Hoe Nederland de Eerste Wereldoorlog won

11 november staat niet uitsluitend voor Sint Maarten, maar voor nog veel meer. Zeker 11 november aanstaande. Op 11 november 2018 11:00 is het namelijk precies honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog ten einde kwam. Duitsland tekende die dag de vrede in het wapenstilstandrijtuig. Tot groot genoegen van de meesten buiten Duitsland want de wereld had nog nimmer zo’n bloedige oorlog gekend. Aan beide kanten vielen er miljoenen doden en verminkten te betreuren. Dus vanuit die invalshoek bekeken waren er geen winnaars. Maar cynisch bekeken zou betoogd kunnen worden dat J.P. Morgan de grote winnaar was, de Anglo-Amerikaanse bankier die de geallieerden financierde. Echter, een andere maar veel minder bekende winnaar was het officieel neutraal gebleven Nederland. Ook al hadden de Germaanse broeders in het stof moeten buiten. Of won Nederland juist omdat de Germaanse broeders zand hadden moeten happen?

Gezien de anti-Duitse stemming die er decennialang na de Tweede Wereldoorlog in Nederland heeft geheerst valt het heden ten dage wellicht nauwelijks nog voor te stellen, maar gedurende de Eerste Wereldoorlog kraakte het grootste gedeelte van de bevolking van het neutrale Nederland voor Duitsland. Men hoopte vurig op een Duitse overwinning. Net zo vurig als men de Britten een nederlaag toewenste. In die dagen werden de Britten beslist niet als bevrijders ervaren, maar als onderdrukkers.

De Nederlandse bevolking was woedend vanwege het leed dat Groot-Brittannië de broeders in Zuid-Afrika toe zou hebben berokkend rond 1900 in de boerenoorlog. Een anti-apartheidsbeweging was er indertijd in de verste verte nog niet. Nederland identificeerde zich indertijd moeizaam met het lot van Afrikanen, doch makkelijker met kolonisten met Nederlandse wortels die zichzelf Afrikaners (of boeren) noemden. De boerenleiders waren tot de helden van het Nederlandse volk uitgegroeid. Dat uitte zich onder meer in het vernoemen van straten naar boerenleiders en de door boeren gekoloniseerde Zuid-Afrikaanse geografie: zodoende ontstonden de Transvaalbuurten en Afrikaanderbuurten in een reeks Nederlandse steden, met toponiemen vernoemd naar boerenleiders als Andries Pretorius, Louis Botha, Christiaan de Wet, Paul Kruger, etc.. Daarnaast bleek de Nederlandse sympathie voor Duitsland wel uit het feit dat het aan het eind van de oorlog de Duitse keizer Wilhelm asiel verleende en weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden. Bovendien trok de Nederlandse bevolking zich na de oorlog het lot van Duitse en Oostenrijkse kinderen aan en steunde in grote mate liefdadigheidsacties die voor hen in het leven waren geroepen.

Gedurende de oorlog werd de anti-Britse stemming in het neutrale Nederland ook nog eens bevestigd. De Eerste Wereldoorlog was ook voor de Nederlandse bevolking geen pretje en dat kwam in grote mate door de Britten. De geallieerden trachtten te verhinderen dat Duitsland via Nederland aan voedsel en contrabande kwam. Daarom blokkeerden de Britten de haven van Rotterdam. De Nederlandse import werd door de Britten gereguleerd en aan quota’s gebonden. Hier bovenop trachtten zij ook nog eens de Nederlandse handel met Duitsland te voorkomen, maar die poging faalde. Doch de Britse blokkade van Rotterdam was al erg genoeg, aangezien hierdoor voedsselschaarste ontstond in Nederland. Om er zorg voor te dragen dat het weinige voedsel dat er was eerlijk verdeeld werd ging veel voedsel op de bon. Zelfs voor neutraal Nederland was de Eerste Wereldoorlog dus geen paradijslijke periode. Desalniettemin, geen enkel Europees land kwam zo relatief ongeschonden uit de Eerste Wereldoorlog.

Na de capitulatie van de Teutoonse broeders bleek echter de concurrentiepositie van Nederland spectaculair te zijn verbeterd. Doordat de buitenlandse concurrentie enige jaren weg was gevallen hadden de Nederlandse handel en industrie vrij spel op zowel de nationale als internationale markt en werd het gedwongen zelf initiatieven te ontwikkelen die zeer goed uitpakten. Philips ging bijvoorbeeld zelf gloeilampen fabriceren en omdat Duitsland nog weinig steenkool exporteerde ging Nederland zelf met succes steenkoolmijnbouw ontwikkelen in Limburg. Daarnaast ging de eigen wapenindustrie behoorlijk draaien en kwam de luchtvaart van de grond.

Dat het Verdrag van Versaille een vloek was voor Duitsland maar een zege voor Nederland bleek helemaal na 1923. Om de astronomische schadevergoeding aan de geallieerden te kunnen bekostigen ging de Duitse Minister van Financiën Matthias Erzberger het Duitse bedrijfsleven hoge belastingen opleggen. Hierop verkasten vele Duitse bedrijven naar het buitenland, in het bijzonder naar Nederland. Hele fabrieken werden letterlijk afgebroken in die Heimat om vervolgens weer opnieuw opgebouwd te worden in Nederland. Die in Nederland herboren bedrijven gingen op hun beurt weer fuseren met failliete bedrijven gevestigd in Duitsland, wat dan weer als list diende om de lucratieve handel en wandel vanuit Nederland voor de Duitse fiscus te camoufleren. Frauderende ‘Nederlandse’ bedrijven werden zelden in de kraag gevat door de Duitse fiscus. Hierdoor werd het voor Duitsland bijzonder lastig om zijn schadevergoeding af te betalen aan de geallieerden (die op hun beurt weer bij JP Morgan moesten aftikken). Maar dat zal Nederland worst zijn geweest, want dat kreeg zo maar een enorme kapitaalinjectie in de schoot geworpen dat voor een gouden decennium zorgde. Economische historici als van Zanden hebben erop gewezen dat de Nederlandse economie na 1923 onvoorstelbaar snel groeide. Zo’n ongelooflijke groei heeft Nederland nimmer gekend, noch voordien noch nadien (of in ieder geval sinds het serieus gemeten wordt). Zelfs niet in de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw. Dus ondanks dat het Nederlandse leger in de Eerste Wereldoorlog geen schot heeft gelost kan Nederland gerekend worden tot de grote winnaars van de oorlog.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *