Afrika en voetbalneokolonialisme

Er kan geen twijfel over bestaan dat het continent Europa de grote winnaar is van het WK 2018, de vroege uitschakeling van favorieten als Duitsland, Spanje en Portugal ten spijt. Brazilië was het enige land van buiten Europa dat het tot de kwartfinale wist te schoppen, maar bij de halve finale was het mondiale toernooi gereduceerd tot een Pan-Europese aangelegenheid. Hiermee kan geconcludeerd worden dat ‘de revolutie’ gestrand is.

In de jaren ’90 dachten verschillende voetbalexperts dat met name Afrikaanse landen aansluiting zouden vinden bij de wereldtop. Met name nadat Kameroen in 1990 de wereld verraste door de kwartfinale te bereiken van de mondial. Men begon te beseffen dat er meer Afrikaanse landen waren die loerden, zoals Ghana en Nigeria welken (potentiële) wereldsterren op de been konden brengen. Zeker op jeugdwk’s en de Olympische Spelen kwam Afrika goed uit de verf. Bovendien kwamen steeds meer Afrikaanse voetballers op de loonlijst te staan van Europese topclubs. George Weah werd zelfs tot beste speler ter wereld verkozen. De revolutie leek slechts een kwestie van tijd. Pelé schijnt eens zelfs gezegd te hebben dat voor het jaar 2000 een Afrikaans land wk-goud zou veroveren. Doch inmiddels lijkt deze maal de revolutie uit te gaan als een nachtkaars…

De eerste sportieve revolutie in het mondiale voetbal vond in de jaren ’20 plaats, toen Uruguay het podium bestormde. Voetbal was indertijd nog een behoorlijk elitaire sport. De selecties werden gedomineerd door mensen uit de (hogere) middenklasse. Uruguay keek echter minder naar de sociaal-economische en etnische achtergrond van spelers en meer naar talent. Hierdoor kreeg talent aldaar een kans dat in andere landen straal genegeerd zou zijn geweest. Zodoende kon de Zwarte voetballer José Andrade tot de eerste wereldster uitgroeien (Andrade is nu vergeten door het grote publiek, maar heeft volgens sporthistorici meer dan wie ook van voetbal een wereldsport gemaakt). Daarnaast, Uruguay benaderde het voetbal professioneel (gespecialiseerde trainers, arts bij de ploeg voor blessures, trainingskampen, etc.). Deze benadering legde Uruguay absoluut geen windeieren, want het land greep niet alleen van het ene op het andere moment de macht in het mondiale voetbal maar heerste ook nog eens jarenlang.

Na de Tweede Wereldoorlog zorgde een ander Zuid-Amerikaans land voor een nieuwe revolutie in het voetbal. In een tijd dat veel landen zich los aan het worstelen waren van het kolonialisme domineerde ex-kolonie Brazilië het wereldvoetbal. Brazilië bracht sterren van kleur in de wei die buitenaards goed waren en sportief afrekenden met de teams uit het continent van de koloniale mogendheden. Brazilië won aldus een surrogaatoorlog tegen het kolonialisme. Mede hierdoor werd Brazilië de grote kampioen van de dekoloniserende landen. Los daarvan werd Brazilië de favoriet van voetballiefhebbers over de ganse wereld vanwege de grote schoonheid van het spel dat het op de mat legde.

Maar de voetbalwereld lijkt zich de laatste jaren dusdanig ontwikkeld te hebben dat Afrikaanse landen de definitieve aansluiting schijnbaar niet kunnen maken. Ironisch genoeg draagt Afrika daar zelf fanatiek aan bij. De matige prestaties van Afrikaanse ploegen in de intercontinentale spotlights ten spijt is en blijft voetbal ongekend populair in Afrika. Wellicht is het wel populairder dan ooit. Probleem alleen is dat Afrikanen steeds minder voor lokale teams kraken en steeds meer voor Europese teams, in het bijzonder ploegen uit de Engelse Premier League. Dankzij de vele miljoenen fans over de gehele wereld genereert de Premier League miljarden aan revenuen. Niet slechts voor de Premier League clubs, maar voor Groot-Brittannië in het algemeen. De PM betaalde in 2015 £2,4 miljard aan belasting en bezorgde 103.354 mensen in het VK banen. Allemaal dankzij ‘ontwikkelingshulp’ uit onder meer Afrika.

Omdat de voetbalfans in Afrika, Azië en Zuid-Amerika hun hart verknocht hebben aan de Premier League en hun centjes daaraan spenderen ten koste van de lokale competities kan het plaatselijke voetbal zich blijkbaar moeilijk ontwikkelen. Tevens wordt het een kip en het ei verhaal. Want de fans zullen op hun beurt weer tegenwerpen dat ze het voetbal om de hoek links laten liggen omdat het niveau om te huilen is. Omdat topvoetbal steeds meer op één plek geconcentreerd wordt, gaan er ook talloze beloftes verloren. Een bekend Nederlands voetbalicoon trok een aantal jaren geleden aan de bel dat scouts vliegtuigladingen talentjes uit Afrika in Europa droppen, maar dat de meesten van die jongens het nooit zullen redden, o.a. door aanpassingsproblemen. Als die voetballertjes vervolgens mislukken wordt er vaak niet meer naar ze omgekeken. Verschillende van ze zijn daardoor op straat beland. Oftewel hoe Afrika prooi werd van het voetbalneokolonialisme.

In een welvarend land als Nederland wordt al steen en been geklaagd dat men economisch onmogelijk kan opboksen tegen de Premier League en dat veel talent verloren gaat omdat ze op te jeugdige leeftijd vertrekken. Dus men kan zich voorstellen wat voor verschrikkelijk effect het voetbalneokolonialisme op Afrika zal hebben. Een belangrijk verschil met de geslaagde sportieve revoluties in het mondiale voetbal is dat de beste spelers op hun eigen continent konden blijven spelen. Want er waren ter plekke structuren die het talent konden opsporen, opvangen en ontwikkelen tot op het hoogste niveau. Andrade en Pelé hebben nimmer voor Europese clubs gespeeld. Het lijkt er dus echt op dat hoe rijker de Premier League wordt, hoe meer het Afrikaans voetbal verschaalt en hoe moeilijker het gaat worden om aansluiting te vinden bij de wereldtop. So much fort he world cup football.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *