De eurocentrisering van de Joods-christelijke traditie


De laatste jaren wordt er door bepaalde politici bij voortduring een beroep gedaan op de zogenaamde Joods-christelijke traditie. Ongeacht of de politici in kwestie en hun congregaties nu belijdend christelijk zijn of niet. De Joods-christelijke traditie zou namelijk het fundament zijn van de door hen als superieur beschouwde Westerse beschaving. Deze trend was voor een professor emeritus oude geschiedenis van de VU reden om te trachten zijn licht erover te doen schijnen in Advalvas (het universiteitsblad van de VU). Daarbij stelt hij in de eerste plaats terecht dat de Bijbel op zijn beurt veel extra-Joodse invloeden kent. Vervolgens relativeert de professor emeritus die bewering weer door te suggereren dat die invloeden veelal terug te leiden zijn tot enerzijds Mesopotamië en anderzijds Griekenland en Rome.

Dit is zeer interessant, aangezien betreffende professor emeritus geheel conform de eurocentrische traditie de Afrikaanse invloeden op de Westerse beschaving compleet negeert. Alsof hij verhaalt over de oorsprong van het voetbal zonder Engeland ook maar te noemen. Recentelijk nog hebben wij nog het boek Boterzacht en Flinterdun gepubliceerd, om een tegenwicht te bieden tegen de oneigenlijke argumenten die het eurocentrische establishment bij iedere gelegenheid die zich voordoet de wereld in pleegt te slingeren. De recentste uitgave van Advalvas liet weer eens blijken dat dat hard nodig is. In Boterzacht en Flinterdun worden vooral de Afrikaanse invloeden op Griekenland en Rome bediscussieerd, wat niet wegneemt dat we als het zo uitkomt net zo makkelijk kunnen publiceren over de Afrikaanse invloed op de zogenaamde Joods-christelijke traditie.

Weet de betreffende professor emeritus simpelweg niets over de Afrikaanse connectie met de Bijbel of weet hij het wel maar verkiest hij het om de lezers van Advalvas doelbewust te misleiden? Zo geeft de Bijbel aan dat de eerste christen een Ethiopiër was. Er valt te lezen in Handelingen 8: 27: “En hij stond op en ging. En zie, een Ethiopiër, een kamerling, een rijksgenote van Kandake, de koningin der Ethiopiërs, haar opperschatbewaarder, was naar Jerusalem gegaan om te aanbidden.” Die Ethiopiër was in die zin de eerste christen omdat het christendom voorheen een exclusief Joodse sekte was. De bekering van de opperschatbewaarder gaf het christendom voor het eerst het universele karakter waar het later zo prat op zou gaan.

Bovenstaande is slechts het topje van de ijsberg. Onbevooroordeelde egyptologen als Gerald Massey hebben erop gewezen dat er zoveel als 200 overeenkomsten zijn tussen het narratief van Jezus Christus en de Osiris-Horus cyclus. Dan valt te denken aan zaken als de aankondiging van de komst van de verlosser, de onbevlekte ontvangenis, het bezoek aan het kind door drie wijzen; welk verhaal te bewonderen valt in de Mesjkentempel, gebouwd 1500 v.j. Daarnaast verrichtte evenals Jezus Osiris wonderen, stierf Osiris om de mensheid te redden en stond nadien dessalniettemin weer op uit de dood.

Bovendien kan erop gewezen worden dat historicus Malcolm Hutton onlangs helder heeft gemaakt dat ons woord kerst terug te leiden valt tot het Egyptische woord krst, hetgeen volgens Hutton rustende betekent, refererende aan een overleden persoon. Om die reden was het woord krst dan ook in hiëroglyfen te lezen op de meeste sarcofagen van gemummificeerde lichamen. Tevens werden gemummificeerde lichamen ook wel de gezalfden genoemd, hetgeen weer verwees naar het uitgebreide balsemingsproces. Het woord ´gezalfde´ gebruiken huidige christenen ook, en wel in zijn Hebreeuwse vertaling als Messias en zijn Griekse vertaling als ´Christós´ [Christus]. Verder kan erop gewezen worden dat de tien geboden uit de Bijbel grotendeels afgeleid zijn van de 42 negatieve biechten van de oude Egyptenaren. Gesteld kan zelfs worden dat de Bijbel, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, grotendeels vertalingen zijn van Het dodenboek.

Het is niet vreemd dat de joods-christelijke traditie fundamenteel is beïnvloed door de Egyptenaren, aangezien dat gewoon in de Bijbel valt te lezen. In de Bijbel staat dat de Israëlieten 430 jaar in Egypte verbleven, en dat hun grote leider Mozes opgevoed en opgeleid was aan het hof van de farao. Zo beschouwd had een ieder die in staat is verbanden te leggen zelf kunnen bedenken dat het simpelweg niet anders kan dan dat de Israëlieten en hun heilige geschriften doordrenkt waren met Afrikaanse invloeden. Het is opmerkelijk dat een professor emeritus dat compleet over het hoofd kan zien.

Tenslotte, xenofobe politici spreken zoals gezegd tegenwoordig gaarne over de Joods-christelijke traditie ipv de Westerse beschaving, maar waarom hebben eurocentrische oudhistorici daar een probleem mee? Xenofobe politici grijpen op deze wijze terug op de kruistochten. Lange tijd was het namelijk gebruikelijk om het over het christendom te hebben als men het gedeelte van de wereld ten noorden van Afrika en ten westen van Azië wenste aan te duiden, dat bovendien eeuwig in oorlog was met de islam. Daarnaast heeft de islamofobe factie bewust het woord Joods toegevoegd om te provoceren: moslims zouden immers bij uitstek antisemitisch zijn. Eurocentrische oudhistorici daarentegen wensen een renaissance van die goeie ouwe tijd dat alles terug werd gevoerd tot Griekenland en Rome. Dat maakt helder waarom betreffende professor emeritus zijn eurocentrische tunnelvisie over het onderwerp kwam profileren. Zodoende tracht de man bewust zijn bijdrage te leveren aan een eurocentrisch raamwerk waarbinnen gediscussieerd mag worden over de zgn. Joods-christelijke traditie. Daarbij toont hij bij omissie bewust of onbewust zijn grote onwetendheid over de fundamentele invloed van het antieke Afrika op de Bijbel door zich erudiet te profileren in Advalvas.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *