De erfenis van Paul Robeson


We hadden het bijna over het hoofd gezien, maar deze lente is het 120 jaar geleden dat Paul Robeson het levenslicht zag. Paul Robeson was de Michael Jackson, Bob Marley, Deion Sanders en Colin Kaepernick van zijn tijd, en wellicht nog veel meer. Robeson was een meervoudig genie. Maar hij verwierf vooral bekendheid als zanger en acteur. Op het toppunt van zijn roem had hij een status bereikt vergelijkbaar met Muhammad Ali in de jaren ’70: hij was de beroemdste man ter wereld.

Robeson kreeg een beurs van Rutgers University, waarmee hij pas de derde Afrikaanse Amerikaan was die aldaar mocht studeren. Op die universiteit excelleerde hij zowel academisch als in alle grote sporten (American football, honkbal, atletiek en basketbal).

Toen Robeson als 17-jarige geselecteerd wilde worden voor het footballteam werd hij doelbewust zwaar geblesseerd tijdens een testwedstrijd door spelers die het team spierwit wilden houden. Maar de coach raakte juist onder de indruk van de manier hoe Robeson zich desondanks bleef verweren. Reden voor de coach om Robeson onmiddellijk te selecteren voor het team. Na toetreding zou Robeson uitgroeien tot publiekslieveling en absolute sterspeler van Rutgers.

Na te zijn afgestudeerd aan Rutgers verkastte Robeson naar het prestigieuze Columbia University om rechten te studeren. Om zijn studie aan Columbia te bekostigen speelde hij professioneel football, basketbal en ging zingen en acteren. Volgens toenmalige kenners was Robeson de beste footballer die ooit was geboren. Sommige bronnen suggereren dat hij zelfs nog beter was in basketbal: hij leidde zijn club St. Christopher’s in de gesegregeerde VS naar drie wereldkampioenschappen voor mensen van kleur. Echter, met zingen en acteren zou Robeson uiteindelijk de meeste aandacht trekken.

Football en basketbal waren indertijd nog lang niet zo lucratief als heden ten dage. Daarom ging Robeson na zijn studie aan Columbia als advocaat aan de slag bij een vooraanstaand kantoor, maar vertrok daar weer nadat een secretaresse weigerde zijn brieven te typen omdat hij Zwart was. Doch Robeson had ondertussen reeds een naam gemaakt als entertainer, en zou in die branche wereldfaam verwerven als zanger en acteur.

Met name in Groot-Brittannië werd Robeson heel goed ontvangen door zowel de hoge als de lagere sociale klassen. Triest genoeg liet hij zich aldaar gebruiken om het Britse imperialisme te verheerlijken. Hoewel hij ook Othello heeft gespeeld en in een film over de Haïtiaanse revolutie, heeft Robeson met name in Groot-Brittannië in kolonialistische films gespeeld. De Zwarte bewustwordingsbeweging sprak daar grote schande van. Robeson dacht naïef dat hij al doende van binnenuit op termijn respectvollere rollen zou kunnen afdwingen van de mainstream Westerse filmindustrie.

Robeson woonde jarenlang in Londen alwaar hij bevriend raakte met de anti-kolonialistische Afrikaanse studentengemeenschap, waarvan verschillenden vooraanstaande politici zouden worden. Maar Robeson was net zo goed een grote held van de Britse arbeidersklasse. Vanwege zijn communistische sympathieën en grote kennis van de Russische taal was hij evenzo een graag geziene gast in de Sovjet-Unie.

Met name Robeson’s bijdrage als zanger was van belang. Medio jaren ’20 deed Robeson iets compleet nieuws. Hij bracht de muziek van de slaafgemaakten, waar zij moed uitputten, ongepolijst (in dialect gezongen) naar het podium, welke actie betreffende muzieksoort populariseerde. Daar bleef het niet bij. Robeson ging zich verdiepen in de muziek en taal van allerlei volkeren. Robeson beschikte over een ongekende talenknobbel en sprak wel 20 (!) talen. Waaronder Chinees, Russisch, Gaelisch en verscheidene Afrikaanse talen. Hij zong ook in verschillende talen, hetgeen deels zijn wereldwijde faam verklaart. Zo werd Robeson in 1940 zelfs wereldberoemd in China toen hij tijdens een concert te New York “Mars der vrijwilligers” zong in het Chinees om China, dat op dat moment trachtte een Japanse invasie af te weren, een hart onder de riem te steken. Sindsdien werd Robeson door China omarmd als een trouwe kameraad. In 1949 werd “Mars der vrijwilligers” tot Chinees volkslied gebombardeerd.

Begin jaren ’40 was de Sovjet-Unie een bondgenoot van de VS in de strijd tegen de nazi’s. Om die reden werden de communistische sympathieën van Robeson gedoogd door de Amerikaanse autoriteiten. Maar nadat Robeson in het Witte Huis bij president Truman boos aan de bel had getrokken over het lynchen van Zwarte Amerikaanse soldaten in uniform, stelden de powers that be alles in het werk om zijn carrière te vernietigen. Robeson werd tot staatsvijand verklaard en zijn paspoort afgepakt. Bovendien werd hij slachtoffer van een ongekende smeercampagne en werd hij geweerd uit alle mainstream concertzalen in de VS. Hiermee was de carrière van wat eens de beroemdste man op aard was zwaar gemarginaliseerd. Prominente Afrikaans-Amerikaanse instituties zoals Ebony magazine en de door witte kapitalisten gedomineerde NAACP deden vrolijk mee aan het demoniseren van Robeson. Maar ook individuen als honkballer Jackie Robinson deden een duit in het zakje.

Dat weerhield Robeson er beslist niet van zich sterk te blijven maken voor de onderdrukten. Lang voor Malcolm X trachtte Robeson reeds de VS te laten veroordelen door de VN middels een petitie genaamd We charge genocide: The Crime of Government Against the Negro People in december 1951.

Paul Robeson maakte de keuze zijn carrière en inkomen op te offeren voor zijn principes, en las daarbij zelfs de president de les. Net zoals moderne artiesten als Kanye West de keuze maken een racistische president te omarmen, junkie te worden en zich te laten gebruiken als windowdressers en apologeten van het Anglo-Amerikaanse imperium.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *