Calamiteiten in Brazilië

Op 2 september jongstleden werd Rio de Janeiro getroffen door een ware cultuur-historische calamiteit. Het Nationale Museum van Brazilië, het grootste museum van Zuid-Amerika, ging in vlammen op en praktisch de ganse collectie is tot as gereduceerd. Of in andere woorden, 20 miljoen verzamelde objecten en 200 jaar tijd van werk en onderzoek naar de Filistijnen. Helaas staat deze cultuur-historische calamiteit symbool voor een calamiteit die momenteel gaande is in de Braziliaanse politiek. De racistische witte bovenlaag is er reeds in geslaagd om een relatief progressieve politieke wind te doen keren. Dat is tot daar aantoe, maar alles wijst erop dat het na 7 oktober verder gaat escaleren. Nota bene in een democratie waar de meerderheid van de bevolking niet-wit is dreigt een fascist op democratische wijze de macht te gaan grijpen.

Twee dagen voor het tragische incident met het Nationale Museum plaatsvond besloot de hoogste Braziliaanse verkiezingsrechtbank dat de momenteel voor corruptie in de gevangenis verkerende ex-president Lula niet mag deelnemen aan de algemene verkiezingen in oktober. Dit terwijl hij veruit de populairste kandidaat was.

Lula is een voormalig vakbondsleider die van 2003-2011 president was van Brazilië en tevens de eerste Braziliaanse president afkomstig uit de arbeidersklasse. Hetgeen hem nooit in dank is afgenomen door de sociale cirkels waaruit normaliter de persoon die het hoogste politieke ambt te lande bekleedt uit voortkomt. Hoe dan ook, tijdens diens carrière als vaksbondsman zag de financiële wereld Lula als een communistische extremist. Maar het kan evident verkeren. Want eenmaal aan de macht metamorfoseerde Lula tot het lievelingetje van de bankiers. Zijn vakbonsverleden ten spijt bleek president Lula in de praktijk aan de leiband van de finaciële wereld te lopen. Zo zette president Lula bij de aanvang van zijn ambt onmiddellijk de toon door Brazilië een door het IMF voorgeschreven bezuinigingsbeleid op te leggen. Verder militairiseerde hij het sociale leven en brak hij publieke diensten af. Tevens stelde hij neoliberale economen aan in zijn kabinet en behartigde de belangen van Wall Street naast die van oligarchen actief in de petrochemische industrie, de mijnbouw en de agrarische wereld naar hun volle tevredenheid. Lula werd echter met name gesteund door de zakelijke elite vanwege de staatssubsidies en belastingvoordelen die hij aan ze verschafde.

Deed Lula dan niets voor de minder draagkrachtigen? Zeer zeker wel. Lula deelde maandelijk voedselpakketten uit ter waarde van $60 aan 30 miljoen behoeftige gezinnen (cynici beweerden wel dat hij in werkelijkheid stemmen kocht). Los daarvan konden vele armen onder Lula een stap maken op de sociaal-economische ladder. Anderzijds, het feit dat Washington, Wall Street en het IMF dolblij met Lula waren zei in feite heel veel. Dat had bij Lula’s fans een belletje moeten doen rinkelen. Desalniettemin, hoe was het mogelijk dat Lula zowel de kool als de geit kon sparen? Zeker in het licht dat Lula in ieder geval geen revolutionaire economische hervormingen door heeft gevoerd. De verklaring is dat hij profiteerde van speculatief kapitaal dat Brazilië binnenstroomde en het feit dat de prijs van grondstoffen en mineralen tijdelijk hoog lagen. Daarom dachten zijn fans dat hij met een toverstokje zwaaide. Aan het eind van zijn tweede termijn stortte de financiële wereld en de markt in grondstoffen echter in en daarmee de Braziliaanse economie. De opportunistische Braziliaanse zakenelite liet Lula toen ook onmiddellijk weer vallen als een baksteen.

Lula’s protegé en opvolgster Dilma Rousseff erfde de economische malaise die hij had achtergelaten en moest daarvoor boeten. Ondanks dat ook zij naar de pijpen van de elite danste. Vooral de manier hoe Rousseff met haar natuurlijke achterban omging in de aanloop naar het WK voetbal 2014 en de Olympische Spelen van 2016 is alles behalve charmant (duizenden mensen van huis en haard verjaagd), maar de witte sociaal-economische bovenlaag was nog woedender vanwege de sociale programma’s die Rousseff aan de minder bedeelden toekende.

Apartheid werkt in Brazilië officieuzer dan dat het vroeger in de VS en Zuid-Afrika werkte. De racistische elite vond het verschrikkelijk dat de armen een beetje welvarender waren geworden, en armoede heeft in Brazilië een kleur. Door hun toegenomen welvaart konden Zwarte mensen tot afgrijzen van de elite het zich ineens permitteren op witte bolwerken als winkelcentra, vliegvelden en universiteiten te verschijnen. Dat moest dus spoedig stoppen. Uiteindelijk wisten ze Rousseff te pakken op creatief boekhouden ter financiering van sociale projecten. Vervolgens werd haar mentor Lula, die zijn politieke carrière weer wilde oppakken, gepakt op het aannemen van steekpenningen. Dat daar geen enkel bewijs voor was deerde niet.

Lula was veruit de populairste kandidaat in de verkiezingsrace, maar nu hem zijn kandidatuur door de rechter ontzegd is is de fascist Jair Bolsonaro de populairste kandidaat. Een aartsracist die continu zulke merkwaardige uitspraken doet dat zelfs Trump zich ervoor zou schamen. Daarbij was het wellicht niet zo’n goed idee om Bolsonaro op straat neer te steken aangezien hij nu in de ogen van velen tot martelaar is gepromoveerd. Maar los van Bolsonaro zou er sowieso afgerekend worden met de politieke tak van de Braziliaanse arbeidersbeweging. Dat valt af te leiden uit statements gemaakt door de top van het Braziliaanse leger in de media. Zij hebben verklaard geen andere keuze te hebben om in te grijpen mocht Lula op vrije voeten blijven en de verkiezingen winnen. Lula was schijnbaar gedoemd een omgekeerde Mandela te worden: niet van de gevangenschap naar presidentschap, maar van presidentschap tot gevangenschap.

Djehuti-Ankh-Kheru

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *