Modi in de mode in India (1)

Momenteel is India in allerlei opzichten booming. Zo kan het subcontinent na de economische crisis van 2008 de afgelopen jaren weer een economische groei van 6-7% per jaar claimen. Daarmee is het de snelst groeiende grote economie ter wereld. De economie van India is momenteel groter dan die van Frankrijk en zelfs hard op weg om voormalig kolonisator Groot-Brittannië te verstoten als vijfde grootste economie ter wereld. Onder meer de Indiase IT industrie is tot ongekende hoogtes gestegen: India mag zichzelf de grootste IT exporteur ter wereld noemen. Bovendien kregen voormalige koloniale mogendheden Groot-Brittannië en Nederland reeds in 2007 vanuit India een psychologisch koekje van eigen deeg toen Tata Steel het Britse Corus overnam (en daarmee tevens de voormalige Koninklijke Hoogovens IJmuiden). Daarnaast bezit India met Bollywood de grootste filmindustrie ter wereld. Eveneens op sportief gebied boekt India ongekende successen. Zo is de nationale cricketploeg de laatste jaren uitgegroeid tot praktisch het beste ter wereld.

De politieke baas van India is Narendra Modi. In 2014 won Modi de verkiezingen overweldigend en in 2019 opnieuw. Dusdanig overweldigend dat hij de eerste premier sinds 1971 is die een eenspartij meerderheid kan claimen. Desalniettemin is niet alles rozegeur en maneschijn onder premier Modi. Modi heeft nl. de keuze gemaakt om niet de premier te zijn van alle Indiërs. De man is een overtuigd Hindoe-nationalist. Zijn partij is de BJP (Bharatiya Janata Party), welke voortkomt uit de RSS (Rashtriya Swayamsevak Sangh). Dat is een uit vrijwilligers bestaande, rechtse, paramilitaire Hindoe-nationalistische organisatie. Eensgelijk Geert Wilders heeft Modi een gruwelijke hekel aan moslims, maar eveneens van de Dalits (de enige naam die de onaanraakbaren aan zichzelf hebben gegeven) moet hij weinig hebben. Of eigenlijk laat Modi een ieder die geen Hindoe is behorende tot de hogere kastes gaarne in de kou staan in het warme India.

Betoogd zou kunnen worden dat premier Modi op democratische wijze een absolute meerderheid heeft verkregen. Maar wil dat ook zeggen dat een absolute meerderheid de absolute macht van het Hindoe-nationalisme rechtvaardigt? Zeker in subcontinent India—het land dat over een decennium de meeste inwoners ter wereld telt—kunnen zgn. minderheden in absolute zin gigantisch groot zijn en kunnen daarmee in politieke zin toch lastig gerelativeerd worden. Anders kunnen 500 miljoen (!) niet-Hindoes de komende jaren hun hart vasthouden. Bovendien druist Modi’s streven naar een Hindoe-heilstaat in tegen de bedoelingen van de grondleggers van modern India (Gandhi, Nehru en Ambedkar) die een seculiere staat voor ogen hadden waar in principe ruimte is voor een ieder.

De BJP behartigt de belangen van de Indiërs van hoge kastes en het grote kapitaal. Dat weerhoudt de populistische Modi er echter niet van om (met succes) de kiezer zand in de ogen te strooien door zichzelf te profileren als een man van het volk die tegen de elite ageert. De BJP moet niets weten van polderen. Zo karakteriseerde de tweede man van de partij de moslims openlijk als termieten.

Doch ondanks dat het beleid van Modi’s BJP eveneens de Dalits ronduit vertrapt heeft Modi desondanks de Dalitkiezer aan zich weten te binden. Zo zijn er een bepaald aantal zetels in de parlementen van India die speciaal gereserveerd zijn voor de Dalits om hen de kans te bieden hun grote achterstanden weg te werken. Eveneens is er een partij die speciaal opkomt voor de belangen van de achtergestelde kastes en volkeren, de Bahujan Samaj Party (BSP). Zo won in 2017 Modi’s BJP 75 van de 85 voor Dalits gereserveerde zetels in het parlement van deelstaat Uttar Pradesh (200 miljoen inwoners), en de BSP slechts drie. Dit werd als zeer verrassend beschouwd aangezien de Dalits 21% van de bevolking vormen van Uttar Pradesh. Getuigen de op 23 mei jongstleden bekend gemaakte historische overwinning van de BJP hebben de Dalits wederom massaal op de BJP gestemd. Ondanks dat Dalitleiders verkondigd hebben dat Dalits geen enkele reden hebben om op Modi te stemmen vanwege onder meer de hoge werkloosheid onder hen, de agrarische crisis en de oplopende kosten voor het levensonderhoud. Hierbij kan opgeteld worden dat de regering Modi het prediken van haat en het plegen van geweld tegen moslims en Dalits gedoogt of zelfs aanmoedigt. Dat alles laat vele Dalitkiezers dus koud. Tot verbijstering van de Dalitleiders hebben de Dalits dus blijkbaar wederom massaal Modi hun adhesie gegeven middels het stembiljet om zijn anti-Dalit en anti-moslimbeleid voort te zetten. Hoe heeft Modi dat voor elkaar gekregen?

De eerste maal wond Modi de Dalits om zijn vinger door te beloven om hun ellendige omstandigheden te verbeteren (is dus niets van terecht gekomen) en de tweede maal ogenschijnlijk door twee symbolische wapenfeiten. Ten eerste benoemde de BJP Ram Nath Kovind, een Dalit, tot president van India (het presidentschap in India is veelal een ceremoniële functie, bovendien is Kovind ondanks zijn Dalit afkomst een overtuigd Hindoe-nationalist) ten tweede waste Modi in maart jongstleden als verkiezingsstunt demonstratief de voeten van vijf Dalit schoonmakers. Maar waarmee Modi bij veel Indiase kiezers in het algemeen bonuspunten heeft gescoord is het bombarderen van moslimterroristen vertoevend op het grondgebied van het gehate buurland Pakistan.

De steun die de Dalits als onderdrukte groep aan Hindoe-nationalist Modi verschaffen is opmerkelijk doch verre van uniek. Als onderdrukking succesvol is dan gaat de onderdrukte zich met zijn onderdrukker identificeren en de status quo bestendigen. Dat is een triest maar bekend fenomeen.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in Column Djehuti-Ankh-Kheru. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *