde 103.354 mensen in het VK banen. Allemaal dankzij ‘ontwikkelingshulp’ uit onder meer Afrika.

Omdat de voetbalfans in Afrika, Azië en Zuid-Amerika hun hart verknocht hebben aan de Premier League en hun centjes daaraan spenderen ten koste van de lokale competities kan het plaatselijke voetbal zich blijkbaar moeilijk ontwikkelen. Tevens wordt het een kip en het ei verhaal. Want de fans zullen op hun beurt weer tegenwerpen dat ze het voetbal om de hoek links laten liggen omdat het niveau om te huilen is. Omdat topvoetbal steeds meer op één plek geconcentreerd wordt, gaan er ook talloze beloftes verloren. Een bekend Nederlands voetbalicoon trok een aantal jaren geleden aan de bel dat scouts vliegtuigladingen talentjes uit Afrika in Europa droppen, maar dat de meesten van die jongens het nooit zullen redden, o.a. door aanpassingsproblemen. Als die voetballertjes vervolgens mislukken wordt er vaak niet meer naar ze omgekeken. Verschillende van ze zijn daardoor op straat beland. Oftewel hoe Afrika prooi werd van het voetbalneokolonialisme.

In een welvarend land als Nederland wordt al steen en been geklaagd dat men economisch onmogelijk kan opboksen tegen de Premier League en dat veel talent verloren gaat omdat ze op te jeugdige leeftijd vertrekken. Dus men kan zich voorstellen wat voor verschrikkelijk effect het voetbalneokolonialisme op Afrika zal hebben. Een belangrijk verschil met de geslaagde sportieve revoluties in het mondiale voetbal is dat de beste spelers op hun eigen continent konden blijven spelen. Want er waren ter plekke structuren die het talent konden opsporen, opvangen en ontwikkelen tot op het hoogste niveau. Andrade en Pelé hebben nimmer voor Europese clubs gespeeld. Het lijkt er dus echt op dat hoe rijker de Premier League wordt, hoe meer het Afrikaans voetbal verschaalt en hoe moeilijker het gaat worden om aansluiting te vinden bij de wereldtop. So much fort he world cup football.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De mythe van de 4e juli

4 juli wordt als vanouds groots gevierd in de VS. Want het is de bevrijdingsdag der bevrijdingsdagen. Op die dag wordt gevierd dat de witte Noord-Amerikaanse kolonisten zichzelf onafhankelijk verklaarden van het Britse imperium. De witte Amerikanen zien hun afscheiding van het Britse imperium niet slechts als een zege voor zichzelf maar zeer onbescheiden als een grote zege voor de vrijheid van de mensheid in het algemeen. Omdat het de geboorte betekend zou hebben van het grootste land dat ooit bestaan heeft, de ultieme kampioen van de democratie en mensenrechten en dus het te volgen model voor de rest van de wereld. Maar is dit feitelijkheid of fictie?

We kunnen nl. een vergelijkend warenonderzoek doen. Er is nl. ook een deel van Noord-Amerika dat gewoon onderdeel bleef van het Britse imperium. Uitgerekend dat deel is voor de gemiddelde burger een veel beter land om te vertoeven dan het zichzelf op de borst kloppende VS. Want Canada heeft een beter onderhouden infrastructuur, gratis gezondheidszorg, gemiddeld beter onderwijs en kent relatief minder armoede. Dit soort feiten plaatsen de feestelijkheden op de 4e juli toch in een ander perspectief.

Historici als Gerald Horne hebben erop gewezen dat de vrijheidsstrijd waar de Yankees zo apetrots op zijn de nodige morele haken en ogen kent. Het begint al met het gegeven dat het motief voor de strijd discutabel was. De economie van de 13 koloniën draaide namelijk op de slavernij. Grof gezegd exploiteerden de kolonisten in de zuidelijke koloniën de arbeid van slaafgemaakten uit Afrika en verdienden de noordelingen hun brood middels de slavenhandel. Linksom of rechtsom, de transatlantische slavernij was uitermate belangrijk voor de 13 aan de oostkust van Noord-Amerika.

Wat de Noord-Amerikaanse slavenhandelaars een boost gaf was de Glorieuze revolutie van 1688, toen het ondergrondse Venetiaanse imperium de Engelse koning Charles II afzette en verving door de Nederlandse heerser Willem van Oranje III. Voor de slavenhandelaren van het Britse imperium was dit fantastisch, want zij kregen waar zij jarenlang voor gelobbyd hadden: vrije handel in slaafgemaakte Afrikanen. De Royal African Company en de koning raakten hun monopolie op de handel in slaafgemaakte Afrikanen kwijt. De Britse koloniën in het Caribisch gebied werden voor een belangrijk deel voorzien van slaafgemakten door Noord-Amerikaanse kolonisten. Daarnaast verkasten vele slavenhouders van het Caribisch gebied naar Noord-Amerika om aldaar hun activiteiten voort te zetten. Waarom? Menig slavenhouder begon voor zijn leven te vrezen door de talrijke slavenopstanden in het Caribisch gebied en meende dat Noord-Amerika een veiliger oord was voor de uitoefening van zijn metier.

