De bijna dood-ervaring van Zwarte muziek

Pinterest


Praktisch alle populaire muzieksoorten in de VS zijn gecreëerd door Afrikaanse Amerikanen. Dat houdt in dat Zwarte muziek eigenlijk een pleonasme is. Maar goed, sommige muzieksoorten worden (om wat voor reden dan ook) heden ten dage in mindere mate geassocieerd met Zwarte mensen, waardoor betreffende genres het bijvoeglijk naamwoord Zwart verloren hebben. Desalniettemin, hetgeen men Zwarte muziek noemt is vandaag de dag een wezenlijk part van de muziekindustrie. Dat legt ook bepaalde artiesten geen windeieren. Met name verschillende rappers staan op het punt om miljardair te worden, tot zover ze dat niet reeds zijn. Het valt nu wellicht nauwelijks voor te stellen, maar er is een tijd geweest dat Zwarte muziek op sterven na dood was. Zowel commercieel als artistiek, zoals onder meer Nelson George heeft gedocumenteerd…

Al Bell was een Zwarte producer die tevens gespecialiseerd was in promotie activiteiten, werkzaam bij Stax Records. Stax was een onafhankelijk label gespecialiseerd in Zwarte muziek. Echter, het was aanvankelijk niet in handen van Zwarte mensen. De oprichters waren de witte zakenlieden Jim Steward en Estelle Axton (broer en zus). Maar door de successen die Bell boekte voor Stax klom hij snel op in de hiërarchie en kwam uiteindelijk in de gelegenheid om het succesvolle label te kopen, welke kans hij met beide handen aangreep.

Onder leiding van Bell werd Stax zwaar gepoliticeerd. Het werd een Zwart bedrijf. Niet alleen slechts wat betreft het eigenaarschap, eveneens wat betreft de ideologie. Zo ging Bell zich actief inzetten om de economische positie van Zwart Amerika te verbeteren. Bell ging samenwerken met Jesse Jackson, op dat moment de ongetroonde opvolger van dr. Martin Luther King. Jackson´s filosofie dat grote bedrijven een verantwoordelijkheid hadden jegens de Zwarte gemeenschap, en dat die grote bedrijven die hun verantwoordelijkheid verzaakten om passende banen te verschaffen geboycot dienden te worden, sprak Bell ten zeerste aan. Reden voor Bell om gul fondsen over te maken aan Jackson´s organisatie PUSH. Tevens zou de staf van Stax zowel de naam als het originele logo van PUSH ontworpen hebben.

Ook organiseerde en financierde Bell het grootse Wattstax festival te Los Angeles ter ondersteunding van het noodlijdende Watts Summer Festival, een festival dat na de beruchte Watts opstand was ontstaan. Alle belangrijke artiesten van Stax traden op. Nooit eerder had een platenmaatschappij zoveel tijd, geld en werk verricht om een Zwarte gemeenschap te ondersteunen.

De mainstream platenmaatschappijen hadden inmiddels weet gekregen van de groei en bloei van de Zwarte Amerikaanse muziekindustrie en gingen onderzoeken hoe zij ook van die taart mee konden gaan smullen. In de zomer van 1971 ontvingen verscheidene betrokkenen in dat deel van de muziekindustrie dat gespecialiseerd was in Zwarte muziek telefoontjes van Harvard University Business School. Zij voelden zich zeer vereerd, en zagen het als progressie dat zelfs het prestigieuze Harvard onderzoek kwam doen naar Zwarte muziek. Men besefte echter niet dat men ´Columbus´ met open armen had binnengehaald. CBS had nl. speciaal de Harvard University Business School ingehuurd om te onderzoeken hoe de markt in Afrikaans-Amerikaanse muziek het efficiëntste veroverd kon worden.

Inmiddels was de politiek bewuste zakenman Al Bell juist in onoverkomelijke problemen gekomen door in zee te gaan met datzelfde CBS. Bell had een distributie deal gesloten met CBS, maar omdat CBS platen en winsten achterhield kon Stax haar schuld aan de bank niet voldoen. Dit had het faillissement van Stax tot gevolg. Bovendien werd Bell aangeklaagd wegens fraude, maar uiteindelijk volledig vrijgesproken. Doch zijn naam was wel ernstig beschadigd. Het duurde jaren voordat Bell weer een positie gegund werd in de muziekindustrie.

Atlantic, Motown en Stax waren de burchten die iedereen die de Zwarte muziekindustrie wilde veroveren moest nemen. Maar nadat platenbons Al Bell van Stax als voorbeeld was gesteld verliep de verovering van de Zwarte muziekindustrie gladjes. Harvard had onder meer aanbevolen om warme banden met Zwarte radiostations te ontwikkelen, want dat zou de sleutel zijn tot top 40 hits. Er werden speciaal Zwarte promoters ingehuurd om Zwarte muziek te komen promoten onder witte controle (omdat witte promoters weerzin opriepen bij de Zwarte radiostations). Beroemde Zwarte artiesten werden weggekaapt bij de Zwarte labels, en hun muziek gecommercialiseerd om een crossover mogelijk te maken. In de praktijk hield dat doorgaans in dat ze een paar platen mochten maken en vervolgens werden genegeerd. Het werd blijkbaar goedkoper geacht om een blik open te trekken en een reeks nieuwe artiesten te droppen. Ter illustratie: In 1971 had CBS slechts twee Zwarte artiesten in haar portfolio, maar in 1980 zoveel als 125 (!).

De overname van de Zwarte muziekindustrie door de grote labels in de jaren ´70 leidde dus op een haar na tot de vernietiging van r&b. Van de veertien nummers die in 1983 op één stonden in de Black chart, haalde slechts eentje de pop top tien. Zowel het grote witte publiek als een deel van het Zwarte publiek keerde zich af van de gecommercialiseerde, ontzielde muziek gespeeld door inwisselbare artiesten. Slechts talent van de buitencategorie zoals Michael Jackson en Prince hield zich staande. Bovenal raakte zelfs de erkende Zwarte kapitalist Berry Gordon zijn volprezen Motown label kwijt aan het grote, witte kapitaal. De opkomst van Hip-Hop (en nieuwe, door Hip-Hop beïnvloede r&b) redde uiteindelijk op wonderbaarlijke wijze de op sterven na dood zijnde Zwarte muziekindustrie. Te gecommercialiseerde muziek bleek niet te werken. Muziek uit het hart duurde toch het langst.

DJEHUTI-ANKH-KHERU

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
This entry was posted in The Grapevine Publications. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *