De erfenis van generaal Maceo (1)

Antonio Maceo kan gerekend worden tot de voortreffelijkste legeraanvoerders uit de wereldgeschiedenis. De man toonde onvoorstelbare moed in het zicht van schier onoverkomelijke uitdagingen. Hij boekte spectaculaire successen en kaapte zodoende de verbeelding van de wereld zoals nadien wellicht nooit meer iemand is gelukt. Desalniettemin is hij heden ten dage vrij onbekend buiten Latijns-Amerika, maar dat is volstrekt onterecht.

Antonio Maceo werd op 14 juni 1845 geboren op Cuba. Zijn ouders waren vrije Zwarten. Van jongs af aan was Maceo politiek bewust geweest. Zo had hij een hekel aan de slavernij die hij om zich heen zag en beschouwde de Spaanse overheersing van Cuba als de oorzaak van de heersende armoede. Ondanks zijn gebrek aan formeel onderwijs kwam hij schrander over en werd ‘ontdekt’ door een advocaat die hem introduceerde in de kringen van revolutionaire Cubaanse activisten. Op 12 oktober 1868 vond de eerste actie van de revolutionairen plaats in de zgn. tienjarige oorlog en de jonge Antonio Maceo was van de partij. Sterker nog, meteen tijdens dat eerste treffen met de Spaanse overheersers onderscheidde hij zich dusdanig dat hij bevorderd werd tot sergeant.

In theorie waren de Cubanen volstrekt kansloos tegen het talrijke, met de modernste wapens uitgeruste Spaanse leger. In de praktijk bleken de in vodden gehulde en grotendeels met slechts kapmessen uitgeruste rebellen het de Spaanse imperialisten knap lastig te kunnen maken. Met name dankzij geboren soldaten als Maceo in de gelederen. Maceo bleef zichzelf onophoudelijk onderscheiden met als gevolg dat hij ondanks zijn huidskleur snel opklom in de hiërarchie en het uiteindelijk tot generaal schopte.

De revolutie verliep voortvarend maar begon desalniettemin te struikelen. De revolutie kampte nl. met een grote weeffout. De revolutionairen waren het erover eens dat Cuba zsm onafhankelijk moest worden. Maceo en consorten meenden dat die onafhankelijkheid vervolgens de sleutel was tot het invoeren van vergaande sociale hervormingen zoals het afschaffen van de slavernij. Slavenmeesters die een grote vinger in de pap hadden dachten daar echter heel anders over. Uit propagandistische motieven konden ze wel eens verkondigden dat emancipatie een doel van de revolutie was, maar in werkelijkheid wensten zij de slavernij gewoon te handhaven. De Spanjaarden wisten dat en trachtten de revolutionairen continu uit elkaar te spelen door op dergelijke sentimenten in te spelen.

Maceo bleef ondertussen onverminderd de ene verbluffende overwinning na de andere boeken. Maar het bleek water naar zee dragen te zijn aangezien de hoogste leiders van de revolutie een vredesverdrag zouden gaan sluiten met de Spaanse opperbevelhebber generaal Campos. Dit was in de ogen van Maceo onvoorstelbaar. Maceo beschouwde het Verdrag van Zanjón als hoogverraad aangezien het betreffende vredesakkoord noch onafhankelijkheid, noch de afschaffing van de slavernij garandeerde. Om die reden bleef Maceo als enige leider gewoon doorvechten. Dit was zijn beroemde protest van Baraguá. Maar er kwam een compromis. De vrede kwam er doch Maceo gaf zich nimmer over aan de Spanjaarden. Hierdoor konden de revolutionairen zeggen dat ze niet verslagen waren maar de revolutie om strategische redenen hadden opgeschort.

Na veel tegenslagen werd de revolutie inderdaad hervat in 1895. Alhoewel Máximo Gómez opperbevelhebber werd van de revolutionairen was het Maceo die zich als geen ander onderscheidde op het slagveld. De revolutionairen wilden deze maal de oorlog niet beperken tot het oosten van het eiland, maar het ganse eiland in vuur en vlam zetten, inclusief het welvarende westelijke deel. Om dat te voorkomen hadden de Spanjaarden trocha’s gebouwd (onoverbrugbaar geachte versperringen). Maar tot grote ontzetting van de Spanjaarden wist Maceo met zijn leger die trocha’s toch over te steken en het westen te bereiken. Eén zo’n onneembaar geachte trocha lag nabij Havanna. Gezegd werd dat mocht het Maceo gelukken om die trocha te doorkuisen hij groter was dan Hannibal. Op 8 januari 1896 deed Maceo precies dat en bereikte in volle glorie het meest westelijke deel van Cuba. De propaganda van de Spanjaarden (Maceo afschilderen als een gevaarlijke schurk) bleek niet te hebben gewerkt: hij werd door de plaatselijke bevolking overal als een held onthaald. De westelijke invasie, waarbij Maceo met een klein leger heel Cuba doorkruiste, wordt beschouwd als één van de meest briljante militaire operaties van de 19e eeuw.

Echter, wederom werden Maceo ongekende militaire successen ondermijnd. De hoogste leiders van de revolutie konden het niet verkroppen dat een Zwarte man zo machtig en populair werd. Plotseling werd zijn broer José Maceo ontheven van zijn functie als commandant van de provincie Oriente en zijn kameraad Gómez als opperbevelhebber. Reden voor Maceo om snel terug te keren naar het oosten om de revolutie te redden. Maceo moest nu opnieuw een trocha doorkruisen. Maar in een schermutseling met de Spanjaarden werd de onoverwinnelijk geachte Maceo gedood op 7 december 1896.

Maceo is betrokken geweest bij meer dan 500 militaire confrontaties met het Spaanse imperium waarbij zijn lichaam werd geteisterd door zoveel als 25 schotwonden. Maar hij verloor nooit één enkele veldslag. Keer op keer was hij de tot op de tanden bewapende Spanjaarden te slim af. Maceo had de oorlog met vlag en wimpel kunnen winnen, ware het niet dat de Spanjaarden met succes propaganda verspreidden onder de witte leiders van de revolutie dat de Zwarte Maceo een dubbele agenda had en van plan was van Cuba een nieuw Haïti te maken. Alhoewel, kwa militaire prestaties kan Maceo zeker vergeleken worden met de helden van de Haïtiaanse revolutie…

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *