Waarom is de president van Haïti vermoord?

Haïti werd op 12 januari 2010 getroffen door een verschrikkelijke aardbeving en viel vervolgens ten prooi aan het zogenaamde rampkapitalisme. Haïti was er sowieso reeds beroerd aantoe, maar dat werd in de nasleep van de natuurramp alleen maar erger. Het scenario dat in werking trad hebben we eerder omschreven als de tweede aardbeving die Haïti trof. Een ware zwerm van NGO´s onder auspiciën van de Clintons streek neer op Haïti maar gedroeg zich als een sprinkhanenplaag. De ramp in Haïti werd door betreffenden aangegrepen om fondsen te werven ter spekking van de eigen kas (van de gewerfde fondsen kwam uiteindelijk slechts een klein % ten goede van de bevolking van Haïti).

Opmerkelijk was dat na de aardbeving de muzikant Sweet Mickey (Michel Martelly) in beeld kwam in het politieke landschap. Sweet Mickey was een pionier van de Haïtiaanse muzieksoort genaamd compas (elders ook wel zouk genoemd). Sweet Mickey was echter geen Haïtiaanse versie van Bob Marley (dus iemand die het opnam voor de verworpenen der aarde), maar Sweet Mickey was een neoduvalist in hart en nieren. Refererende dus aan de dictatorsfamilie Duvalier, de Anglo-Amerikaanse marionetten die decennialang het Haïtiaanse volk genadeloos onderdrukten. Sweet Mickey kon het altijd uitstekend vinden met de Haïtiaanse leger- en politietop. Bij tijd en wijle wendde hij zijn muziek ook aan ter ondersteuning van de neoduvalistische Haïtiaanse elite.

In ieder geval, deze Sweet Mickey werd op 14 mei 2011 door de Clintons president gemaakt van Haïti. Er waren wel verkiezingen gehouden, maar die waren dusdanig dubieus dat die onmogelijk serieus te nemen zijn. Honderdduizenden kiesgerechtigden werden van het verkiezingsproces verbannen, duizenden stembiljetten zijn verscheurd, kiezers geïntimideerd, etc. In de eerste ronde van de verkiezingen eindigde Sweet Mickey als derde. Door klassenjustitie mocht hij toch deelnemen aan de eindronde, en die wist hij wonderbaarlijk genoeg wel te winnen. Dat hield in dat de OAS hem uitriep tot winnaar. Maar de CEPR (Center for Economic and Policy Research) concludeerde later dat die beslissing politiek gemotiveerd was vanwege de ontelbare onregelmatigheden waar de verkiezingen mee kampten. Sweet Mickey was dus een Anglo-Amerikaanse marionet die tijdens zijn presidentschap braaf de belangen diende van het Anglo-Amerikaanse kapitaal (daarom werd hij ook door de Clintons naar voren geschoven) en zich schuldig maakte aan gigantische corruptie.

In 2016 stapte de impopulaire Sweet Mickey op en werd op 7 februari 2017 vervangen door partijgenoot Jovenal Moïse. Ook Moïse kwam dankzij grootschalige verkiezingsfraude aan de macht. Officieel kreeg hij in de tweede ronde 32,8% van de stemmen, maar exitpolls wezen uit dat hij in werkelijkheid slechts 6% van de stemmen had gekregen. Moïse bleek een nog grotere boef te zijn dan Sweet Mickey. Maar waarom doet het Anglo-Amerikaanse imperium zo haar best om Haïti op te schepen met marionetten?

De media hebben het eeuwig en altijd over de armoede van Haïti, maar het paradoxale is dat Haïti de meeste miljardairs schijnt te hebben van het Caribisch gebied. Hetgeen suggereert dat er in het straatarme Haïti veel te halen valt. Dat klopt. Haïti bezit over grote hoeveelheden goud en olie. Mede om die kostbaarheden te bemachtigen heeft het Anglo-Amerikaanse imperium er alle belang bij om marionetten als Sweet Mickey en Moïse aan te stellen als zetbazen. Het klassieke VOC-kolonialistische verhaal: een collaborerende plaatselijke elite pikt een graantje mee maar de massa van de mensen in het land blijft straatarm, terwijl dat gezien de potentie aan waardevolle grondstoffen in de bodem in principe niet hoeft.

Moïse werd aan het Haïtiaanse electoraat verkocht als een succesvol zakenman. Hij zou bemiddeld zijn geworden dankzij zijn bananenplantage. Maar in werkelijkheid was deze onderneming een dekmantel voor drugshandel. De gruwelijkheden van de Duvalier-dynastie maakten onder Moïse een renaissance: Moïse zette gewapende bendes in om geweldloze tegenstanders (mannen, vrouwen en kinderen) op straat te liquideren door gewapende bendes. Moïse zou volgens de grondwet op 7 februari 2021 moeten opstappen maar verlengde op eigen houtje zijn mandaat tot eind 2022. Dat was zacht uitgedrukt niet bevorderlijk voor zijn toch reeds schamele populariteit. Te midden van massale protesten tegen zijn bewind gooide hij tot overmaat van ramp olie op het vuur door publiekelijk op te scheppen dat hij gewoon bleef zitten waar hij zit en dat ze hem toch niet weg konden krijgen.

Doch op 7 juli jongstleden bleek Moïse toch niet zo onaantastbaar als hij dacht en werd in zijn eigen huis vermoord door buitenlandse huurlingen. Wie erachter zit? Het zou van alle kanten kunnen zijn gekomen. Wellicht had de drugswereld nog een appeltje te schillen met ʽde bananenmanʼ. Wellicht waren het elementen vanuit het volk van Haïti die afgerekend hebben met hun wrede dictator. Maar het waarschijnlijkste is dat het Anglo-Amerikaanse imperium met hem heeft afgerekend omdat hij buiten de lijntjes begon te kleuren. Moïse begon nl. via Sergey Melik-Bagdasarov, de Russische ambassadeur te Venezuela, toenadering te zoeken tot betreffend Zuid-Amerikaans land. Eveneens bracht hij op 17 juni 2021 vergezeld door een grote delegatie een officieus bezoek aan Turkije. Rusland en Venezuela zijn vijanden van het imperium en de relatie met Turkije is de laatste tijd behoorlijk bekoeld vanwege het gegeven dat de vriendschap van Turkije met Rusland groeiende is. In ieder geval, Moïse is beslist geen martelaar van het Haïtiaanse volk: hij is sowieso niet van kant gemaakt omdat hij vocht tegen het Anglo-Amerikaanse imperium ten gunste van eigen volk en vaderland.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Waarom is de president van Haïti vermoord?

De erfenis van Biz Markie

Biz Markie (Marcel Theo Hall) is niet meer. De Hip-Hopclown blies op 16 juli jongstleden zijn laatste adem uit. De Biz werd op 8 april 1964 geboren in Harlem, New York, maar groeide op in het forensengebied Long Island. In 1978 kwam hij voor het eerst in aanraking met Hip-Hop middels een mixtape van de rapgroep de L Brothers (in principe werden er in 1978 nog geen rapplaten gemaakt, maar tapes van rapgroepen circuleerden wel reeds onder de (Zwarte) jeugd van de metropool New York).

Vanaf begin jaren ´80 begon de Biz naam en faam te maken in de Hip-Hopscene. Hij werd vaak gevraagd als dj voor party’s. Maar waarmee hij zich vooral onderscheidde was zijn beheersing van de kunst van het beatboxen. Midden jaren ´80 was er een ware een beatboxhype en Biz werd samen met Doug E. Fresh en Buff Love van de Fatboys gerekend tot de allerbeste beatboxers. Dit is een hoogtepunt uit de carrière van de Biz die heden ten dage nog wel eens wordt vergeten. Weer een ander talent van Biz was scouten. Zo ontdekte hij Big Daddy Kane, die algemeen gezien wordt als één van de beste rappers ooit.

Desalniettemin, Biz bereikte niet zomaar de top. Daar kwam hij vooral dankzij zijn doorzettingsvermogen. Zo wilde Biz in contact komen met de legendarische producer Marley Marl (uitvinder van het samplen), tevens dj van het indertijd door Mr. Magic gepresenteerde populaire radioprogramma Rapp Attack. Biz ging keer op keer langs bij het appartement van Marley in Queensbridge en bleef daar net zo lang wachten totdat Marley eindelijk acte de presence gaf. De Biz bleef wel zes, zeven, acht uur wachten. Als Marley eindelijk ten tonele verscheen, zei hij doodleuk tegen Biz: “Kom morgen maar terug!”. Een normaal mens zou dan niet meer terugkeren, maar de Biz kwam naar verluidt tot wel vijfmaal toe braaf terug, totdat Marley hem uiteindelijk een kans gunde. Aldus mocht Biz toetreden tot de Juice Crew, een collectief van superrappers dat eind jaren ´80 onder auspiciën van Marley Marl de rapmuziekindustrie zou gaan domineren (zoals de Wu Tang Clan dat medio jaren ´90 zou doen). Waarna zijn carrière in een stroomversnelling geraakte en zodoende wraak kon nemen op zijn vapors.

De Biz was voor het eerst op plaat te horen als beatboxer van Roxanne Shanté in Def Fresh Crew, maar zijn eigen debuutsingel was Make the music with your mouth (1986). In 1988 kwam zijn debuutalbum Going off uit. Biz Markie was geen rapper van de buitencategorie, maar hij was wel degelijk een categorie apart. O.a. door zijn toewijding. Zo had hij een zeldzame plaat nodig voor een bepaalde track. Biz belde stad en land af, maar niemand had hem. Uiteindelijk werd hij getipt over een winkel die Afrikaanse muziek verkocht. Biz bleef ´s nachts voor de deur slapen en meteen toen de zaak open ging kocht hij de ganse voorraad van betreffende plaat op. Hieraan toevoegend, Biz had een uitstekend oor voor samples. Hij kon een vaag geluidje horen en wist meteen van welke plaat het afkomstig was: alsof hij iedere plaat op de wereld uit zijn hoofd kende. Bovenal, in een tijdperk dat de meeste rappers niet verder kwamen dan het bluffen over zichzelf kraakte Biz vrolijke noten door zich te onderscheiden als de clown van Hip-Hop. Zo maakte hij lang voordat de Duitse bondscoach Joachim Löw er ʽberoemdʼ mee werd reeds een vunzig nummer over neuspeuteren. Voor komisch effect rolde Biz tijdens een optreden in het Apollo via een gigantische neus het podium op.

Biz zijn grootste hit is Just a Friend van zijn album The Biz Never Sleeps (1991). Maar zijn album I Need a Haircut kan bestempeld worden als een waar keerpunt in de geschiedenis. Er werd aanvankelijk hartstochtelijk gelachen om de grappige hoes waarop een kapper met kettingzaag te aanschouwen is, maar het lachen zou niet slechts Biz Markie maar de hele rapmuziekindustrie spoedig vergaan toen Gilbert O´Sullivan Biz voor de rechter sleepte voor het oneigenlijk samplen van zijn muziek. O´Sullivan zegevierde. Het gevolg was dat Hip-Hop nooit meer hetzelfde klonk. Samplen werd in het vervolg namelijk peperduur. Een plaat als A Nation of Millions van Public Enemy, waarin ontelbare samples waren gebruikt kon nimmer meer gemaakt worden. Desalniettemin vatte Biz zijn nederlaag luchtig op en noemde zijn volgende album All Samples Cleared! (voor alle samples is betaald!). Op een clowneske wijze refererende dus aan zijn juridische nederlaag (1993). Wat niet wegnam dat de affaire zijn rapcarrière serieus beschadigd had.

Nadat zijn rapcarrière officieus over was vond Biz zichzelf opnieuw uit als o.a. acteur en dj. In 1997 werden de rollen van het samplen omgedraaid toen niemand minder dan de Rolling Stones Biz Markie´s stem sampleden in hun nummer Anybody Seen My Baby. In hetzelfde jaar kwam de contemporaine rapgrootheid Snoop Dogg als eerbetoon met een cover van zijn klassieker Vapors. Alhoewel Biz zichtbaar bleef in de media werd hij nooit meer zo beroemd als eind jaren ´80, begin jaren ´90. In 2020 kreeg Biz nog een dagelijks radioprogramma op Rock the Bells, het radiostation van LL Cool J, maar er begonnen vanaf april 2020 geruchten de ronde te doen dat hij leed aan diabetes. De biz heeft het dus niet mogen redden. Moge de clown die met een serieus doorzettingsvermogen de humor in Hip-Hop introduceerde in vrede rusten.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van Biz Markie

Voetbalracisme komt thuis

Tot uitzinnige vreugde van de plaatselijke voetbalfans had Engeland de finale bereikt van het EK voetbal 2021 in voetbaltempel Wembley. Want de bakermat van het voetbal smacht naar een inernationaal succes. Er is een tijd geweest dat Engeland het internationale voetbal domineerde en iedere willekeurige ploeg met knikkende knieën de degens kruiste met de nationale elf van Albion. Maar het tijdperk dat Engeland schier onverslaanbaar was ligt inmiddels meer dan honderd jaar achter ons. Bovendien, Engeland kon in de dagen van weleer vooral domineren vanwege de zwakke oppositie aangezien het internationale voetbal nog in de kinderschoenen stond. De eilandnatie heeft desalniettemin altijd het aureool behouden van een topvoetballand. Niettegenstaande dat de laatste honderd jaar slechts één grote trofee werd veroverd en dat deze hoofdprijs alweer 55 jaar geleden (op dubieuze) wijze in de prijzenkast van de FA belandde. Deze karige prijzenkast is het aureool die rond het klassiekste voetballand ter wereld hangt onwaardig, vandaar dat gesmacht wordt om voetbal eindelijk weer eens ʽthuisʼ te brengen.

Over thuis gesproken, wie horen er eigenlijk thuis in het Engelse elftal? Tot 1978 was een plaats in het Engelse elftal een privilege dat toebehoorde aan witte mannen. Maar in november 1978 maakte Nottingham Forest speler Viv Anderson zijn debuut, waarmee hij de eerste Zwarte speler was die op het hoogste niveau de nationale kleuren mocht verdedigen op het voetbalveld. Naast zijn historische uitverkiezing was hij ook met zijn club uitermate succesvol. Met Forest promoveerde de geboren en getogen Engelsman in 1977 naar de First Division (voorloper Premier League) en werd een jaar later meteen kampioen. Vervolgens won hij met Forest tot liefst twee maal toe de Europa Cup I (voorloper Champions League), in 1979 en 1980. In deze periode maakte Anderson naam en faam als betrouwbare verdediger die ook nog eens belangrijke goals maakte in het beste team van Europa, waardoor de Engelse bondscoach simpelweg nog heel moeilijk om hem heen kon.

Viv Anderson en andere Zwarte pioniers in het Engelse voetbal waren voortdurend het slachtoffer van racisme vanuit het publiek (apengeluiden, toegeworpen bananenschillen, etc.). Maar met zijn selectie opende Anderson de deur voor vele andere Zwarte voetballers met een Brits paspoort. Zoals John Barnes, die in 1987 en 1989 voetballer van het jaar werd, of Paul Ince, die in 1994 aanvoerder werd van het Engelse elftal.

Ondertussen zijn Zwarte voetballers niet slechts in Engeland, maar in vertegenwoordigende elftallen van een reeks Europese landen een alledaags beeld. Zelfs Oost-Europese landen selecteren tegenwoordig Zwarte voetballers. Ironisch genoeg was het indertijd fascistische Portugal één van de eerste landen die gretig gebruik (en misbruik) maakte van spelers van Afrikaanse komaf. Met penaltyspecialist Eusebio voorop bereikte het zodoende zelfs op een haar na de finale van het WK ´66. In 2016 maakte een Zwarte voetballer de winnende goal voor Portugal in de EK finale. Nederland schopte het in 1988 tot Europees kampioen met een Zwarte aanvoerder en Frankrijk werd zelfs tot tweemaal toe wereldkampioen en een keer Europees kampioen met een selectie vol Zwarte voetballers.

Zolang er gewonnen wordt gedogen Europese legioenen Zwarte spelers in hun teams. Mocht dat niet het geval zijn dan kunnen ze vervallen tot oerdriften. Daar kan met name Clarence Seedorf heel goed over meepraten. De man miste een penalty in de kwartfinale van het EK ´96 (en een paar maanden later opnieuw tegen Turkije) en wordt sindsdien verguisd door het Nederlandse publiek. Anderzijds, Marco van Basten miste eveneens de beslissende penalty en wel op het EK ´92. Frank de Boer miste op het EK 2000 zelfs twee penalty’s in een wedstrijd waardoor Nederland werd uitgeschakeld door het catenaccio van Italië. Terwijl Seedorf, de succesvolste Nederlandse clubvoetballer ooit, gehaat werd met een passie werden zowel van Basten als Frank de Boer in de armen gesloten en beloond met het bondscoachschap.

Een parallelle uitkomst lijken we recentelijk te hebben aanschouwd in Albion. Ook al in 1996 trachtte en smachtte Engeland voetbal ʽthuisʼ te brengen. In de halve finale van het project stuitte Engeland op erfvijand Duitsland. Ook deze ontmoeting mondde uit in een penaltiereeks. De beslissende penalty voor het thuisland werd gemist door Gareth Southgate, waardoor Engeland opnieuw door die verrekte Duitsers uit een groot toernooi werd gestuiterd. Maar ieder nadeel bleek ook nu zijn voordeel te hebben aangezien Southgate later dat jaar zijn cruciale misser kon exploiteren door samen met twee andere witte Engelse penaltymissers (Stuart Pierce en Chris Waddle) te verschijnen in een reclame van pizza hut. En zoals we weten is diezelfde Gareth Southgate de huidige bondscoach van Engeland.

Engeland heeft dus een geschiedenis met het missen van penalty’s. Verschil met vroeger is dat in 2021 de mannen die faalden vanaf 11 meter niet wit waren maar melaninerijk. Waar de falende witte spelers omarmd werden als ongelukkige slachtoffers van een bedrijfsrisico werden de missende Zwarte penaltyschieters na het traditionele Engelse echec op de sociale media bejegend als oorlogsmisdaders die op Neurenberg berecht hadden moeten worden. Dit terwijl het Engelse team tijdens het EK zich juist bij uitstek sterk heeft gemaakt om de boodschap van BLM te verspreiden. Maar hoeveel volwassener is het publiek geworden sinds de doorbraak van Viv Anderson? Eindstand: ʽvoetbalʼ kwam niet thuis, maar het voetbalracisme kwam thuis. Met die nuance dat het traditionele Engelse voetbaltrauma deze maal als excuus werd aangewend om hetgeen onderhuids altijd al gespeeld heeft digitaal van de daken te schreeuwen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Voetbalracisme komt thuis

De Zwarte opstand van 1981 (2)

De opstand te Brixton van april 1981 bleek niet op zichzelf te staan maar de voorbode te zijn van een landelijke opstand van gemarginaliseerde (Zwarte) jongeren. Over het hele koninkrijk verspreid hadden Zwarte jongeren te maken met zaken als werkloosheid, etnisch profileren, oneigenlijk politiegeweld, terroristische aanvallen van racisten, etc. De vraag was, wie waren erger, de fascisten op straat of de politie. Want let wel, de politie sympathiseerde met de skinheads en liet hen zodoende oogluikend hun gang gaan (wat o.a. bleek in de nasleep van het tragische incident te 439 New Cross Road). Tussen 1976 en 1981 hadden racisten 31 Zwarte mensen vermoord, maar merkwaardig genoeg arresteerde de politie in de nasleep in de regel niet de daders maar de slachtoffers. Zelfs als er overweldigend bewijs was van racistische motieven bleef de politie keihard ontkennen dat betreffende moordpartijen een racistisch karakter hadden. Oftewel, zoals Linton Kwesi Jones zei, Inglan is a bitch. Niet slechts voor de eerste generatie Caribische immigranten maar net zo goed voor Caribische jongeren die in Groot-Brittannië waren opgegroeid. Dat sentiment werd nog eens bevestigd toen Margaret Thatcher in verkiezingstijd de fascistische partij National Front de wind uit de zeilen nam door te verkondigen dat Groot-Brittannië overspoeld werd door een vreemde cultuur, waarna ze premier werd…

Op vrijdag 3 juli 1981 werd in de Liverpoolse achterstandswijk Toxteth weer eens een Zwarte man hardhandig gearresteerd door de politie. Dit gebeurde voor de ogen van een menigte. De menigte reageerde woedend en in de confrontatie die volgde raakten drie politieagenten gewond. Het werd eventjes kalm, maar die kalmte bleek de kalmte voor de storm te zijn. Later in het weekend escaleerde het volledig. Toxteth veranderde in een waar oorlogsgebied. Jongeren gooiden naar hartenlust petroleumbommen en straattegels naar de politie. Daarnaast werd de in slagorde staande hermandad aangevallen met steigerpijpen om hun linies te doorbreken. De politie was uitgerust met lange schilden, maar die bleken beslist niet afdoende bescherming te bieden tegen de projectielen waarmee ze bekogeld werden, zeker niet de petroleumbommen. Deze opstand duurde negen dagen.

Gedurende die tijd zouden 468 agenten gewond zijn geraakt, zeventig gebouwen vernietigd en honderd auto´s uitgebrand. Naast dat er uitgebreid winkels werden geplunderd. Eveneens werden er 500 mensen gearresteerd (echter, latere schattingen hebben het over het dubbele aantal van gewonde agenten en het dubbele aantal vernietigde gebouwen). De politie te Liverpool was radeloos. Uit heel Engeland moesten er agenten opgetrommeld worden om de orde te herstellen. Toch lukte het niet. Waarna de Britse autoriteiten uiteindelijk wapens gingen inzetten die ze buiten Noord-Ierland nooit eerder hadden ingezet zoals waterkanonnen, gasgranaten en auto´s die met hoge snelheid menigtes inreden om die te verspreiden.

Een andere plaats waar de pleuris uitbrak was de wijk Handsworth in Birmingham en de Moss Side te Manchester, alwaar een menigte van duizend man een politiebureau omsingelde, alle ramen insloeg en twaalf voertuigen in de hens stak. Of Wolverhampton waar gevangenissen werden bestormd om gearresteerde kameraden te bevrijden. In totaal braken er in de hete zomer van 1981 opstanden uit in 35 plaatsen. Hoe dan ook, de gemarginaliseerde Caribische jongeren hebben de Britse autoriteiten verbaasd met hun inventiviteit en moed in juli 1981. Ze hadden Babylon op haar grondvesten doen schudden. Een hoge politiefunctionaris typeerde het als stedelijke guerillaoorlogsvoering. Het was de grootste uitbarsting van geweld in Groot-Brittannië sinds de 17e eeuwse revolutie. Cynisch gezegd had de Caribische jeugd geschiedenis geschreven.

Zorgde de opstand ervoor dat het racisme in het VK ten einde kwam? Neen. Zo bleef de media onverminderd Zwarte mensen demoniseren. Eensgelijk de Conservatieve Partij van premier Thatcher antipathiek bleef staan tegenover Zwarte mensen. Wat de Britse politie betreft, die liet zich zowel openlijk als in het geheim bijspijkeren door de Zuid-Afrikaanse politie over hoe men in Soweto opstandige Zwarte jeugd bestreed. Bijeffect van deze informatie was dat het Pan-Afrikaanse bewustzijn van Zwarte mensen in het VK vergrootte (apartheid in Zuid-Afrika is letterlijk ons probleem!).
Wat de opstand wel aanwakkerde is dat er sindsdien zowel buiten als binnen de Zwarte gemeenschap serieuzer nagedacht werd over de maatschappelijk positie van Zwarte mensen in Groot-Brittannië. Bijvoorbeeld door conservatieve politici als Lord Scarman (de man die een rapport schreef n.a.v. de opstand in Brixton), die o.a. pleitte voor het bevorderen van meer gemeenschapszin en het ontwikkelen van een Zwarte middenklasse.

Er kwamen nieuwe opstanden in 1985 en 2011, maar ondertussen ontwikkelden de Zwarte en Aziatische gemeenschappen een geweldloze strategie om middels een gat in het systeem hun positie te verbeteren. Zwarte en Aziatische activisten legden zich in grote mate toe op de lokale politiek en moedigden hun achterban aan om vooral te gaan stemmen. Zodoende kregen ze een vinger in de pap in vele gemeenteraden over het hele land verspreid. Eenmaal aan de macht gaven zij vele Zwarte en Aziatische mensen de kans om hogere functies te vervullen voor de gemeente. Bovendien kregen verschillende maatschappelijke organisaties subsidie toebedeeld.

De progressieve politiek op lokaal niveau viel allesbehalve in goede aarde bij conservatief Engeland en er kwam dan ook een stevig tegengeluid van de rechtse pers die zich afvroegen of die progressieve politici wel goed bij hun hoofd waren. Maar hoe dan ook, door die progressieve politiek op gemeentelijk niveau kregen meer mensen van kleur middenklasse banen toebedeeld dan immer voordien. Desalniettemin is het aantal Zwarte mensen dat maatschappelijk succesvol is nog immer relatief klein.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De Zwarte opstand van 1981 (2)

Slavernijgeschiedenis

Juneteenth, de viering van de afschaffing van de slavernij in de VS, is ter plaatse dus gepromoveerd tot nationale feestdag. 1 juli zou gezien kunnen worden als de Nederlandse variant van Juneteenth en het lijkt er steeds meer op dat ook 1 juli een nationale feestdag gaat worden te lande. Gezegd zou kunnen worden dat men van ver is gekomen. Aangezien de Nederlandse autoriteiten tijdenlang de jaarlijkse herinnering aan de emancipatiedag die ze zelf in het leven hebben geroepen hebben genegeerd. Maar na een verhitte maatschappelijke discussie en veel gelobby kwam er toch erkenning van lokale overheden en media, standbeelden en officiële spijtbetuigingen van de hoogste gekozen volksvertegenwoordigers.
De verheffing van Juneteenth tot nationale feestdag heeft activisten afkomstig uit de antizwartepiet beweging en radiostation FunX geïnspireerd om in Nederland van 1 juli een nationale feestdag te maken. Om dit doel te verwezenlijken zijn ze een petitie gestart die inmiddels reeds meer dan 40.000 maal ondertekend is. Hiermee hebben zij het vereiste aantal handtekeningen gehaald om een burgerinitiatief in te dienen in de Tweede Kamer. Wellicht gaat het niet meteen lukken, maar als de wind blijft waaien zoals hij momenteel waait dan lijkt het een kwestie van tijd dat 1 juli als officiële feestdag wordt erkend. Het voorgaande geeft maar aan dat de maatschappelijke belangstelling voor de geschiedenis van de trans-Atlantische slavernij groeiende is. Parallel hieraan is dus de roep om meer aandacht voor de slavernij in het onderwijs. Maar moeten we dat noodzakelijkerwijs wel willen?

Sowieso is het goed dat er erkenning van hogerhand komt voor de slavernij, maar houd wel in het achterhoofd dat 1 juli dezelfde kolonialistische ballast heeft als Juneteenth. Oftewel, het geeft de witte man de ruimte zichzelf op te werpen als nobele bevrijder. Het relateert niet aan de agency van de slaafgemaakten. Te meer omdat de mensen uit de (voormalige) Nederlandse koloniën zwaar zijn geïndoctrineerd met het idee dat de slavernij niet dankzij maar ondanks de inspanningen van de slaafgemaakten is afgeschaft. Want het kolonialistische onderwijs in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen heeft haar leerlingen generatieslang geïndoctrineerd dat Afrikanen vooral elkaar hebben verkocht, waaruit volgt dat Zwarte mensen zelf in de eerste plaats schuldig zijn aan de slavernij. Terwijl de nobele witte man het juist heeft afgeschaft!

In de (voormalige) koloniën leert men op school niet over de slavernij, maar men leert dat Zwarte mensen elkaar eeuwig en altijd verraden. Hetgeen een essentieel verschil is. Oftewel, men wakkert racistische zelfhaat aan onder het mom van ʽslavernijgeschiedenisʼ, want die slavernijgeschiedenis is geen waarachtige geschiedenis maar kolonialistische propaganda. Hoe gaat de natievorming bevorderd worden als Zwarte mensen met de paplepel ingegoten krijgen dat ze elkaar onmogelijk kunnen vertrouwen?

Echter, wat de geïndoctrineerde bevolking in de west niet verteld wordt is dat collaboratie met duistere machten niet beperkt is tot Zwarte mensen maar een universeel euvel is. Wat vele Zwarte mensen tot voor kort niet wisten is dat er ook een levendige handel was in witte Europese slaafgemaakten door de Arabieren en Turken. Dat gegeven wordt momenteel geregeld gebruikt door racisten die Zwarte mensen de mond willen snoeren in het maatschappelijk debat (wat zeuren jullie over slavernij? Europeanen waren ook slaafgemaakten!). Wat die racisten er echter niet bij zeggen is dat vele Barbarijse zeerovers afvalligen waren. Naar de moslims overgelopen Europeanen die vervolgens zelf Europeanen tot slaaf maakten. Zo waren de helft van de beruchte piratenkapiteins van Algiers overgelopen Europeanen. Maar om Zwarte mensen in de west een inherent minderwaardigheidscomplex in te wrijven is hen op school nimmer verteld dat er ooit witte slaafgemaakten waren, laat staan dat dat vooral kon door massale collaboratie van mede-Europeanen.

Dus als men om erkenning vraagt dan moet men niet blind om erkenning smeken om de vermeende erkenning, maar goed rekenschap houden met zowel de vorm als de inhoud. Als die schots en scheef zijn dan zal het geneesmiddel kwaadaardiger blijken te zijn dan de kwaal. Geschiedenisonderwijs kan een probaat middel zijn om de bewustwording en de natievorming te bevorderen, maar het kan dus net zo effectief aangewend worden om minachting te kweken en de natie te breken door een koloniale mindset te kneden. Natuurlijk, de geschiedenis van de Zwarte mens begint niet bij de slavernij. Dat hebben we reeds uitgebreid gedocumenteerd. Maar zelfs uit de geschiedenis van de slavernij kan de huidige generatie trots en waardigheid ontlenen. Mits men de nadruk legt op de agency van de slaafgemaakten zelf. Dus vooral les over de Zwarte verzetshelden, over de vaardigheden die de slaafgemaakten zelf ontwikkeld hebben en de grotere maatschappij hebben beïnvloed. Over hoe het Westen zich spectaculair kon ontwikkelen dankzij de trans-Atlantische slavernij, etc., i.p.v. de slaafgemaakten presenteren als passieve slachtoffers die gered zijn door nobele witte abolitionisten. Of de nadruk leggen op Zwarte collaborateurs en de indruk wekken dat in de wereldgeschiedenis slechts Zwarte mensen gecollaboreerd hebben met duistere machten.

Net zo goed het jammer is dat Suriname een ʽkoningsdagʼ omarmd heeft als emancipatiedag. Het verhaal waarmee de Surinaamse bevolking verlekkerd werd was dat Koning Willem III de slaafgemakten hoogstpersoonlijk de vrijheid had geschonken op 1 juli 1863. Generaties zijn met deze mythe opgevoed. De uitwerking was dat de Afrikaans-Surinaamse bevolking het Nederlands koningshuis eeuwig dankbaar was voor zijn vermeende altruïsme en moeilijk een vuist kon maken tegen de koloniale status quo. Dus in feite is 1 juli een emancipatiedag die misbruikt is als een knechtingsdag.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Slavernijgeschiedenis

Juneteenth

Sinds 17 juni jongstleden is Juneteenth een officiële nationale feestdag in de VS. Juneteenth refereert aan 19 juni 1865 en afgekort is June Nineteenth dus Juneteenth. Op die dag vieren traditioneel grote delen van Zwart Amerika dat de slavernij tot een eind kwam in de VS. Desalniettemin, er is discussie over de dag dat de slavernij werd afgeschaft in de VS. In ieder geval, op 19 juni 1865 arriveerden noordelijke troepen onder leiding van generaal Gordon Granger in Galverston, Texas. Granger las publiekelijk een verklaring voor afkomstig van de Amerikaanse regering. Verkondigd werd dat alle slaafgemaakten in de staat Texas vanaf dat moment vrij waren. Let op, dit hield niet in dat de slavernij nu juridisch geheel was afgeschaft. De slavernij werd pas officieel afgeschaft op 6 december 1865, toen het 13e amendement van de Amerikaanse grondwet werd aangenomen. Of alhoewel, de slavernij is nimmer geheel afgeschaft in de VS. Tot op de dag van vandaag kunnen delinquenten nl. gedwongen worden tot slavenarbeid. Iets waar het racistische prison-industrial-complex gretig van profiteert.

Een andere datum die vaak genoemd wordt in relatie tot de afschaffing van de slavernij in de VS is 1 januari 1863. De dag dat de op 22 september 1862 door Lincoln uitgevaardigde Emancipation Proclamation van kracht ging. In werkelijkheid werd geen enkele slaafgemaakte bevrijd door die Emancipation Proclamation. Lincoln bevrijdde slechts die slaafgemaakten in de gebieden waarover hij geen macht had. Dus die zich bevonden in de zuidelijke staten die zich af hadden gescheiden van de unie. In de zuidelijke grensstaten die trouw waren gebleven aan de unie mocht men gewoon slavernij blijven bedrijven.

Lincoln schafte de slavernij beslist niet af omdat hij principieel tegen de slavernij was. Lincoln was zelfs een grote racist. Hij schafte de slavernij af omdat hij niet anders kon. Het doel van Lincoln was de unie bijeen houden. Het liefste zonder de slavernij af te schaffen. Maar omdat het zuiden de oorlog dreigde te winnen schafte hij de slavernij toch maar af om zodoende de economische basis van het zuiden compleet te ondermijnen. Want hij moest echt iets ondernemen aangezien de wereldmachten Groot-Brittannië en Frankrijk op het punt stonden troepen te sturen om het Zuiden te steunen. Een provisie van de Emancipation Proclamation was ook dat Zwarte soldaten in het noordelijke leger dienst mochten nemen. Dat deden ze in grote aantallen, waarmee Zwarte Amerikanen agency toonden in hun eigen bevrijding.

Uiteindelijk durfden Groot-Brittannië en Frankrijk het toch niet aan om in te grijpen. Waarom niet? Omdat aartsvijand Rusland zich openlijk achter Lincoln schaarde en dreigde de Britse kolonie India aan te vallen. Hierop koos Groot-Brittannië eieren voor haar geld en dropen de West-Europese grootmachten op het laatste moment af. Zodoende kon Lincoln de burgeroorlog toch winnen. Generaal Lee gaf zich over in april 1865 en de Emancipation Proclamation kon opgelegd worden in de opstandige staten. Ook in het verafgelegen Texas dus op 19 juni 1865.

De Zwarte mensen in Texas begonnen vanaf 19 juni 1866 Juneteenth jaarlijks te vieren. Vanuit Texas verspreidde deze traditie in de volgende decennia naar andere delen van het land. Bijna alle staten hebben in de loop der tijd erkenning verschaft aan Juneteenth, welk proces dus culmineerde op 17 juni 2021 met de handtekening van president Biden waardoor Juneteenth nu nationaal erkend is…

De afschaffing van de slavernij in de VS heeft overigens alles te maken met Zwarte mensen elders, ook in Nederland. Zolang slavernij waar dan ook bestond vormde het een gevaar voor alle Zwarte mensen op aarde. Want ook na de emancipatie in bijvoorbeeld de VS moest men over de schouders blijven kijken. Het gevaar bestond nl. dat men gekidnapt werd en vervolgens verkocht in landen waar de slavernij nog immer legaal bestond, zoals Cuba of Brazilië. Vooral in havensteden werden Zwarte mensen meer dan eens gekidnapt, meegesmokkeld en elders verkocht. Dus waar de slavernij ook afgeschaft werd was in principe een overwinning voor alle Zwarte mensen ter wereld. De afschaffing van de slavernij in de VS was daarom ook een overwinning voor de mensen in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen en omgekeerd. Hieruit volgt dat 13 mei 1888 de internationale bevrijding van de trans-Atlantische slavernij is. Op die dag schafte Brazilië als laatste land in de Amerika´s de slavernij af.

Maar zoals we eerder hebben aangegeven, in tegenstelling tot Zwart Amerika en de Zwarte gemeenschap in Nederland heeft Zwart Brazilië de emancipatiedag die gerelateerd is aan de agency van de witte autoriteiten verworpen en een dag van emancipatie in het leven geroepen die gerelateerd is aan hun eigen agency, nl. 20 november, de sterfdag van de legendarische koning Zumbi (Zie Gezegend & vervloekt blz. 138-139). Door een dag van emancipatie te kiezen die refereert aan de agency van de witte autoriteiten gaat men eraan voorbij dat de slavernij vooral afgeschaft is door het verzet van de slaafgemaakte Afrikanen. We weten dat apologeten als Piet Emmer bij hoog en bij laag zweren dat de slavernij uit altruïstische motieven is afgeschaft door deftige witte heren. Als men vindt dat Emmer en co gelijk hebben dan zit er wat in dat de nakomelingen van de slaafgemaakten een emancipatiedag omarmen die refereert aan de vermeende agency van die deftige witte heren. Die houding getuigt opzich al van een slavenmentaliteit. Waarom kiest men niet net zoals Zwart Brazilië voor een emancipatiedag die refereert aan de eigen agency?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Juneteenth

Bananenmonarchie Nederland

Decennialang waren de politieke verhoudingen in Nederland stabiel en overzichtelijk. Zekerheidje was dat het CDA (of haar voorgangers) in de regering zat. De CDA was de almachtige christelijke middenpartij die kon bepalen of ze hun urbi et orbi gunden aan de VVD of de PvdA. Eens haalde de PvdA zelfs het ongelooflijke aantal van 51 zetels, maar het mocht niet baten. Want het Christen- Democratisch Apèl slaagde er toch in om betreffende partij uit het kabinet te vervloeken. Echter, het CDA-tijdperk duurde niet eeuwig maar kwam tot halt in 1994. Toen geschiedde het onmogelijke geachte. De politieke aartsvijanden PvdA en VVD vonden elkaar en vormden samen een regering. De CDA-regenten werd voor het eerst in de historie gedegradeerd tot de oppositie.

Het zogenaamde paarse kabinet van PvdA en VVD kon met name vorm krijgen omdat de PvdA publiekelijk haar ideologische veren afschudde en nota bene als werknemerspartij een neoliberaal beleid ging voeren. De spectaculaire economische groei van eind jaren ´90 ten spijt eindigde het paarse project uiteindelijk ʽonfortuinlijkʼ. Sindsdien is het polderlandse politieke landschap grillig. Verschillende nieuwe partijen van vrijbuiters zijn opgekomen en weer ten onder gegaan. Al bleek de VVD-afsplitsing van Geert Wilders een blijvertje.

Over de VVD gesproken, die blijkt de grote winnaar te zijn van het tijdperk na Pim Fortuin. Linkse partijen hebben vanaf 1994 gecollaboreerd met het neoliberale beleid van de VVD en mede daardoor is de kiezer momenteel klaar met die linkse partijen. De VVD is niet groot zoals de PvdA en de CDA eertijds groot waren, maar is eerder minder klein dan de andere partijen in het versnipperde politieke landschap. De VVD wint zogezegd bij verstek. Vooral dankzij een hondstrouwe achterban van kool-aid drinkers die ieder willekeurig schandaal waarmee de pathologische partijleugenaar van de Vereniging Van Dieven geassocieerd raakt met de mantel der liefde bedekt. Vooralsnog blijkt in Nederland naast de koning eveneens de premier onschendbaar.

Want politiek Den Haag blijft echt onverminderd van het ene in het andere schandaal rollen. Vergeet niet, naast Rutte’s Vereniging Van Dieven heeft ook regeringspartij het Crimineel Demagogisch Apèl daar blaam aan. De toeslagenaffaire is nog verre van opgelost, maar ineens blijkt CDA-prominent Sywert van Lienden VOC-mentaliteit getoond te hebben. Van Lienden importeerde ‘belangeloos’ ondeugdelijke mondkapjes uit de Oost. Maar toen het geld werd gevolgd bleken hij en zijn zakenpartners te hebben gejokt en er voor 19 miljoen euro op vooruit te zijn gegaan ten koste van de Nederlandse belastingbetaler.

Bovendien kwam het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in opspraak. Het ministerie o.l.v. CDA-prominent Hugo de Jonge bleek tijdens de coronacrisis van de boekhouding een grabbelton te hebben gemaakt. Volgens de Rekenkamer is van liefst 5,1 miljard aan belastinggeld niet helder hoe het besteed is. Volgens talloze naïeve Nederlandse staatsburgers lozen Hugo de Jonge en Mark Rutte Nederland uitstekend door de coronacrisis. Maar dat heeft door een chronisch gebrek aan prijskaartjes dus evident wel een prijskaartje. Omgekeerd, als de burger zoveel bonnetjes niet kan verantwoorden dan weten we hoe de fiscus hem financieel gaat uitkleden. Dat heeft de toeslagenaffaire wel uitgewezen.

Over de toeslagenaffaire gesproken, daarvan is de beerput inmiddels nog verder open gegaan. Topambtenaren bleken onlangs onder ede gelogen te hebben over hun wetenschap betreffende een geheim gehouden memo aangaande diezelfde toeslagenaffaire. Vervolgens bleek dat Rutte echt een precedent heeft geschapen. Liegen bestaat niet meer in de Nederlandse maatschappij. In navolging van het alfamannetje van de Nederlandse politiek debiteerden de hoge ambtenaren met droge ogen dat ze er geen herinnering meer aan hadden.

In politiek opzicht lijkt cynisch genoeg momenteel Kamerlid Pieter Omtzigt het grote slachtoffer te zijn van de toeslagenaffaire. Pathologische leugenaar Rutte en zijn kabinet lijken ondanks een storm van kritiek met de schik vrij te komen. Mede dankzij de volharding van Omtzigt kwam het toeslagenschandaal boven tafel, maar de man die volgens velen een held is zit nu met een burn-out thuis. Tot overmaat van ramp blijkt hij als stank voor dank achter de schermen uitgekotst te zijn door het CDA. Mede omdat hij zijn werk (te) goed deed zijn verschillende bewindslieden en hoge ambtenaren beschadigd en dat wordt hem door de politieke status quo—waar ook het CDA nog toebehoort—niet in dank afgenomen.

Zo mocht Omtzigt geen lijsttrekker worden van het CDA. Hugo de Jonge won officieel de lijsttrekkersverkiezing, maar er zijn sterke aanwijzingen dat die digitale verkiezingen gemanipuleerd zijn en Omtzigt de daadwerkelijke winnaar was. Zelfs toen Hugo de Jonge zich naderhand terugtrok als lijsttrekker werd hij als officiële nummer twee van de verkiezingen gepasseerd ten faveure van Wopke Hoekstra. De druppel die de emmer deed overlopen was een memo van Omtzigt waarop het (buiten de CDA) zeer gewaardeerde Kamerlid zich genoodzaakt voelde om zijn lidmaatschap op te zeggen. Uit de memo in kwestie viel o.a. op te maken dat Omtzigt binnen de partij werd bejegend met krachttermen die men normaliter toedicht aan voetbalhooligans, niet aan strak in het pak gestoken politici die zich elke dag de hele dag van het ABN bedienen.

De CDA lijkt te zijn gedegenereerd van een vlinder tot een rups. Van een deftige christelijke machtspartij die (op zijn minst naar buiten toe) normen en waarden hoog in het vaandel had en netjes op de centjes lette tot officieuze erfopvolger van de LPF dat rollebollend over straat gaat. Toch heeft het regeringsmacht. Kamerlid Pieter Omtzigt typeerde het goed: Nederland is een bananenmonarchie.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Bananenmonarchie Nederland

Oorlog in Ethiopië

In september 1974 werd het bewind van keizer Haile Selassi omvergeworpen door de dergue, een groep communistische legerofficieren. Na bloedige onderlinge conflicten binnen de dergue trok majoor Mengistu Haile Mariam in 1977 aan het langste eind en werd partijvoorzitter. Mengistu ging onmiddellijk een zeer repressief beleid voeren waarbij tienduizenden tegenstanders van zijn regime het leven moesten laten. Er ontstonden verschillende verzetsbewegingen, maar de TPLF uit Tigre groeide samen met het Eritrese Volksbevrijdingsfront uit tot de machtigste. Uiteindelijk wist een coalitie van verzetsbewegingen onder auspiciën van de TPLF de communistische dictatuur te verslaan in 1991. Daarnaast dwong Eritrea haar onafhankelijkheid af in 1993.

De nieuwe regering werd gevormd door het Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF in het Engels). Een verbond van verschillende regionale politieke partijen. Maar binnen de EPRDF was de TPLF uit de noordelijke deelstaat Tigre (7% van de totale bevolking) het machtigst. Zo was de van de TPLF afkomstige Meles Zenawi van 1991 tot zijn dood in 2012 de leider van het land. Al gauw kwamen naast de belangrijkste politieke en militaire functies ook de economie in handen van de TPLF.

Een groot deel van de bevolking voelde zich tijdens het bewind van de EPRDF echter achtergesteld. De TPLF propageert nl. een ultranationalistische ideologie in de geest van Tigre first. Onder het leiderschap van de TPLF werd de natievorming niet aangemoedigd maar juist ondermijnd. Met name premier Meles Zenawi oreerde dat de verschillende bevolkingsgroepen van Ethiopië onoverbrugbare verschillen kenden. Deze veronderstelling werd gebruikt als excuus om andere bevolkingsgroepen hard aan te pakken. Want dat zou nodig zijn om een genocide zoals in Rwanda in 1994 te voorkomen. Maar er kwam veel protest tegen de heerschappij van de TPLF, met name van de twee grootste bevolkingsgroepen van het land, de Oromo en de Amharen. Zij waren klaar met de politieke ongelijkheid, landonteigeningen en mensenrechtenschendingen. Het dreigde dan ook volledig uit de hand te lopen.

Na veel maatschappelijke druk en een handige politieke manoeuvre werd dan toch iemand van buiten de TPLF de leider van het land. In april 2018 werd Abiy Ahmed, afkomstig van de Oromo, premier van Ethiopië. Om de zonvloed te keren voerde hij vergaande hervormingen door. Toen hij zijn nieuwe kabinet presenteerde in oktober 2018 bleek die voor de helft uit vrouwen te bestaan. Idee daarachter was dat vrouwen minder corrupt zouden zijn dan mannen. Verder liet hij tienduizenden dissidenten vrij uit al dan niet geheime gevangenissen en ging in dialoog met antagonisten in het buitenland. Daarnaast deed hij beruchte antiterrorisme wetgeving in de ban die volgens critici in de regel op oneigenlijke grondslag werd toegepast. Ook niet onbelangrijk, hij verving een aantal TPLF-mensen die op sleutelposities zaten. Tevens stak hij de hand uit naar buurland Eritrea, waar Ethiopië sinds de onafhankelijkheid in 1993 mee in onmin leeft. Voor zijn toenadering tot Eritrea heeft Ahmed de Nobelprijs voor de vrede toegekend gekregen in 2019.

De groeiende impopulariteit van de EPRDF loste Ahmed op door de EPRDF op te heffen. Vervolgens werd er een nieuwe partij opgericht die niet meer op etnische leest was geschoeid. Aldus werd op 26 december 2019 de Pan-Ethiopische Welvaartspartij opgericht. Alle losse partijen die samen de EPRDF vormden hielden op te bestaan en smolten samen in de Welvaartspartij. Met uitzondering dan van de TPLF, de partij die de EPRDF altijd gedomineerd heeft.

Aangezien de TPLF een Anglo-Amerikaanse vazal is is logischerwijs noch de VS noch de TPLF content met de ontwikkelingen van de laatste paar jaar. In dat licht moet men ook de oorlog in Tigre aanschouwen en het geklaag van het Anglo-Amerikaanse imperium over het schenden van mensenrechten van het Ethiopische leger. Let wel, zoals in elke oorlog zullen er ongetwijfeld dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Maar toen de TPLF aan de lopende band mensenrechten schond vernam de wereld bijzonder weinig daarvan van de door Wall Street gecontroleerde media.

In het achterhoofd moet worden gehouden dat de TPLF alles uit de kast heeft gehaald om de hervormingen van Ahmed te dwarsbomen. Zo organiseerde het bijvoorbeeld in Tigre een illegale verkiezing en financierde het milities in verschillende delen van het land om chaos te creëren. Bovendien was het toch echt de TPLF dat de oorlog begon door militaire bases van het Ethiopische leger aan te vallen op 4 november 2020 waarbij veel Ethiopische soldaten sneuvelden en behoorlijk wat wapens werden buitgemaakt. Maar het Ethiopische sloeg snel terug en veroverde binnen 3 weken Mekelle, de hoofdstad van Tigre. Doch daarna brak de guerillaoorlog uit en het is maar de vraag of het Ethiopische leger die kan winnen. Ondanks de helpende hand van Eritrea.

Maar uiteindelijk voeren Ethiopië en de TPLF een ordinaire proxy-oorlog. Ethiopië speelt namelijk een centrale rol in de plannen die China in en met Afrika heeft. China investeert meer in de (opkomende) industrie van Ethiopië dan in dat van welk ander Afrikaans land ook. Met zijn 110 miljoen inwoners en groeiende middenklasse is het land tevens een interessant afzetgebied. Bovendien, vanuit Ethiopië kan China vrij makkelijk een brug slaan naar naburige, grondstofrijke landen. Ook van belang, Ethiopië is een oase: een relatief stabiel land in een chaotische regio (Somalië, Zuid-Soedan, Jemen, etc.). Althans, dat was het tot voor kort. Het is een oude geopolitieke wet dat als het Anglo-Amerikaanse imperium een land niet kan domineren dat het er als alternatief chaos gaat creëren.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oorlog in Ethiopië

De herdenking van Black Wall Street

Op 31 mei jongstleden was het exact honderd jaar geleden dat wellicht wel de meest dramatische pogrom uit de Amerikaanse geschiedenis aanving. Op die dag werd de Zwarte wijk Greenwood van de stad Tulsa in de staat Oklahoma met de grond gelijk gemaakt. Door een met vuurwapens bewapende racistische menigte. Vanwege het opmerkelijk succesvolle bedrijfsleven in Greenwood doopte de Zwarte leider Booker T. Washington—een groot voorstander van Zwart ondernemerschap—de betreffende wijk om tot Black Wall Street. Want Greenwood was als de Kalverstraat op het monopolyboard. Greenwood herbergde de welvarendste Zwarte gemeenschap van het land en was een bron van trots en inspiratie voor talloze Zwarte Amerikanen in het gehele land.

Helaas was Greenwood noch de eerste noch de enige Zwarte gemeenschap die slachtoffer werd van een pogrom. Bekend was wel dat individuele Zwarte mensen massaal zijn gelyncht door racisten, maar dat is niet het hele verhaal. Er zijn in de VS verschillende kristallnachten avant la lettre geweest. Meer dan eens zijn hele gemeenschappen geraseerd met de grofst mogelijke geweldsmiddelen voor handen.

Tot recentelijk was er zowel bij historici als de autoriteiten weinig belangstelling voor de kristallnacht van Tulsa Oklahoma. Desalniettemin, vanaf de jaren ´90 won het succesverhaal en tragische einde binnen de Zwarte gemeenschap steeds meer aan bekendheid. Black Wall Street begon eveneens door de huidige generatie Zwarte Amerikanen als een symbool van succes en een bron van trots omarmd te worden. Omdat er vanuit de grassroots zoveel ruchtbaarheid werd gegeven aan het verhaal van Black Wall Street kon de mainstream samenleving er steeds moeilijker omheen. Zelfs de belangrijkste politici van het land en in hun kielzog de media hebben inmiddels publiekelijk aangegeven weet te hebben van de pogrom van 1921.

Zo hield toenmalig president Donald J. Trump op 20 juni 2020 een rally in Tulsa. Dit viel alleen niet in goede aarde bij veel (Zwarte) activisten vanwege Trump´s geschiedenis van controversiële uitspraken en daden: Trump werd beschuldigd van opportunisme. Alle protesten ten spijt vond de rally gewoon doorgang. Hoe dan ook, gevolg van deze omstreden rally van de Donald was wel dat zelfs de mainstream media de pogrom niet meer kon negeren.

Wellicht mede geïnspireerd door de publiciteit die het jaar ervoor was gegenereerd door zijn voorganger meende de huidige president niet achter te kunnen blijven. Joe Biden was op dinsdag 1 juni jongstleden zelfs hoogstpersoonlijk aanwezig bij de herdenking van de pogrom van een eeuw eerder. Hiermee lijkt de weg vrij om de kristallnacht van Tulsa definitief onderdeel van het collectieve geheugen van de VS te gaan maken. Om te beginnen in de staat Oklahoma. Want de staat Oklahoma heeft lange tijd zelfs ronduit ontkend dat er een pogrom heeft plaatsgevonden op 31 mei 1921 in de stad Tulsa. Waaruit volgt dat het ook niet gedoceerd kon worden in het onderwijs.

De VS profileert zichzelf gaarne als de grote kampioen van de democratie en mensenrechten, maar de realiteit is natuurlijk weerbarstiger. Die realiteit tracht men te verbloemen. Zo is er een sterke conservatieve stroming die fel ageert tegen hetgeen zij “critical race theory” noemen. Hetgeen in synopsis omschreven kan worden als alles wat voor hen ongemakkelijk aanvoelt, alles wat hen aantast in hun gevoel van witte superioriteit. Dat kan bijvoorbeeld zijn hetgeen zij met veel dedain afrocentrisme noemen. Eveneens willen zij bijvoorbeeld niet dat er op school onderwezen wordt over de oorsprong, het karakter en de maatschappelijke impact van de slavernij, of pogroms zoals die in Tulsa, ook al wordt de onderwezen leerstof nog zo goed gestaafd. Men wil slechts onderwijs waarin kinderen geïndoctrineerd worden hoe geweldig Amerika was, is en zal zijn. Of anders gezegd, men wil datgene wat dr. Carter G. Woodson miseducation noemde handhaven. Om critical race theory te bestrijden worden speciaal pseudogeleerden met een vergelijkbare mindset als Piet Emmer gerekruteerd en gefinancierd om te trachten het compleet bespottelijk te maken met oneigenlijke argumenten (Zie Boterzacht & Flinterdun blz. 157-162). Tevens wordt de campagnekas van politici die het van scholen willen verbannen stevig gespekt.

Greenwood was een soort van mini Wakanda, met dien verschil dat het echt bestaan heeft (of nog steeds bestaat) en niet beschikte over onaantastbare wapentechnologie. Het interessante aan het Greenwoodverhaal is dat het gangbare racistische vooroordelen onderuithaalt. In de eerste plaats omdat het economische succes van de wijk laat zien dat een Zwarte wijk niet per sé synoniem hoeft te zijn met een getto zoals vaak wordt gedacht. Dat een Zwarte wijk i.p.v. hulpbehoevend zelfvoorzienend kan zijn. Het tragische einde van de gouden tijd van Greenwood is daarnaast in tegenspraak met het klassieke conservatieve narratief, dat Zwarte mensen niet noodzakelijkerwijs slachtoffers zijn van racisme maar vooral slachtoffers van hun eigen wangedrag en onvermogen.

De vernietigingsdrang waarvan Greenwood het slachtoffer werd bestaat helaas nog steeds. Tot op de dag van vandaag worden Zwarte gemeenschappen zowel binnen als buiten de VS vernietigd. Men kwam er al doende achter dat een pogrom slechte publiciteit oplevert, dus bedient men zich heden ten dage van een andere modus operandi. Het geeft minder gedoe als je bijvoorbeeld doelbewust een snelweg dwars door een Zwarte wijk aanlegt, zodat er een legitiem excuus is om die wijk met bulldozers te bewerken. Je kunt ook aankomen zetten met stadsvernieuwing en vervolgens de huren van de nieuwe generatie huizen dusdanig prijzig maken dat de oude bewoners het niet meer kunnen aftikken.

DJEHUI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De herdenking van Black Wall Street

De erfenis van Bob Marley (4)

De erfenis van Bob Marley (4)

Jamaica werd in 1962 officieel onafhankelijk. Maar die status bleek niet zaligmakend te zijn. Want zoals zovele voormalige koloniën werd het onmiddellijk gegrepen door de grijpgrage klauwen van het VOC-kolonialisme (neokolonialisme). Jamaica werd o.a. geëxploiteerd door Noord-Amerikaanse mijnbouwbedrijven. Om bauxiet te kunnen winnen moesten meer dan een half miljoen kleine Jamaicaanse boeren afscheid nemen van hun land tussen 1943 en 1970, waarna ze verhuisden naar stedelijke gebieden als Kingston en Montego Bay. Ook emigreerde men massaal naar Noord-Amerika en Engeland. Alhoewel de bauxietindustrie honderdduizenden mensen ontheemde bood het hooguit werk aan 10.00 mensen. Daar bovenop werd Jamaica zwaar onderbetaald door de buitenlandse mijnbouwbedrijven voor haar bauxiet, waardoor het weinig deviezen opstreek. Terwijl Jamaica die deviezen letterlijk broodnodig had omdat het ‘onafhankelijke’ Jamaica steeds afhankelijker werd van geïmporteerd voedsel. Tot overmaat van ramp groeide daarbij de werkloos dramatisch.

Tegen deze sociaaleconomische achtergrond begon Bob Marley’s muzikale carrière vorm te krijgen. Hij zag met eigen ogen de ellende van het VOC-kolonialistische waar de Jamaicaanse samenleving onder leed, leverde daar commentaar op en trachtte de mensen een hart onder de riem te steken. Echter, Bob Marley’s boodschap bleek universeel te zijn, want in talloze andere (voormalige) koloniën gebeurde in principe hetzelfde. Maar ook witte mensen die anti-establishment waren voelden Marley’s woorden. Om aan te geven waar hij stond trad Marley doorgaans op met afbeeldingen van Haile Selassie en Marcus Garvey op de achtergrond.

Marley had een ambivalente houding ten opzichte van de politiek. Hij zei wel niets te moeten weten van politricks, in de praktijk leek hij aanvankelijk toch Michael Manley van de PNP het voordeel van de twijfel te gunnen. Manley had nl. een hoofdrol gespeeld in de komst van Haile Selassie naar Jamaica waardoor hij een wit voetje had weten te halen bij de rastafaribeweging. Om de sympathie van de rasta’s verder aan te scherpen ging Manley zelfs met een stok lopen waarvan hij claimde dat het een geschenk was van de keizer van Ethiopië en begon zichzelf (ingefluisterd door Amerikaanse pr-mannetjes) Joshua te noemen en zijn grote rivaal Hugh Shearer ‘pharoah’. Waarmee hij zich van symboliek en retoriek bediende die de rasta’s aansprak. Mede dankzij de steun van de rasta’s won Manley de verkiezingen van 1972, maar dat neemt niet weg dat zijn beleid rampzalig was, daar deed de rastafarisymboliek die hij omarmde niets aan af.

De grote concurrent van de PNP was de JLP en beide partijen maakten rondom verkiezingen gebruik van knokploegen. Marley wekte de schijn in het kamp van de PNP te zitten omdat hij in 1971 kortstondig muziek maakte tijdens verkiezingsbijeenkomsten van betreffende partij. Los van zijn vermeende steun aan premier Manley bleef Marley de armen aanmoedigen tegen de status quo te vechten met liedjes als Get Up, Stand Up. In 1976 gaf Marley vlak voor de verkiezingen een gratis concert in Jamaica, maar de PNP wist dat concert dusdanig te framen dat het leek alsof het een concert was ter ondersteuning van diezelfde PNP. Dit kwam Marley duur te staan, want een paar dagen voor het concert werd er een aanslag op zijn leven gepleegd die hij ternauwernood overleefde. Wie zat erachter? De knokploegen van de JPL? Volgens Marley’s manager Don Tayler was het de CIA. Waarom zou de CIA het op Marley hebben gemunt?

Het jaar 1976 was het jaar dat Marley het radicale album Rastaman Vibration uitbracht, in een tijd dat het IMF Jamaica de duimschroeven kwam aandraaien en de Amerikaanse minister van BuZa Henry Kissinger het Caribisch gebied waarschuwde om Cuba niet te steunen in haar gewapende strijd in Angola tegen apartheid Zuid-Afrika. Rastaman Vibration bevatte nummers als Crazy Baldheads, waarin geageerd werd tegen de zware offers die het IMF eiste van Jamaica, War, dat delen bevat van een historische lezing die Haile Selassie in de VN heeft gegeven en bedoeld was als een steunbetuiging aan de Afrikaanse bevrijdingsstrijd. Dan hadden we nog niks gezegd over het nummer Rat Race, gericht tegen de CIA, waar de regering Manley indertijd openlijk mee collaboreerde. In betreffend nummer zingt Marley onverbloemd: “Rasta don’t work fe nuh CIA!”

Marley was behoorlijk geschrokken van de aanslag op zijn leven en verbleef daarom voor zijn veiligheid enige tijd in Londen. De ontstane situatie deed helaas de creativiteit van Marley geen goed, getuige het tegenvallende album Kaya die hij in deze periode produceerde.

Reggaemuziek in het algemeen en de koning van de reggae in het bijzonder bracht de Jamaicaanse elite in een lastig parket. Reggaemuziek zette het arme Jamaica internationaal op de kaart. Alleen niet helemaal op de manier zoals de 21 geprivilegieerde families het graag zagen. De elite wenste Jamaica in het buitenland zowel cultureel, somatisch als politiek te presenteren als een Westers aandoend land, maar de opmerkelijke haardracht en de antikolonialistische retoriek van de reggaesterren die Jamaica wereldwijde bekendheid verschafte maakte dat lastig. De elite wilde zich eigenlijk aansluiten bij het Anglo-Amerikaanse imperium om grote investeerders aan te trekken, maar door de atmosfeer die de internationale reggeasterren creëerden belandde Jamaica begin jaren ’70 in het anti-imperialistische kamp, het kamp dat zich o.a. fel afzette tegen de verderfelijke politiek van de apartheidsstaten Zuid-Afrika en Rhodesië. De Jamaicaanse elite vond het in principe fantastisch dat de Jamaicaanse muziek een serieus exportproduct was geworden, maar waarom beperkten de artiesten zich niet tot onbenullige liefdesliedjes en gingen ze niet netjes naar de kapper?

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Geplaatst in The Grapevine Publications | Getagged , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor De erfenis van Bob Marley (4)