Aangezien de slavernij de kurk was waarop de economie van de 13 draaide was de verbijstering aldaar groot toen de rechter op 22 juni 1772 middels het Somerset arrest bepaalde dat de slavernij illegaal was in Engeland. Let wel, de rechter had geen woord gerept over de slavernij in de koloniën. Maar betreffende vonk bleek uiteindelijk voldoende om de 13 te doen ontploffen en zich op 4 juli 1776 onafhankelijk te verklaren van Groot-Brittannië. Dit is een belangrijke reden voor de onafhankelijkheidsstrijd van de VS die nationalistische Amerikaanse historici doelbewust over het hoofd zien om een nationale mythe te preserveren. Natuurlijk waren er meer redenen, maar in feite waren al die andere redenen direct en indirect allemaal gerelateerd aan de slavernij, al was het maar omdat de slavernij de kurk was waarop de economie van de 13 draaide. De historici van het Amerikaanse establishment zullen ter verdediging het grijsgedraaide cliché uit de kast halen dat men er toen anders over dacht. Maar het feit dat je er banale gedachtes op nahield kan maken dat je aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat.

Zwart Amerika begreep ook wat er speelde en koos daarom partij. Er vochten zeker ook Zwarte Amerikanen mee aan de zijde van de kolonisten, maar de meesten verleenden hun diensten aan de Britten. Ze zagen het als hun weg naar bevrijding van en wraak op hun gehate onderdrukkers. Nadat de 13 toch onafhankelijk werden in 1783 vergaten de kolonisten echter niet hoe Zwart Amerika de Britten had gesteund, en begon Zwart Amerika te zien als een vijfde kolonne binnen de landsgrenzen.

Onafhankelijkheid was uitstekend voor de Noord-Amerikaanse slavenhouders en slavenhandelaren omdat ze geen belasting meer hoefden af te dragen aan de Britten en bevrijd leken van vrees voor Somerset arresten. Wat voor baat heeft Zwart Amerika gehad bij 4 juli 1776? De grote abolutionist Frederick Douglass wees er in een memorabele lezing gehouden op 5 juli 1852 reeds op dat er voor het geknechte Zwart Amerika helemaal niets te vieren valt op de 4e dag van juli. Stel voor dat de VS onderdeel was gebleven van het Britse imperium, dan was de slavernij voor Zwart Amerika niet pas afgeschaft in 1865 doch reeds in 1834. Desalniettemin zet menig Zwarte Amerikaan op 4 juli traditioneel de bloemetjes uitgebreid buiten. Maar wat vieren ze dan precies? Dat hun voorouders ruim dertig jaar langer dan noodzakelijk onder het juk van de slavernij geleden hebben? Jim Crow segregatie? De lynchpartijen van de KKK? Het is net zoiets dat België het Ardenneroffensief gaat vieren of Nederland de slag bij Arnhem. Eigenlijk betekende de onafhankelijkheid van de VS in 1783 de ultieme catastrofe voor Zwart Amerika en zou om die reden niet gevierd maar herdacht moeten worden eensgelijk 4 mei in het teken staat van herdenking in Nederland.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De erfenis van Joe Louis

Onlangs was het tachtig jaar geleden dat Joe Louis voor de tweede maal bokste tegen de door de nazi’s tot held verheven prijsvechter Max Schmeling. De politiek meest beladen bokswedstrijd uit de geschiedenis. Omdat de Tweede Wereldoorlog op uitbreken stond en met name de nazi’s het gevecht aangrepen voor propaganda doeleinden.

Joe Louis werd volgens de burgerlijke stand op 13 mei 1914 geboren als Joseph Louis Barrow in Lafayette, Alabama, maar verhuisde later naar Detroit. Op school ging het echter moeizaam. Hij bezocht een technische middelbare school om meubelmaker te worden, maar dat werd geen succes. Om zijn familie financieel bij te staan ging hij ijsblokken bezorgen. Vaak moest hij verschillende verdiepingen de trap op met zware ijsblokken. Naar eigen zeggen had hij daaraan zijn gespierde lichaam te danken.

Ondertussen begon Joe tot ongenoegen van zijn moeder te hangen met een jeugdbende. Om hem van de straat te houden en te kijken of er voor hem wellicht een carrière als muzikant in zat gaf zijn moeder hem geld voor vioolles. Joe ging inderdaad op les, maar op aandringen van een vriend besteedde hij het geld van zijn moeder niet aan vioolles maar aan boksles.

Alhoewel zijn familienaam Barrow was vocht Joe onder de naam Joe Louis, zodat zijn moeder er niet achter kwam dat hij zijn vioollesgeld ‘verkwanselde’ aan boksles. Na een moeizame start groeide Joe Louis toch uit tot een uitermate succesvolle amateurbokser, waardoor de bokspromoters voor hem in de rij stonden. Maar hij koos voor de Zwarte promoter John Roxborough.

Dat hield tevens in dat Joe Louis tegen het nadrukkelijke advies van zijn vrienden zekerheid (een baan in de autofabriek van Ford) verruilde voor het onzekere bestaan van een Zwarte profbokser. Daar viel wat voor te zeggen, want door racisme konden de carrières van verschillende Zwarte topboksers niet tot volle wasdom komen. Een triest voorbeeld was Harry Willis, een absolute topbokser die nooit de kans kreeg op een titelgevecht tegen wereldkampioen Jack Dempsey.

Desalniettemin spoedde profbokser Joe Louis als een komeet naar de top, als geen bokser voor hem. Doch goed boksen alleen was voor een Zwarte bokser niet voldoende om wereldkampioen te worden. Hij moest eveneens onkreukbaar zijn in de ogen van het witte publiek. Om die reden verbood zijn management hem zich in te laten met witte vrouwen, publiekelijk de show te stelen met zaken als mooie kleren en dure auto’s, nimmer zijn (witte) opponenten verbaal te vernederen en immer bescheiden te blijven.

Joe Louis werd de held van Zwart Amerika toen hij op 25 juni 1935, ten tijde van de Italiaanse invasie van Ethiopië, de reuzachtige Italiaanse ex-wereldkampioen Primo Carnera versloeg. Zo bleef Louis’ carrière doordenderen als een dieseltrein. Door zijn ongekende successen werd Joe Louis als onverslaanbaar beschouwd. De schok was dan ook groot toen hij op 19 juni 1936 in de twaalfde ronde knockout werd geslagen door de voormalige Duitse wereldkampioen Max Schmeling. Dit werd als een ramp beschouwd door Louis en zijn fans. In principe had Schmeling nu de kans moeten krijgen op een titelgevecht. Mocht Schmeling dat titelgevecht vervolgens gewonnen hebben dan waren de kansen op een wereldtitel voor Louis verkeken, want de nazi’s zouden een Zwarte man sowieso nooit een titelgevecht hebben gegund, of sterker nog, waarschijnlijk geen enkele niet-Duitser.

Echter, onmiddellijk na het verlies tegen Schmeling pakte Louis de draad weer op en won in korte tijd zes gevechten tegen gerenomeerde tegenstanders. Zodoende kon Louis tot grote vreugde van Zwarte Amerika op 22 juni 1937 de eerste Zwarte zwaargewicht wereldkampioen worden in twintig jaar ten koste van James Braddock. Het psychologische effect dat die overwinning op het zwaar onder racisme en de crisis lijdende Zwart Amerika had, kan moeilijk overschat worden: een Zwarte man had het onmogelijke gepresteerd door de meest prestigieuze sporttitel die er bestond op te eisen!

Precies een jaar na het veroveren van de wereldtitel vond de re-match tegen Schmeling plaats op. Schmeling was zelf geen nazi, maar hij werd wel door de nazi’s gebruikt als propaganda-instrument. Als sport ooit een surrogaat wereldoorlog is geweest, dan was dat wel op 22 juni 1938. Louis had zich deze maal wel goed voorbereid op Schmeling, en schopte het als eerste Zwarte Amerikaan tot nationale held nadat hij Schmeling in de eerste ronde krijzend van de pijn knockout tegen het canvas sloeg in een uitverkocht Yankee stadium. Daarmee deelde hij namens de VS de eerste psychologische dreun uit in de op handen zijnde Tweede wereldoorlog tegen de übermensch.

Joe Louis is volgens menigeen nog altijd de beste vuistvechter ooit. Hij bleef twaalf jaar wereldkampioen (tot op de dag van vandaag een record) en verdedigde zijn titel 25 maal. Ondanks het vele geld dat hij verdiende raakte hij financieel aan de grond waardoor hij op latere leeftijd een comeback moest maken en vernederd kon worden door het nieuwe boksfenomeen Rocky Marciano. Joe Louis zou nooit meer genoeg verdienen om zijn schulden te kunnen aflossen en leefde van de liefdadigheid van familie en vrienden. Eén van die vrienden was voormalig rivaal Max Schmeling. Toen Joe Louis in 1981 overleed heeft Schmeling zelfs de buidel getrokken om voor diens uitvaart te betalen. Waar zijn illusture voorganger Jack Johnson met zijn uitdagende gedrag kansen voor zichzelf schepte maar de deur dicht sloeg voor andere Zwarte topsporters, kan gesteld worden dat Joe Louis echt deuren heeft geopend.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment