De erfenis van dr. Martin Luther King


Op 4 april 2018 is het 50 jaar geleden dat dr. Martin Luther King jr., de onsterfelijke leider van de burgerrechtenbeweging, werd vermoord. De man geniet een algemene bekendheid. Hij is het bekendste personage uit de geschiedenis van Zwart Amerika. Zelfs mensen die eigenlijk helemaal niets weten van de geschiedenis van Zwart Amerika zijn toch bekend met de naam dr. Martin Luther King, de man die er middels geweldloos verzet in geslaagd zou zijn geweest om bij de machtigste regering op aarde burgerrechten en stemrechten af te dwingen voor zijn volk, en activisten over gans de aarde geïnspireerd heeft.

Martin Luther King zag op 15 januari 1929 voor het eerst het levenslicht in een gesegregeerd Atlanta Georgia als kleinzoon van een slaafgemaakte. King junior was zeer talentvol. Zo mocht hij op de middelbare school klassen overslaan, waardoor hij op 15-jarige leeftijd reeds op de gerenomeerde Zwarte universiteit Morehouse College zat, en als 19-jarige kon afstuderen in de sociologie. Hij zette zijn studies voort op Theological Seminary en Boston Theological School, alwaar hij op 5 juni 1955 promoveerde in de theologie.

Dr. King werd in 1954 als hoog opgeleide jonge pastoor aangesteld in Montgommery, alwaar hij in 1955 tot leider benoemd werd van de succesvolle boycot tegen het gesegregeerde plaatselijke busvervoer. Hierdoor verkreeg dr. King internationale bekendheid. Later werd dr. King zowel de officiële leider van de SCLC als de officieuze leider van de burgerrechtenbeweging. Dr. King en zijn volgelingen voerden geweldloos actie tegen segregatie. Vervolgens zette Amerika zichzelf voor de ogen van de wereld te kijk door op extreme wijze te reageren op vreedzaam protest. Een wereldmacht die de wereld de les trachtte te lezen over democratie en mensenrechten kon zich die imagoschade niet veroorloven (zie ook Gezegend en vervloekt blz. 222-224). Bovendien won dr. King als kampioen van het geweldloos verzet de Nobelprijs voor de vrede in 1964. Om het geschade blazoen weer te zuiveren werd in 1964 de Civil Rights Act en in 1965 de Voting Rights Acts aangenomen tijdens het presidentschap van Lyndon B. Johnson.

Met het aannemen van bovengenoemde wetten waren de problemen van Zwart Amerika echter verre van opgelost. Dat was ook nimmer de bedoeling geweest van Johnson. Het was vooral ter facilitering van de internationale diplomatiek: nu konden Amerikaanse diplomaten in het buitenland verkondigen dat rassenrelaties in de VS een reuzensprong voorwaarts hadden gemaakt als ze in het buitenland weer eens werden beschuldigd van hypocrisie tijdens het propageren van democratie en mensenrechten.

Dr. King besefte goed dat er eveneens wetgeving nodig was om het stemrecht van Zwarte Amerikanen in het zuiden te verdedigen, en ging daarom gewoon door met actievoeren om dat af te dwingen. Daarnaast begreep hij dat de onderdrukking van Zwart Amerika vooral een economische achtergrond had. Er zou dus concreets niets veranderen als er niets gedaan werd aan de grote armoede. Mede daarom was hij ook tegen de dure Vietnamoorlog, een oorlog die veel geld kostte. Geld dat veel beter besteed kon worden aan de ontwikkeling van Zwart Amerika. Dr. King zag dus een direct verband tussen de armoede van Zwart Amerika en het militair-industrieel-complex.

King kwam nu in het spagaat: enerzijds kwam hij in conflict met de traditionele Zwarte leiders die vonden dat president Johnson al voldoende concessies had gedaan, en het daarom strategisch beter was om zo’n ‘goede’ president te vriend te houden in plaats van kritiek te leveren op zijn buitenlandse beleid. Anderzijds was er een jongere generatie Zwarte Amerikanen die meenden dat dr. King niets bereikt had met zijn geweldloze verzet, en pleitten voor het inslaan van een andere weg.

King meende echter dat hij moreel verplicht was zich uit te spreken tegen de Vietnamoorlog, ongeacht de reactie van het publiek. Desalniettemin, nadat dr. King zich had uitgesproken tegen de Vietnamoorlog namen de donaties juist toe. King begon toenadering te zoeken tot de vredesbeweging die meerendeels uit witte mensen bestond. Hij trachtte een brede coalitie te smeden tussen Zwarte Amerikanen, witte arbeiders (de meeste armen waren wit!) en de vredesbeweging om een strijd te leveren tegen de aan elkaar verbonden problemen armoede en oorlog, oftewel een strijd tegen de zittende machthebbers. Volgens sommige kwade tongen werd hij door het smeden van die brede coalitie een dusdanig serieus gevaar voor de status quo dat hij door de diepe staat uit de weg is geruimd.

Hetzelfde zou gelden voor de 6 juni 1968 vermoorde presidentskandidaat Robert F. Kennedy. Robert Kennedy voerde campagne met de belofte armoede te bestrijden en vrede te maken. Dat zinde dr. King ten zeerste. De beweging geleid door dr. King was in 1968 de status quo blijkbaar dusdanig serieus aan het bedreigen dat de diepe staat meende rigoreus te moeten ingrijpen met moorden op zowel dr. King als Robert Kennedy.

De Amerikaanse autoriteiten kunnen onmogelijk ontkennen dat een man als dr. King bestaan heeft. Sterker nog, ze erkennen hem officieel als Amerikaanse held. Hij wordt zelfs geëerd met een officiële nationale feestdag! Hierbij moet wel in ogenschouw genomen worden dat hij doelbewust wordt geframed als een naïeve, masochistische dromer, zodat hij toekomstige generaties niet op ideeën kan brengen. Gevolg is dat de meeste mensen hem vereenzelvigen met zijn “I have a dream” lezing. Andere lezingen, waarin hij de Amerikaanse status quo zwaar bekritiseert zoals zijn lezingen tegen armoede en de Vietnamoorlog zijn onder het tapijt geschoven.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *