Asantehene in Suriname

In 1943 bezocht prinses Juliana Suriname en afgaande op de overgeleverde beelden is het niet overdreven om te stellen dat de toenmalige inwoners van Suriname het gevoel hadden dat de heilige maagd Maria in het Amazonegebied was neergestreken. Het koloniale onderwijssysteem had haar werk blijkbaar uitstekend gedaan. Want Nederland exploiteerde en vernederde Suriname en haar bevolking reeds eeuwen. Dus zou het logisch zijn geweest dat een vertegenwoordigster van de meest vooraanstaande familie van dat polderland aan de Noordzee met pek en veren was besmeurd. Overigens, het buitenproportionele enthousiasme van de bevolking bleek geen incident want het werd herhaald bij een nieuw bezoek in 1955, toen Juultje inmiddels tot koningin gepromoveerd was. Iets vergelijkbaars wekte kroonprinses Beatrix op in 1958. In 1978 bezocht koningin Juliana (het inmiddels onafhankelijke) Suriname opnieuw en wederom werd ze verblijd met een ontvangst waar menig popster jaloers op kan zijn.

Niet slechts leden van de Nederlandse koninklijke familie zijn in Suriname met een heldenontvangst vereerd. Tot verbijstering van menigeen werden zelfs Robert Vuijsje en zijn entourage onthaald in Suriname als een voetbalploeg dat het WK had gewonnen. Wat waren de merites van Vuijsje? Zijn boek “Alleen maar nette mensen”, waarin hij mensen van Afrikaans Surinaamse komaf compleet door het slijk haalt, was verfilmd.

Onlangs vereerde Asantehene Osei Tutu II Suriname met een bezoek in het kader van srefidensi. Maar in tegenstelling tot de visite van figuren als Juliana, Beatrix en Robert Vuijsje wekte de komst van Osei Tutu II in Suriname veel weerzin op. De mensen waren boos over de hoofdrol die de Ashanti in de transatlantische slavernij zouden hebben gespeeld. Probleem met deze insteek is alleen dat het een selectieve verontwaardiging betreft. Want waar was de woede in Suriname toen Juliana—wiens familie een fortuin verdiend heeft aan het kolonialisme en de slavernij—of Vuijsje, die met zijn boek racistische vooroordelen uitvergroot en daarmee het hedendaagse racisme en VOC-kolonialisme rechtvaartdigt, Suriname aandeden? Of anders wel premier Balkenende? Protest ontbeert geloofwaardigheid als je selectief verontwaardigd bent. De vraag is dus of het protest contra Osei Tutu II wel oprecht was, want we menen een dubbele maat te bespeuren. Nogmaals, waar was de sociale onrust toen premier Balkenende Suriname bezocht in 2005 en 2008?

Volgens de geschiedenisboeken van de witte man waren de Ashanti de hoofdrolspelers in de transatlantische slavernij. Zwarte geleerden hebben echter opgemerkt dat in de diaspora opmerkelijk veel mensen juist claimen een connectie te hebben met de Ashanti. Dit roept toch vraagtekens op: als zovelen zich met de Ashanti identificeren, suggereert dat dan niet dat de Ashanti vooral ook slachtoffers waren van de transatlantische slavernij? Hierop inhakend, de Ashanti woonden niet aan de kust en wijzen erop dat er op hun grondgebied geen slavenmarkten waren. De Ashanti zouden aangevallen zijn door naburige volkeren, maar konden zich goed verdedigen, waardoor ze veel krijgsgevangenen maakten. Hoe dan ook, de Ashanti hebben zo’n honderd jaar oorlog gevoerd tegen de imperialistische Britten en hun Afrikaanse bondgenoten aan de kust. Er waren tussen 1805 en 1900 zeven oorlogen waarvan de Ashanti er zes wisten te winnen. Pas in 1900 hebben de Britten het pleit definitief kunnen beslechten. Hieraan toevoegend, leiders van slavenopstanden in de Amerika’s waren opvallend vaak Coromantijnen (Ghanezen). In verschillende koloniën werd het rebelse karakter van de Coromantijnen als zo’n groot probleem ervaren dat het soms verboden werd om ze te importeren uit angst voor opstanden.

Eurocentrische geschiedschrijvers trachten standaard de rol van de Europeanen in de transatlantische slavernij te bagatelliseren door de nadruk te leggen op de vermeende hoofdrol die Afrikaanse collaborateurs zouden hebben gespeeld. Net alsof Afrika het enige continent is dat ooit collaborateurs heeft gekend. Niemand heeft het bijvoorbeeld meer over de joden die voor en tijdens de oorlog met de nazi’s collaboreerden. Met name de joden die indertijd reeds in Palestina resideerden. Zij hebben de holocaust gefaciliteerd ter verwezenlijking van het grotere doel (vestiging van de staat Israël). Maar we horen de joodse diaspora niet (om die reden) klagen over de staat Israël, neen, de staat Israël wordt veelal juist omarmd omdat men meent dat het een groter algemeen belang dient.

Terugkomend op Zwarte collaborateurs met de transatlantische slavernij, als je dat debat echt zuiver wilt voeren dan moet je ook de collaborateurs in Suriname erbij betrekken. Hoe ga je bijvoorbeeld om met de afstammelingen van de redi musu’s en huisslaven? Moeten die dan ook eerst officieel hun excuses aanbieden om hun verblijf in Suriname te legitimeren? En hoe om te gaan met historische figuren als Elisabeth Samsom? Voor vele Surinamers is zij een heldin omdat zij een slimme zakenvrouw zou zijn geweest in een boze wittemannenwereld. Maar feit blijft dat ze gewoon een ordinaire slavenhoudster was. Dus hoe kon ze überhaupt een heldin zijn? Waren die Afrikaanse koningen die in slaafgemaakten handelden dan ook slimme zuikenlui?

Let wel, het hoeft niet noodzakelijkerwijs slecht te zijn om de rol die Afrikanen zouden hebben gespeeld in de transatlantische slavernij ter discussie te stellen. Maar wat kopen we ervoor als er met meerdere maten wordt gemeten en het grotere doel uit het oog wordt verloren? Dat grotere doel is de internationale strijd tegen VOC-kolonialisme en racisme. Multinationals beschikken over meer kapitaal dan de meeste staten. Wat doen individuele staten als Suriname en Ghana daartegen? Oftewel, de koning der Nederlanden eren en de Asantehene schofferen vertroebelt het pan-Afrikanisme met gebakken peren.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *