Standbeelden of schandbeelden?

Pinterest


De discussie over de helden van kleptocratieën wakkert ook te lande van de grootste zeerover allertijden aan. Waren Piet Hein, Witte de With, Jan Pieterszoon Coen en consorten ook waarachtig koen? Want de vraag blijft branden op de lippen waarom een werkloos gemaakte Somalische visser die uit wanhoop Westerse vrachtschepen kaapt als boef te boek staat, en Coen geëerd is met een tunnel (over tunnelvisie gesproken!). Zolang men het verschil niet kan uitleggen zal de gesokkeldheid van de Piet Hein-achtigen wenkbrauwen blijven doen fronzen. Te meer daar landen à la Nederland de gewoonte hebben overal en altijd te pas en te onpas het welbekende vingertje te heffen.

Dus ook binnen de territoriale grenzen van de rechtsopvolger van de kloptocratie der zeven gewesten begint men zich meer en meer te bezinnen over de natievaderen. Zo is er onlangs door Hip-Hoplabel Topnotch een verkorte versie op de markt gebracht van de klassieker Roofstaat, dat de schaduwkant van Hollands glorie belicht. Daarnaast kondigde de Rotterdamse kunstinstelling Witte de With Center for Contemporary Art aan haar naam te zullen fatsoeneren. Witte de With valt immers te rekenen tot de Piet Hein-achtigen, en de mensen die betreffend kunstcentrum runnen zijn op basis van voortschrijdend inzicht tot de conclusie gekomen dat ze hun vredelievende instelling niet meer wensen te associëren met een wreed systeem van uitbuiting en onderdrukking. Tot grote woede van de plaatselijke xenofobe politieke partij Leefbaar Rotterdam, die de blikverruiming van het Witte de With Center vertaalt als het wissen van de geschiedenis. Leefbaar wil die brutaliteit onmiddellijk bestraffen met het intrekken van subsidiegeld.

Als men de Nederlandse geschiedenis puur etnocentrisch wenst te benaderen dan valt er heel veel voor te zeggen dat de Piet Hein-achtigen helden waren. Zij hebben immers grote bijdrages geleverd aan een kleptocratisch systeem dat Nederland beslist geen windeieren heeft gelegd. De slachtoffers van hun praktijken zijn dan totaal irrelevant, want het enige dat telt is hun bijdrage aan de tomeloze groei en bloei van de Nederlanden. Hier gaat het echter wringen, want enerzijds zijn helden noodzakelijk ter bevordering van de natievorming, maar anderzijds wordt dat soort van enge etnocentrische geschiedschrijving weer geassocieerd met een totalitair Duits regime uit de jaren ´30 en ´40 waar tegenwoordig geen enkel fatsoenlijk mens meer mee geassocieerd wil worden.

Een praktisch probleem is dat een handelsnatie als Nederland bij uitstek belang heeft bij goede betrekkingen met het buitenland. Zolang Nederland de handel slechts beperkt met andere Westerse landen zal een verheerlijking van het kolonialistische verleden niet zo´n probleem zijn. Maar hoe legt men dat uit aan Aziatische handelspartners, Indonesië in het bijzonder? Is het handig om landen waar je lucratieve handel mee kunt drijven uit etnocentrische trots toch maar te schofferen? Des te meer de economieën van Azië, Afrika en Zuid-Amerika progressie boeken des te meer Westerse landen voor het dilemma komen te staan in hoeverre ze etnische arrogantie willen laten prefereren boven handelsbelangen.

Tegenwoordig tracht men de kolonialistische kijk op de geschiedenis recht te praten door te propageren dat de geschiedenis is wat het is en onder geen beding aangetast mag worden. Alsof het het hoogste heiligdom van een wereldreligie is. Als dat waar is dan heet die wereldreligie witte overheersing. De volgende vraag is dan, hoe plaatst men in dat kader de te vuur en te zwaar verdediging van een onhistorische minstreelfiguur als zwarte piet? Zou het om werkelijkheid niet gaan om de verdediging van racistische symbolen?

Het weigeren de gesokkelde geschiedenis aan te passen ondanks nieuwe inzichten zou zelfs als de postmoderne manipulering van de geschiedenis gezien kunnen worden. Want wellicht wisten voorgaande generaties die gesocialiseerd waren in een extreem etnocentrische maatschappij niet beter dan schurken te verwarren voor helden, maar wat is het excuus nadat het inzicht verruimd is? Als de gesokkelde geschiedenis daadwerkelijk zo heilig is voor het Westen, waarom werd het standbeeld van Saddam Hoessein dan met veel machtsvertoon van het voetstuk gehaald door de Amerikanen? Want wat voor generaal Lee, Piet Hein, Coen of Witte de Witte geldt, geldt toch ook voor Saddam Hoessein? Of hij nu goed of slecht was, hij is onderdeel van de geschiedenis en zou om die reden nooit ontsokkeld hebben mogen worden. Zijn gelijkenis had desnoods met een bijgevoegde tekst in context geplaatst kunnen worden…

In werkelijkheid toonde de ontsokkeling van Saddam Hoessein de grote symbolische waarde van standbeelden. Dat is ook de reden dat kolonialistisch ingestelde mensen met alle geweld aan standbeelden, racistische tradities en andere kolonialistische symbolen zoals toponiemen vastklampen. Met legitieme kolonialistische symbolen omringd voelen kolonialistische mensen zich ten zeerste gesterkt in hun dagelijkse doen, laten, haten en praten. Het is daarom ook een heel slecht idee om de kwestie standbeelden af te doen met context in de vorm van het toevoegen van een vage tekst. De publieke ruimte is niet de plaats om context te creëren. Alleen al het feit dat iemand op een sokkel is gezet wekt bij menigeen juist de indruk dat betreffende persoon blijkbaar toch een grote held was, want waarom zou men anders een standbeeld voor hem hebben gemaakt? Een standbeeld verschaft een schurk eeuwige roem en communiceert richting schurken in spé dat oorlogsmisdaad loont en het doel de middelen heiligt. Let wel, context moet inderdaad aangebracht worden, maar wel in de juiste context. Die juiste context voor de context is niet de publieke ruimte, maar het museum.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *