De kok van het polderneoliberalisme


Sinds 20 oktober 2018 is Wim Kok niet meer. Als vakbondsleider en premier heeft de man ontegenzeggelijk zijn stempel gedrukt op de Nederlandse geschiedenis van het einde van de 20e eeuw. Reden voor de media en prominenten om de man weelderig te bestrooien met loftuitingen. Inderdaad, de wijze waarop Wim Kok het bekokstoofd heeft om als een acrobaat de sociaal-economische ladder op te klimmen kan als bewonderingswaardig gekwalificeerd worden. De man maakte een inhaalrace à la Max Verstappen. Eensgelijk de hoofdrolspeler van het Nieuwe Testament kwam hij ter wereld als de zoon van een timmerman. Wellicht werd deze timmermanszoon niet geboren in een kribbe, doch het gelukte hem wel om zich op wonderbaarlijke wijze helemaal omhoog te timmeren tot aan het Torentje van het Binnenhof aantoe. De ongeschreven regel was dat als je voor een dubbeltje geboren bent je nooit een kwartje wordt, maar Kok heeft die regel als geen ander aan zijn laars gelapt.

Maar Kok heeft nog veel meer aan zijn laars gelapt. Zoals de ideologie van de politieke partij waar hij lid van was. Wim Kok was eens de grote leider van de Nederlandse vakbeweging. Vervolgens maakte hij een transfer naar de politiek. Maar eenmaal gesettled in zijn nieuwe metier bleek Kok evenzo een ideologische transfer te hebben gemaakt. De vriendelijke reus torende omhoog en werd de machtigste politicus van het land. Doch eenmaal in het Torentje maakte hij beleid dat de suggestie wekte dat de voormalig voorzitter van de VNO-NCW op de knoppen drukte, ipv de voormalige voorzitter van de FNV. Zelf had hij het over het afschudden van de ideologische veren van zijn partij de PvdA, daarmee betreffende partij voor zijn achterban metamorfoserend van een vlinder in een rups.

Onder auspiciën van Kok fuseerde de PvdA officieus met de VVD. Wel mocht Kok ‘de paus’ spelen van de nieuwe politieke staatsgodsdienst het neoliberalisme. De overheid diende terug te treden en de vrije markt zou dankzij één of andere onzichtbare hand alle problemen te lande oplossen. Wel jammer dat chefkok Wim en zijn keukenhulpjes de geschiedenis van Nederland niet kenden, want anders hadden zij geweten dat het niet voor niets is dat de overheid bepaalde taken op zich genomen heeft.

In de 18e/19e eeuw bemoeide de overheid zich aanvankelijk met weinig, en dat werd een rotzooitje. Enkelen werden steenrijk, maar de meesten bleven straatarm. Los daarvan, Sander Heijne heeft erop gewezen dat de dienstenvoorziening niet functioneerde. Bepaalde gebieden ontvingen bijvoorbeeld nauwelijks post omdat het niet rendabel was. Evenzo was de infrastructuur ineffeciënt, juist omdat er verschillende spoorwegmaatschappijen waren die hun eigen netwerk van spoorwegen exploiteerden en die verschillende spoorwegen verschilden van breedte, de verschillende dienstregelingen sloten niet op elkaar aan en ze beheerden hun eigen stations. Bovendien accepteerden ze elkaars vervoersbewijzen niet. Eén grote ellende dus voor de reizigers. Zeker als ze over moesten stappen! Daarnaast was gezondheidszorg aanvankelijk een privilege van de rijken.

De overheid ging langzaam maar zeker beseffen dat het fnuikend was voor de economie als de post in bepaalde delen van het land slecht bezorgd wordt, de infrastructuur een puinhoop is en de arbeidsbevolking ziekelijk. Want in tegenstelling tot hetgeen de liberale, kolonialistische, voor de British East India Company werkende 19e eeuwse economen bij hoog en laag zweerden lostte de vrije markt bepaalde problemen beslist niet op. Sterker nog, in de omringende landen werd met name de infrastructuur vanaf begin 19e eeuw door de overheid gestuurd, met als resultaat dat aldaar de economie veel harder groeide dan in Nederland.

Let wel, de vrije markt werkt in bepaalde branches uitstekend, maar op andere gebieden totaal niet, vandaar dat de Nederlandse overheid die in de loop van de 19e/20e eeuw doelbewust voor zichzelf opeiste. Maar die geschiedenisles was Kok blijkbaar volledig ontgaan, waardoor hij zich liet verleiden om essentiële overheidstaken te verzelfstandigen, of zelfs los te laten op de vrije markt. Het gevolg is dat tegenwoordig het ganse spoor bij het minste geringste sneeuwvlokje vastloopt momenteel, het verzenden van post duurder is dan ooit, er wachtlijsten zijn in de zorg en er ziekenhuizen failliet gaan. Dan hadden we het nog niet eens gehad over de gevolgen voor de natuurlijke aanhang van de PvdA: al die duizenden vakmensen die dankzij de privatisering van essentiële overheidsdiensten hun baan hebben verloren. Mede daarom was Pim zo boos op Wim. Mede daarom is de PvdA sindsdien zo onfortuinlijk afgestraft door de kiezer.

Wim Kok mocht het voorlopige dieptepunt van de vruchten van zijn paarse beleid, het bankroet van het Slotervaartziekenhuis en de IJselmeerziekenhuizen net niet meer meemaken. Maar het persoonlijke hoogtepunt van zijn paarse beleid weer wel. Dat is dat hij nog jarenlang heeft mogen genieten van zijn neoliberale pensioensregeling in de vorm van riant betaalde commissariaten. Als wederdienst voor zijn neoliberale pensioen stemde ex-vakbondsman Kok in met een stijging van 584 % in de loop van drie jaar van de kortetermijnbonus voor ING-topman Michel Tilmant. Daarmee begon Wim Kok op een echte Angelsaksische neoliberaal te lijken en was hij overgelopen naar de geldwolven die hij eerder ernstige verwijten had gemaakt. Waarmee hij helaas evenzo de Angelsaksische betekenis van zijn naam (Wim Cock) eer aan deed. Wedermaal, zijn reis van de bodem naar de hemel van de maatschappij is bijzonder. Helaas is zijn Torentjebeleid om hele andere redenen bijzonder. Oftewel hoe Wim Kok zich ontpopte tot kok van het polderlandse neoliberalisme.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *