De Zwarte opstand van 1981 (1)

Groot-Brittannië wist na de oorlog een imago op te bouwen een progressief land te zijn. Dit vooruitstrevende land meende bij tijd en wijle het vingertje te moeten heffen richting de voormalige kolonie aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan, alwaar racisme weelderig tierde. Maar niet alles was wat het leek. Eigenlijk hadden de Britten beter eerst eens goed in de spiegel moeten kijken, want het imperium was dan wellicht op zijn retour, dat wilde niet zeggen dat de mindset die onlosmakelijk verbonden is aan het belijden van kolonialisme verdwenen was uit Albion. Malcolm X himself bezocht Groot-Brittannië en constateerde dat bepaalde delen van het Verenigd Koninkrijk net zo openlijk racistisch waren als het zuiden van de VS.

Gechargeerd gezegd werden Zwarte mensen uit het Caribisch gebied na de Tweede Wereldoorlog in grote aantallen naar Groot-Brittannië gelokt om de rotzooi op te komen ruimen. De naoorlogse intocht ving aan in 1948 toen een schip genaamd de Windrush meer dan 800 mensen uit het Caribisch gebied naar Engeland bracht.

De koloniaal gesocialiseerde Caribische mensen dachten dat ze thuiskwamen, dat ze in het hoogbeschaafde moederland gingen wonen, maar ze kwamen van een koude kermis thuis. Al gauw bemerkten ze dat ze als tweederangsburgers werden behandeld. Bijvoorbeeld het verkrijgen van huisvesting was moeilijk, zo plaatsten verhuurders advertenties met de tekst: “Zwarten, Ieren en honden niet toegestaan!”, evenzo weigerden bepaalde werkgevers Zwarte mensen banen te verschaffen. Echter, veel Zwarte mensen wisten desondanks toch eigen huizen te bemachtigen door elkaar te helpen middels het kasmoni-systeem. In Bristol weigerde een vervoersbedrijf Zwarte chauffeurs aan te nemen hetgeen de Zwarte gemeenschap in 1963 inspireerde om naar voorbeeld van dr. Martin Luther King een bus boycot te organiseren. Onder druk van de media draaide het vervoersbedrijf uiteindelijk toch bij en nam in het vervolg Zwarte chauffeurs aan.

Eveneens had de Zwarte gemeenschap regelmatig last van gewelddadige aanvallen van racisten, meer dan eens oogluikend toegestaan door de politie. Activiste Claudia Jones raakte eind jaren ’50 geïnspireerd om een golf van geweld tegen de Zwarte gemeenschap om te zetten in iets positiefs: ze begon in 1959 het beroemde St. Pancras Hall carnaval (later verhuisd naar Notting Hill) om Zwarte en witte mensen samen te brengen. Doch het idealistische initiatief van mevrouw Jones ging niet altijd over het rozenpad die ze in gedachte had. In 1976 liep het carnaval van Notting Hill gigantisch uit de hand. Zwarte jongeren waren de oneigenlijke toepassing van geweld en het etnisch profileren van de politie zat en besloten wraak te nemen: er braken ernstige rellen uit waarbij 95 politieagenten gewond raakten. Dit werd door de pers gretig aangegrepen om de Zwarte gemeenschap te demoniseren. Desalniettemin, het was slechts een voorproefje van hetgeen nog zou volgen.

Ondertussen begon de beweging om Groot-Brittannië wit te houden te groeien. Niet in de laatste plaats werd hieraan voeding gegeven door (mainstream) politici die xenofobe uitspraken deden. Dit zagen allerlei racistische groepen zoals de British Movement, Column 88, en de SPG (speciale politie-eenheid) als groen licht om steeds meer terroristische aanvallen uit te voeren op de antiracisme beweging in het algemeen maar de Zwarte gemeenschap in het bijzonder. Met name reggaeparties (te luidruchtig) werden als excuus gebruikt om de Zwarte gemeenschap aan te pakken. Maar er was een diepere onderliggende reden: reggaemuziek zou mensen inspireren tot terroristische acties (lees: de muziek bevorderde een bewustzijn).

Op 18 januari 1981 vonden 13 Zwarte kinderen de dood op een huisfeestje te 439 New Cross Road, Londen. Ze waren levend verbrand. De autoriteiten beweerden dat de brand per ongeluk was ontstaan binnen het betreffende huis. Maar de Zwarte gemeenschap geloofde daar helemaal niets van, de Zwarte gemeenschap was er heilig van overtuigd dat het een terroristische aanval was van racisten. Het politierapport waarin geconcludeerd werd dat het een ongeluk was werd dan ook zwaar bekritiseerd door antiracisme activisten. Als reactie werd de protestactie Black People’s Day of action georganiseerd waarbij de deelnemers meer dan 25 km door Londen marcheerden. Onderweg passeerde men het hoofdkwartier van de rechtse krant The Sun. De journalisten van die krant lieten precies zien waar ze stonden door vanuit het raam racistische opmerkingen naar de activisten te schreeuwen. De mars eindigde helaas met een confrontatie met de politie. Dit gegeven greep de nationale pers aan om de organisatoren te demoniseren.

De politie reageerde begin april met een grootschalige actie van etnisch profileren genaamd Swamp 81, waarbij in korte tijd bijna duizend Zwarte jongeren zo maar werden lastiggevallen. Dit was de vonk die het kruit deed ontploffen. Een paar dagen na Swamp 81, op 10 april 1981, ving een opstand van Zwarte jeugd aan in Brixton. Wat eind jaren ’60 geschiedde in de VS kon blijkbaar net zo goed in Albion. Tot grote ontzetting van de Britse autoriteiten vond de grootste uitbarsting van geweld in de straten van de archipel plaats in honderden jaren tijd. Gedurende de ongeregeldheden raakten 299 politieagenten gewond. Daarnaast werden 61 particuliere auto’s en 56 politieauto’s vernietigd. Eveneens brandden 28 panden af en werden er 117 beschadigd en geplunderd. 82 mensen werden gearresteerd. Premier Thatcher sprak haar grote afschuw uit over de opstand en ontkende ten stelligste dat zaken als racisme en werkloosheid onderliggende oorzaken waren. Echter, dit was de aftrap van een reeks opstanden over Groot-Brittannië verspreid als reactie tegen het racisme dat welig tierde op het eiland.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Dit bericht is geplaatst in The Grapevine Publications met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.