Black Panther (1)


De film van Black Panther is momenteel een wereldwijde hype. In het eerste weekend heeft de film waar $200 miljoen in is geïnvesteerd reeds meer dan $360 miljoen in het laadje gebracht. Er werd al maanden reclame gemaakt voor Black Panther en de hoop is dat de film een keerpunt in de filmgeschiedenis gaat markeren gerelateerd aan beeldvorming. Hollywood heeft nl. decennialang Afrika en mensen van Afrikaanse komaf op een ongunstige wijze op het witte doek geprojecteerd. Of zoals Muhammed Ali het zei: “Zelfs Tarzan, de koning van de jungle is wit!”

Black Panther is een Zwarte superheld. In juli 1966 bedacht door de joodse striptekenaars Stan Lee en Jack Kirby (dus om misverstanden te voorkomen, de stripheld bestond dus reeds voor de welbekende Black Panther Party, want die werd pas in oktober 1966 opgericht). Black Panther was de eerste superheld van Afrikaanse komaf die in mainstream Amerikaanse stripboeken acte de presence gaf. Hoewel het mainstream publiek bij het horen van Black Panther in eerste instantie zal denken aan de organisatie opgericht door Huey Newton en Bobby Seale, wekt hij bij die hard stripliefhebbers hele andere associaties op. Black Panther is een oude bekende in televisieshows, tekenfilms, en videogames. In 2016 verscheen hij zelfs al op het witte doek in de film Captain America: Civil War. Wellicht om het grote publiek alvast voor te bereiden op wat komen zou.

De film Black Panther is dus sowieso niet de eerste Hollywoodproductie waarin Zwarte superhelden te bewonderen zijn. Buiten Hollywood wellicht ook niet. Als we het begrip superheld ruim interpreteren zouden zelfs Django en de in 2009 uitgekomen Braziliaanse film Besouro (over het leven van de legendarische gelijknamige capoeirista) als voorlopers genoemd kunnen worden. Wat Hollywood betreft verscheen in 1998 reeds Blade, met in de hoofdrol Wesley Snipes. Maar wat de film Black Panther onderscheidt van alle andere films waarin Zwarte superhelden zijn verschenen is dus niet eens dat een Zwarte superheld de hoofdrol speelt, maar de Afrikaansgecentreerde context waarin hij geplaatst is.

We begrijpen dat het moeilijk is om films te produceren over bepaalde prékoloniale persoonlijkheden. Want dan gaan onmiddellijk wilde hordes van eurocentrische historici naar buiten treden om met elkaar te wedijveren wie het hardst van de daken kan schreeuwen dat de betreffende film ʽafrocentrismeʼ en dus geschiedvervalsing is, waardoor het een naar politiek staartje krijgt. Los van de vraag natuurlijk of Hollywood in zo’n film zou willen investeren. Daarom zijn science fiction films over Zwarte superhelden wellicht het beste mogelijke alternatief om het zelfbeeld van Zwarte mensen te verbeteren. Want ook al zijn ze fictief, Hollywoodfilms hebben een enorme impact op de massa.

Denk bijvoorbeeld aan The Birth of a Nation uit 1915, welke film de inspiratiebron was voor de heroprichting van de KKK. Een ander voorbeeld is Scarface uit 1983. Die film heeft (samen met The Godfather) medio jaren ’80 duizenden Zwarte en Latino jongeren geïnspireerd om drugdealer te worden. Of in deze meer relevant, denk hoeveel inspiratie witte mensen geput hebben uit Rocky. In een tijdperk met Muhammed Ali, George Foreman, Joe Frazier, Ken Norton, etc., dat het volstrekt ondenkbaar was dat een witte man wereldkampioen boksen zwaargewicht kon worden werd de fantasie en het ego van wit Amerika geprikkeld door het onmogelijke toch waarheid te laten worden op het witte doek.

Eerder hebben we de woede aanschouwd toen Hannibal in een documentaire gespeeld werd door een Zwarte acteur, of toen de BBC middels een tekenfilmpje duidelijk maakte dat Groot-Brittannië ten tijde van de Romeinen al een meerkleurige samenleving kende. Het zou politiek correcte geschiedvervalsing zijn. Over een fictieve film zou niemand kunnen vallen zou gedacht kunnen worden, maar zelfs over een fictief verhaal waarin Afrika voor de verandering positief uit de verf komt doet conservatieve elementen koken van woede. Deze attitude maakt het betoog contra vermeende geschiedvervalsing boterzacht en flinterman: in werkelijkheid is men gewoon tegen alles wat in de mainstream media verschijnt waar Zwarte mensen een goed gevoel over kunnen hebben en inspiratie uit kunnen putten.

De vraag is ook waarom de grootste Hollywoodstudio zo’n Afrikaansgecentreerde film uit heeft gebracht? Want los van de mogelijke problemen met het plot is voor de verandering een Afrikaans land niet de speeltuin van koning Tarzan maar het rijkste en meest ontwikkelde land op aarde. Gesuggereerd is dat Hollywood de verliezen van de afgelopen jaren tracht goed te maken. Een aantal grote projecten zouden zijn geflopt, en uit ervaring weet Hollywood dat films gericht op een Zwart publiek succesvol zijn.

In de jaren zeventig werd het noodlijdende Hollywood al gered door de productie van zogenaamde blaxploitation films. Door een arrest uit 1948 ter voorkoming van kartelvorming en de opkomst van de televisie was Hollywood begin jaren ’70 op sterven na dood. Maar door films te maken waarin Zwarte acteurs de hoofdrol spelen werd het vege lijf gered. De ogen van Hollywood werden geopend na het succes van de onafhankelijke Zwarte filmmaker Mario Van Peebles: Hollywood ging zelf massaal Zwarte films maken. Zwarte activisten waren helemaal niet blij met die films. Er waren wellicht wel Zwarte acteurs te zien, maar het zou desalniettemin fnuikend zijn voor de beeldvorming aangezien de thematiek doorgaans pooiers en hoertjes was. Waardoor het genre een zelfde soort effect had op de jeugd als gangsta rap jaren later. Desalniettemin, blijkbaar kan Hollywood ook Zwarte films maken zonder de welbekende stereotype thematiek.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

IQ-sofisten (2)


De eeuwig durende discussie over IQ-tests is onlangs weer opgelaaid. Dat gebeurde nadat ex-politica Femke Halsema en public de leider van FvD confronteerde met een omstreden uitspraak van een prominent lid van zijn partij. Een zeer ambitieus partijlid met een Hindoestaanse achtergrond had nl. in 2016 op de nationale tv gesuggereerd dat racisme een marginaal probleem is: het probleem zou niet racisme zijn, maar het lage IQ van bepaalde groepen. Zo zou het wetenschappelijk bewezen zijn dat Zwarte mensen gemiddeld een laag IQ hebben. Dat zou de achterstanden van bepaalde mensen van kleur verklaren, niet racisme. Als voorbeeld nam hij vermeend racisme op de arbeidsmarkt: “Sowieso gaat het eerder om intelligentie dan om ras. Racisme? Het gaat op de arbeidsmarkt om IQ.”

Los van de vraag of daadwerkelijk wetenschappelijk aangetoond is dat Zwarte mensen gemiddeld achterlijker zijn mist hij het punt volledig in deze context. Niemand beweert immers dat je een ongeschoold persoon moet aanstellen als kernfysicus of hartchirurg. Waar het om gaat is dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden. Menig onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat mensen van kleur met een vergelijkbaar CV als witte collega’s desondanks minder carrièrekansen hebben. Oftewel, racisme is wel degelijk een probleem in Nederland…

Er is een subcultuur van witte supremacisten die hun identiteit ontleent aan IQ-testen. Ze zijn er apetrots op dat ‘wetenschappelijk’ bewezen is dat het gemiddelde IQ van mensen van Europese komaf hoger is dan dat van mensen van Afrikaanse komaf. Opzich interessant, want dat houdt in dat je wit kunt zijn met een IQ van 70, en desalniettemin jezelf superieur wanen aan de meest geniale Zwarte wetenschaper. Hoe dan ook, met een vermeend genetisch bepaald IQ verklaren ze zowel het economische succes van het Westen als alle problemen waar de Pan-Afrikaanse wereld mee kampt. In feite heeft deze beweging altijd al bestaan, maar sinds enige jaren heeft ideoloog Richard Spencer het label alt right bedacht om respectabel over te komen bij het mainstream witte publiek. Toch gaat rechts extremisme met zijn tijd mee. Zo wordt er tegenwoordig vooral gerekruteerd en gecommuniceerd middels het internet. Bovendien propageert alt right naast de superioriteit en behoud van raszuiverheid van de witte mens gaarne libertarische economische denkbeelden: ongebreideld kapitalisme met zo min mogelijk overheidsingrijpen.

Naast Richard Spencer wordt Jared Taylor gerekend tot de belangrijkste ideologen van de alt right beweging (ook al is hij bij bepaalde witte supremacisten juist verdacht omdat hij niet noodzakelijkerwijs tegen joden is). Taylor is de oprichter en hoofdredacteur van American Renaissance, een online tijdschrift dat de mythe van witte suprematie promoot. Taylor’s ding is elke dag de hele dag overal en altijd, ondersteund door pseudowetenschappelijk bewijs, beweren dat Zwarte mensen genetisch inferieur zijn, en alle problemen waarmee ze kampen daarmee te verklaren zijn. Iedere andere verklaring is volgens hem politiek correct ‘gepraat’. Doch let wel, Taylor loopt niet te razen en te tieren als een vol met hakenkruizen getatoueerde neonazi. Integendeel, Taylor is een dandy. Hij is zeer welbespraakt en heeft het beschaafde voorkomen van een Britse aristocraat. Vergeleken met Taylor is Thierry Baudet een ordinair straatschoffie. Taylor heeft de ideologie van de witte suprematie kwa vorm een beschaafd gezicht gegeven, wat niet wegneemt dat Taylor inhoudelijk praktisch hetzelfde verkondigt wat aanhangers van de ideologie van de witte suprematie immer hebben verkondigd.

Taylor heeft dus zelfs mensen van kleur weten te overtuigen van zijn ‘rasrealisme’. Zo interviewde hij eens een Zwarte jongeman op de radio die het roerend met hem eens was. Maar ook in Nederland blijkt Taylor dus meer volgelingen te hebben dan we durfden te hopen. De platvloerse vergoeilijking van racisme op de arbeidsmarkt met de opmerking dat het op de arbeidsmarkt eerder gaat om IQ dan om ras lijkt dan ook in sterke mate geïnspireerd te zijn door die deftige meneer Taylor. Overigens, Taylor verstrekt de FvD wel vaker inspiratie. Zo vindt de kopman van FvD Taylor dusdanig inspirerend dat hij op 12 oktober 2017 liefst 5 uren met hem heeft gesproken.

Echter, door alle ophef rondom FvD zouden we bijna gaan vergeten dat eveneens niet-witte politici van mainstream politieke partijen de ideeën van Taylor propageren. Burgemeester Aboutaleb verkondigde eertijds bijvoorbeeld dat Antilliaanse jongeren uitermate crimineel waren vanwege hun vermeende lage IQ. Dat lijkt eveneens een echo te zijn van Taylor. Want evenzo volgens Taylor zorgt een combinatie van een laag IQ en een hoog testosterongehalte voor de hoge criminaliteitscijfers van Zwart Amerika. In principe zijn alt right-achtige uitspraken taboe in Nederland. Wat wil zeggen, men is niet noodzakelijkerwijs tegen racisme, maar men heeft liever niet dat er racistischer gehandeld en gewandeld wordt dan puur noodzakelijk is om de status quo te handhaven, omdat dat tot reuring en verzet kan leiden. Wat niet wegneemt dat Aboutaleb zo maar een stormfront.org-achtige uitspraak kon doen en ermee wegkomen.

Waarom wordt het voor bepaalde groepen van levensbelang geacht dat wetenschappelijk aanvaard wordt dat bepaalde volkeren achterlijk zijn? Omdat het dan eenvoudiger wordt om een draagvlak te verkrijgen om daar beleid op te maken. Na alle ophef hebben inmiddels verschillende vooraanstaande wetenschappers duidelijk gemaakt dat alle ruis van de alt right ideologen en hun fans ten spijt nog nooit het verband tussen etnische afkomst en IQ is aangetoond. Desalniettemin, voor sommigen geldt blijkbaar dat als ze maar vaak genoeg de youtube-filmpjes van Jared Taylor en consorten bekijken ze hun pseudo-wetenschappelijke drogredeneringen gaan geloven en promoten.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De ontbrekende schakel in de wereldgeschiedenis


De Britse omroep Channel 4 vertoonde onlangs de documentaire The First Brit: Secrets of the 10,000 Year Old Man. In betreffende docu wordt een op DNA-onderzoek gebaseerde reconstructie van een mens getoond die 10.000 jaar geleden in Groot-Brittannië leefde. Naar de letter genomen was het niet de eerste Brit. Er hadden eerder mensen in Groot-Brittannië gewoond, maar die waren uitgestorven. Echter, hij was wel een pionier. Sinds zijn tijd was de Britse archipel onafgebroken bewoond geweest door mensen. De reconstructie van “de eerste Brit” leidde tot opschudding omdat hij niet in de traditie past. Dit was nl. niet de eerste reconstructie van de zgn. Cheddar man. In eerdere reconstructies was hij afgebeeld met een witte huid. Na een beroep te hebben gedaan op DNA-onderzoek waren wetenschappers tot de conclusie gekomen dat Cheddar man een donkerbruine huid had, een zgn. Australoïde type was, en hebben hem ook dusdanig gereconstrueerd.

Overigens, dit was slechts de officiële bevestiging van hetgeen we al heel lang wisten. Alleen valt het moeilijk naar buiten te brengen omdat dit soort informatie voor bepaalde delen van het publiek te ver afligt van hun eurocentrisch gevormde wereldbeeld: je gaat voor gek verklaard worden. Maar als zelfs de mainstream media erover bericht verandert dat de zaak natuurlijk volledig.

Enfin, we hebben het hier over een ontbrekende schakel in de wereldgeschiedenis. De ontbrekende schakel in de wereldgeschiedenis is de rol van de Zwarte mens. Tegenwoordig wordt erkend dat de eerste mensen op aarde uit Afrika kwamen en naar alle waarschijnlijkheid Zwart waren. Vervolgens verdwijnt de Zwarte mens weer uit de geschiedenisboekjes en duikt pas weer op bij de aanvang van de transatlantische slavernij als slaafgemaakte. Als we de eurocentrische versie van de wereldgeschiedenis mogen geloven is de rol van de Zwarte mens in de wereldgeschiedenis beperkt tot de rol van slachtoffer…

De eerste Indo-Europeanen zouden zich ±800 v.j. op de Britse eilanden hebben gevestigd. De vraag is dan, wie woonden er dan voordien? Eerlijke 19e eeuwse historici als David McRitchie en Gerald Massey hebben die vraag voor ons beantwoord. McRitchie is de auteur van een zeer onthullende studie genaamd Ancient and Modern Britons (twee delen). McRitchie gaf reeds in 1884 aan dat de eerste bewoners van Groot-Brittannië Australoïde mensen waren. De man is om verklaarbare redenen genegeerd door de mainstream eurocentrische wetenschap, maar uiteindelijk blijkt nu toch dat hij gelijk had, en zou hij dus gerehabiliteerd moeten worden.

Volgens McRichie bestonden er in zijn tijd geen inheemse Zwarte Britten meer, maar dat betekende zijns inziens niet dat de oorspronkelijke bewoners geen genetische sporen hadden nagelaten. McRitchie onderscheidde de moderne Britten in twee groepen: de xanthochroi en de melanochroi. De xanthochroi waren spierwit, en de afstammelingen van de Indo-Europese indringers, terwijl de iets donkerdere melanchroi het resultaat waren van vermenging tussen de Indo-Europeanen en de inheemse Zwarte bevolking van Groot-Brittannië.

Maar McRitchie gaat verder dan dat. De Australoïde mens was verspreid over heel Europa. Waaruit volgt dat de verschillende neolithische bouwwerken zoals Stonehenge, de hunebedden, etc., aan hen toegeschreven moeten worden. Dat kan moeilijk anders, aangezien de Indo-Europese volkeren zich pas vanaf 4.000 v.j. vanuit het Kaukasisch gebergte over de rest van de wereld begonnen te verspreiden, en pas duizenden jaren later Groot-Brittannië bereikten.

Dat er in de oudheid Zwarte mensen woonden in Groot-Brittannië is bevestigd door Romeinse historici als Plinius, Claudius en Tacitus. Zij hebben in hun overgeleverde documenten opgetekend dat er naast witte volkeren gelijkend aan de volkeren in Noordwest Europa ook Ethiopiërs (Tacitus, Claudius) en Moren (Plinius) woonachtig waren in Groot-Brittannië (Ethiopiërs en Moren waren termen die de Romeinen gebruikten om Zwarte mensen in het algemeen aan te duiden).

Maar McRitchie zegt nog veel meer. Hij geeft ook aan dat zich naast de oorspronkelijke Australoïde bevolking nog meer Zwarte mensen zich in Groot-Brittannië en Ierland hadden gevestigd, bijvoorbeeld afkomstig uit Egypte en Spanje. Hij suggereert verder dat het met de antieke Zwarte inwoners van Groot-Brittannië op een vergelijkbare manier vergaan is als de inheemse bevolking van Noord-Amerika: ze bestaan nog steeds, maar in zwaar gemarginaliseerde vorm. De Zwarte inwoners van Groot-Brittannië werden steeds verder teruggedreven naar de bossen, doch uiteindelijk werden ze zelfs daar verjaagd en verwerden tot het uitschot van de maatschappij. Dit valt onder meer af te leiden uit de verandering van de betekenis van het woord beggar. Eens werd de beggar gezien als een geduchte vijand, later als struikrover, en uiteindelijk ging het woord beggar bedelaar betekenen. Voor velen zat er niets anders op dan een rondtrekkend bestaan te leiden. Oftewel, McRitchie beweert dat de zigeuners de afstammelingen zijn van de antieke Zwarte bevolking van Groot-Brittannië: het woord gypsie [zigeuner] zou een verbastering zijn van Egyptian. Vele rondtrekkende zigeuners bekwaamden zich als artiest en zo zou de circuswereld ontstaan zijn. Waaronder ook de clown, die eigenlijk een minstrelshow avant la lettre verzorgde: de oorspronkelijke clown was met zijn karakteristieke kleding en domheid een persiflage op een zigeuner.

Het valt heel goed te verklaren waarom de publicaties van geleerden als McRitchie totaal niet in goede aarde vielen in het 19e eeuwse, imperialistische Groot-Brittannië en ver daarbuiten. In die dagen was de mainstream eurocentrische wetenschap nl. druk doende doelbewust de wereldgeschiedenis te vervalsen ter legitimering van het imperialisme. Desalniettemin, er zijn altijd geleerden geweest die tegen de verdrukking in de waarheid verkondigd hebben, en uiteindelijk komt die toch boven water.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Piet Emmer en de WIC-mentaliteit (4)


Het kolonialisme was goed voor Afrika. Niet slechts omdat Afrika daardoor in aanraking kwam met de moderne beschaving. De benefieten vallen evenzo af te leiden uit het gegeven dat het helemaal een rotzooitje werd in Afrika na de onafhankelijkheid van het continent. Stagnatie, corruptie, wanbestuur, etc., waren er nadien aan de orde van de dag. Al het ontwikkelingsgeld blijkt het Westen decennialang in een bodemloze put te hebben gedonderd. Klaarblijkelijk kan Afrika niet zonder kolonialisme. Aldus professor emeritus Pieter Cornelis Emmer (in woorden van vergelijkbare strekking).

Om de kolonialistische suggestie dat kolonialisme een voorwaarde is voor niet-Westerse landen om in aanraking te komen met de verworvenheden van de zgn. moderne beschaving meteen te logenstraffen: als dat waar was dan had Japan momenteel het achterlijkste land ter wereld moeten zijn geweest. Japan is nooit gekoloniseerd, en uitgerekend in Nippon zijn verschillende aspecten van de zgn. moderne beschaving op een hoger niveau dan in het Westen. Dus het is eerder andersom: ondanks de kolonisatie is Afrika in aanraking gekomen met bepaalde aspecten van de zgn. moderne beschaving.
Menigeen die slechts de mainstream Westerse media volgt zal het met bovenstaande beweringen van Emmer ongetwijfeld in vergaande mate eens zijn.

Probleem is echter dat Emmer de oorzaken van de problemen onjuist schetst. De eerste vraag die gesteld dient te worden, is er überhaupt wel een legitiem postkoloniaal Afrika? Emmer emmert wel over onbekwame Afrikaanse leiders, maar waarom rept hij geen woord over antikolonialistische leiders als Patrice Lumumba, Kwamé Nkrumah, Thomas Sankara, Moammar Khadafi, etc., die door het Westen zonder pardon uit de weg zijn geruimd precies vanwege hun antikoloniale beleid? Is het beter gegaan met bijvoorbeeld Burkina Faso nadat de antikolonialistische leider Sankara uit de weg werd geruimd? Zou één van de redenen voor Afrika’s stagnatie niet kunnen zijn dat Afrika decennialang pas op de plaats maakte omdat Afrika eigenlijk nimmer waarlijk onafhankelijk was? Zou het niet zo kunnen zijn dat menig Afrikaans leider bang was het neokolonialisme (of VOC-kolonialisme) af te schudden uit angst te eindigen als bepaalde antikolonialistische collega’s?

Het beste voorbeeld van de blijvende afhankelijkheid van Afrika zijn de francophone landen, die lid zijn van de CFA en hun geld moeten laten beheren door Parijs. Alhoewel Emmer suggereert dat Afrika niet zonder Europa kan, is de waarheid omgekeerd. Dit is erkend door verschillende Franse presidenten. Zo voorspelde Mitterand in 1957: “Zonder Afrika zal Frankrijk geen toekomst hebben in de 21e eeuw.” Zo recentelijk als 2008 verkondigde Chirac: “Zonder Afrika zal Frankrijk afglijden naar het niveau van een derderangs mogendheid.”

Of met andere woorden, bepaalde elementen in het Westen hebben er alle belang bij het systeem in stand te houden dat van een kop koffie van $3,50 slechts 3 cent toebedeelt aan de Afrikaanse boeren die de koffiebonen hebben verbouwd. En dat Westerse graanboeren exportsubsidies verschaft zodat Afrikaanse boeren compleet worden weggevaagd. En vervolgens vindt Emmer het gek dat het Afrikaanse boeren niet lukt om graan te exporteren? Wat moeten we verder met het pleidooi van Emmer voor meer sweatshops in Afrika? De werkomstandigheden in sweatshops mogen als bekend worden beschouwd, dus waarom pleit uitgerekend ʽslavernij-expertʼ Emmer voor de popularisering van moderne slavernij in Afrika?…

Bizar, maar Emmer zegt niets nieuws. De intellectuele capo di tutti capi van de neoliberale counterrevolutie, Milton Friedman, heeft in zijn tijd met droge ogen op tv verkondigd dat het kolonialisme het Westen geen geld opgeleverd heeft, maar dat de koloniën het Westen juist geld hebben gekost. Dit wetende plaatst dat de beruchte professor emeritus in een ander daglicht, dat van een pseudo-intellectuele papegaai.

In de jaren ’90 verscheen er in de VS en Groot-Brittannië een reeks boeken uit de conservatieve hoek die de intelligentie, geschiedenis en cultuur van Zwart Amerika en Afrika onder vuur namen. Er wordt wel eens betoogd dat in Nederland alles jaren later pas aanvangt. In dat licht bezien zou het best zo kunnen zijn dat het boek van Emmer de aftrap is van een stortvloed aan publicaties die af tracht te rekenen met de filosofie van activistische Afrikaans-Caribische mensen waar conservatief wit Nederland zich dood aan ergert.

Neem bijvoorbeeld het beruchte boek The Bell Curve. Emmer’s recente publicatie kan gezien worden als de historische aanvulling op The Bell Curve. Waar de auteurs van The Bell Curve ʽwetenschappelijkʼ vanuit de psychologie trachtten te bewijzen dat mensen van Afrikaanse komaf inherent achterlijk zijn tracht Emmer dat te doen vanuit de geschiedenis. Vanuit een verschillende insteek propageren beide boeken dat Afrikanen inherent achterlijk zijn. Ook al is Emmer’s onderbouwing boterzacht en flinterdun, zijn boodschap gaat er desondanks bij bepaalde groepen blijkbaar in als zoete koek. En helaas, als mensen iets maar vaak genoeg vernemen dan gaan ze het geloven.

In de publicaties van professor emeritus Pieter Cornelis Emmer wordt zoals vermeld aangegeven dat het verzet tegen de slavernij door de slaafgemaakten zelf wel mee viel. Dat is zoals we eerder uitgebreid uiteen hebben gezet in Gezegend en vervloekt zwaar bezijden de waarheid. Heden ten dagen is het Piet Emmer die de kolonisatie van de geschiedschrijving over de slavernij en de kolonisatie met alle mogelijke middelen gekolonialiseerd tracht te houden. Wel, al was het maar om te voorkomen dat er over 300 jaar in de geschiedenisboekjes wordt geschreven dat er nauwelijks een weerwoord werd geproduceerd contra de geschiedvervalsing van Piet Emmer is het bestrijden van de WIC-mentaliteit wenselijk.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Piet Emmer en de WIC-mentaliteit (3)


Het nieuwste boek van professor emeritus Piet Emmer is nog erger dan we hadden durven vrezen. We wisten reeds dat Emmer geen specialist is in het (Nederlandse) slavernijverleden, maar iemand die zich gespecialiseerd heeft in het bagatelliseren van het (Nederlandse) slavernijverleden, maar tegenwoordig gaat hij zover om het kolonialisme ronduit te verheerlijken. Emmer tracht alles waar Zwarte mensen erkenning of trots uit kunnen ontlenen te razeren. In synopsis: Zwarte mensen hebben nooit en te nimmer iets gepresteerd, en witte mensen hebben Zwarte mensen nooit fundamenteel gedwarsboomd, maar juist een flinke duw in de rug gegeven door hen beschaving bij te brengen en ontwikkelingshulp te verschaffen.

De transatlantische slavernij was niet zo wreed, kende relatief weinig slachtoffers, en heeft Europa nauwelijks welvarender gemaakt. De slavernij was goed voor Afrika omdat Afrika door het vertrek van miljoenen mensen minder monden hoefde te voeden. De slaafgemaakte Afrikanen hebben met hun verzet geen bijdrage geleverd aan hun eigen bevrijding (de slavernij is afgeschaft dankzij de genade van deftige witte heren), er is geen verband tussen de slavernij en het kolonialisme tot de huidige problemen van Zwarte mensen wereldwijd. Sterker nog, het kolonialisme was opgeteld en afgetrokken goed omdat het moderne beschaving heeft gebracht. De culminatie van het boek is een betoog over niet-Westerse immigratie dat opvallend goed aansluit bij het programma van partijen als de PVV en FvD.

Emmer beschuldigt iedereen die vraagtekens zet bij zijn eurocentrische versie van de geschiedenis van onwetenschappelijkheid en emotionaliteit. Maar hoe moeten we dan diens eigen emotionaliteit plaatsen? Hij grossiert in sarcasme en ad hominem aanvallen. Vanvught, Fatah-Black, Zihni Özdihl, van Stipriaen, Akwasi, etc., krijgen allemaal stoten onder de gordel toebedeeld. Terwijl je zou verwachten dat hij als zelfverklaard kampioen van de ratio zich puur zou beperken tot de feiten. Waarom gaat professor Emmer er met gestrekt been in à la Hans Kraay jr. tijdens diens hoogtijdagen als voetbalprof? is Emmer een wetenschapper of een emmerende en tierende voetbalhooligan?

Emmer beschuldigt zijn antagonisten er onder meer van bronnen te negeren die in strijd zijn met hun gewenste geschiedbeeld. Een klassiek geval van een verwijt van de pot aan de ketel. Als er iemand is die bronnen negeert die zijn gewenste geschiedbeeld ondergraven dan is het Emmer wel. Grote Zwarte wetenschappers als Eric Williams en Walter Rodney negeert hij compleet. En wel met de drogredenering dat zij geen wetenschappelijke onderzoeken hebben gepubliceerd, maar pamfletten. Maar hoe moeten we de emotionele geschriften van Emmer dan kwalificeren? Zeker na publicatie van zijn laatste schotschrift kan moeilijk ontkend worden dat hij de geschiedenis instrumentaliseert ten behoeve van xenofobe politieke partijen als de PVV en FdD.

Eigenlijk hebben we reeds in Gezegend en vervloekt de belangrijkste drogredeneringen van Emmer bediscussieerd. Echter, onlangs stelde een journalist Emmer een vraag betreffende zijn claim dat de interne Afrikaanse slavenhandel groter was dan de transatlantische slavenhandel. Emmer moest erkennen dat er geen overgeleverde documenten zijn die dat hard maken. Maar, zei hij, er zijn andere middelen zoals DNA-onderzoek waaruit dat af te leiden zou zijn. Hé, maar wacht eens eventjes, hier geeft Emmer ronduit toe dat er meer bronnen zijn dan hetgeen officieel op schrift is gesteld. Dus moet hij dondersgoed weten dat er genoeg bewijs is buiten de officiële, frauduleuze boekhouding van de WIC en VOC aangaande de overzeese welvaartvergaring door Nederland. Waaruit volgt dat Nederland veel meer welvaart buiten Europa heeft gegenereerd dan hij beweert.

Hierop aanvullend, in zijn boek betoogt Emmer dat de pogingen van de Britse marine om de illegale slavenhandel te bestrijden succesvol waren. Ondanks het feit dat het de illegale slavenhandel niet kon stoppen (Met de drugshandel lukt ons dat zelfs vandaag de dag niet, hoewel we nu over heel wat doeltreffender opsporingstechnieken beschikken dan rond 1800). Als Emmer het laatstgenoemde kan bedenken, dan had hij ook kunnen bedenken dat de officiële boekhouding van de WIC en VOC niks zegt. Tegenwoordig is boekhoudfraude nl. evenzo schering en inslag, ondanks veel betere opsporingstechnieken. Dus laat staan hoe onvoorstelbaar groot de boekhoudfraude was in vroeger dagen.

Onlangs werd Emmer de vraag gesteld wat volgens hem het doel van de geschiedenis is. Daarop gaf Emmer een vaag, weinig zinnig antwoord. Het kwam erop neer dat geschiedenis niet zo belangrijk is, omdat we er in het heden weinig aan hebben. Gezien het feit dat Emmer het belang van de geschiedenis niet inziet (of in ieder geval niet kan duiden) roept het de vraag op waarom hij zijn bloeddruk zo verschrikkelijk laat stijgen voor zoiets onbenulligs als geschiedschrijving? Desalniettemin, ondanks dat Emmer het zelf niet aangeeft kunnen wij uit zijn doen en laten wel afleiden wat volgens hem het doel van geschiedschrijving is: de status quo verdedigen.

Emmer tracht naam en faam te verwerven over de rug van de nieuwe publieke vijand: Afrikaans-Caribische jongeren die tegen racisme strijden. Emmer weet dat een groot aantal witte Nederlanders zich dood ergert aan het activisme van met name Afrikaans-Caribische jongeren. Hiermee lijken ze Marokkaanse jongeren te hebben afgelost als grootste vijand. Emmer heeft gezien hoe arabist Hans Jansen indertijd beroemd werd toen hij en public te keer ging contra de islam, en Emmer hoopt een zelfde soort van faam te verwerven door het belaste verleden van Nederland te ontlasten. Oftewel, wat Jansen bereikte met “Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten”, hoopt Emmer te verwezenlijken met “Het zwart-wit denken voorbij”.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Piet Emmer en de WIC-mentaliteit (2)


Eurocentrische poortwachters à la Piet Emmer voeren zoals aangegeven hun stokpaardje (dat men de hedendaagse zienswijze niet op het verleden mag projecteren), momenteel vet met kribbes vol haver. De bedoeling is de geschiedenis van het Westen in het algemeen en Nederland in het bijzonder dusdanig te overwoekeren met cultuurrelativisme dat er geen enkele serieuze kritische kanttekening geplaatst kan worden over ernstige misstanden uit het verleden. Oftewel, massamoordenaars als Coen en consorten verdienen eeuwige roem omdat ze roemruchtig zouden zijn geweest volgens toenmalige maatstaven. Daar mag men postuum absoluut niet over emmeren.

Echter, Piet Emmer en zijn vele fans aan de rechterkant van het politieke spectrum zijn klaarblijkelijk dol op turnen, aangezien zij zich met hun selectieve cultuurrelativisme in een dusdanige spagaat hebben gemanouvreerd dat Simone Biles er een puntje aan kan zuigen. In de echte wereld is men nl. furieus contra cultuurrelativisme. Aanpassen of oprotten is het devies. Er zouden slechts universele normen en waarden bestaan, en alle culturen die daar niet in assimuleren zijn achterlijk. Dat wordt wat Nederland betreft op zijn minst sinds Fortuin fortuinlijk luid en duidelijk in het politieke discours en de mainstream media gescandeerd. Dus waarom ineens deze dubbele standaard?

Los van het voorgaaande is het maar de vraag of menigeen die zich vereenzelvigt met het Westerse nalatenschap zoveel positiever denkt over de extra-Westerse mens als zijn voorouders van honderden jaren geleden. Nog steeds worden Zwarte mensen over één kam geschoren met aapjes, getuige de tekst op een sweater van een bekend Zweeds kledingmerk. Eveneens kan verwezen worden naar de apengeluiden die tot begin 21e eeuw ongestraft gescandeerd werden richting Zwarte voetballers (wat Nederland betreft werd er pas paal en perk gesteld aan beledigende spreekkoren toen een witte vrouw, Sylvie Meis, aan de beurt was). Wat dacht men van zwarte piet? Hoe kan het dat in de 21e eeuw de meerderheid der Nederlandse bevolking het beledigen van Zwarte mensen nog altijd als een verworven grondrecht beschouwt?

Vaak wordt heden ten dage betoogd dat racisme voorbehouden is aan de tokkies, maar niets is minder waar. Zo kon topjurist Rolph Gonsalves zich na de Tweede Wereldoorlog ongestraft schuldig maken aan martelingen, brandstichtingen en racistische moorden op Irian Jaya. Voor zijn overzeese optreden werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1986 werd hij zelfs gepromoveerd tot procureur-generaal. Toen aan de vele misdaden van Gonsalves in 1994 alsnog ruchtbaarheid werd gegeven door bepaalde media werden die door toenmalig minister Aad Kosto niet als een aanleiding gezien om maatregelen te nemen contra Gonsalves. Racistische moordenaar Gonsalves is dus vrijuit gegaan. Verder kon intellectueel Nederland zich in de 20e eeuw op drie grote schrijvers beroemen. Twee daarvan (W.F. Hermans en Gerard Reve) waren tot op het bot racistisch. Dat heeft echter weinig afbreuk gedaan aan hun naam en faam.

Elders in de Westerse wereld hetzelfde verhaal. Henry Kissinger was in de jaren ’70 nationaal veiligheidsadviseur en minister van buitenlandse zaken van de VS. In die hoedanigheid was hij schuldig aan de omverwerping van de democratisch gekozen Chileense president Allende om vervangen te worden door dictator Pinochet. Tevens was hij de drijvende kracht achter de Amerikaanse genocide in Vietnam. Desalniettemin mocht oorlogsmisdadiger Kissinger in 1973 de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nemen. Weer een andere Nobelprijswinnaar, Barack Obama, bombardeerde in 2011 het welvarende, progressieve Libië terug het stenen tijdperk in. Libië is in een dusdanige chaos vervallen dat er heden ten dage weer openlijk Zwarte Afrikanen worden verhandeld op slavenmarkten. Ondanks (of dankzij?) de vernietiging van Libië wordt Obama door menigeen nog altijd gezien als held.

Het is dus maar zeer de vraag of men in het Westen tegenwoordig noodzakelijkerwijs anders denkt over mensen van kleur en in het verlengde daarvan over ʽheldenʼ die mensen van kleur in woord, geschrift of daad onjuist bejegenen. Gezien hoe men heden ten dage kolonialistisch aandoende schurken vrijgeleides verschaft en decoreert, is het zeer de vraag of Coen vandaag de dag wel ter verantwoording zou zijn geroepen voor zijn misdaden. Als Gonsalves, Demmink, Kissinger, etc. weg kunnen komen met hun daden die het daglicht niet kunnen verdragen, waarom Coen niet? Het trieste is dat Piet Emmer’s opvolger over 300 jaar met precies dezelfde ʽhistorische contextʼ argumenten 20e eeuwse kolonialistische schurken als Colijn, Churchill, Kissinger, Truman, etc. zou kunnen gaan verdedigen. De door hun bedreven politiek zou in de 20e eeuw immers de gewoonste zaak van de wereld zijn geweest…

Grote verschil met vroeger is de publieke opinie. Tegenwoordig moet de politiek haar beleid tot op zekere hoogte verantwoorden aan het publiek. Vroeger was er geen democratie, dus hoefden regeringen zich in veel mindere mate te verantwoorden. Doordat de media de afgelopen jaren dankzij de digitalisering is gedemocratiseerd kan zelfs de stem van Zwarte mensen meer dan ooit gehoord woorden in het publieke debat. Waar Emmeraars in voorgaande eeuwen van een weerwoord van Zwarte mensen verschoond bleven, moet de huidige Emmer zich naar eigen zeggen heden ten dage dood ergeren aan Caribische jongeren van Afrikaanse komaf die in een slachtofferrol zouden kruipen en van al hun maatschappelijke falen de slavernij de blaam toekennen. Maar Emmer is verre van de enige die de meningsuiting van Afrikaans-Caribische jongeren onwelgevallig is. Zie hier Emmer’s recentste schotschrift om strijdbare Afrikaans-Caribische jongeren van repliek te dienen. Doch hoe lang zal de emmer te water gaan voordat hij barst?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Piet Emmer en de WIC-mentaliteit (1)


Professor emeritus Piet Emmer staat bekend als de grote kampioen van de eurocentrische geschiedschrijving aangaande het (Nederlandse) slavernij verleden. Zeg maar de pseudowetenschappelijke WIC-mentaliteit. In 2000 verwierf hij nationale bekendheid na de publicatie van zijn boek De Nederlandse slavenhandel 1500-1850, waarin hij de Nederlandse betrokkenheid bij de transatlantische slavernij schaamteloos bagatelliseert, hetgeen de Zwarte bevolking in Nederland verbijsterde. De bekende Zwarte Amerikaanse historicus dr. Leonard Jeffries is indertijd naar Nederland gekomen om met Emmer in debat te gaan, maar Emmer bleek te laf te zijn om acte de presence te geven.

Overigens, lang voordat de in 1974 gepromoveerde Piet Emmer een publiek figuur werd was hij reeds omstreden. Emmer was verbonden aan de Universiteit Leiden, en zijn colleges verliepen meer dan eens wanorderlijk omdat de studenten hevig protesteerden tegen zijn racistische prietpraat. Zelf schrijft hij daar het volgende over in zijn boek: “Twintig jaar geleden moest ik zelfs op een tafel klimmen om boven het lawaai uit te komen van studenten die mij uitmaakten voor geschiedvervalser, reactionair en racist.”

Er valt eindeloos veel op en aan te merken op het onderzoek van Emmer, maar probleem is dat Emmer´s onderzoek wel het predicaat wetenschappelijk heeft, hoe onduidelijk en oneigenlijk de redenen waarom dat gebeurt ook zijn. Feit is nl. dat op basis van zogenaamd wetenschappelijk onderzoek beleid wordt gemaakt. Emmer was harstochtelijk fan van de hartvochtige Minister van Vreemdelingenzaken en integratie Rita Verdonk. Hij wierp zich op als migratie expert en pleitte in publicaties voor de invoering van een tweederangsburgerschap voor immigranten.

Wel, Piet Emmer heeft een nieuw boek geschreven en werd onmiddellijk beloond door de mainstream media met podia om het te promoten. Het is een boek waarin hij ageert tegen een aantal speerpunten van de (Nederlandse) antiracisme beweging waaraan hij zich mateloos ergert, zoals meer aandacht voor het slavernij verleden, het ontsokkelen van standbeelden van historische schurken, en zwarte piet. Let wel, we hebben het nieuwe boek van Emmer nog niet gelezen, maar wel kennis genomen van zijn merkwaardige uitspraken gedaan op de radio en opgetekend door landelijke dagbladen, waarin hij zich andermaal opwerpt als een soort van Nederlandse variant van holocaust-ontkenner David Irving.

Zo kon vernomen worden dat Emmer traditioneel verkondigde dat de transatlantische slavernij niet zo erg was, een minimale bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse economie, laat staan dat het een impact had op het bewustzijn van de gemiddelde Nederlander. Daarom zou het ook niet nodig zijn er meer aandacht aan te besteden (economisch, sociaal en cultureel heeft de slavenhandel weinig tot niets aan Nederland veranderd, dus meer aandacht lijkt me onnodig). Bovenal moeten de verantwoordelijken door historici met fluwelen handschoenen worden aangepakt omdat slavernij indertijd als normaal werd beschouwd. Tot overmaat van ramp gaat Emmer zelfs zover om het kolonialisme te vergoeilijken door met droge ogen te beweren dat het moderne beschaving heeft gebracht.

In analogie: het nazisme was niet zo slecht, want het heeft de ontwikkeling van de moderne medische wetenschap en technologie bespoedigd. De experimenten van nazi-artsen op Joden hebben veel nuttige kennis opgeleverd. De slavenarbeid waar nazi-wetenschappers en ingenieurs als Werner von Braun gebruik van maakten heeft mooi wel gezorgd voor een spectaculaire technologische vooruitgang waar ook de Joden nu van profiteren. Ook zou niet meer geoordeeld mogen worden over de misdaden van het nazisme, omdat ze binnen de context van nazi-Duitsland als normaal werden beschouwd: Hitler is immers democratisch aan de macht gekomen, dus wat konden die individuele nazi´s er nu aan doen dat ze handelden zoals ze handelden?

Met andere woorden, als Piet Emmer het lef had om precies zo om te gaan met het nazisme als dat hij omgaat met de transatlantische slavernij dan was hij allang en breed opgesloten achter slot en grendel op een dieet van water en brood. Op twitter werd dan ook terecht opgemerkt door Reimar von Meding: “Dat historici als Piet Emmer nog bestaan is wel heel erg kwalijk. Geschiedenis alleen in “historische context” bekijken betekent niks willen leren. Zo ken ik nog wat historische fouten die door bepaalde historici opzettelijk genuanceerd worden…”

Bovendien, er is wel vaker opgemerkt dat Emmer´s bewering dat ʽiedereenʼ de slavernij in de dagen van weleer volstrekt normaal vond zeer de vraag is. De slaafgemaakten zelf waren evident een hele andere mening toegedaan, anders zouden er niet zoveel slavenopstanden zijn geweest (zie: Gezegend & vervloekt, blz. 109-210). Maar voor een hardcore eurocentrist als Emmer zijn de bevindingen van Zwarte mensen volstrekt irrelevant. Zowel die van de slaafgemaakten als die van de huidige generatie. Zo negeert Emmer het onderzoek van Zwarte wetenschappers consequent en consulteert hij slechts het werk van zijn eurocentrische collega´s. Deze benadering maakt tunnelvisie onvermijdelijk.

Wedermaal, we hebben het nieuwe boek van Piet Emmer ter verdediging van de WIC-mentaliteit nog niet gelezen, maar de voortekeningen vrezen echt het allerergste. Piet Emmer lijkt te vinden dat alle standbeelden van koloniale schurken volkomen terecht zijn omdat ze naar de maatstaven van hun tijd Nederland eer en glorie hebben verschaft en de wereld buiten Europa moderne beschaving. Het begrip voortschrijdend inzicht lijkt Emmer volkomen vreemd te zijn. Vandaar al zijn oeverloze geëmmer op hetzelfde aambeeld. In het etymologisch woordenboek staat bij emmeren: “emmeren [zaniken, neuken] {1901-1925} oorspr. gezegd van huzaren, die staande op een omgekeerde emmer geslachtsgemeenschap met een paard zouden hebben. Voor de betekenisovergang naar ‘zaniken’ vgl. lullen en dreutelen.” Dus dat.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

Een nieuwe Iraanse lente


In 1953 werd de regering van de Iraanse nationalist Mohammed Mossadegh omver geworpen door de CIA onder codenaam Ajax. De Cruijff van dit Ajax heette Kermit Roosevelt. Onder auspiciën van Roosevelt (kleinzoon van president Theodore Roosevelt) werd Mossadegh pootje gelicht. Hierop kwam de weg vrij voor Reza Shah Pahlevi om de nieuwe machthebber van Perzië te worden. Mensen met een bijzondere interesse voor geopolitiek wisten allang dat het Anglo-Amerikaanse imperium Mossadegh een duwtje had gegeven, doch op 4 juni 2009 werd hetgeen officieus algemeen bekend was officieel bevestigd door president Obama: de VS had de democratisch gekozen regering van Mossadegh omver geworpen. Sterker nog, in 2013 bleek onherroepelijk uit gedeclassificeerde CIA documenten dat het Anglo-Amerikaanse imperium achter de coup zat die Mossadegh kopje onder deed gaan.

Het lot van de regering Mossadegh is echter alles behalve uniek. Na de Tweede Wereldoorlog (maar ook al daarvoor) heeft het Anglo-Amerikaanse imperium talloze regeringen de nek omgedraaid. Zowel openlijk als undercover. Wat de CIA met Mossadegh had gedaan was zo algemeen bekend dat men er haast niet meer onderuit kon om het aan de grote klok te hangen. Anderzijds had die openheid van zaken ook een lichtje moeten doen branden bij het naïeve grote publiek: “Oké, het is nu officieel, Mossadegh is gewipt door het imperium, maar als Mossadegh gewipt is, hoeveel leiders zal het imperium nog meer gewipt hebben?”

Oftewel, opstanden zijn vaak niet waar de media ze op doet lijken. Zo brak er enkele jaren geleden een tsunami aan revoltes uit in de Arabische wereld. De mainstream pers plakte er het romantische etiket Arabische lente op. Uiteindelijk wist slechts Bashar Assad met behulp van Rusland ter nauwer nood het hoofd boven water te houden. Dat kan niet gezegd worden van progressieve, Pan-Afrikaanse regeringen zoals die van Libië, die zwaar werden gedemoniseerd om vervolgens onder luid gejuich van het misleide Westerse publiek te worden getermineerd.

Naast het gemisinformeerde Westerse publiek werd opmerkelijk genoeg eveneens het door de Yankees intens gehate bewind van Iran vrolijk van de val van Moammar Khadafi. Niet in ogenschouw nemend dat Iran zelf gegadigde was om het volgende slachtoffer van Anglo-Amerikaanse agressie te worden. Hiermee kreeg Khadafi stank voor dank. Vergeten was namelijk dat Khadafi Iran in de jaren ´80 juist steunde toen het in een oorlog verwikkeld was met Irak. Triester nog, Iran was in 2009 zelf reeds geconfronteerd geweest met een kleurenrevolutie, die toendertijd gedoopt werd tot de groene revolutie. Maar het bewind der Ayatollah´s maakte er korte metten mee.

Het kenmerkende van de huidige massaprotesten in Iran is dat de eisen van de protesteerders wel erg nauw aansluiten bij de geopolitieke agenda van het Anglo-Amerikaanse imperium en Israël. Zo eisen ze bijvoorbeeld dat Iran zich niet meer bemoeit met de Palestijnse kwestie. Natuurlijk, Iran kent economische problemen, en dat is rede tot onvrede. Maar hoe kan dat een reden zijn om een buitenlands beleid te eisen dat het Anglo-Amerikaanse imperium en Israël in de kaart speelt?

Is na de Arabische wereld Iran nu wederom aan de beurt? Na de Arabische lente wederom een Iraanse lente? Een CIA kleurenrevolutie? Maar wat was ook alweer een kleurenrevolutie? Dat is een methode ontwikkeld door Anglo-Amerikaanse inlichtingendiensten om een vijandige regering op vreedzame wijze omver te werpen. Na grondig onderzoek werd ontdekt dat als men o.a. een charismatische leider heeft, een pakkende slogan, en een sterk symbool (vaak refererend aan een kleur), etc., het mogelijk is grote massa´s onwetende jongeren op de been te krijgen om te fungeren als vijfde colonne. De CIA kan onwetende jongeren als makke schaapjes achter politici aan laten hollen eensgelijk ze voor popsterren zwijmelen. Het Westerse publiek ziet massaprotesten op tv en denkt dat die organisch zijn ontstaan. Het tegendeel is meer dan eens waar.

De huidige protesten vingen naar alle waarschijnlijkheid aan als legitieme protesten tegen de economische problemen waar Iran momenteel mee worstelt. Problemen die in belangrijke mate terug te voeren zijn tot de door de VS opgelegde boycot. Maar aan de gebruikelijke, aan de CIA gelieerde instituties en individuen hebben het vervolgens gekaapt om het om te vormen tot een kleurenrevolutie. Iran is hiermee in een vicieuze cirkel gemanouvreerd: mede door de Anglo-Amerikanen opgelegde boycot hapert de economie, dat levert veel onvrede op waardoor er een vruchtbare bodem ontstaat om CIA kleurenrevoluties te creëren. Iran doet er niet moeilijk over om dat soort kleurenrevoluties hard neer te slaan, hetgeen dan weer een argument is om het land nog hardere sancties op te leggen. Totdat er uiteindelijk een kleurenrevolutie komt die wel succesvol is.

Of het imperium zoveel geduld heeft is weer de vraag. De praktijk wijst uit dat als het niet lukt om een onwelgevallige regering undercover omver te werpen, dat uiteindelijk zonder blikken of blozen het Amerikaanse leger het klusje komt klaren. Saddam Hoessein is daar eerder achter gekomen. Grootschalige internationale verontwaardiging mocht niet baten. Schaamteloos werd er een casus belli bij elkaar gelogen gerelateerd aan het bezit van chemische wapens. Precies hetzelfde zou Iran kunnen overkomen. Ondanks het feit dat er wel het één en ander valt aan te merken op zowel het binnen-als buitenlandse beleid van de huidige Iraanse machthebbers is het zeer de vraag of je moet willen dat de Anglo-Amerikanen gaan bepalen wie de nieuwe leiders van het land worden. In buurlanden Irak en Afghanistan kunnen ze daar over meepraten.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De eurocentrisering van de Joods-christelijke traditie


De laatste jaren wordt er door bepaalde politici bij voortduring een beroep gedaan op de zogenaamde Joods-christelijke traditie. Ongeacht of de politici in kwestie en hun congregaties nu belijdend christelijk zijn of niet. De Joods-christelijke traditie zou namelijk het fundament zijn van de door hen als superieur beschouwde Westerse beschaving. Deze trend was voor een professor emeritus oude geschiedenis van de VU reden om te trachten zijn licht erover te doen schijnen in Advalvas (het universiteitsblad van de VU). Daarbij stelt hij in de eerste plaats terecht dat de Bijbel op zijn beurt veel extra-Joodse invloeden kent. Vervolgens relativeert de professor emeritus die bewering weer door te suggereren dat die invloeden veelal terug te leiden zijn tot enerzijds Mesopotamië en anderzijds Griekenland en Rome.

Dit is zeer interessant, aangezien betreffende professor emeritus geheel conform de eurocentrische traditie de Afrikaanse invloeden op de Westerse beschaving compleet negeert. Alsof hij verhaalt over de oorsprong van het voetbal zonder Engeland ook maar te noemen. Recentelijk nog hebben wij nog het boek Boterzacht en Flinterdun gepubliceerd, om een tegenwicht te bieden tegen de oneigenlijke argumenten die het eurocentrische establishment bij iedere gelegenheid die zich voordoet de wereld in pleegt te slingeren. De recentste uitgave van Advalvas liet weer eens blijken dat dat hard nodig is. In Boterzacht en Flinterdun worden vooral de Afrikaanse invloeden op Griekenland en Rome bediscussieerd, wat niet wegneemt dat we als het zo uitkomt net zo makkelijk kunnen publiceren over de Afrikaanse invloed op de zogenaamde Joods-christelijke traditie.

Weet de betreffende professor emeritus simpelweg niets over de Afrikaanse connectie met de Bijbel of weet hij het wel maar verkiest hij het om de lezers van Advalvas doelbewust te misleiden? Zo geeft de Bijbel aan dat de eerste christen een Ethiopiër was. Er valt te lezen in Handelingen 8: 27: “En hij stond op en ging. En zie, een Ethiopiër, een kamerling, een rijksgenote van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, haar opperschatbewaarder, was naar Jerusalem gegaan om te aanbidden.” Die Ethiopiër was in die zin de eerste christen omdat het christendom voorheen een exclusief Joodse sekte was. De bekering van de opperschatbewaarder gaf het christendom voor het eerst het universele karakter waar het later zo prat op zou gaan.

Bovenstaande is slechts het topje van de ijsberg. Onbevooroordeelde egyptologen als Gerald Massey hebben erop gewezen dat er zoveel als 200 overeenkomsten zijn tussen het narratief van Jezus Christus en de Osiris-Horus cyclus. Dan valt te denken aan zaken als de aankondiging van de komst van de verlosser, de onbevlekte ontvangenis, het bezoek aan het kind door drie wijzen; welk verhaal te bewonderen valt in de Mesjkentempel, gebouwd 1500 v.j. Daarnaast verrichtte evenals Jezus Osiris wonderen, stierf Osiris om de mensheid te redden en stond nadien dessalniettemin weer op uit de dood.

Bovendien kan erop gewezen worden dat historicus Malcolm Hutton onlangs helder heeft gemaakt dat ons woord kerst terug te leiden valt tot het Egyptische woord krst, hetgeen volgens Hutton rustende betekent, refererende aan een overleden persoon. Om die reden was het woord krst dan ook in hiëroglyfen te lezen op de meeste sarcofagen van gemummificeerde lichamen. Tevens werden gemummificeerde lichamen ook wel de gezalfden genoemd, hetgeen weer verwees naar het uitgebreide balsemingsproces. Het woord ´gezalfde´ gebruiken huidige christenen ook, en wel in zijn Hebreeuwse vertaling als Messias en zijn Griekse vertaling als ´Christós´ [Christus]. Verder kan erop gewezen worden dat de tien geboden uit de Bijbel grotendeels afgeleid zijn van de 42 negatieve biechten van de oude Egyptenaren. Gesteld kan zelfs worden dat de Bijbel, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, grotendeels vertalingen zijn van Het dodenboek.

Het is niet vreemd dat de joods-christelijke traditie fundamenteel is beïnvloed door de Egyptenaren, aangezien dat gewoon in de Bijbel valt te lezen. In de Bijbel staat dat de Israëlieten 430 jaar in Egypte verbleven, en dat hun grote leider Mozes opgevoed en opgeleid was aan het hof van de farao. Zo beschouwd had een ieder die in staat is verbanden te leggen zelf kunnen bedenken dat het simpelweg niet anders kan dan dat de Israëlieten en hun heilige geschriften doordrenkt waren met Afrikaanse invloeden. Het is opmerkelijk dat een professor emeritus dat compleet over het hoofd kan zien.

