Handelsoorlog met China


Dat de VS een machtig land is staat buiten kijf. Na de instorting van de Sovjet-Unie leek het er een tijdje zelfs op dat de VS almachtig was. Echter, de laatste jaren zijn in die perceptie van almachtigheid meerdere scheuren blootgelegd. Zo Beschikte de VS traditioneel over de grootste economie op de globe. Gedurende de 20e eeuw was het Amerikaanse BNP doorgaans zoveel als 30% van het mondiale BNP. Met als hoogtepunt 1945, toen de VS 50% (!) van de wereldeconomie opslokte. Het bezit van de grootste economie schept tevens de mogelijkheid om het sterkste leger ter wereld te financieren. Hetgeen de VS ook heeft gedaan (in ieder geval op papier). Een dikke twintig jaar kon het Anglo-Amerikaanse imperium zorgeloos in ongenade gevallen regeringen omkegelen. Of het nou rechtstreeks ging zoals in Afghanistan en Irak, of middels proxies zoals bijvoorbeeld in Joegoslavië en Libië. Doch in Syrië werd de trend gestopt door Rusland. De Anglo-Amerikaanse proxies waren aan de winnende hand, maar nadat het ingrijpen van Moskou keerden de kansen en werd het onoverwinnelijk geachte IS gedecimeerd. Een grote nederlaag voor het Anglo-Amerikaanse imperium.

Bovendien wordt het relatieve aandeel van de VS in de wereldeconomie steeds kleiner. Naarmate meer landen economisch aansluiting vinden zullen er evenzo meer landen militair hun mannetje kunnen staan. Zodoende zal de Anglo-Amerikaanse wereldhegenomie steeds meer afnemen. Doch let wel, het imperium zal zich absoluut niet gewonnen geven zonder strijd. Het zal zijn huid duur verkopen.

In 2014 werden er cijfers wereldkundig gemaakt waaruit bleek dat China de VS van de troon gestoten heeft als grootste economie ter wereld. Dit terwijl de speculantenoligarchie vanaf de jaren ’70 dacht dat China een inherent achterlijk land was dat ze naar hartelust konden exploiteren: grote ondernemingen verhuisden massaal hun productie naar China om de loonkosten te drukken. Deze gang van zaken heeft de zakelijke bovenlaag in met name de VS absoluut geen windeieren gelegd. Jarenlang werd er ook geen probleem van gemaakt. So what Chinese import? China maakte in werkelijkheid toch niets zelf? Het waren toch geen Chinese producten die geïmporteerd werden, maar producten die in China gemaakt waren door Amerikaanse bedrijven? De postmoderne Amerikaanse economie was het primitieve stadium van produceren toch reeds gepasseerd en inmiddels geovolueerd tot een diensten-en kenniseconomie?

Maar het als inherent achterlijk geachte China bleek toch een stuk minder achterlijk dan dat hardop gefluisterd werd. De Chinese economie bleef jaren achtereen spectaculair groeien. Zelfs zo spectaculair dat het een serieuze bedreiging werd voor de VS. Bovenal, China begon te bedenken dat het al die hightech producten die het voor de Amerikanen produceerde ook voor eigen gewin kon produceren en exploiteren. Tot overmaat van ramp begon China met name in Afrika met het imperium te concurreren om de toegang tot grondstoffen en mineralen. Daarbij verpestte China het VOC-kolonialisme door 50-50 deals te sluiten ipv de anachronistische 20-80 deals die het Westen gewoon is te sluiten.

China sluit natuurlijk niet uit altruïsme relatief goede deals af. Wat soms over het hoofd wordt gezien is dat naast economische redenen ook politieke redenen een rol spelen. China tracht ook simpelweg zijn bestaan te rechtvaardigen. China strijdt nl. sinds haar bestaan met dat andere China om internationale erkenning. Eens werd Taiwan (de Republiek China), en niet de Volkrepubliek China door de wereld gezien als het rechtmatige China. Met name de VS erkende het communistische China niet. In Taiwan zetelt de Chinese regering die in 1949 door de communisten is verjaagd, ondanks Amerikaanse steun. Westerse bondgenoot Taiwan was aanvankelijk ook de officiële vertegenwoordiger van China bij de VN. Maar het tij begon in de jaren ’60 te keren. Steeds meer voormalige koloniën werden onafhankelijk en lid van de VN. Deze landen sympathiseerden vaak met Peking. Maar ook verschillende traditionele Amerikaanse bondgenoten begonnen te kantelen. Met als gevolg dat middels resolutie 2758 en mede dankzij de steun van 26 Afrikaanse landen de Volksrepubliek China op 23 november 1971 lid werd van de VN ten koste van Taiwan. Tot op de dag van vandaag strijden China en Taiwan om de erkenning van de wereld (overigens, de VS erkende China pas officieel op 1 januari 1979).

De VS knoopte de betrekkingen met China naast het lucratieve vooruitzicht van de goedkope arbeid tevens aan om aartsvijand de Sovjet-Unie onder druk te zetten (de koude oorlog woede immers in volle hevigheid). De bedoeling was dus vooral dat China door de Anglo-Amerikaanse speculantenoligarchie ouderwets geëxploiteerd zou gaan worden net zoals zovele andere niet-Westerse landen.

De vruchten van de Chinese arbeid zijn inderdaad schaamteloos geëxploiteerd door Amerikaanse multinationals. Maar dat heeft niet kunnen verhinderen dat China zelf op technologisch gebied is gaan innoveren, produceren en exploiteren, of dat de Chinese economie de Amerikaanse overvleugeld heeft. Dat kan nimmer de bedoeling zijn geweest van Nixon en Kissinger toen zij in 1972 toenadering zochten tot partijvoorzitter Mao Zedong, of Jimmy Carter toen hij in 1979 China erkende. Het probleem is niet noodzakelijkerwijs het grote Chinese handelsoverschot met Amerika, het probleem is dat de Chinese economie kwa omvang kan wedijveren met de Amerikaanse. Om die reden is het per definitie een bedreiging voor het Anglo-Amerikaanse imperium. Om de opmars van China bij tijds te stuiten heeft president Trump de opdracht meegekregen om middels zware sancties te trachten de Chinese economie te amputeren en aldus de Anglo-Amerikaanse wereldhegonomie te garanderen. Vandaar het gescherm met een handelsoorlog.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *