Emmerisme

Gedacht werd dat het communisme in Nederland zo dood was als een pier anno 2020, maar tot ontzetting van pers, publiek en politiek bleek betreffende ideologie juist bezig te zijn met een opvallende opmars onder jongeren. Die opmars was dusdanig krachtig dat een politieke partij meende keihard in te moeten grijpen met als doel het onmiddellijk weer de kop in te drukken. Om zodoende bij tijds een bolsjewiekse revolutie van jongeren binnen de partij te verijdelen.

Na het einde van de koude oorlog schudde zelfs het traditioneel economisch linkse PvdA publiekelijk de ideologische veren af en ging als regeringspartij zonder schaamte een neoliberaal beleid voeren. Van dit beleid zijn vooral jongeren het slachtoffer. Ze merken bijvoorbeeld dat ze moeilijk vaste contracten bemachtigen en dat huizen onbetaalbaar zijn geworden. Dit zou de renaissance van het communisme in de polder verklaren.

Echter, een interview met zo’n jeugdige communist wekte de verontwaardiging van de beruchte emeritus hoogleraar Pieter Cornelis Emmer. Waar Emmer over viel was dat Auke den Otter het volgende zou hebben beweerd: “Racisme en slavernij vinden hun wortels in het kapitalisme”. Want Emmer sympathiseert als zoon van een groothandelaar sterk met het neoliberalisme. Dat valt duidelijk af te leiden uit zijn laatste boek (al stelt hij zich in deze niet op als een kapitalisme fanboy). Emmer is van mening dat racisme reeds bestond in de oudheid en dat kapitalisme niet tot slavernij leidt maar dat slavernij een voorwaarde was voor de opkomst van kapitalisme. Verder herhaalt hij zijn stokpaardje dat het Westen de slavernij afgeschaft heeft uit humanitaire overwegingen.

Als Emmer beweert dat racisme reeds in de oudheid bestond dan slaat hij de plank mis. Zeker, er waren mensen met vooroordelen, maar er was geen systeem met daaraan verbonden een ideologie dat uitmaakte dat je huidskleur je status en je lot bepaalde en aan bepaalde mensen priviliges verschafde op basis van hun huidskleur. Zover er vooroordelen bestonden werden die voornamelijk geuit ten nadele van de volkeren uit het noorden. Zo zei Cicero bijvoorbeeld dat de mensen in Groot-Brittannië zo ongelooflijk stom waren dat ze niet eens geschikt waren om als slaafgemaakten gebruikt te worden in een Grieks huishouden. Maar zo heersten er ook negatieve (en positieve) vooroordelen richting de volkeren uit het zuiden.

Aangaande Emmer’s bewering dat slavernij een voorwaarde is voor het ontstaan van kapitalisme haalt hij tot onze verbazing de beroemde Zwarte historicus (en latere president van Trinidad) Eric Williams uit de kast, een man wiens onderzoek Emmer in het verleden straal genegeerd heeft. Emmer blijkt echter opportunist genoeg om Williams toch maar van stal te halen als het hem uitkomt. Williams zou nl. een marxistische theorie uitgewerkt hebben. Waarmee Emmer meende het nieuwe communistische gevaar te attaqueren met hun eigen wapens.

Waar de Emmer mee besluit als uitsmijter is Nederland wedermaal te misinformeren dat de slavernij uit zuiver humanitaire redenen is afgeschaft door witte Engelse abolitionisten en dat dat hem een warm gevoel gaf met kerst, maar of wij warm moeten worden van Emmer’s grappenmakerij is weer iets anders. Dat Engelse propagandisten dat de gouden bladzijden uit de geschiedenis noemen wil natuurlijk niet zeggen dat het waar is. Zo schreef Hugh Thomas een boek van liefst 908 bladzijden waarin hij uitgebreid uitweidt over de abolitionistische beweging maar geen woord rept over de rol die opstanden van slaafgemaakte Afrikanen hebben gespeeld in de afschaffing van de slavernij.

Volgens Emmer heeft de Haïtiaanse revolutie geen invloed gehad op de afschaffing van de slavernij, maar gaat er compleet aan voorbij dat na de Haïtiaanse revolutie het aantal opstanden in de Amerika’s zo spectaculair toenam dat slavernij letterlijk steeds levensgevaarlijker en onrendabeler werd (legers op de been brengen om opstanden neer te slaan is duur). Dat is niet iets wat wij verzinnen, contemporaine bronnen geven zelf aan dat met name na een gigantische opstand in Jamaica in 1831 de autoriteiten zo bang waren geworden dat de slaafgemaakten vroeg of laat met succes het heft in eigen handen zouden nemen dat ze de slavernij zelf maar afschaften om de zonvloed voor te zijn. Zonder de zware druk die de slaafgemaakten zelf uitoefenden op het systeem zouden de Britse autoriteiten en de slavenhouders nooit hebben geluisterd naar de abolitionisten.

Racisme is er dus niet altijd al geweest, slavernij wel. Alhoewel slavernij bestond was het in principe nooit gebaseerd op huidskleur. Wat de neo-communisten wellicht bedoelen is dat het (proto) kapitalisme een slavernijsysteem stimuleert dat is gebaseerd op huidskleur en in het verlengde daarvan het wetenschappelijke racisme om dat racistische slavernijsysteem te legitimeren. Hetgeen overigens niet wil zeggen dat kapitalisme noodzakelijkerwijs het enige systeem is dat tot racisme lijdt aangezien vormen van racisme voordien reeds bestond in India en bepaalde delen van de Arabische wereld.

Het blijft wel opmerkelijk hoe de Emmer telkens weer opnieuw als een duveltje uit een doosje springt zodra iemand in de mainstream media iets beweert wat strijdig is met zijn eurocentrische kijk op de transatlantische slavernij. Ondanks dat de Emmer telkens opnieuw onderuit wordt gehaald blijft hij zijn eigen retoriek oneigenlijk proppageren als wetenschappelijk en dat van zijn antagonisten als emotie. We zouden met recht kunnen spreken van emmerisme. Waarmee we dus refereren aan mccartheyisme, een praktijk vernoemd naar de gelijknamige, machtige Amerikaanse senator die in de jaren ’50 van de vorige eeuw obsessief jacht maakte op communisten, zonder dat er noodzakelijk hard bewijs voor handen was.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy !

0Shares
0 0
Dit bericht is geplaatst in The Grapevine Publications. Bookmark de permalink.