Tenslotte, xenofobe politici spreken zoals gezegd tegenwoordig gaarne over de Joods-christelijke traditie ipv de Westerse beschaving, maar waarom hebben eurocentrische oudhistorici daar een probleem mee? Xenofobe politici grijpen op deze wijze terug op de kruistochten. Lange tijd was het namelijk gebruikelijk om het over het christendom te hebben als men het gedeelte van de wereld ten noorden van Afrika en ten westen van Azië wenste aan te duiden, dat bovendien eeuwig in oorlog was met de islam. Daarnaast heeft de islamofobe factie bewust het woord Joods toegevoegd om te provoceren: moslims zouden immers bij uitstek antisemitisch zijn. Eurocentrische oudhistorici daarentegen wensen een renaissance van die goeie ouwe tijd dat alles terug werd gevoerd tot Griekenland en Rome. Dat maakt helder waarom betreffende professor emeritus zijn eurocentrische tunnelvisie over het onderwerp kwam profileren. Zodoende tracht de man bewust zijn bijdrage te leveren aan een eurocentrisch raamwerk waarbinnen gediscussieerd mag worden over de zgn. Joods-christelijke traditie. Daarbij toont hij bij omissie bewust of onbewust zijn grote onwetendheid over de fundamentele invloed van het antieke Afrika op de Bijbel door zich erudiet te profileren in Advalvas.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment

De Zwarte Santa Claus

Antiek portret van Sint Nicolaas


Nicolaas van Myra wandelde rond op aard in de 4e eeuw, maar van wanneer tot wanneer precies is niet geheel helder, aangezien de bronnen die naar hem refereren relatief laat en vaag zijn. Gedacht wordt dat hij omstreeks 280 werd geboren en op 6 december 342 definitief de ogen sloot. Aan Nicolaas worden talloze wonderen toegeschreven. Maar hij zou ook losse handjes hebben gehad. Zo zou hij volgens de legende als bisschop van Myra tot de aanwezigen hebben behoord van de historisch zeer belangrijke concilie van Nicea in het jaar 325. Deze concilie was speciaal uitgeschreven door keizer Constantijn om een richtingenstrijd in de kerk te beslechten. Sint Nicolaas zou op betreffende concilie uitgedeeld hebben. Dat wil zeggen, hij zou Arius—een beroemde Noord-Afrikaanse theoloog die de drie-eenheid ontkende—op een kaakslag hebben getrakteerd. Hierop zou Nicolaas van de concilie verwijderd zijn en in de kerker zijn geworpen.

Heden ten dage staat in de Lage Landen de vermeende, door Jan Schenkman toegekende huidkleur van de helpers van Sint Nicolaas ter discussie. Doch Jan Schenkman heeft waarschijnlijk naast de huidkleur van diens helper eveneens de huidkleur van de Sint zelf verkeerd ingeschat. Alhoewel Sint Nicolaas een symbool van polderlandse witte suprematie is, en het daarom voor de goegemeente volstrekt ondenkbaar is dat de Sint iets anders dan leliewit heeft kunnen zijn geweest, wordt Nicolaas van Myra in de oudst bekende portretten van hem afgebeeld als een man met een donkere huidkleur, hetgeen sterk suggereert dat de oorspronkelijke Nicolaas van Myra een Zwarte man was. Dit is voer voor traditionalisten!

In de loop der eeuwen verwierf de heilige Nicolaas naam en faam in gans Europa, en vanaf 1492 zelfs ver daarbuiten. Cristobal Colon vernoemde op zijn eerste reis reeds een door hem laten bouwen ford aan de kust van Haïti naar Sint Nicolaas. Het duurder echter nog wel even voordat Sint Nicolaas populair werd op het meest westelijke continent. In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt heeft de WIC-mentaliteit er niet rechtstreeks voor gezorgd dat Sint Nicolaas vaste voet onder de grond kreeg in de VS. Er is geen bewijs dat de Nederlandse kolonisten te Nieuw Amsterdam Sint Nicolaas gevierd hebben.

Net als de Nederlandse Sinterklaas begon de Amerikaanse Santa Claus pas in de 19e eeuw vaste voet aan de grond te krijgen. Santa Claus noch kerstmis waren aanvankelijk populair in Noord-Amerika (kerstmis werd geassocieerd met stomdronke, rellende menigtes). Duitse immigranten waren echter dol op zowel Sint Nicolaas als kerstmis. Tevens begonnen na de Amerikaanse revolutie New Yorkers met trots terug te grijpen op de Nederlandse oorsprong van hun stad, en werd een mythe gecreëerd dat de Nederlanders Sinterklaas hadden geïntroduceerd in New York. Evenzo Jan Schenkman met zijn kinderboek vorm heeft gegeven aan het huidige Sinterklaasfeest in Nederland hebben Amerikaanse collega kinderboekenschrijvers en cartoonisten (met name Thomas Nast) middels verschillende publicaties de Duitse Sancta Claus omgevormd tot de seculiere Amerikaanse Santa Claus. Zo hebben ze hem onder meer verhuisd naar kerstmis. Coca Cola bracht beginnende in 1931 de popularisering van Santa Claus zoals we die nu kennen naar the next level middels een reclamecampagne die decennia duurde. Hierdoor kreeg Santa een wereldwijde bekendheid en is hij zelfs in Europa de oorspronkelijke Sint Nicolaas gaan verdringen.

De vraag was echter, waarom moet Santa Claus altijd gespeeld worden door een witte man? Dit terwijl de (al dan niet) historische figuur waar Santa Claus uit ontstaan is naar alle waarschijnlijkheid een Zwarte man was, getuige de oudst bekende afbeeldingen van hem. Hoe dan ook, al meer dan honderd jaar spelen Zwarte Amerikanen Santa Claus. Wat niet wegneemt dat aanvankelijk de grote winkelketens en winkelcentra meenden het mainstream publiek te moeten verschonen van Zwarte Santa´s.

In de jaren ´60 begon de burgerrechtenbeweging te eisen dat Zwarte Santa´s acte de presence maakten in de grote winkelcentra. Managers van grote winkelketens betoogden op hun beurt dat het weigeren van Zwarte Santa´s niets van doen had met racisme maar dat ze simpelweg niet pasten in de traditie (waar hebben we dat argument eerder gehoord?). Leiders van de burgerrechtenbeweging hielden hen echter de volgende logica voor: “Als een warenhuis het niet denkbaar acht dat een Zwarte man Santa Claus kan spelen voor 30 dagen, dan is het voor hen helemaal ondenkbaar dat hij president of vicepresident kan zijn voor 365 dagen.” Het protest van de burgerrechtenbeweging boekte toch succes, getuige het feit dat in de loop van de jaren ´60 en ´70 er steeds meer Zwarte Santa´s in winkelcentra´s en warenhuizen begonnen te verschijnen.

Let wel, sinds de jaren ´40 verschijnen er al Zwarte Santa´s in warenhuizen gezeteld in traditioneel Zwarte wijken als Harlem. Vanaf de jaren ´60 werd dus de Zwarte Santa gedesegregeerd en ging ook het mainstream publiek steeds meer kennismaken met melaninerijke Santa´s. Met als hoogtepunt de verschijning van een Zwarte Santa in de Mall of America te Minnesota in 2016. Dat betekende een ware mijlpaal aangezien betreffende locatie het grootste overdekte winkelcentrum in de VS is. Resultaat was wel een vulkaanuitbarsting van racistische retoriek op de sociale media zoals we die ook kennen in Nederland van de zwartepietjihadisten: “Santa Claus is wit en moet wit blijven!” Opmerkelijk hoe een van oorsprong Zwarte heilige aan beide kanten van de grote plas een waar symbool kon worden van witte suprematie. Wat zou de mythe van witte suprematie zijn zonder culturele toe-eigening?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Posted in The Grapevine Publications | Leave a comment